|
RED en WHITE rusten even uit. Zopas
kwamen zij terug van een wandeling naar het hoogste punt van Boutersem,
95 meter boven zee, op Goorbroek waar ze genoten hadden van een heerlijk
panorama.
RED was gaan houden van zijn gemeente. Op zijn werktafel heeft hij zelfs
een maquette waarop Boutersem als het ware een kuip is met de Velp
op de bodem en met Butselbos en de Valkenberg in Roosbeek als
wanden.
Reeds als student had hij interesse voor Boutersem, zijn geschiedenis,
zijn wapenschild. Zo wist hij dat Boutersem het doorsneden schild
“Berthout – Boutersem” draagt.
Het bestaat in feite uit twee
schilden:
-
Het bovenste deel is goudkleurig met drie rode
strepen, en is het schild van het beroemde Mechelse geslacht van
Berthout.
-
Het onderste deel is groen met drie zilveren
maliën (ruiten), en is het schild van het geslacht van de Heren van
Boutersem.
Vele oude boeken had hij
doorsnuffeld om de oorsprong en de betekenis van de naam Boutersem op te
sporen. Zo had hij gevonden dat "zijn” dorp reeds in het begin van de
twaalfde eeuw vermeld werd als BALTERZEM. Over de juiste betekenis van
de naam Boutersem lopen de meningen evenwel uiteen.
Feit is dat Boutersem reeds zeer vroeg ontstaan is op de plaats waar de
oude Romeinse heirbaan Van Tongeren naar Leuven over de Velp liep: men
moest er zelfs tolgeld betalen. Onwillekeurig dacht RED hierbij aan een
mogelijk autowegenvignet op de E5, die zopas geopend werd en ook door
Boutersem loopt.
Tijdens de Middeleeuwen waren de Heren Van Boutersem oppermachtig in het
dorp: enkel het terechtstellen van misdadigers viel buiten hun
bevoegdheid. De watermolen op de Velp, het hospitaal van de
Crommen Herent en het Butselbos hoorden hun toe; verder hadden ze een
aanzienlijke burcht in de weiden van de Velp, stroomafwaarts van
Boutersem, een weinig ten zuiden van Butsel.
Al die macht steeg de Heren van Boutersem uiteindelijk naar de kop;
hieruit ontstonden voortdurend conflicten met Leuven en Tienen.
Gedurende de beroeringen ten tijde van Maximiliaan Van Oostenrijk namen
de Boutersemnaren het op tegen die vorst en zelfs tegen de
bisschop van Luik, die toen hun geestelijke leider was.
Boutersem leed sterk onder de godsdienstoorlogen. Gelegen op een grote
weg was het voortdurend blootgesteld aan plunderingen door
voorbijtrekkende soldaten. Het oude hospitaal van de Crommen Herent werd
een toevluchtsoord voor vagebonden. De Hollandse Vrijbuyters hielden er
zich dikwijls op, om dan van hieruit hun strooptochten te ondernemen.
In het begin van de achttiende eeuw werd door de Staten van Brabant de
nieuwe steenweg van Brussel naar Luik aangelegd: ook toen moest
er bareelgeld betaald worden.
Deze steenweg oefende een grote invloed uit op de toestand van het dorp.
Omwille van de ligging, halfweg Leuven - Tienen, kende Boutersem lange
tijd een grote drukte, die plots daalde na de opening van de spoorweg
van Brussel naar Luik.
Na de tweede Franse Invasie werd Boutersem de hoofdplaats van het 30e
kanton van het departement van de Dijle.
Gedurende de Boerenkrijg werd het dorp bezet door de opstandelingen: een
troep van hun ruiters hield er de lotelingen aan, en dwong ze zich bij
hen te voegen.
Dikwijls had RED gelezen van "DE SLAG VAN BOUTERSEM” van augustus 1831.
Boutersem was toen het toneel van een bloedig treffen tussen de
Hollanders, onder de leiding van de Prins van Oranje, enerzijds, en het
12e Linieregiment, bijgestaan door andere eenheden, anderzijds.
De episode van het gevecht waarbij het paard van de Prins van Oranje
getroffen wordt, is trouwens weergegeven op de afbeelding van het
gevecht, die RED's leefkamer opluistert.
De daaropvolgende jaren is er geen noemenswaardig historisch feit in
Boutersem te vermelden, tot in 1870 Boutersem verheven werd tot
hoofdplaats van een militiekanton.
Kwamen nadien nog de twee wereldoorlogen en de recente fusies van
gemeenten.
Even nog gaan RED's gedachten terug tot in de tijd dat Boutersem de
bakermat was van een machtig Herengeslacht: de Heren van Boutersem en de
Withem's.
Het CASTELLUM BOUTERSEM, het Kasteel van Boutersem, voordelig gelegen
aan de boorden van de Velp, moet werkelijk iets groots geweest zijn.
De pastoor van de parochie Boutersem, een vriend van RED, heeft hem
dikwijls over de geschiedenis van zijn parochie verteld.
Volgens RED moet Sint Hilarius, patroonheilige van de parochie,
een wispelturig karakter gehad hebben: na het achtereenvolgens bij de
dekenijen van Leuven en Tienen geprobeerd te hebben, besloot hij in 1875
het te houden bij de dekenij Bierbeek.
De oorspronkelijke kerk, eerder klein en dikwijls het slachtoffer van
vandalenstreken, werd in 1842 -43 vervangen door de huidige kerk.
De FOLKLORE te Boutersem is steeds RED's stokpaardje geweest. De
geschiedenis van de WITTEN en de RODEN heeft hem steeds geboeid. Waren
zijn, RED en WHITE, trouwens niet het slachtoffer, het gevolg ervan?
RED's naam verried dat zijn peter een hevige rode moet geweest zijn, die
in zijn tuin enkel rode kolen plantte.
WHlTE's peter was een witte, bande alles wat rood was, en had zijn
petekind WHITE doen heten. De gedachten van WHITE gaan een andere
richting uit; hij is een zakelijk man, een mathematicus die meer houdt
van cijfers en statistieken.
Op het einde van de I7e eeuw woonden er l06 mensen in Boutersem, een
eeuw later waren er dat 320 en nog een honderd jaren later 914.
In I940, bij het begin van wereldoorlog II, waren er 1481 Boutersemnaren;
in 1964, nog juist voor de fusie van Boutersem en Vertrijk, waren we met
1800. Met Vertrijk bij kwam men tot meer dan 2500.
Na de laatste fusie van Boutersem-Vertrijk, Kerkom en Roosbeek, vormt
Boutersem een gemeente met + 5000 inwoners.
Qua sociale status is ook Boutersem niet ontsnapt aan de algemene
tendens. Van een uitgesproken gezeten, agrarische of landbouwbevolking,
is het uitgegroeid tot een gemeente van arbeiders en bedienden, die
elders gaan werken.
Ook op gebied van landbouw en veeteelt is er veel veranderd.
Bij het overschouwen van de landbouwtellingen van 1846 en 1967, stelt
men vast dat, op die tijdspanne van I25 jaren, sommige teelten totaal
verdwenen zijn terwijl andere, nieuwe teelten ontstonden.
WHITE moet even lachen bij de gedachte dat onze voorouders grote
pannenkoekeneters moeten geweest zijn; waar in 1846 nog 22 hectaren
boekweit gezaaid werden, is die teelt thans totaal verdwenen.
Rogge, eens een topper, werd vervangen door gerst.
Al werd de Tiense suikerraffinaderij gesticht in 1838, de
suikerbietenteelt kwam bij ons slechts langzaam op gang. In 1846 werden
er praktisch alleen voederbieten geplant. In 1967 daarentegen, noteerde
men 80 hectaren suikerbieten.
WHITE, een verwoed ruiter denkt met heimwee terug aan het sterke
Brabantse boerentrekpaard. Waar het aantal runderen verdubbelde,
verviervoudigde het aantal varkens. Even duizelt hij bij de gedachte dat
er in 1967 meer dan dertienduizend kippen waren ( dwz leghennen en
mesthoenders samen).
En de druiventeelt…….
Op dat ogenblik wordt WHITE in zijn gedachtegang gestoord door RED.
"Beste vriend, merkt RED op, “k vraag me af waar Boutersem nu eigenlijk
ligt op onze aardbol, en ik ben vooral benieuwd te weten welke onze
tegenvoeters zijn!!"
"Het kan u misschien verwonderen”, antwoordt WHITE, “maar we zitten hier
in het oostelijk halfrond van onze aardbol, op ongeveer 5 graden
oosterlengte en verder kan ik u mededelen dat Boutersem gelegen is op
bijna 51 graden noorderbreedte.” “Wist u “, vervolgt WHITE, "dat
Maastricht op dezelfde hoogte ligt? Ook Southampton in Engeland, het
Winnipegmeer in Canada en het eiland Newfoundland liggen op dezelfde
noorderbreedte."
En WHITE besluit: " Beste Red, thans moet ik u ontgoochelen, wij hebben
geen tegenvoeters, want op de plaats, die diametraal gelegen is ten
opzichte van onze streek is er water, veel water, namelijk de Grote of
Stille Oceaan. In de onmiddellijke buurt liggen wel de
Antipodeneilanden, maar deze eilandengroep is bergachtig, steil en
ONBEWOOND."
R.GEYSENS
|