Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1973, nummer 1
"
Onze Velpe."

Artikel in bruikleen afgestaan aan onze Vereniging.

Door R.Kempeneers.

U hoeft geen landkaart te bekijken om vast te stellen dat de Velpe een natuurlijk verbindingsteken is tussen al de parochies onzer streek. Op- en Neervelp, Vertrijk, Boutersem, Butsel, Roosbeek en Kerkom liggen hier aaneen geregen als aan een snoer! Ze vormen het schilderachtige dal van de bovenloop dezer rivier. Alles wat daar zwom (verleden tijd) en vliegt en kruipt en loopt en gaat en “menst" het zijn al elementen, met wat er groeit in bos en beemd en veld, van het natuurmilieu waarin we dagelijks leven: het is ons Velpeleven!
Evenals Adam, na de zesde scheppingsstonde, maakt elk kind een periode door waarin het een naam geeft aan al de hem omringende dingen, al is het op onbeholpen wijze.
Toen de heimatschrijver Ernest Claes Z.G. aan zijn pagadder Kiki een bepaald stokje, met hard en zwart merg in liet bekijken riep de kleine uit: "Loodpotje"! Zo zijn de kinderen; zo waren ook de volkeren toen ze nog in hun kinderschoenen stonden, figuurlijk gesproken, want velen liepen barrevoets!
In het stenen tijdperk reeds trokken kooplieden in silexvoorwerpen vanuit de steengroeven van Wommersom en Tienen te Vertrijk over de Velpe zo lieten bij de Bosschelle sporen achter. Ze hebben aan de Velpe gewis een naam gegeven in hun eigen taal; maar die naam is dan verloren gegaan!
De Kelten behoorden reeds tot het IJzeren tijdperk: ze spraken een taal van Indogermaanse oorsprong. Ze beheersten heel West Europa van1200 tot 300 voor Christus. Maar hun overwicht brokkelde af door invallende Galliërs en Romeinen.
Een verfijnde cultuur, zoals die van Babyloniërs, Egyptenaren, Grieken en Romeinen, hadden de Kelten niet: ze werden nog barbaren genoemd! Maar hun gesproken taal is voor een groot deel tot ons gekomen langs het Saksisch en het Iers en langs allerlei plaats- en riviernamen doorheen heel West Europa.
Van de Kelten is geweten dat ze standplaatsen hadden op de zandgronden van Limburg ten noordoosten van het Kolenwoud, dat  zich toen uitstrekte tot de omgeving van Diest. Demer en Velpe zijn allebei Keltische namen. Daarom mogen we gerust aannemen dat de plaats van hun naamgeving gelegen moet zijn dicht bij Diest waar Demer en Velpe elkander benaderen.
Ons houdt op de eerste plaats de naam der Velpe bezig; maar we kunnen enkel volle klaarte werpen erop als we ook de naam van de Demer onderzoeken!
De algemeen Nederlandse riviernaam Velpe klinkt in het Frans Fleppe en in het Latijn Fleppia en Felepia. De volksmens onzer streek zal doorgaans zeggen "Vellep" met de klemtoon op de eerste lettergreep en de tweede iets doffer.
Eigenlijk is het een samenstelling van twee Keltische woorden: het zelfstandige naamwoord "apa" voorafgegaan door het bijvoeglijk naamwoord (vroeger zei men: het danigheidswoord) "fel".
Dus fel-apa.
Als een Kelt over "apa" sprak bedoelde hij daar mee dat het ging over "water" (in het Latijn aqua) maar niet een stilstaand water, een plas, een ven, been poel. Maar hij bedoelde een beek, een riviertje, een vliet, dus een vloeiend, een beweeglijk, een levend water.
De naam "apa" verwijst dus eerst en.vooral naar het " zien vloeien" van dat water. Maar wellicht steunt hij ook op het "horen vloeien” als een klanknabootsend woord. Als wij spreken van een "kabbelend" beekje, dan verwijzen we niet naar onze ogen maar naar ons gehoor. In dat werkwoord "kabbelen" zit ook al de stam “apa”..
Alle beekjes vloeien en kabbelen. Maar de Kelten vonden dat onze Velpe dat veel meer deed en heviger dan alle andere beken die zij in onze streek kenden. Daarom voegden ze het bepalend woord "fel" voor de naam "apa". "Fel" is een Keltisch woord dat ongewijzigd in onze huidige taal is overgegaan. Kijk maar in de woordenboeken. Callewaert vertaalt het door cruel, violent".
Het wijst op geweld en hevigheid. Wij spreken toch ook van een felle slag, een felle winter, een felle regenbui, felle woorden. En als het spek te zout is, zeggen nog meest: het is "te fel". "Fel" opgenomen in een beeknaam wijst dus op het geweldige van het vloeien, het hevige van het kabbelen van die beek."Fel-apa" als eigennaam betekent dus de snelvloeiende, de rumoerige beek!
Is die naam wel oordeelkundig en terecht gegeven? Dat vragen wij ons af, want er zijn toch nog andere snelle en rumoerige beken, zonder dat ze Velpe heten!
Om een juist en volledig antwoord te geven zouden we moeten kunnen kruipen in het vel van die Kelt, die leefde voor 3000 jaren en die voor het eerst de naam "Fel-apa" gebruikte en met de vinger naar ons riviertje wees.
Wat zag hij, wat hoorde hij, wat kende hij nog als vergelijkingspunt?
Om de snelheid van het water van de Velpe “in die tijd" te schatten' moeten we verbeelding genoeg kunnen opbrengen om ons het ongekreukte landschap voor ogen te brengen, zoals het kwam uit de hand van de Schepper na de rimpeling van de aardbodem en na de uitschuring in de ijstijden. In de Keltentijd waren er alleszins nog geen kunstmatige sluizen en vijvers, door mensenhand gemaakt, die de natuurlijke loop van het water stremden. Toen was dat water nog overgelaten aan zijn eigen zwaartekracht met enkel de hinder van zijn bedding.
Beste Lezers, wie van U wil zich belasten met volgende opdracht: nauwkeurig of bij benadering uitmaken op welke hoogte boven de zeespiegel gelegen is de bron van de Velpe te Opvelp? Op welke hoogte boven de zeespiegel vloeit de Velpe in de Gete in het gehucht Velpen onder Halen bij Diest? Het verschil tussen deze twee maten, gedeeld door de lengte der rivier (34.000m) zal u aantonen hoeveel verval per lopende meter de Velpe had in haar oertoestand!
Snelheid is steeds een betrekkelijk begrip: het vraagt steeds om een vergelijkingsterm die overtroffen ofwel benaderd wordt.
Zomaar botweg beweren dat de Velpe het snelste riviertje was dat de Kelten van rond Diest kenden is, meen ik, hen onderschatten: ze waren toch ook wel eens op het oorlogspad in verder afgelegen streken! En hun kooplieden in paarden, vee en ijzerwaren zagen al reizend verderaf wel een stukje van de wereld!
U zou kunnen beweren dat de Velpe het snelste riviertje was dat in de streek van Diest toekwam en U zou gelijk kunnen hebben. Maar of de Kelten dat bedoelden, weet ik niet! Ik meen eerder dat we een vergelijkingsterm moeten zoeken voor de Velpe! Welnu in de omgeving van Diest zijn twee rivieren met een Keltische naam de Velpe en de Demer. Dus moeten ze die twee ook vergeleken hebben. En dat zou kunnen blijken uit bun naam. De oude vorm van Demer is het Latijns “Tamera”. In het Keltisch zal de uitgang wel geklonken hebben zoals -erik, want veel Keltische toponiemen eindigen aldus. We krijgen dus: "Tam-erik".
Het Keltisch woordje "tam" is weer eens in onze taal van nu overgegaan. Het betekent als het gaat over dieren, getemd, niet meer wild. Als het gaat over mensen heeft het gewoonlijk een pejoratieve betekenis: ik ben te tam om verder te gaan = ik ben lusteloos en lui; het is maar een tamme vent= iemand zonder actie, zonder veel ondernemingsgeest, veel te kalrn, 't is er ene van "stut mich voits!".


Zo beschreven de Kelten hun Demer als een Tam-erik: een rivier zonder veel actie, die kalm aan, langzaam en zonder veel gedruis op haar 7 gemakken haar water vervoerde.
Inderdaad de Demer is bij Diest een rivier van de Zuiderkempen, van het vlakke land, die langzaam en lui, bijna zonder verval haar water naar de Dijle voert te Werchter, met een grote boog rond het heuvelachtig Hageland.
De Velpe daarentegen zoekt in alle hevigheid haar weg tussen de heuvels door dwars door het Hageland.
De vergelijking levert dus op "tam" en "fel" en wordt een echte tegenstelling tussen Demer en Velpe. Dat hebben de Kelten in 2 zinvolle namen vastgelegd: die verdienste komt hen toe! Waarom hebben de Diesterse Kelten juist deze 2 rivieren gedoopt?  Waarschijnlijk omdat ze een rol speelden in hun leven.
De “tamme” Demer was bevaarbaar, de felle Velpe niet.
Hun woonplaatsen stonden bij de monding van de Velpe en langs de Demer. De Velpe stroomopwaarts volgend vonden ze allicht hun weg dwars door het Kolenwoud naar de nederzettingen bij de Dender, ook een Keltische naam. Vanaf' de Demer hadden ze hun wegen naar nederzettingen meer noordwaarts.

 

Pastoor R. Kempeneers

 

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany