|
Artikel in bruikleen afgestaan aan onze
Vereniging.
Door R.Kempeneers.
U hoeft geen landkaart te bekijken om
vast te stellen dat de Velpe een natuurlijk verbindingsteken is tussen
al de parochies onzer streek. Op- en Neervelp, Vertrijk, Boutersem,
Butsel, Roosbeek en Kerkom liggen hier aaneen geregen als aan een
snoer! Ze vormen het schilderachtige dal van de bovenloop dezer
rivier. Alles wat daar zwom (verleden tijd) en vliegt en kruipt en
loopt en gaat en “menst" het zijn al elementen, met wat er groeit in
bos en beemd en veld, van het natuurmilieu waarin we dagelijks
leven: het is ons Velpeleven!
Evenals Adam, na de zesde
scheppingsstonde, maakt elk kind een periode door waarin het een naam
geeft aan al de hem omringende dingen, al is het op onbeholpen wijze.
Toen de heimatschrijver Ernest Claes
Z.G. aan zijn pagadder Kiki een bepaald stokje, met hard en zwart merg
in liet bekijken riep de kleine uit: "Loodpotje"! Zo zijn de kinderen;
zo waren ook de volkeren toen ze nog in hun kinderschoenen stonden,
figuurlijk gesproken, want velen liepen barrevoets!
In het stenen
tijdperk reeds trokken kooplieden in silexvoorwerpen vanuit de
steengroeven van Wommersom en Tienen te Vertrijk over de Velpe zo
lieten bij de Bosschelle sporen achter. Ze hebben aan de Velpe gewis
een naam gegeven in hun eigen taal; maar die naam is dan verloren
gegaan!
De Kelten
behoorden reeds tot het IJzeren tijdperk: ze spraken een taal van
Indogermaanse oorsprong. Ze beheersten heel West Europa van1200 tot 300 voor Christus. Maar hun
overwicht brokkelde af door invallende Galliërs en Romeinen.
Een verfijnde cultuur, zoals die van Babyloniërs, Egyptenaren, Grieken
en Romeinen, hadden de Kelten niet: ze werden nog barbaren genoemd!
Maar hun gesproken taal is voor een groot deel tot ons gekomen langs
het Saksisch en het Iers en langs allerlei plaats- en riviernamen
doorheen heel West Europa.
Van de Kelten is
geweten dat ze standplaatsen hadden op de zandgronden van Limburg ten
noordoosten van het Kolenwoud, dat zich toen uitstrekte tot de
omgeving van Diest. Demer en Velpe zijn allebei Keltische namen.
Daarom mogen we gerust aannemen dat de plaats van hun naamgeving
gelegen moet zijn dicht bij Diest waar Demer en Velpe elkander
benaderen.
Ons houdt op de eerste plaats de naam der Velpe bezig; maar we kunnen
enkel volle klaarte werpen erop als we ook de naam van de Demer
onderzoeken!
De algemeen Nederlandse riviernaam
Velpe klinkt in het Frans Fleppe en in het Latijn Fleppia en Felepia.
De volksmens onzer streek zal doorgaans zeggen "Vellep" met de
klemtoon op de eerste lettergreep en de tweede iets doffer.
Eigenlijk is
het een samenstelling van twee Keltische woorden: het zelfstandige
naamwoord "apa" voorafgegaan door het bijvoeglijk naamwoord (vroeger
zei men: het danigheidswoord) "fel".
Dus fel-apa.
Als een Kelt over "apa" sprak bedoelde
hij daar mee dat het ging over "water" (in het Latijn aqua) maar niet
een stilstaand water, een plas, een ven, been poel. Maar hij bedoelde
een beek, een riviertje, een vliet, dus een vloeiend, een beweeglijk,
een levend water.
De naam "apa"
verwijst dus eerst en.vooral naar het " zien vloeien" van dat water.
Maar wellicht steunt hij ook op het "horen vloeien” als een
klanknabootsend woord. Als wij spreken van een "kabbelend" beekje, dan
verwijzen we niet naar onze ogen maar naar ons gehoor. In dat
werkwoord "kabbelen" zit ook al de stam “apa”..
Alle beekjes vloeien en kabbelen. Maar
de Kelten vonden dat onze Velpe dat veel meer deed en heviger dan alle
andere beken die zij in onze streek kenden. Daarom voegden ze het
bepalend woord "fel" voor de naam "apa". "Fel" is een Keltisch woord
dat ongewijzigd in onze huidige taal is overgegaan. Kijk maar in de
woordenboeken. Callewaert vertaalt het door
“cruel,
violent".
Het wijst op geweld en hevigheid. Wij spreken toch ook van een felle slag,
een felle winter, een felle regenbui, felle woorden. En als het spek
te zout is, zeggen nog meest: het is "te fel". "Fel" opgenomen in een
beeknaam wijst dus op het geweldige van het vloeien, het hevige van
het kabbelen van die beek."Fel-apa" als eigennaam betekent dus de
snelvloeiende, de rumoerige beek!
Is die naam wel oordeelkundig en terecht gegeven? Dat vragen wij ons
af, want er zijn toch nog andere snelle en rumoerige beken, zonder dat
ze Velpe heten!
Om een juist en volledig antwoord te
geven zouden we moeten kunnen kruipen in het vel van die Kelt, die
leefde voor 3000 jaren en die voor het eerst de naam "Fel-apa"
gebruikte en met de vinger naar ons riviertje wees.
Wat zag hij, wat hoorde hij, wat kende hij nog als vergelijkingspunt?
Om de snelheid
van het water van de Velpe “in die tijd" te schatten' moeten we
verbeelding genoeg kunnen opbrengen om ons het ongekreukte landschap
voor ogen te brengen, zoals het kwam uit de hand van de Schepper na de
rimpeling van de aardbodem en na de uitschuring in de ijstijden. In de
Keltentijd waren er alleszins nog geen kunstmatige sluizen en vijvers,
door mensenhand gemaakt, die de natuurlijke loop van het water
stremden. Toen was dat water nog overgelaten aan zijn eigen
zwaartekracht met enkel de hinder van zijn bedding.
Beste Lezers, wie van U wil zich belasten met volgende opdracht:
nauwkeurig of bij benadering uitmaken op welke hoogte boven de
zeespiegel gelegen is de bron van de Velpe te Opvelp? Op welke hoogte
boven de zeespiegel vloeit de Velpe in de Gete in het gehucht Velpen
onder Halen bij Diest? Het verschil tussen deze twee maten, gedeeld
door de lengte der rivier (34.000m) zal u aantonen hoeveel verval per
lopende meter de Velpe had in haar oertoestand!
Snelheid is steeds een betrekkelijk begrip: het vraagt steeds om een
vergelijkingsterm die overtroffen ofwel benaderd wordt.
Zomaar botweg beweren dat de Velpe het
snelste riviertje was dat de Kelten van rond Diest kenden is, meen ik, hen
onderschatten: ze waren toch ook wel eens op het oorlogspad in verder afgelegen
streken! En hun kooplieden in paarden, vee en ijzerwaren zagen al reizend
verderaf wel een stukje van de wereld!
U zou kunnen beweren dat de Velpe het snelste riviertje was dat in de streek van
Diest toekwam en U zou gelijk kunnen hebben. Maar of de Kelten dat bedoelden,
weet ik niet! Ik meen eerder dat we een vergelijkingsterm moeten zoeken voor de
Velpe! Welnu in de omgeving van Diest zijn twee rivieren met een Keltische naam
de Velpe en de Demer. Dus moeten ze die twee ook vergeleken hebben. En dat zou
kunnen blijken uit bun naam. De oude vorm van Demer is het Latijns “Tamera”. In
het Keltisch zal de uitgang wel geklonken hebben zoals -erik, want veel
Keltische toponiemen eindigen aldus. We krijgen dus: "Tam-erik".
Het Keltisch woordje "tam" is weer eens in onze taal van nu overgegaan. Het
betekent als het gaat over dieren, getemd, niet meer wild. Als het gaat over
mensen heeft het gewoonlijk een pejoratieve betekenis: ik ben te tam om verder
te gaan = ik ben lusteloos en lui; het is maar een tamme vent= iemand zonder
actie, zonder veel ondernemingsgeest, veel te kalrn, 't is er ene van "stut mich
voits!".

Zo beschreven de Kelten hun Demer als een Tam-erik: een rivier zonder veel
actie, die kalm aan, langzaam en zonder veel gedruis op haar 7 gemakken haar
water vervoerde.
Inderdaad de Demer is bij Diest een rivier van de Zuiderkempen, van het vlakke
land, die langzaam en lui, bijna zonder verval haar water naar de Dijle voert te
Werchter, met een grote boog rond het heuvelachtig Hageland.
De Velpe daarentegen zoekt in alle hevigheid haar weg tussen de heuvels door
dwars door het Hageland.
De vergelijking levert dus op "tam" en
"fel" en wordt een echte tegenstelling tussen Demer en Velpe. Dat hebben de
Kelten in 2 zinvolle namen vastgelegd: die verdienste komt hen toe! Waarom
hebben de Diesterse Kelten juist deze 2 rivieren gedoopt? Waarschijnlijk omdat
ze een rol speelden in hun leven.
De “tamme” Demer was bevaarbaar, de felle Velpe niet.
Hun woonplaatsen stonden bij de monding van de Velpe en langs de Demer. De Velpe
stroomopwaarts volgend vonden ze allicht hun weg dwars door het Kolenwoud naar
de nederzettingen bij de Dender, ook een Keltische naam. Vanaf' de Demer hadden
ze hun wegen naar nederzettingen meer noordwaarts.
Pastoor R. Kempeneers
|