Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1973, nummer 1
"
Enkele ornithologische waarnemingen in Butselbos."

Ik herinner me dat het een zaterdagnamiddag was, ongeveer 15 uur. Thuis stond ik voor het venster te kijken naar de bossen van Roosbeek. Ze liggen langsheen de Velpe die zich tussen de daarachter liggende vijvers - in totaal 5 - slingert. Tussen de canadastammen door kan ik de eerste vijver, die tegen de straat ligt, zien blinken.  Hij ligt ongeveer 1 km van mijn huis af. Met mijn 8 X vergrotende kijker kan ik hem dus op minder dan 200 m brengen. Ik vertel dit omdat het van belang was voor mijn waarneming op afstand. Eigenlijk stond ik te kijken om te zien of er nog een buizerd als wintergast of doortrekker te bemerken viel. 's Winters zie ik er daar geregeld. Inderdaad, ik bemerkte er één zwevend boven de middelste vijver.
Ik haalde mijn kijker en stelde vast dat het een zeer bleek exemplaar was, de onderkant witachtig. Ik dacht aan een buizerd omdat zijn trage vleugelslag telkens afgewisseld werd door een glijvlucht, toch cirkelde hij niet. Hij vloog naar de eerste vijver en werd daar lastig gevallen door een kraai. Hij probeerde uit haar buurt te komen, wat eerst niet lukte. Iets vreemd viel me op. Ik had al eerder gezien dat kraaien buizerds en plaagden door er vlak tegenaan te vliegen als schijnaanval. Daarbij viel me op dat een kraai, wat de grootte betreft ongeveer de 2/3 van een buizerd is. Deze was heel groot, tweewaal zo groot. Van dat ogenblik was ik er maar half meer van overtuigd dat het een buizerd was. Kijk, hij vloog naar links en de kraai volgde hem niet meer. In plaats van te gaan cirkelen, vloog hij rechtdoor naar de laatste vijver, keerde om en vloog bijna in rechte lijn naar de eerste. Een zoekende buizerd zou reeds lang cirkelen. Ik was er van overtuigd, hier vloog een andere prooivogel. Welke??? Ineens viel me de oplossing te binnen. Bij de eerste vijver, keerde hij zijn kop naar de oostenwind en begon te bidden als een torenvalk. Dat moest een visarend zijn. Inderdaad, kijk maar in elk woordenboek (vogels), de visarend bidt boven vijvers, stort zich na enkele seconden neer. Ik zag het niet, alleen de boswachter heeft het gezien, en vertelde dat die arend met een felle plons een karper uit het water haalde en er mee wegvloog. Van groot naar klein zou wel passend zijn bij dit verhaaltje.

Mag ik u meenemen naar de waterdel? Een vochtig stuk bos (Butselbos) beplant met canada's, elzen, eiken, essen en beuken. De canada's zijn weggehakt en braamstruiken en varens wedijveren er nu voor het meesterschap. Op 27 januari wandelde ik er in de hoop rumoerige sijsjes te vinden. Net voor ik er aankwam maakten een groep ringmussen zich uit de voeten, toen zag ik ook koolmeesjes en pimpelmeesjes. Al deze gasten waren vertrokken en het werd doodstil. Dat is ook al een belevenis in deze tijd van zoveel decibels. Opeens hoorde ik een zacht geluid, een tijdje gewacht en daar weer. Niet gemakkelijk om te bepalen vanwaar het geluid kwam. Misschien een Vuurgoudhaantje (foto: Marc Plomp, www.natuurdigitaal.nl)boomkruiper? Ik zag er geen. Zou het een goudhaantje kunnen zijn? Het scheen me gewoon onlogisch; hier zijn geen naaldbomen. Daar had je het weer, uit een braamstruik achter mij. Ik zag het, een klein groenachtig vogeltjes, een opvallend streepje op zijn kop, een gouden glans op de vleugels en een helwitte oogstreep. Een Vuurgoudhaantje!! Niet om te dromen! Ik wens u zo een ontmoeting toe! Een natuurwonder, op 23/2 zag ik er twee en nog op dezelfde plaats zie ik er nu geregeld.

Een derde afspraakje in Butselbos; het is een eind verder ook. Het was een warme namiddag en ik wandelde naar een verlaten horst van een torenvalk. Het is een weg die uit een veld komt, naar het bos loopt en zich oplost in een overwoekerd pad. Aan de bosrand, die een 50 m verder ligt, zong een boompieper. Die vloog uit de top van een canada, dus er zat een andere vogel! Hij liet zich toch zien en vloog in een andere struik. Inderdaad, die lange slanke en bruinachtige vogel had ik nog nooit gezien. Voorzichtig naderde ik, hij vloog wat verder tot op de rechter gracht. Gelukkig, de struik was kaal. Ik bleef staan en keek door mijn kijker. Die schorskleurige vogel zat verticaal op een hellende tak die ook bijna of' ongeveer verticaal omhoog groeide. Een soort specht?

Een minuut lang kon ik die vogel waarnemen en wat kwam uit het doosje, een specht? Neen een draaihals! Het is niet uitgesloten dat het wellicht de eerste en de laatste zal zijn die we hier in onze contreien konden bezichtigen. Hij is en was een doortrekkende vogel.

En nu wil ik nog...maar nee, dat doe ik wel eens in een volgend nummer

André Roelants Boutersem.

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany