Ik herinner me dat het een
zaterdagnamiddag was, ongeveer 15 uur. Thuis stond ik voor het venster
te kijken naar de bossen van Roosbeek. Ze liggen langsheen de Velpe die
zich tussen de daarachter liggende vijvers - in totaal 5 - slingert.
Tussen de canadastammen door kan ik de eerste vijver, die tegen de
straat ligt, zien blinken. Hij ligt ongeveer 1 km van mijn huis af. Met
mijn 8 X vergrotende kijker kan ik hem dus op minder dan 200 m brengen.
Ik vertel dit omdat het van belang was voor mijn waarneming op afstand.
Eigenlijk stond ik te kijken om te zien of er nog een buizerd als
wintergast of doortrekker te bemerken viel. 's Winters zie ik er daar
geregeld. Inderdaad, ik bemerkte er één zwevend boven de middelste
vijver.
Ik haalde mijn kijker en stelde vast dat het een zeer bleek exemplaar
was, de onderkant witachtig. Ik dacht aan een buizerd omdat zijn trage
vleugelslag telkens afgewisseld werd door een glijvlucht, toch cirkelde
hij niet. Hij vloog naar de eerste vijver en werd daar lastig gevallen
door een kraai. Hij probeerde uit haar buurt te komen, wat eerst niet
lukte. Iets vreemd viel me op. Ik had al eerder gezien dat kraaien
buizerds en plaagden door er vlak tegenaan te vliegen als schijnaanval.
Daarbij viel me op dat een kraai, wat de grootte betreft ongeveer de 2/3
van een buizerd is. Deze was heel groot, tweewaal zo groot. Van dat
ogenblik was ik er maar half meer van overtuigd dat het een buizerd was.
Kijk, hij vloog naar links en de kraai volgde hem niet meer. In plaats
van te gaan cirkelen, vloog hij rechtdoor naar de laatste vijver, keerde
om en vloog bijna in rechte lijn naar de eerste. Een zoekende buizerd
zou reeds lang cirkelen. Ik was er van overtuigd, hier vloog een andere
prooivogel. Welke??? Ineens viel me de oplossing te binnen. Bij de
eerste vijver, keerde hij zijn kop naar de oostenwind en begon te bidden
als een torenvalk. Dat moest een visarend zijn. Inderdaad, kijk
maar in elk woordenboek (vogels), de visarend bidt boven vijvers, stort
zich na enkele seconden neer. Ik zag het niet, alleen de boswachter
heeft het gezien, en vertelde dat die arend met een felle plons een
karper uit het water haalde en er mee wegvloog. Van groot naar klein zou
wel passend zijn bij dit verhaaltje.
Mag ik u meenemen
naar de waterdel? Een vochtig stuk bos (Butselbos) beplant met canada's, elzen,
eiken, essen en beuken. De canada's zijn weggehakt en braamstruiken en varens
wedijveren er nu voor het meesterschap. Op 27 januari wandelde ik er in de hoop
rumoerige sijsjes te vinden. Net voor ik er aankwam maakten een groep ringmussen
zich uit de voeten, toen zag ik ook koolmeesjes en pimpelmeesjes. Al deze gasten
waren vertrokken en het werd doodstil. Dat is ook al een belevenis in deze tijd
van zoveel decibels. Opeens hoorde ik een zacht geluid, een tijdje gewacht en
daar weer. Niet gemakkelijk om te bepalen vanwaar het geluid kwam. Misschien een
boomkruiper? Ik zag er geen. Zou het een goudhaantje kunnen zijn? Het scheen me
gewoon onlogisch; hier zijn geen naaldbomen. Daar had je het weer, uit een
braamstruik achter mij. Ik zag het, een klein groenachtig vogeltjes, een
opvallend streepje op zijn kop, een gouden glans op de vleugels en een
helwitte oogstreep. Een
Vuurgoudhaantje!! Niet om te dromen! Ik wens u zo een ontmoeting toe! Een
natuurwonder, op 23/2 zag ik er twee en nog op dezelfde plaats zie ik er nu
geregeld.
Een derde afspraakje in Butselbos; het is
een eind verder ook. Het was een warme namiddag en ik wandelde naar een verlaten
horst van een torenvalk. Het is een weg die uit een veld komt, naar het bos
loopt en zich oplost in een overwoekerd pad. Aan de bosrand, die een 50 m verder
ligt, zong een boompieper. Die vloog uit de top van een canada, dus er zat een
andere vogel! Hij liet zich toch zien en vloog in een andere struik. Inderdaad,
die lange slanke en bruinachtige vogel had ik nog nooit gezien. Voorzichtig
naderde ik, hij vloog wat verder tot op de rechter gracht. Gelukkig, de struik
was kaal. Ik bleef staan en keek door mijn kijker. Die schorskleurige vogel zat
verticaal op een hellende tak die ook bijna of' ongeveer verticaal omhoog
groeide. Een soort specht?
Een minuut lang
kon ik die vogel waarnemen en wat kwam uit het doosje, een specht?
Neen een draaihals! Het is niet uitgesloten dat het wellicht de eerste en de
laatste zal zijn die we hier in onze contreien konden bezichtigen. Hij is en was
een doortrekkende vogel.
En nu wil ik
nog...maar nee, dat doe ik wel eens in een volgend nummer
André Roelants Boutersem.