Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1973, nummer 2
"
Geneeskruiden van bij ons: de hop."

Al is de volksgeneeskunde oeroud, toch willen we het dossier van de geneeskruiden openen met een hoofdstuk over planten, werkzaam op een gebied dat momenteel "in" is, dat van de: contraceptie.

Het voorkomen van zwangerschap heeft de mens bezig gehouden van in de vroegste oudheid; zelfs de primitiefste volksstammen hebben naar middelen gezocht om dit doel te bereiken.

Sinds zeer lange tijd, gebruikt men planten of uittreksels hiervan als middelen die de vruchtbaarheid verminderen.

In de loop der jaren werden vele Van deze planten verlaten, omdat hun werking onzeker bleek.
Na recente grondige wetenschappelijke studies werd een groot aantal planten weerhouden, die inderdaad, de vruchtbaarheid verminderen.

In alle plantengeslachten vindt men ze terug: het blijkt evenwel, dat sommige families van planten rijker zijn aan deze kruiden; vooral de familie der Leguminosae of' peulvruchten is zeer actief.

Een plant, evenwel geen peulvrucht waarvan de vruchtbaarheidsverminderende eigenschappen bewezen zijn, en die hier bij ons voorkomt, is de hop. De hop, echter, wordt door sommige van onze mensen gebruikt omwille van zijn slaapverwekkende eigenschappen


De wetenschappelijke naam van de hop is HUMULUS LUPULUS L.

De naam HUMULUS zou volgens de meeste botanici uit de Middeleeuwen stammen en van Slavische oorsprong zijn; namelijk chmeli = hop; volgens andere plantkundigen zou het van het Germaanse humul, humela afstammen; tenslotte beweren nog andere dat het zou afgeleid zijn van het latijns werkwoord humere dwz. vochtig zijn, juist omdat hop een vochtige bodem zou nodig hebben om te kunnen groeien.

Bestaan er dus meningsverschillen over de herkomst van de geslachtsnaam Humulus, over de soortnaam LUPULUS daarentegen is men het roerend eens. LUPULUS is het verkleinwoord van het latijnse woord "lupus" en betekent kleine wolf. Waarschijnlijk omdat de hop de planten rond dewelke hij zich naar boven slingert, als het ware wurgt.

De hop heeft een zeer oude geschiedenis.
Aanvankelijk werd de hop meer als sierstruik geplant dan als geneeskruid. In de negende eeuw staan Humalaria, ttz. Hoptuinen, reeds vermeld in de oorkonden van het klooster Freisingen bij Neichelbeck in Zuid Beieren.
Hop komt voor in het herbarium van Apuleus, en meer bepaald in de Engelse versie, die verschenen is in 1050. Toen reeds werd hop als geneeskruid aangeprezen.
In de zestiende-eeuwse kruiden boeken wordt de hop steeds vermeld.

Vindplaats:

Men vindt de hop in gematigd Europa; bij ons, dus ook in onze gemeente komt de hop in het wild voor. Men vindt de plant in heggen, in kreupelhout, vochtige bossen en bosranden.
Hop wordt in België en andere landen in grote hoeveelheden verbouwd.

Beschrijving

De hop behoort tot de familie der moerbeiachtigen (Noraceae). Het is een overblijvende, struikige, rechtswindende slingerplant. De plant wordt soms tot 5 meter hoog en windt zich met haar stengel om andere planten, bomen of heggen. Ze heeft een sterke wortelstok, waarvan de vertakte wortels tot 3 meter diep de grond indringen. De bladeren van de hop zijn tegenover elkaar staand; ze zijn drie- tot vijflobbig, spits toelopend, grof gezaagd en lang gesteeld. Aan de basis van de bladeren bevinden zich dikwijls eivormige, spitse, dikwijls paarsgewijs staande steunbladeren.
De hop is tweehuizig, dit wil zeggen, de mannelijke en de vrouwelijke bloemen groeien op twee verschillende planten.
De mannelijke bloemen staan in overvloedige, geelgroene, okselstandige ribben.
De vrouwelijke bloemen vormen kegelachtige, eivormige, geelgroen gesteelde vruchtkegels, "hopbellen" genoemd, met een lengte van 2 tot 5 cm.
De dekschubben zijn met klieren bezet. Beklopt men de vrouwelijke bloemen, dan vallen er gelig-rode klierharen en schubben uit. Dit gelig poder met een typisch aromatische geur noemt men "hopmeel", (of: Glandulae lupuli of lupulinum).

Van de hop gebruikt men de hopbellen of vrouwelijke bloempjes.
Ze worden verzameld van augustus tot september. Begin augustus dus bij het begin van het rijpen, plukt men de nog geel-groene gesloten vruchten. Dikwijls gebeurt het dat hopbellenplukkers, vooral dan zij die het nog niet gewend zijn, een sterke neiging tot slapen ondervinden. De hopteelt kent ook zijn beroepsziekten: misselijkheid, slaperigheid, zenuwachtigheid, huidprikkeling en huiduitslag als jeukende blaasjes aan handen, gezicht en geslachtsorganen, en tenslotte oogslijmvlies-ontsteking. Het is typisch dat bovengenoemde verschijnselen vooral bij vrouwen optreden. Het is evident dat diezelfde symptomen enkel voorkomen in de hopteelt; en eerder zelden bij het plukken van hopbellen van in het wild groeiende planten.

Eens geplukt moeten de hopbellen ook gedroogd worden; voor huiselijk gebruik gebeurt dit op gespannen doeken of op rekken.
Voor industriële toepassingen gebruikt men drooginrichtingen, waarin de hopbellen dan kunstmatig gedroogd worden bij een temperatuur van 40-50°C
De vruchtjes openen zich bij het drogen.
Wil men hop bewaren, dan moet dit droog geschieden hop moet tevens tegen het licht beschermd worden omdat anders eer ontaarding optreedt.

De hoofdbestanddelen van hopmeel zijn twee zeer bittere harsachtige stoffen, humulon en lupulon.
hopmeel bevat verder volgende actieve stoffen: etherische olie, looistof, choline, trimethylamine en asparagine, alsmede dextrose of druivensuiker, vet, eiwit en mineralen.
Zeer onlangs werden er ook stoffen met een oestrogeen werking in terug gevonden.

Industrieel gebruik

Wij weten reeds dat hop in grote hoeveelheden verbouwd wordt. Meer dan 50.000 ton wordt jaarlijks in de wereld verbruikt. Veruit het grootste deel gaat naar de bierbrouwerijen.
het is vooral om haar bitterstoffen dat ze gebruikt wordt bij het brouwen. Deze stoffen geven aan het bier een kruidige smaak en wekken tevens de eetlust op. Andere stoffen van de hop doen het bier beter bewaren, omdat ze beletten dat melkzuurbacteriën zich zouden ontwikkelen, die het bier troebel maken en doen bederven.
Het bier heeft zijn kalmerende en loom makende werking te danken, enerzijds aan zijn alcoholgehalte, anderzijds aan zijn bitterstoffen.

Geneeskundig gebruik

Zoals we hoger zagen kwam de hop reeds voor in het Herbarium van Apuleus van 1050; er werd hierbij opgemerkt dat de hop goede kwaliteiten bezit, indien ze in de dagelijkse dranken wordt gedaan.

In zijn "Cruydeboeck" van 1554 schrijft Dodoens over hop het volgende:

"Kracht ende werkinghe"
Hoppecruyt ghesoden ende ghedroncken opent die verstoptheyt van der lever/milte ende van den nieren ende suyvert dat bloet van alle onsuyverheyt die selve duer die urine afjaghende: ende es mits dyen goet den ghenen die scorft ruydich oft anders ghebreckelijck sijn ende onsuyver bloet hebben. Tot den selven sijn oock die jonghe spruytkens goet die in die Meerte ende April utscieten in plaetse van salaet ghegeten.Tsap van hoppecruyt inghenomen maeckt camerganck ende jaecht af die geele cholerijcke humoeren ende alle onsuyverheyt van den bloede. Dit selve sap in die ooren ghedaen reynicht die onsuyver ooren ende verdrijft alle stanck daar ut.

Twee eeuwen later wordt de hop nog steeds als geneeskruid gebruikt. De Pharmacopee van 1747 zegt het volgende: "Deszelfs eerste uitspruitzels wort een Pisdryvende en uitwazeming bevorderende kracht toegeschreven. De bellen en zaden versterken de maag, bevorderen de maandstonden en geven het bier zyn bitterheit; ook beletten ze dat het schielyk zuur' wort. "

Samengevat kunnen .we zeggen dat hop werd gebruikt bij verstopping, tegen te weinig urineren en bij het uitblijven van de maandstonden.
Ook uitwendig werd hop(meel) gebruikt in de vorm van zalven en baden bij gezwellen, eczeem, slecht helende wonden.
Vooral in de smaak waren vroeger de zogenaamde HOPKUSSENS; het hoofdkussen werd met hopbellen gevuld en de slapeloze kon slapen. Er moet,evenwel,opgemerkt worden dat die hopkussens nogal dikwijls een lichte verdoving veroorzaakten.

In onze moderne tijd wordt hop vooral gebruikt als mild werkend slaap- en kalmeermiddel.
Zo ken ik mensen van bij ons, die nog altijd, tijdens de maanden augustus en september, de hopbellen gaan plukken van de hier in het wild voorkomende hopplanten. Uit deze hopbellen maken ze dan thee op de volgende manier: in het algemeen giet men twee koppen kokend water over 2 -3 soeplepels hopbellen (= 6 tot 8 hopbellen); men laat een tiental minuten trekken en giet het brouwsel dan door een doek of zeef. Wil men eens goed slapen dan drinkt u het ganse brouwsel uit, een half uur voor het slapengaan. Gebruikt men het als kalmeermiddel of middel voor de maag, dan drinkt men het mengsel met slokjes, verdeeld over de ganse dag.
Zo gebruikt men hop in gevallen van opwinding, prikkelbaarheid, lichamelijke onrust, slapeloosheid van zenuwachtige oorsprong en tenslotte bij maagklachten van nerveuze aard.
Omwille van haar bitterstoffen, stimuleert zij de maag en wordt dan ook als licht werkend maagmiddel gebruikt.
Zij is tevens urineafdrijvend (=diureticum): om die eigenschap wordt ze gebruikt bij nierzwakte en blaasverlamming.
Zoals hoger reeds aangehaald bevat de hop volgens zeer recente ontdekkingen stoffen met een oestrogeen werking, dwz stoffen, wiens werking te vergelijken is met die der vrouwelijke geslachtshormonen, en dat voorkomen in de klassieke pil. Hierop steunt dan het vermogen van de hop om de vruchtbaarheid te verminderen, eigenschap die nog verhoogd wordt door de kalmerende werking van de hop.

Uitwendig wordt de hop praktisch niet meer gebruikt.

R. GEYSENS

Bibliographie:

Cruydenboeck van DODOENS , 1554

Pharmacopee van 1747

Handboek der geneeskruiden ( Dr. S. Börngen)

Geneeskruiden,Deel I (W. F. Daems)

Onze Volkstaal door Kruiden en Artsenijen ( Vandenbussche)

Geïllustreerde FLORA VOUR ZUID-I\EDERLAND (Enckels en G .Gielen)

Geïllustreerde FLORA VAN NEDERLAND (Heimans,Heinsius,Thijsse)

VETERINARIA et VEGETABILIA (Vanden.bussche)

LA SANTE grace aux plantes (Mathieu)

 

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany