Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1973, nummer 2
"
Leembouw in onze gemeente."

Inleiding

Wanneer we in het voorjaar rond onze woning of wellicht toevallig tijdens een wandeling het architectenwerk van onze grote vogelfamilie gade slaan, dan treft het ons elk jaar opnieuw, met welk een vakmanschap en metselwerktechnieken deze kleine diertjes hun woning bouwen.

Elke vogel kiest zijn eigen specifieke plaats uit en bezigt daarvoor zijn kenmerkende materialen. Zo weet u dat een holte in een boom een ideale woongelegenheid biedt aan spechten en mezen. Instinctmatig de zonzijde en de regenkant.

Op dezelfde wijze hebben onze voorouders zich ook moeten beschermen tegen koude en warmte. Waar zich grotten bevonden werd er van deze omgeving nuttig gebruik gemaakt, terwijl hier in onze gewesten boven moerassen paalwoningen verschenen en op vaste bodem hutten gebouwd werden van hout en gebladerte. De duurzaamheid was ook bij deze oermensen een zaak van eerste rang. De hevige stormen, stortvlagen, sneeuwbuien en de lange droogtes maakten van deze geïmproviseerde huisjes een weinig doeltreffende bescherming.

Daarom wil ik in dit artikel niet zozeer de bouwplaats belichten dan wel de manier van bouwen, ofschoon de plaats even interessant lijkt dan de structuur.

Als we de huidige inventaris nagaan van onze lemen huizen en schuren blijkt het lokale patrimonium erg gehavend. De grootste vijanden zijn de weersgesteldheid en de welvaart, maar diverse oorlogen die in onze streken hebben gewoed eisten eveneens hun tol, vermits de legers die door de dorpsstraten trokken, niet zelden hun rokende sporen achterlieten.
Een hoog percentage aan lemen gebouwen bewijst vanzelfsprekend dat er in ons dorp als het ware geen hoogconjunctuur heerste. Het bestaan van slechts enkele stenen huizen, buiten het kerkgebouw, houdt vooral een sociaal aspect in. Deze eenvoudige lieden waren, op enkele uitzonderingen na, allemaal minderbedeelden die leefden van hun agrarische opbrengst. De levensfactor stond hier namelijk in functie van hun dieren en gewassen. Er werd dan ook alleen volgens dit patroon gebouwd. Een zelfde oerelement vinden we terug in de Scandinavische landen, waar ook reeds zeer vroeg met leem en stro gewerkt werd.

De openluchtmusea in binnen- en buitenland bieden u een prachtige gelegenheid om u een overzichtelijk idee te vormen van de nog resterende exemplaren.

Onze contreien

In de kleine boerderijtjes was de kern van de gebouwen niet zozeer het woonhuis of de woonkamer, waar men slechts op zondag kon uitrusten. De essentie lag vooral in de binding tussen het woonhuis, de stal, de schuur en het neerhof.

Baltersem of Bautersheim, gelegen op de drempel van het Hageland en Haspengouw, kende geen eigen bouwtrant, doch heeft een traditionele en in zwang zijnde bouwwijze, die goedkoop moest uitvallen en een optimale ruimte bood aan mens en dier, blindelings nagevolgd. De gebouwen zijn daarom moeilijk in hun juiste bouwjaar te plaatsen en te dagtekenen.

Onze gemeente kende helaas meerdere unieke lemen huizen, doch de vooruitgang en de ontwikkeling van de boerenstand hebben ze stilaan verdrongen en ze werden vervangen door stenen huizen. Wij dachten onze verloren schatten eerst aan bod te laten komen om ze voor altijd fris in het geheugen te kunnen bewaren.

Leembouwtypes



 


 

 

 


Kempisch en Hagelands



 


 

 

 


 

 


Brabants

Het verdwenen "Kaashuisje" van Kerkom

Jammer genoeg werd een mooi boerderijtje op de Malendries in Kerkom enkele jaren geleden gesloopt. Dit gebouw bood ons een uiterst gaaf bewaard voorbeeld van de eenvoudige manier van leven van onze voorouders.
De eigenaar, Louis Bogaerts, had geen nakomelingen toen hij in november 1968 overleed. Het typische "kaashuisje", zoals de mensen het noemden bleef onbewoond en kwam in vervallen staat. De stappen die werden gedaan naar Professor Weyns, hoofdconservator van Bokrijk, om het gebouw te beschermen, bleven zonder resultaat. Uit het deskundig onderzoek bleek dat het geraamte van dennenhout was en niet in aanmerking kwam voor mogelijke afbraak en overplanting naar het Openluchtmuseum in Bokrijk. Zo bleef dit unicum dan bij ons om later verkocht en afgebroken te worden.

De volgende tekeningen en beschrijvingen zullen u echter doen betreuren dat dit kleinood verdwenen is. Het oud lemen boerderijtje stond op het nummer 42 van de toenmalige Lubbeekstraat in Kerkom.  Het lag verscholen achter knoestige olmen. Voor de verbreding van de weg er kwam was de westgevel aan de straatkant nog beschermd met een hoge haag, op dezelfde afmetingen gesnoeid als het gebouw zelf. Sinds de afschaffing van dit typische windscherm werd de strooien bedekking van de westgevel vernieuwd in stro.

Een zeldzaamheid van het gebouw , een uitstekend kaashok of kaasdroger op de eerste verdieping in de zijgevel, werd hierdoor veel meer zichtbaar. Later werd het kaashok met leem bestreken om als duiventil te dienen. Oorspronkelijk was dit een nadien aangehechte houten kooi uit latwerk, waar de kaas, ver buiten het bereik van dieren, gedroogd werd. De tekening laat deze toestand zien.Dergelijke kaashokken zijn uiterst zeldzaam geworden. Zij waren ook gekend in Limburg. Er is een exemplaar in Groot Gelmen. In het openluchtmuseum van Bokrijk kun je een voorbeeld van zulk een kaashok bekijken in een huis uit Hoeselt. In zuid Brabant nabij Nivelles is eveneens nog een te vinden. In de boerderij van de heer Van Der Noot te Kortrijk Dutsel werd het kaastorentje vorig jaar (1972) afgebroken.

De lemen muren van ons exemplaar te Kerkom waren wit gekalkt met rood geverfde plint en het stond op een ruwe stenen fundering. Enkele tientallen jaren geleden werd de dakbedekking in stro vervangen door Vlaamse pannen. Het dubbele venster (ramen omstreeks 1850) met groene buitenluiken droeg de moerbalk op zijn middenstijl. Boven de lage ingangsdeur was er een rariteit onder de vorm van een vaste vogelkooi (nadien venstertje) die binnenshuis voortgezet werd boven het tochtportaal. Op die manier kon de vogel zowel binnen als buiten fluiten. De woonkamer was verrassend gaaf bewaard, ze had witgekalkte muren met rode plint en een rode tegelvloer, vijf binnendeuren, een open Vlaamse schouw met nis voor de tondeldoos en een zeer oud exemplaar van een smalle Leuvense stoof (koperen handvaten en drie lange poten) en een berookte houten zoldering. De twee slaapkamers, die verlicht werden door zeer kleine vensters, waren nog voorzien van aangestampte roodgeverfde leem "tras" als vloer. Tussen het hoog dak van de woning en de schuur hing het opmerkelijk lager pannendak van de stal terwijl het klassieke langgeveltype doorgaans een doorlopend dak vertoonde boven die drie delen van de woning. Dit scheen geen verbouwing want de lemen muren waren ook lager. De schuurgevel boven de stal was nog met stro bedekt en de zijgevel van het woonhuis was in leem. De schuur was in drie vakken verdeeld door twee dakstoelen met middentas voorzien van voor- en achterdeur.

De naastgelegen woning

Het naburig huis nummer 40, in baksteen herbouwd, en zeer bouwvallig, vertoonde nog een strooien zijgevel en een woonkamer met aangestampte leemvloer. De buitendeur met een merkwaardig slot in renaissancestijl en gans beslagen met spijkers was afkomstig van de vroegere pastorij ( begin 1600) die bij de verwoesting in 1635 is afgebrand.

De lemen hoeve in Bijvoorde

Op de chorografisce kaart van Fricx anno 1744 wordt "Bivorde" als gemeenteplaats genoteerd, gelegen tussen Kerckum en Roosbeeck. Het gehucht bezit een historische alsook toponymische waarde. Bovendien kende Bivorde met zijn verstrooide huisjes reeds omstreeks 1300 een belangrijke versterkte plaats. Daar waar de Vloedgracht uitmondt in de Velpe stond een met een diepe gracht omwalde hoeve met vlak in de buurt een watermolen. In deze rustige omgeving midden de beemden en weilanden moeten we deze lemen boerderij plaatsen. Het decor van de achtergrond werd gevormd door de hierboven vermelde versterkte hoeve. De eigenaar is de bijna 90 jarige boer Englebert Vranckx. Omwille van zijn omvangrijke structuur moet deze hoeve rond 1800 een bedrijvige boerderij geweest zijn. Het geheel geeft aan de bezoeker een complexe indruk en biedt een pittoresk uitzicht. Het woonhuis aan de straatkant is het oudste gedeelte van het pachthof. De omringende stallingen met aan de zuidkant een ruime schuur werden in een latere periode bijgebouwd. Oorspronkelijk was de woning een Kempisch of Hagelands langgeveltype. Door de jaren heen en na verbouwingen heeft het geheel het uitzicht van een halfgesloten Haspengouws type. Gans het gebouw rust op de traditionele stenen sokkel. Het woonhuis met zijn laag afhangend dak aan de straatkant had vroeger een strobedekking evenals de beide zijgevels. Na de eerste wereldoorlog werd het stro vervangen door Vlaamse pannen.Ook beweert de eigenaar dat er vóór de herstelling van de westelijke gevel een kaashok was ingebouwd dat nadien is verdwenen.

door J.A.T.

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany