Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1974, nummers 1 & 2
"
Al wandelend langs de Velpe, delen 1 & 2."

Inleiding

Zicht op de Velpevallei; foto: Natuurpunt Velpe-MeneHet doel dezer artikelen is, niet alleen een waterbeschrijving te geven van deze rivier zoals ze nu is, maar op basis daarvan een dieptekijk te verlenen in de geschiedenis, onder andere door het lokaliseren van verdwenen molens en kastelen.
Wij hebben daarbij niet de pretentie het onderwerp uit te putten; wij maaien niemand het gras onder de voeten uit en elke hulpvaardige medewerker staat het vrij zijn eigen gedachte vooruit te brengen zonder dat wij zullen vermoeden dat hij ons een tand wil trekken.
Allée een pitske humor kan geen kwaad......

Een reisje door Opvelp

De Velpe ontspringt, als men dat kabbelen van het water "springen" kan noemen, uit een bron welke ingemetseld is in de fundamenten van een oude schuur achter het huis nummer 28 van het gehucht Culo ( een verwaalste vorm van "het broek") onder Opvelp. Deze rijke bron zorgt voor een bestendige vloed. Daarbij voegt zich het overtollige regenwater, langs allerlei greppels, van een hellend terrein, waarvan de hoogste wanden ongeveer samenvallen met de grenzen van Bevekom (ook taalgrens), Bierbeek en Willebringen. Deze ruggen benaderen hier en daar de 100 meter boven de zeespiegel.; dit terwijl de bron van de Velpe iets beneden de 80 meter ligt. Eerst vloeit de Velpe links van de Broekstraat of Velpestraat. Vanaf de brug die rechts toegang geeft tot het Leuvens College Van Dael ( nu pachthof van ereburgemeester Leclercq) vloeit de Velpe rechts van de straat. Bij het benaderen van de dorpskom ligt links het oude Jezuïetenhof. Dan gaat het onder de Hoegaardse straat, waarlangs de dorpskom zich uitstrekt, door met rechts de Sint Lambertuskerk.
Een boogscheut verder maakt de jonge Velpe een lichte zwenking naar links. Daar precies is de brug die, met een dreef rechts, toegang geeft tot het voormalige kasteeldomein van Opvelp.
De woning van de heren van Opvelp moet gestaan hebben, volgens de kaart van Popp (1850), waar zich nu de oostwaarts gelegen hoeve bevindt, de tweede vanaf de dreef.
De vluchttoren, iets hogerop gelegen, zou, naar men ter plaatse vertelt, met de woning verbonden geweest zijn door een onderaardse gang. Nu spreekt men nog enkel van de "verbrande toren". De eerste hoeve, juist achter de dreef, was vroeger de brouwerij van de kasteelheer. De derde hoeve, nu overhoeks in twee gedeeld, was de eigenlijke kasteelhoeve. De vierde hoeve (tegen de Neervelpweg), moet de hoeve van de abdij van Villers zijn, in oude stukken Belfay geheten, wat Wauters vertaalde door Schonerbuken. In de tuin westwaarts van deze hoeve zitten dikke fundamenten, overblijfselen wellicht van de "Grangia" of schuur van Opvelp, waar alle inkomsten van de hele streek, waarop de Villers abdij recht had moesten geleverd moesten worden.
De vijvers van het oude kasteel lagen oostwaarts van de eerste en de tweede hoeve. Ze lagen hoger dan de Velpe en kregen hun water van de plaatselijke bronnen en van een vloedgracht die afvloeit van de hoogten tussen Willebringen en Bevekom. Het teveel aan water vloeit verder af in de richting van de Velpe. Voorbij de bovengemelde kasteeldreef vervolgt de Velpe een goede 500 meter haar kronkelgang, met op haar linkerzijde een veldweg, vroeger een molenweg. Dan kruisen we de oude weg van Hoegaarden naar Leuven en meteen betreden we de heerlijkheid van Molenstede.

Van Molenstede naar Neervelp

De heerlijkheid van Molenstede, hoe klein ook, had vroeger haar eigen Heren. Zij schijnen er echter niet te hebben verbleven, tenminste van hun verblijf zijn geen sporen.
Zoals men zegt "hofstede" van een boerderij, zo zei men vroeger "molenstede" van een maalderij; in dit geval is de naam van de molen overgegaan op het omliggende gehucht. Waarom? Misschien omdat in oude tijden de eigenaar van de molen tevens de heer was van de omliggende heerlijkheid. Wereldlijk ressorteert dit gehucht de laatste 170 jaren onder de vroegere gemeente Opvelp, maar kerkelijk hoort het thuis bij de parochie Neervelp
Voorbij de kruising met de Hoegaardse weg hebben we rechts van de Velpe een groot vijvercomplex. Vroeger waren dat 3 vijvers, waarvan er één bekend was voor zijn rijke visopbrengst. Deze vijvers werden, onafhankelijk van de Velpe, gevoed door een gracht die het overtollige water der kasteelbronnen van Opvelp aanvoerde.
Voorbij die vijvers volgt onmiddellijk, als laatste huis van Opvelp, de molen van Molenstede of Molensteen, zoals men het veelal noemt, toebehorende aan de heer Huens. Dat is dan de bovenste molen op de Velpe, die dus wel oorspronkelijk bedoeld was voor Opvelp en Neervelp samen.
Het peil genomen op de oever van de rivier is hier 69,85 m boven de zeespiegel, dit geeft ongeveer 10 m verval vanaf de bron dus, laat ons zeggen op een afstand van zowat 2 km. Dit is het verval van de oever. Maar bij de molen is een sluis met een waterval van 3,23 m te meten vanaf 50 cm beneden de oever. Aldus vloeit, voorbij de sluis, het Velpewater op 66,12 meter. En dit brengt het verval vanaf de bron voor het water zelf op ongeveer 13,50 meter.
Van daar af doorloopt onze rivier de oud-gemeente Neervelp over een lengte van 1100 meters, in bijna rechte lijn. Vlak achter de molen ontvangt ze rechts de afloop van de vijvers en links de Kleine Driesbeek, dan doorsnijdt ze een sompige weidestrook gelegen tussen het Molenbosveld rechts en de Molenstedebemden links. Ze loopt onder de Klein Heidestraat door, waar we links de dorpskern hebben, met op een kleine heuvel de Sint Remigiuskerk. Daar komt er ook nog een leigracht uit de Molenstedebemden de Velpe vervoegen.
Verder vloeit de Velpe links van de Broekstraat, waar ze rechts weer water opneemt van een gracht uit het Broekveld. Ze vliet onder de Tiense-baan door en vervolgt lichtjes kronkelend haar loop door de weiden tot aan de Vertrijkse grens. Juist ervoor zien we rechts de Redingenstraat (Neervelp) met op het uiteinde het Neervelpse Redingenhof, waaraan vroeger een brouwerij was gehecht. Dit hof werd opgericht toen rond 1600 het Redingenhof onder Vertrijk verdween. Hierover ontstond een rumoerig proces tussen de schepenbank van Vertrijk en de heer van Neervelp.
Aan de grens gekomen maakt de Velpe al sedert honderden jaren een buiging naar het zuiden vooraleer ze  verder vloeit naar het noordoosten. Bij het verlaten van de grens ontvangt ze rechts nog het water van de Redingenbeek, die zuidwaarts de grens vormt tussen Neervelp en Vertrijk. De huidige Velpe loopt eigenlijk van daaraf in de benedenloop van de Redingenbeek. We komen er verder op terug.
Terloops weze gezegd dat Neervelp vroeger wel een aparte heerlijkheid was, doch geen enkele zijner heren schijnt er verblijf gehouden te hebben. Allicht vormden Opvelp, Molenstede en Neervelp vroeger één enkel dorp "Velp" en één heerlijkheid; maar de twee laatste kunnen door vererving afgescheiden zijn.

Lees verder in deel 2

door R. Kempeneers

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany