Inleiding
Het doel dezer artikelen is,
niet alleen een waterbeschrijving te geven van deze rivier zoals ze nu is, maar
op basis daarvan een dieptekijk te verlenen in de geschiedenis, onder andere
door het lokaliseren van verdwenen molens en kastelen.
Wij hebben daarbij niet de pretentie het onderwerp uit te putten; wij maaien
niemand het gras onder de voeten uit en elke hulpvaardige medewerker staat het
vrij zijn eigen gedachte vooruit te brengen zonder dat wij zullen vermoeden dat
hij ons een tand wil trekken.
Allée een pitske humor kan geen kwaad......
Een reisje door Opvelp
De Velpe ontspringt, als men
dat kabbelen van het water "springen" kan noemen, uit een bron welke ingemetseld
is in de fundamenten van een oude schuur achter het huis nummer 28 van het
gehucht Culo ( een verwaalste vorm van "het broek") onder Opvelp. Deze rijke
bron zorgt voor een bestendige vloed. Daarbij voegt zich het overtollige
regenwater, langs allerlei greppels, van een hellend terrein, waarvan de hoogste
wanden ongeveer samenvallen met de grenzen van Bevekom (ook taalgrens), Bierbeek
en Willebringen. Deze ruggen benaderen hier en daar de 100 meter boven de
zeespiegel.; dit terwijl de bron van de Velpe iets beneden de 80 meter ligt.
Eerst vloeit de Velpe links van de Broekstraat of Velpestraat. Vanaf de brug die
rechts toegang geeft tot het Leuvens College Van Dael ( nu pachthof van
ereburgemeester Leclercq) vloeit de Velpe rechts van de straat. Bij het
benaderen van de dorpskom ligt links het oude Jezuïetenhof. Dan gaat het onder
de Hoegaardse straat, waarlangs de dorpskom zich uitstrekt, door met rechts de
Sint Lambertuskerk.
Een boogscheut verder maakt de jonge Velpe een lichte zwenking naar links. Daar
precies is de brug die, met een dreef rechts, toegang geeft tot het voormalige
kasteeldomein van Opvelp.
De woning van de heren van Opvelp moet gestaan hebben, volgens de kaart van Popp
(1850), waar zich nu de oostwaarts gelegen hoeve bevindt, de tweede vanaf de
dreef.
De vluchttoren, iets hogerop gelegen, zou, naar men ter plaatse vertelt, met de
woning verbonden geweest zijn door een onderaardse gang. Nu spreekt men nog
enkel van de "verbrande toren". De eerste hoeve, juist achter de dreef, was
vroeger de brouwerij van de kasteelheer. De derde hoeve, nu overhoeks in twee
gedeeld, was de eigenlijke kasteelhoeve. De vierde hoeve (tegen de Neervelpweg),
moet de hoeve van de abdij van Villers zijn, in oude stukken Belfay geheten, wat
Wauters vertaalde door Schonerbuken. In de tuin westwaarts van deze hoeve zitten
dikke fundamenten, overblijfselen wellicht van de "Grangia" of schuur van
Opvelp, waar alle inkomsten van de hele streek, waarop de Villers abdij recht
had moesten geleverd moesten worden.
De vijvers van het oude kasteel lagen oostwaarts van de eerste en de tweede
hoeve. Ze lagen hoger dan de Velpe en kregen hun water van de plaatselijke
bronnen en van een vloedgracht die afvloeit van de hoogten tussen Willebringen
en Bevekom. Het teveel aan water vloeit verder af in de richting van de Velpe.
Voorbij de bovengemelde kasteeldreef vervolgt de Velpe een goede 500 meter haar
kronkelgang, met op haar linkerzijde een veldweg, vroeger een molenweg. Dan
kruisen we de oude weg van Hoegaarden naar Leuven en meteen betreden we de
heerlijkheid van Molenstede.
Van Molenstede naar
Neervelp
De heerlijkheid van
Molenstede, hoe klein ook, had vroeger haar eigen Heren. Zij schijnen er echter
niet te hebben verbleven, tenminste van hun verblijf zijn geen sporen.
Zoals men zegt "hofstede" van een boerderij, zo zei men vroeger "molenstede" van
een maalderij; in dit geval is de naam van de molen overgegaan op het omliggende
gehucht. Waarom? Misschien omdat in oude tijden de eigenaar van de molen tevens
de heer was van de omliggende heerlijkheid. Wereldlijk ressorteert dit gehucht
de laatste 170 jaren onder de vroegere gemeente Opvelp, maar kerkelijk hoort het
thuis bij de parochie Neervelp
Voorbij de kruising met de Hoegaardse weg hebben we rechts van de Velpe een
groot vijvercomplex. Vroeger waren dat 3 vijvers, waarvan er één bekend was voor
zijn rijke visopbrengst. Deze vijvers werden, onafhankelijk van de Velpe, gevoed
door een gracht die het overtollige water der kasteelbronnen van Opvelp
aanvoerde.
Voorbij die vijvers volgt onmiddellijk, als laatste huis van Opvelp, de molen
van Molenstede of Molensteen, zoals men het veelal noemt, toebehorende aan de
heer Huens. Dat is dan de bovenste molen op de Velpe, die dus wel oorspronkelijk
bedoeld was voor Opvelp en Neervelp samen.
Het peil genomen op de oever van de rivier is hier 69,85 m boven de zeespiegel,
dit geeft ongeveer 10 m verval vanaf de bron dus, laat ons zeggen op een afstand
van zowat 2 km. Dit is het verval van de oever. Maar bij de molen is een sluis
met een waterval van 3,23 m te meten vanaf 50 cm beneden de oever. Aldus vloeit,
voorbij de sluis, het Velpewater op 66,12 meter. En dit brengt het verval vanaf
de bron voor het water zelf op ongeveer 13,50 meter.
Van daar af doorloopt onze rivier de oud-gemeente Neervelp over een lengte van
1100 meters, in bijna rechte lijn. Vlak achter de molen ontvangt ze rechts de
afloop van de vijvers en links de Kleine Driesbeek, dan doorsnijdt ze een
sompige weidestrook gelegen tussen het Molenbosveld rechts en de
Molenstedebemden links. Ze loopt onder de Klein Heidestraat door, waar we links
de dorpskern hebben, met op een kleine heuvel de Sint Remigiuskerk. Daar komt er
ook nog een leigracht uit de Molenstedebemden de Velpe vervoegen.
Verder vloeit de Velpe links van de Broekstraat, waar ze rechts weer water
opneemt van een gracht uit het Broekveld. Ze vliet onder de Tiense-baan door en
vervolgt lichtjes kronkelend haar loop door de weiden tot aan de Vertrijkse
grens. Juist ervoor zien we rechts de Redingenstraat (Neervelp) met op het
uiteinde het Neervelpse Redingenhof, waaraan vroeger een brouwerij was gehecht.
Dit hof werd opgericht toen rond 1600 het Redingenhof onder Vertrijk verdween.
Hierover ontstond een rumoerig proces tussen de schepenbank van Vertrijk en de
heer van Neervelp.
Aan de grens gekomen maakt de Velpe al sedert honderden jaren een buiging naar
het zuiden vooraleer ze verder vloeit naar het noordoosten. Bij het
verlaten van de grens ontvangt ze rechts nog het water van de Redingenbeek, die
zuidwaarts de grens vormt tussen Neervelp en Vertrijk. De huidige Velpe loopt
eigenlijk van daaraf in de benedenloop van de Redingenbeek. We komen er verder
op terug.
Terloops weze gezegd dat Neervelp vroeger wel een aparte heerlijkheid was, doch
geen enkele zijner heren schijnt er verblijf gehouden te hebben. Allicht vormden
Opvelp, Molenstede en Neervelp vroeger één enkel dorp "Velp" en één
heerlijkheid; maar de twee laatste kunnen door vererving afgescheiden zijn.
Lees verder in
deel 2
door R. Kempeneers