|

Deze tekst kan men lezen op een gedenksteen in de muur van
de Gemeentelijke meisjesschool van Boutersem (-Kerkomsesteenweg-). Velen 'hebben hem ongetwijfeld
reeds opgemerkt en gelezen; weinigen echter zullen zich op dit ogenblik , anno 1974, nog
realiseren wat die tekst in feite inhoudt.
Hij herinnert namelijk aan een gevecht dat op I9 augustus 1914 te Boutersem en te Roosbeek
geleverd werd tussen eenheden van het 3de linieregiment, dat deel uitmaakte van de achterhoede
van het Belgisch Veldleger, en stoottroepen van het Duitse leger.
Tijdens deze harde
gevechten op het grondgebied van onze gemeente sneuvelden aan Belgische zijde verschillende
officieren en soldaten.
In een aantal bijdragen, die zullen verschijnen in dit en de volgende nummers van "Velpeleven",
zullen de gebeurtenissen van 19 augustus 19I4 te Boutersem in detail behandeld worden.
Alvorens echter daartoe over te gaan ware het wellicht nuttig en leerrijk vooraf even de
gevechten die toen in onze gemeente gewoed hebben, te situeren in het algemeen beeld van
de Eerste Wereldoorlog om alzo een betere kijk op het geheel te krijgen.
Op school hebben we vroeger geleerd dat de Eerste Wereldoorlog in eerste instantie veroorzaakt
werd door het groeiende nationaliteitenbewustzijn bij vele volkeren in de wereld, door hun
onderlinge naijver en door de sterke tegenstellingen die er binnen een aantal staten bestonden;
denken we bijvoorbeeld maar eens aan de Donaumonarchie Oostenrijk-Hongarije, die een
kunstmatig samenraapsel was van een aantal volkeren en nationaliteiten, die met elkaar weinig
of niets gemeen hadden.
Denken we verder aan de onoverzichtelijke politieke chaos bij
de Balkanstaten en het Turkse rijk, en aan de onrustige situatie in het Tsaristische Rusland,
dat toen aan de vooravond stond van de bolsjewistische revolutie.
Frankrijk zon zijnerzijds op
weerwraak voor zijn smadelijke nederlaag in de Frans-Duitse oorlog van 1870-71, terwijl
Groot-Brittannië een einde wilde stellen aan de concurrentie van de groeiende Duitse industrie.
Duitsland tenslotte voerde bewust een wereldpolitiek die er op gericht was in Europa én in de
wereld een unieke machtspositie te veroveren.
Dat dit alles, gepaard aan een ongebreidelde bewapeningswedloop, onvermijdelijk leiden moest
tot een explosieve situatie bleek duidelijk op 28 juni 1914, toen Aartshertog Frans-Ferdinand
van Habsburg, kroonprins van Oostenrijk-Hongarije, en zijn echtgenote tijdens een bezoek
aan de Bosnische hoofdstad Serajevo, vermoord werden door een student van Servische herkomst.
Dit was voor de Donaumonarchie de gedroomde gelegenheid om met zijn lastige nabuur Servië eens
en voorgoed af te rekenen.
Op 23 juli 1914 verklaarde Oostenrijk-Hongarije, ondersteund door
Duitsland, de oorlog aan het kleine Servië.
Dit feit betekende de aanloop tot een kettingreactie van oorlogsverklaringen.
Onmiddellijk
begon Rusland zijn leger te mobiliseren, waarop het een oorlogsverklaring ontving van Duitsland
op 1 augustus en van Oostenrijk-Hongarije op 6 augustus.
Op 2 augustus viel Duitsland het Groothertogdom Luxemburg binnen; op 3 augustus verklaarde het
de oorlog aan Frankrijk en op 4 augustus eiste het voor zijn legers vrije doorgang door België,
teneinde op die manier de Franse verdedigingslinie in de rug te kunnen aanvallen.
België weigerde echter, getrouw aan zijn neutraliteitspolitiek, waarop de Duitsers ons land
binnenvielen.
Daarop verklaarde Groot-Brittanië, dat de Belgische neutraliteit waarborgde, onverwijld de
oorlog aan het Duitse Rijk.
Op één week tijd was aldus een groot deel van Europa in een algemene oorlog verwikkeld geraakt.
Op 4 augustus 1914 trokken de Duitse troepen over de Belgische grens; ons leger, dat bestond
uit 117.000 man, bood dapper weerstand aan de oprukkende vijand, doch moest wijken voor de
enorme overmacht aan troepen en materiaal.
Op 16 augustus vielen de Luikse forten, waarna de Duitsers verder door België oprukten.
Na enige kleinere gevechten en de Belgische overwinning te Halen, die het Duits offensief
aanzienlijk vertraagde, trok het Belgisch veldleger zich vanaf 18 augustus via Leuven terug
achter de Antwerpse vestinggordel.
Om dit manoeuvre te dekken had de Belgische achterhoede, waartoe ook het 3de linieregiment
behoorde, postgevat halfweg Tienen Leuven, op het grondgebied van de gemeenten Roosbeek en
Boutersem.
Het was deze achterhoede die op 19 augustus 1914 aangevallen werd door de oprukkende Duitse
stoottroepen.
Het gedetailleerd relaas van deze gevechten en de rol die onze gemeente daarin gespeeld heeft
zullen hierna behandeld worden.
P. DORMAELS
|