Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1974,
nummer 2
" Boutersem in de eerste wereldoorlog:
 19 augustus 1914 - Eén tegen honderd - deel 2."

terug naar deel 1

Een relaas van de slag bij de oude vijvers in Roosbeek; uit het boek van René Vermandere, hoofdstuk één:

Een kazernvloek kwam over zijn trillende lippen, en van het gunstig oogenblik gebruik makend , huilde hij met gescheurde stem zijne manschappen toe:

- "Let op jongens... de albochen snijden ons den pas af. Naar het dorp toe .. langs daar Sergeant Stevens..."
Zijn uitgestoken arm kostte den boom waarachter hij stak, een heel deel hagelwonden , maar de reus verdroeg die menschenwoede zoo onwrikbaar, als hij eene eeuw lang des woede der orkanen had getrotseerd.

Bijna elk die kon maakte dat hij wegkwam, kruipend, op handen en voeten lopend, geraakte een deel mannen in de gracht, en sukkelde van daar door de haag in den boomgaard, waaruit zij in de richting der kerk, wegrenden. Eilaas hier ook, was het voor menigen braven jongen het laatste oogenblik, want de soldaten op den steenweg namen ze onder een schrikkelijk vuur. De overste was de eenige die nog rechtstond, achter zijn populier. Ook Mane en Thijl met een tiental maats bleven naar doorschieten, terwijl zij steeds achterwaarts kruipend, eindelijk tegen de haag terecht kwamen.

- "Laten wij ons hier vastspijkeren, jongens", schreeuwde Nane.
- "Hier of verder op is eender", zegde bedaard aan zijn zijde een piot, met fijn besneden wezenstrekken en een gitzwarten baard.
Maar thans vernam de kapitein geweervuur achter zijn rug, en een oogenblik dacht hij zich omsingeld. Nu eerst bemerkte hij een huis, tussen de hoeve en den steenweg gelegen, en juist viel zijn oog op een Belgische kepi die uit de zoldervenster keek. Een man vuurde van daaruit op den vijand.
- "Kruipen", huilde hij, "wij zullen de nietweerds daar langs achter nog een beetje spel leveren."
Hij liep maar rechtop, alsof zijn bevel van voorzorg maar de anderen betrof en de kogels onschadelijk voor hem waren. Maar eensklaps onderdrukte hij een gil die tot zijn lippen steeg. Met hem drongen Thijl en zijn maats de woon binnen; acht soldaten, waaronder een met half afgeschoten oor, en wiens bloed in zware droppels op den schouder lekte. Een viertal die mede gepoogd hadden aan de woon te geraken wierden door het Duitsche lood in dit pogen gestuit, en bleven jammerend onder weg liggen. De bewoners waren gevlucht en hadden slechts den tijd gevonden - men zag het wel - om geld en juwelen te redden. Het huis was een vierkante stomme blok, denkelijk door den vroegeren pachter der hoeve daar ten minste koste geplaatst om er te rentenieren. Dergelijke soort van rust zal de man zijn eigen nooit hebben voorgesteld.
Het gebouw bestond uit verdiep en zolder, die elk een venster hadden met uitzicht op den bloedigen akker, waar de jongens zich zoo heldenmoedig hadden verweerd.
- "Naar boven", klok Somville's stem in de landelijk bemeubelde keuken van het gelijkvloers. "Ik kom zoo aanstonds. Geef het hun maar goed!"

Hij moest op de tanden bijten om het niet uit te grijzen van de pijn, want hij had zo-even een kogel in den rechterarm gekregen. Hij verzweeg dat echter en had maar een spijt, dat hij er niet meer mee mikken kon. Toen hij daar zo-even naar den trap wees met zijnen gekwetsten arm had hij tien duizend sterren gezien!

Reeds knetterde het geducht boven zijn hoofd. Hij ook rende nu den trap op, en op 't eerste gekomen zag hij dat zijne mannnen een matras in het open venster duwden, en dan maar aanstonds hunne roeren deden spreken.
- "Gemaakt gekocht", lachte de zwarte baard zijne sneeuwwitte tanden latende zien, terwijl hij maar aanhoudend vuurde, "ze moeten den vent die hier die fortificatie heeft besteld decoreren".

Ook uit het dakvenster klonken de schoten bedichter. In het eerst kwam er geen antwoord. De vijand zal denkelijk gedacht hebben dat de Belgen tot den laatsten man waren weggekomen. De officier ijlde naar de zolderkamer, de pijn van zijnen gewonden arm effenaf vergetend, in de razende voldoening van den nieuwen toestand die zich hier voordeed.
- "Sta daar niet al voor dat venster, verdomme", vloekte hij tot Thijl, Nane, den sergeant en de anderen "stoot pannen uit, daar, daar, amei, oei!"

In zijne drift had hij weer zijn zieken arm vergeten, en zelf met zijne twee geloken vuisten tegen de pannen gebeukt; nu stond hij daar zich te krullen van de pijn, hoeveel moeite hij ook deed om zijn leed te verbergen.

- "Ca y est ", riep eensklaps de sergeant, die geschoten werd dwars door het dak, in vlakke borst, toen hij door het gemaakte pannegat aanleggen wilde.
- "Mon Dieu, ces shenapans", zoo gromde hij zijn laatste razernij uit, en een paar stappen achteruitdeinzend, viel hij, met het hoofd op een deel sparremutsaards en bleef er stuiptrekkend liggen.

De woede, de doodsverachting die allen vervoerden, maakten hen onverschillig aan gelijk wat nu gebeuren mocht. Aan de deur der eeuwigheid slaat men geen acht op 't gezelschap. Slechts de kapitein bukte zich, en Stevens' hand vattend voegde hij hem in het fransch toe; " Vaarwel Stevens, gij sterft als een moedig soldaat!"


( wordt vervolgd )

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany