Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1974, nummer 2
"Het getouw."

Het gebeurt bij een bremstruik,of liever op een bremstruik, daar vinden we de wever bij zijn getouw. Hij zit op zijn afgewerkt doekt. Wie heeft er nog nooit een spin gezien? Maar wie durft er beweren dat hij er alles over weet? In elk geval, ik niet. Bij toeval ging of ga ik mij verdiepen in die achtpotige wezens. Reeds van ver zien wij 't spinnenweb in de zon glinsteren en naarmate we dichterbij komen lijken het echte wielen, die met lange zijdraden vastgehecht zijn aan de takjes en stekels van de brem.

Hoe kan een spin zulk een weefsel uitbouwen? Ja, iedereen kreeg alles om zijn weg te maken in de wereld en zo kreeg de spin haar wonderlijk weefinstinct.
Zie je dat spinnenweb? De eerste draad die de spin uitspint zit nergens aan vast.. De wever zit op een tak(je) aan de windzijde en laat de draad los hangen. De wind speelt met het draadje -'t is zo licht en zo broos zodat het lichtste briesje ermee kan spelen.

A: loerveld
B: Spaken

De spin maakt het draadje langer en langer en daar zie, door de wind gedragen bereikt de draad een tegenoverstaande tak en kleeft daaraan vast. Dat voelt de spin aanstonds, trekt er eens aan om zekerheid te hebben en dan pas zal ze de draad vasthechten aan haar kant. Nu gaat ze heel voorzichtig over die touwenbrug, spint een tweede draad kleeft die aan de eerste draad zodanig dat een sterke kabel ontstaat. Nog een paar zulke draden worden neergelaten, onderling verbonden en zo is het raam van haar net ontstaan. Vanuit het midden begint de spin de spaken van haar wiel te spinnen, allen ongeveer even ver van mekaar. Eens die klaar, loopt ze in kringvorm rond telkens een draad achter zich meeslepende dewelke ze vastmaakt wanneer ze aan een spaak komt.
In 't midden van dit net is het loerveld van de spin; daar houdt ze zich op en wacht op haar prooi. Als je nu goed kijkt lijkt het wel of al die draden nat zijn. Net of er dauw op ligt. Waarlijk een schitterend spel in het zonlicht.
Niet alle draden zijn nat, enkel de spiraaldraden. Deze glinstering komt voort van kleine, heel kleine dropjes kleefstof die de spin samen met haar draden uitspint. Het is die bewuste kleefstof waarin alle insecten blijven hangen. De gesteldraden, waarop ze bij aanvang van de bouw zo druk heen en weer moest lopen, die kleven niet.
tentwebOver die draden ijlt ze naar haar gevangenen. Op zo'n net zullen er ongeveer een klein 100.000 ik zeg wel (honderdduizend) kleefdruppels zijn. Hierboven schreef ik over het loerveld. Inderdaad, daar zit de spin praktisch altijd. Haar acht poten houden elk een draad vast en de minste trilling wordt zij gewaar. Het geringste vliegje dat er tegen vliegt zit gevangen.

Nu is onze bouwer klaar. Het gaat hier namelijk over de kruisspin. (Haar naam is makkelijk te begrijpen, daar op haar achterlijf een grijs-wit kruis te zien is) De kruisspinnen hebben drie soorten nesten respectievelijk de tentvormige die te zien valt bij de dennenbomen, de hangende of visnetweb en de hierboven beschreven architectuur, namelijk een radvormige.

(wordt voortgezet)

Kris de Brandt.

bibliografie: Dieren en planten in bos en veld H. Defoort (Averbode)

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany