Benaming:
Het Klein Hoefblad heeft veel volksnamen.
In Leuven noemt men het: Wolfsblaren, soms ook Wolverblaren. Elders in Vlaanderen heet het Dauwkool (Oudenberg)
Dokkeblaren, Muizenoor (Oedelem), Dogge, Ezelsppot, Hoefblaren, Kleine wilde rabarber, Papblaas,
Pappeblaars, Zoon-vóór-de vader, Hoefkruid, Paardehoef, Paardsklauw, enz.
De wetensschappelijke naam is: TUSSILAGO FARFARA. Het woord Tussilago wijst reeds op zijn
gebruik in de geneeskunde: Tussis = hoest, en agere= verjagen.
Vroeger noemde Klein Hoefblad ook: filius ante patrem omdat de bloemen opkomen, openbloeien en
verslensen vooraleer de bladeren zich vertonen.
Zoon-vóór-de
vader
We hebben ditmaal het Klein Hoefblad in de kijker willen plaatsen omdat de zachte
weersomstandigheden er voor gezorgd hebben dat deze plant nu reeds zijn bloemen opent.
Typisch hierbij is dat er van bladeren nog geen sprake is, vandaar trouwens de, volksnaam: Zoon-vóór-de vader.
De bloeiwijze bestaat uit eindstandige goudgele bloemkorfjes. In mei, na het afsterven der bloemen
vormen zich de 10-15 cm brede, langgesteelde, van boven gladde maar van onderen viltige bladeren.
De bladeren zijn aan de onderzijde als met geel meel bestrooid; vandaar de naam farfara; far = meel;
ferro = ik draag. De bladeren hebben de vorm van een paardenhoef.
Men vindt het Klein Hoefblad aan wegen, spoordijken, bermen, puinhopen, vooral ook op leem- en
kalkachtige gronden.
Volgens het volk groeit deze plant daar waar er steenkolen in de ondergrond liggen.
Geneeskundig gebruik:
Men gebruikt het blad, maar voornamelijk het bloemhoofd. Klein Hoefblad behoort tot de oudste..
en, meest gebruikte hoestmiddelen. Vroeger werd het niet alleen als thee gedronken, maar ook werd
de rook van aangestoken bladeren ingeademd. Deze rook zou kortademigheid en droge hoest genezen.
Ook nu nog vermengen oude mensen, die aan chronische bronchitis of asthma lijden, tabak met
gelijke delen klein hóefbladbladeren. Oók nu wordt het Klein hoefblad, omwille van zijn slijmstof,
nog gebruikt als verzachtend middel en expectorerend middel. Het verzacht de pijnen te wijten aan
ontstoken slijmvliezen. Mïnder wordt het gebezigd bij stoornissen van de urinewegen. Men maakt
een aftreksel klaar van 2 soeplepels bladeren of 1 soeplepel bloemen per tas kokend water; door
een doek zijgen om de kleine scheutjes te verwijderen die de keel prikkelen. Uitwendig wordt het
aftreksel als gorgelmiddel en als omslagen op wonden en ontstoken slijmvliezen gebruikt.
door R. Geysens