Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1974,
nummer
s 3 & 5
"
Al wandelend langs de Velpe,
delen 3 & 4
."

Redingen

Daar waar nu de Velpe, met een bocht zuidwaarts, Neervelp verlaat, vinden we op haar rechterzijde een aantal weiden die samen een groot driehoekig complex Een zicht op de Velpevallei; foto Natuurpunt Velpe-Menevormen. In het midden ervan stond weleer het kasteel met hofkapel der edele heren, geheten "van Redingen" omringd door vijvers, het droeg de naam Waterhof. Wat hogerop, aan de boord van de akkers was een weide, nu gedraineerd, die zo rijk was aan bronnen dat er rond 1500 nog een brouwerij gevestigd was. Het goed van Redingen was deels eigen goed, deels leengoed van Brabant, maar op hun beurt traden de heren van Redingen zelf op als leenheren over de heren van het gehucht Honsem onder Willebringen, de edelen "van Honsem". De toegang tot het kasteel van Redingen liep met een brug over de Velpe in de verlenging van de huidige Dalemstraat naast de hoeve van de familie Smeyers naar de Neervelpstraat; zo is het te zien op een schets van 1600.
Wat verder, stroomafwaarts, waar thans de Velpe onder de autosnelweg E40 doorstroomt, juist in het midden van de autostrade lag vanaf 1400 tot 1971 een tweede Redingenbrug in de Broekstraat. Beide bruggen zijn nu verlegd ten noorden van de E40. Iets verder links van de huidige Velpe  ligt het restant van een moerassig schaarhoutbos van 9 dagmalen groot. Dit was rond 1500 de molenvijver van Redingen. Nu nog noemen oude mensen deze plaats "'t Savoor", verbastering van het Franse woord "réservoir", dit is water ophoud of molenvijver. De watermolen van Redingen stond juist verder, waar nu op de rechteroever van de Velpe de haag van het Kwabeekkasteel afzwenkt vanaf de huidige Redingenstraat. Deze molen noemde men ook de "Kwade molen van Redingen" en heeft als dusdanig zijn naam overgedragen op het zuidwaarts gelegen "Kwade molen veld". De straat die vroeger de Kwade molen met de Redingenstraat verbond heette "Kwade Molenstraat". En de weg welke vroeger van het gehucht Dalem, dwars over de Broekstraat, naar de Kwade Molen toe kwam werd "Kwade Molenweg" genoemd.
Hier is het moment gekomen om uit te weiden over  de "Oude Velpe langs Dalem". We keren daarom terug naar het punt waar de Velpe Neervelp verlaat. We zegden hoger dat daar thans de Velpe haar draai rechts of zuidwaarts neemt.. Vroeger, voor 1400, nam de Velpe aldaar haar wending links, dus noordwaarts, met de Neervelpse grens mee, om vervolgens oostwaarts te vloeien tussen de weiden en het pachthof van Dalem (hoeve Smeyers) door; ze liep wat verder onder Broekstraat door. Dus de eerste brug in de Broekstraat lag een 100  tal meters meer noordwaarts dan nu. Vervolgens vloeide de oude Velpe, gescheiden door een stevige dam, waarop de Kwade Molenweg liep, eerst ten noorden, dan ten oosten van de Kwade molenvijver tot bij de Kwade molen.
Deze oude Velpe heeft waarschijnlijk de naam gedragen van "Kwade beke" omwille van haar rotte bedding. Dit is misschien de aanleiding geweest waarom men in de Middeleeuwen aan het pachthof en het kasteel, wat lager gelegen, de naam gaf: het goed van Kwabeke. Nog een bijzonderheid: er waren na 1400 twee Jan Vandenborchoven, vader en zoon, die elkander opvolgden als kasteelheer van Kwabeke. Om onderscheid te maken tussen de twee, gaf rond 1500 de heer van Opvelp, aan de oudste een bijnaam: hij noemde hem 3Jan Vandenborchoven alias van der beke", alsof hij wilde zeggen, "die met zijn bekenkwestie". Wellicht had deze man zich gelast met het herleiden der Velpe in een nieuwe bedding. Dit zou dan gebeurd zijn tussen 1428 en1440.
We moeten er nog aan toevoegen dat de Kwade Molenvijver gevoed werd door een beekje dat het overtollige water aanvoerde van de bronnen te Redingen, nadat dit de slotgrachten van Redingen gevuld had. De nieuwe bedding van ons riviertje was korter dan de oude; ze volgde het tracé van het beekje en zorgde door haar grotere omvang voor een betere afwatering van het Redingendomein. De  Kwade Molen is kort daarna vergaan of vervallen. Reeds in 1497 kocht de heer van Kwabeke het Redingenmolendomein op, hij liet de Kwade Molen afbreken en liet de Kwade Molenvijver leeglopen.

Kwabeek

Waar de Velpe de Kwade Molen-plaats voorbijvliet, daar verlaat ze het vroegere Redingendomein en treedt het Kwabeekdomein binnen. Op de linkerzijde zien we het heerlijk slot van Kwabeek, dat vroeger rondom met water omgeven was en toegankelijk was met een ophaalbrug langs het noorden, bij het huidige portiershuisje. Tussen Velpe en kasteel bemerken we een hoge arduinen schandpaal (n.v.d.r. deze is spoorloos verdwenen), hij draagt het wapenschild der "de crabeels" die rond 1700 heren van Opvelp waren. Getuige en zinnebeeld van de vernederde Opvelpenaars werd hij door hen bij de grote revolutie stukgeslagen. Een latere heer van Vertrijk werd eigenaar  van de grond waarop de stukken lagen. Hij deed de paal restaureren en weghalen en gaf hem een plaats in zijn park.
Daar verbrede zich vroeger de Velpe tot een molenvijver met er tegenaan rechts nog een vijvertje voor de kasteelbrouwerij in de hoek tegen de Redingenstraat. Nu is de molenvijver links als gedeelte van de vroegere slotgracht. De Velpe vloeit onder de Kwabeekstraat door en daar staan we aan de molensluis met een verval van 2 meters. Links hebben we de molen van Kwabeek, ook nog genoemd "molen van Tersluizen". Molen en kasteel vormden vroeger 2 aparte leengoederen: het kasteel als heerlijkheid van Kwabeek en de molen als symbool van de heerlijkheid over het dorp Vertrijk. De 2 lenen werden doorgaans door dezelfde heer bezet, maar krachtens de heerlijkheid van Tersluizen strekte de jurisdictie of zeggenschap van de heer zich uit over heel het dorp met het recht van een dorpsmeier, een dorpsofficier (ordebewaarder, veldwachter) en 7 dorpslaten of schepenen te benoemen. Na 1300 hebben de Vertrijkenaars geprobeerd daar een stokje voor te steken, maar ze werden flink op de vingers getikt door hertogin Joanna!
Lange tijd werden in de huiskamer van de molen de dorpsarchieven bewaard, en hield de Vertrijkse schepenbank haar 14 daagse zittingen en gerechten.
Het oude goederenregister van Kwabeek besloeg meer dan 200 hectaren eigendom gelegen onder Vertrijk, Neervelp en Bierbeek, waarvan wel 70 hectaren van de oorspronkelijke stok.
Het oude cijnsboek (belastingen) van Kwabeek bestreek 3/4 van Vertrijk, een belangrijk deel van Willebringen,alsook de grond waarop de pastorij van Roosbeek staat. Op 5 hoeven had onze heer het oeroude recht bij overlijden van de pachter het beste pand te kiezen als successierecht: het sterkste paard of het mooiste juweel.  Na 1600 liet de heer zich dit recht dikwijls afkopen door een éénmalige betaling van 20 à 30 guldens.
Naast de molen werd rond 1830 één der eerste suikerbietmaalderijen van België opgericht, doch deze bezweek spoedig en de heer moest zijn "machine à vapeur" terug verkopen omdat hij dreigde te bezwijken onder de concurrentie van grotere fabrieken, bovendien kon hij zelf niet raffineren.
Daarnaast hebben we de fameuze hoeve van Kwabeek, welke volgens Wauters aan de oorsprong ligt van het kasteelgoed: deze hoeve (niet het huidige gebouw natuurlijk!) zou kunnen stammen, maar dan onder een andere naam (misschien hoeve van Tersluizen?) uit de Frankische tijd. Dit is gemakkelijk te verstaan door de aanwezigheid van een vroegmiddeleeuwse bidplaats, genaamd "het heilig huiske" staande op de molenberg juist ten zuiden van de Velpe en waarvan de sporen wellicht zijn uitgewist door de Noormannen vóór 900.
Hoe we tot dit besluit kwamen? Er bestond te Vertrijk namelijk een eigenaardige missenfundatie, welke moest bestuurd worden door de kasteelheer uit de opbrengst van goederen die hij beridderde en mee vererfde met zijn eigen goed. Met de opbrengst moest hij wekelijks twee missen laten doen, één in de kapel van zijn kasteel en één aan het hoofdaltaar van onze huidige kerk in Vertrijk. Beide missen werden opgedragen ter ere van Onze Lieve Vrouw. Dat eigenaardige recht van de kasteelheer laat ons veronderstellen dat die fundatiegesticht werd door één van de voorgangers van de kasteelheer, waarschijnlijk een bewoner van de hoeve van Kwabeek, en dat vóór er een kasteel met kapel een kerk op Scherpenberg bestond, waar ze nu is. Daarbij,  een fundatie met 2 uitvoeringsplaatsen is te buitengewoon om oorspronkelijk te zijn. Als nu al de missen oorspronkelijk op éénzelfde plaats gebeurden, laat ons zeggen in het "heilig huiske" op de molenberg, maar die bidplaats werd afgeschaft of verwoest, dan is het vanzelfsprekend dat de nieuwe kerk die kwam te staan zekere rechten had, maar de kasteelheer had er ook, en die kon hij uitvoeren in een kapel die hij kon inrichten, binnenin zijn kasteel.
In die omstandigheden wordt het geval verstaanbaar.Maar dat voert ons terug in de tijd, tot vóór 900, vermits van kort erna de kerk van Vertrijk op zijn huidige plaats staat.

door R. Kempeneers

Terug naar deel 1
Verder naar
deel 3

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany