- "De smeerjokkels hebben ons al
ontdekt", gromde de sinjoor.
"Zie, groote lummel, dat is voor u!" Hij moest een bijzonder scherpe schutter zijn. De
groote lummel dien hij bedoelde zonk door zijn knieën, en tevens viel er nog een ander aan zijne
zijde.
Zo aanhoudend door hadden de Belgen gevuurd, dat de Duitschers zullen gemeend hebben wel
voor honderd verschanste vijanden te staan. Zij liepen den akker over, schuilden achter de haag,
sprongen weer op en liepen tot bachten de schuur van waar zij, schuins voor zich, de roeren uit
het dak- en verdiepvenster zagen steken. De pannen hadden het nu gedaan: het regende roode
scherven op de laatste verdedigers, en een klein bleek soldaatje, met blauwe ogen en rosse
stekels, viel in Thijl's armen .
- "Ons moeder", mompelde de arme drommel. Denkelijk
verbeelde hij zich nu, in zijn doodstrijd, voor eene overheid te staan, want hij bracht zijne
hand aan de slapen : "Charles Boveleers" ,mompelde hij, alsof hij niet onbekend wilde sterven. Maar hier kwam een
gulp bloed uit zijn scheef getrokken mond en ... thans stond hij werkelijk voor
een geduchte, maar tevens de allergoedertierendste overheid. De kogels kwamen al leeger en leeger,
en nu mikten de Duitsche lummels juister, en er regenden er van langs om meer in dien ongelijken
strijd van honderd tegen een.
- " Op den grond ", bevool Somville ." de smeerjokkels
zullen wel voor schietgaten zorgen ".
Werkelijk, langs den schuurkant hingen er bijna geen pannen meer. De jongens
bleven maar doorschieten plat op den planken vloer liggend. De signoor ging
voort met het doodsvonnis af te lezen van d' albochen die hij naar de andere
wereld hielp.
- "Daar grijze rekel... Dat is wat
sauerkraut bij uw schweinefleisch." Eensklaps sprong hij recht, huilend,
zichtbaar geweld doende om nog iets te zeggen, een kogel vlak in de kaak had
zijn kin vermorzeld. Bloed kwam gegoten uit den mond dien hij wijd openhield, en
waarin de tong en gehemelte stuk waren geschoten. Maar nu werd hij een schijf,
wier zicht de albochen aan de schuur deed juichen en lachen; twintig kogels te
gelijk drongen hem door de krachtige, mannelijke, moedige borst, en hij stortte
neer in eene laatste broebeling van onverstaanbare woorden.
- " Naar 't
eerste", grolde de kapitein, en 't voorbeeld gevend, kroop hij, nog immer met
het pijpken tusschen de tanden, naar den trap toe, wijl Mane en Thijl volgden.
Dicht den hoek, zagen zij daar den schoonen jongen man, kreunend, met den kogel
door het hoofd, in de stuiptrekkingen van den pijnlijksten doodstrijd liggen.
Over hem heen was de soldaat met zijn afgeschoten oor, dood neergestort. Uit
eene kleine keelwonde lekte gedurig bloed op den pekzwarten baard van den
stervenden krijger. Onverschillig aan al deze afschuwelijkheden, stond de
Westvlaming, door de matras gedeeltelijk beschut, maar door te mikken, zoo
gerust alsof hij in eene schiettent op de foor zijne behendigheid beproefde.
- "
Langs achter weg ", klonk eensklaps de schorre stern van den kapitein, " ze
voeren kanon aan!".
Inderdaad aan den hoek der schuur was men het stuk aan 't
opstellen en, al te laat eilaas, scheen het de mannen toe dat het nu of nooit
tijd van wijken was.
Zij stormden den trap af, maar voor zij nog de achterdeur
hadden bereikt , stonden zij eensklaps in een stikkenden dampkring van rook en
vuur die het weinig besef dat zij tot nu toe overhielden, in razende
ijlhoofdigheid deed overslaan.
Het was alsof het huis uit zijne grondvesten
sprong en weer neerplofte in gruis geplet onder zijn eigen ge wicht. Balken
kraakten, muren begaven vielen om of bleven daar, vallens gereed en scheef
getrokken, hangen.
Eene wolk van witrood stof ontstond oogenblikkelijk, die
Thijl het ademen belette. hem in neus, mond en ooren drong. Het was een stond
teenemaal duister, hij lag ten gronde en zijn rechterschouder deed hem pijn, als
had hij daar een geweldigen slag ontvangen. het gevoel van zelfbehoud deed hem
opspringen, en door eene opening van den muur vluchtte hij langs achter weg ,
waar hij het vrije veld zag door de blijde zonne beschenen, waar hij het leven
zag, geen ander doel meer kennende dan 't bereiken van die plaats, dan te
ontkomen aan die hel, hij de eenige misschien die er niet door werd verzwolgen!!
"
door Rene Vermandere.
- S L 0 T -
N.B. Hier eindigt het verhaal van de strijd aan de Oude Vijvers van I9
augustus 1914, zoals THIJL SPERREMAN hem beleefd heeft.
Dit relaas werd
integraal en in de oorspronkelijke versie overgenomen uit het boek "TIJL", dat geschreven werd door RENE VERMANDERE en in 1927 te Antwerpen werd
uitgegeven.
Verder in dit boek lezen we dat Thijl vlucht
in de richting van Leuven, dat hij via Lovenjoel en Korbeek-Lo, zal bereiken.
P. Dormaels § R. Geysens.
( wordt vervolgd )