Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1974, nummer 3
"
Het meiklokje."

Weinige maanden van het jaar worden zo sterk gesymboliseerd door één bepaalde bloem als de maand mei door het Lelietje-van-dalen, meiklokje of meibloem. De Franse benaming "Muguet" is eveneens algemeen gekend. Wetenschappelijk heet ze Convallaria Majalis, dit woord is afkomstig van lilium convallarium, ttz lelie van het dal; majalis betekent "van de mei".

Bij onze voorouders was het meiklokje het zinnebeeld van de aardse schoonheid, aan de lentegodin gewijd.
In die tijd tooide de jeugd zich bij de lentefeesten met deze prachtige welriekende bloemen.
Ook nu speelt deze bloem in vele landen nog een rol.
In Parijs is de eerste mei de dag van het meiklokje; op deze dag dragen de jonge meisjes aldaar deze bloemen. In Zweden gebruikt men de meiklokjes voor het vlechten van meikransen of men neemt ze, zoals ook elders gebruikelijk is, voor het versieren van de kamers.

In de zestiende eeuw, toen het meiklokje als geneeskruid zeer in aanzien was, werd het zonder meer het symbool van de arts. Op verscheidene beeltenissen van artsen of op hun wapens, vindt men het plantje afgebeeld.
Zo laat bijvoorbeeld een uit het jaar 1541 daterende houtsnede Copernicus, die in Padua medicijnen heeft gestudeerd, zien met een lelietje-van-dalen in de hand.
Ook in eigen land, ter gelegenheid van het feest van de arbeid, worden de meiklokjes te koop aangeboden en gedragen.
De plant komt bij ons in vele bossen voor en zij wordt veelvuldig als sierplant op schaduwrijke plaatsen in onze tuinen gekweekt.
Het meiklokje is een overblijvende plant; zij bezit een goed ontwikkelde en sterk vertakte wortelstok, voorzien van knopen. Het eerste jaar ontstaan uit een eindknop slechts twee lancetvormige, elliptische en parallelnervige bladeren; in het tweede jaar, omstreeks mei, heeft de plant een kantige bloemstengel, omgeven van lancetvormige, elliptische, parallelnervige en gaafrandige bladeren, welke de bloemstengel aan de basis omsluiten.
Deze gladde bladerloze bloeistengel draagt in een naar één zijde gerichte tros, geknikte klokvormige witte bloempjes, die een zespuntige rand hebben en aangenaam geuren. De vrucht is een rode, giftige, kogelronde, driehuizige bes, met witte of blauwe zaden.

Geneeskundig worden gebruikt: het bloeiend kruid, de bloem en de bladeren.

OPGEPAST

Bloemen, bladeren en bloeiend kruid zijn zeer giftig
Steek nooit een meiklokje in de mond.
Laat kinderen nooit likken aan de giftige bladeren of aan de nog giftigere bloemen!

De giftigheid is toe te schrijven aan een zogenaamd glycoside(convalloside, convallotoxine, convallamrine), een stof die inwerkt op het hart, de bloedsomloop versterkt en de oedemen (waterzucht) verhelpt.
Deze werking is te vergelijken met die van de digitalisplant of vingerhoedskruid: digitaline, het hoofdbestanddeel van Digitalis is een alom bekend hartmiddel.
Het nadeel van de preparaten van meiklokjes, die langs de mond worden ingenomen, is het feit dat ze slecht worden opgenomen en dikwijls het slijmvlies van de maag prikkelen, dat kan leiden tot misselijkheid en braken.
Misselijkheid en braken zijn dan ook de eerste tekenen van een vergiftiging door meiklokjes.

Alhoewel de bereidingen van het lelietje-van-dalen zeer werkzaam zijn, worden ze toch maar weinig aangewend in de klassieke geneeskunde, juist omdat de preparaten zo weinig standvastig zijn.

In de volksgeneeskunde wordt, heden ten dage, op sommige plaatsen in ons land nog veel gebruik gemaakt van de gedroogde bloemen. Deze laat men gedurende 3 dagen in wijn of brandewijn trekken (50 gram bloemen per liter); men neemt er 2 bekerglazen per dag van tegen duizeligheid, hartkloppingen en beven.

P.S. Andere voorkomende volksnamen: tweebladig dalkruid; meilelietje; boslelietje; dallelietje; saletjonkertje; zegeltjes; pieperkens: perkbloemen; ellekens van travellekens.

door R. Geysens

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany