Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1974,
nummer 4
" Boutersem in de eerste wereldoorlog:
 19 augustus 1914 - deel 4."

terug naar deel 3

Een ander boek waarin sprake is van gevechten in Boutersem en Roosbeek, is: "Les Allemands à Louvain"; het werd geschreven door Hervé de Gruben, brancardier in het noodhospitaal St Thomas ( het Hoger instituut van wijsbegeerte, Tiensestraat te Leuven ), en werd uitgegeven te Parijs door Plon-Nourrit et Cie in 1915.

Verschillende delen uit dit werk werden later opgenomen in de zeer omvangrijke bundel "De Grote Oorlog", waarvan nog slechts weinig exemplaren bestaan.
In dit naslagwerk van 1955 bladzijden brengt een onbekende schrijver, op zeer uitvoerige wijze, verslag uit van de meeste gevechten - kleine en grote - van de "Grote Oorlog".
Alhoewel er melding gemaakt wordt van gevechten in Boutersem ontbreekt toch het relaas van het gevecht aan de Oude Vijvers. In een vrije vertaling volgt nu het verhaal van Hervé de Gruben .

"De 18de augustus, ongeveer 9 uur in de avond, wandelden we op de binnenplein en bespraken de recente gebeurtenissen. Plots drong een vreemd gerucht van buiten tot ons door. Het was niet de regelmatige stap van voorbijtrekkende troepen, waaraan we gewend waren, maar wel het verward geluid van een ordeloze menigte, een mengeling van mannenkreten, vrouwengillen en kindergeschrei, samen met geknars van wielen op de straatstenen.
Honderden dorpelingen kwamen uit de richting van Tienen. Radeloos waren ze gevlucht: hinkende ouderlingen, moeders, die hun kinderen bij de hand voorttrokken, jonge meisjes met pakken op de schouders; ternauwernood geklede zieken werden op kruiwagens voortgeduwd. Een tiental zuigelingen lagen te schreeuwen in een stootkar.
Te midden van deze troep stapten meestal besmeurde soldaten, het hoofd gebogen, de muts in de hand.
Een gezin - vader, moeder en vijf kinderen - bleef vóór het hekken staan.
"Komt toch binnen om te rusten ", zeiden we. " Neen, neen. We hebben onze kleinste verloren. Men heeft het op een kar geworpen. Het is twee jaar. God helpe ons om het terug te vinden !
" Maar, zegt ons toch wat er gaande is!"
"Zie maar! ".
De boer wees in de richting van Tienen. De hemel was rood. Hoeven en huizen stonden daar in lichtelaaie.
Wij klopten bij onze buren, de Franciscanen in de Vlamingenstraat, dezen openden hun poorten bereidwillig en enkele tientallen vluchtelingen vonden er onderdak. Wij slaagden er verder in enkelen onder te brengen in een lokaal van een school in de Tiensestraat. Velen, echter, kampeerden op straat.
Om 10 uur kwam een Belgisch sergeant ons melden dat de achterhoede van ons leger, te Boutersem en te Roosbeek, door de Duitsers aangevallen was geworden en men ongetwijfeld gewonden zou aanvoeren.
Onze wakers reden dadelijk per fiets naar de verschillende dokters van het hospitaal om hen op de hoogte te brengen. Om 11 uur waren ze allen bijeen in de operatiezaal.
Op dat ogenblik stopte een kar voor het hospitaal. Een jonge dokter - een oud-student van Leuven - stond rechtop in het karretje; een Franse verpleegster, die zich ingelijfd had bij het Belgisch Rode Kruis, vergezelde hem.
" Een gewonde; " zei het dappere meisje," hij is lelijk toegetakeld! " Wij meenden, in de duisternis een menselijke gedaante te herkennen, gekleed in een blauwe jas,' en op stro uitgestrekt. Bloed stroomde op de stenen. Mgr. Deploige en M. Thiery kropen op het karretje, en brachten hun vreselijke last in de operatiezaal. Dit was voor allen een ogenblik van onbeschrijfelijke ontroering.
De gewonde was een gespierde Vlaming. De rechterarm was dicht bij de schouder weggeschoten, de linker voorarm verbrijzeld. In het door kruit bevuild gelaat hingen de ogen uit hun kassen. De ongelukkige was nog bij kennis. Kanunnik Thiéry hoorde zijn biecht en diende hem de laatste sacramenten toe.
Na deze plechtigheid mompelde de gewonde: " Leve België!"
Professor Schockaert, die hem opereren zou, verdoofde zijn snikken, toen hij het werk aanving. De dood kwam de arme verminkte verlossen, en drie dagen later, voerden we het lichaam van onze eerste zware gekwetste naar het kerkhof, In de zak van zijn ondervest vonden we een, met bloed doorweekte brief van zijn moeder; " Doe goed uw plicht:", schreef zij. " Verdedig wel uw land. Hier bidden wij allen voor u. God beware België.! ''

GEYSENS R.
DORMAELS P.

( wordt vervolgd )


In dit nummer van VELPELEVEN publiceren wij het portret van

Commandant LOUIS.

Kapitein-commandant LOUIS - geboren te Frameries op 23 maart 1865 - stond aan het hoofd van een hoofdwacht ( 3 Linieregiment ), die voor opdracht had, de terugtocht van het Belgisch leger' te dekken. Hij sneuvelde tijdens het gevecht aan de Oude vijvers te Boutersem, samen met 20 andere Belgische soldaten. N.13. Wij danken de Zusters van de Christelijke Scholen van Boutersem voor het ter onzer beschikking stellen van allerlei documentatiemateriaal, o.m. het portret van Commandant LOUIS.


Commandant Louis; gesneuveld Boutersem19 augustus 1914

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany