DE NAAM
Alhoewel de benaming
"Korenbloem" algemeen voorkomt in Belgié, heeft de bloem in onze: volkstaal nog andere namen:
"blauwbloem" komt zeer veel voor in onze streken;
soms ook: kol of blauwe kol.
In West-Vlaanderen: alblauw, armsblauw, auwblauw, auwblauwebloem, hoogblauw, oudblauw.
In Oost-Vlaanderen: blauwe bloemekes
In Antwerpen: blauwsel, raapbioem, rog (in Turnhout)
In Limburg: blubloem, koerebloem, kol (in Genk)
In Nederland vindt men als
algemeen gebruikelijke
volksnamen
blauwe korenbloem,
roggebloem, tremske, geuzenbloem, blauwbol, KORENPATERSBLOEM: destijds maakte men de kinderen
bevreesd voor de Korenpater, om hen te weerhouden door de graanvelden te lopen.
In het Frans: bleuet; casse-lunettes (zie later).
In het Duits: (Blaue)-kornblume.
n het Engels: Corn-flower.
De wetenschappelijke naam is: CENTAUREA CYANUS en is van Griekse oorsprong.
Het Griekse Kentaurion was de naam die gegeven werd aan verschillende geneeskrachtige planten,
waarvan de goede eigenschappen toegeschreven werden aan de kentaur Chiron, beroemd om zijn
medische wetenschap.
Cyanus komt van het Griekse KYANOS, hetgeen blauw betekent.
De korenbloem wordt vrijwel overal in de velden aangetroffen, maar, vooral dan vroeger, het meest
bij korenvelden.
Zij behoort tot de samengesteldbloemigen.
De hemelsblauwe, kleur is toe te schrijven aan een
bepaalde kleurstof (anthocyaan).
De bloem bevat verder looistof en een bitterstof, die koortswerend is, tenslotte nog pectine en
slijmstof.
De bloemen worden druk bezocht door de bijen.
Dit hebben we onlangs kunnen waarnemen tijdens een bezoek aan een imker in Kerkom. Deze
bijenhouder, één der grootsten van onze gemeente, heeft een stuk grond blijvend beplant met
korenbloemen, vlakbij zijn biekes. Volgens hem heeft zulke honing uitstekende kwaliteiten.
Het grijs en zijdeachtig uitziend zaad, dat voorkomt van mei tot en met september, is een
geliefde lekkernij van de vogels; groenvinken, botvinken, goudvinken, en vooral distelvinken,
maar ook kanaries en exotische vogels eten het dolgraag.
GEBRUIK IN DE VOLKSGENEESKUNDE
Vroeger werd het bloeiend kruid onder de vorm van een infuus of aftreksel aan 1% tot 5% gebruikt
als aperitief, gal afdrijvend, bloedzuiverend, koortswerend middel; ook als tonicum (= versterkend),
en als bitterstof.
Men gebruikt de bloemen ook om aan de aftreksels een mooie blauwe kleur te geven.
Een aftreksel wordt o.a. bereid net 100 gram bloemen per liter kokend water: twintig minuten laten
trekken. Dit aftreksel heeft samentrekkende of astringerende eigenschappen en wordt nog tamelijk
veel gebruikt als oogwater en oogbaden, tegen allerlei oogaandoeningen.
Van deze laatste eigenschap komt de Franse benaming: Eau de casse-lunettes.
door R. Geysens