Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1974, nummer 4
"Bijgeloof in de volksgeneeskunde, deel 1."

In de volksgeneeskunde heeft het BIJGELOOF of de SUPERSTITIE steeds een belangrijke rol gespeeld.
We kunnen gerust aannemen dat het bijgeloof van alle tijden is, en ook van alle volkeren. Zowel bij heidenen als. bij christenen treft men het aan, en het feit dat waarzegsters, helderzienden, magnetiseurs en wichelaars ook op onze dagen nog zoveel bijval kennen bewijst dat het bijgeloof, ook in onze gewesten, nog lang niet dood is.

Met bijgeloof wordt bedoeld het geloof aan bovennatuurlijke werkingen of verschijnselen; hierbij moet opgemerkt worden dat bijgeloof en godsdienst niet altijd nauwkeurig uit elkaar kunnen gehouden worden: men denke bv. aan bedevaarten en het dragen van bepaalde amuletten.
In ons eigen land komt bijgeloof wellicht iets meer ver bij de plattelandsbewoners dan bij de stedelingen; verder verschilt het ook enigszins. Zo hebben de stadsbewoners meer vertrouwen in waarzegsters en spiritisten. Vast staat eveneens dat vrouwen het beste en veruit het talrijkste cliënteel uitmaken van kaartlegsters, waarzegsters en wonderdokters. Chronische ziekten, vrees, ongeluk, enz. maken de mensen ontvankelijker voor allerlei bijgeloof:
Zo komt het dat zieken, die door de gewone of klassieke geneeskunde niet geholpen worden, hun toevlucht nemen tot straatremedies, middelen waaraan ze voordien niet geloofden! Ook oorlogstijden hebben steeds een belangrijke rol gespeeld: zo droegen vele soldaten een gewijde medaille of een gebed op zich, door moeder of verloofde meegegeven, om niet gekwetst gedood te worden in de strijd.
Tot de bovennatuurlijke werkingen of verschijnselen behoren de demonen, de boze geesten, de duivels, de spoken, de heksen, de tovenaars, de kwade invloeden, enz.
DEMONEN zijn bovennatuurlijke wezens die de mensen en hun gedragingen beheersen in goede, maar doorgaans in kwade zin. In dit laatste geval spreekt men ook van kwade geesten, de kwade hand, de kwade adem of kwade ogen die op onzichtbare wijze op de mensen loeren. In de christelijke leer is het de duivel, "diabolus", die als boze geest in de vorm van een persoon gedacht wordt.(Lucifer, Satan, Beëlzebub)
SPOKEN zijn bovennatuurlijke, gewoonlijk nachtelijke en angstwekkende verschijningen, in het bijzonder rondwarende geesten van afgestorvenen. Het geloof aan spoken is lange tijd zeer verspreid geweest.
In onze Vlaamse gewesten waren het: de weerwolf, de bokkenrijders, klodde of kludde, enz.
HEKSEN noemt men vrouwen die met toverij omgaan en bij machte zijn om, met de hulp van de duivel, anderen onheil aan te doen. Vroeger waren heksen meestal gifmengsters. Momenteel wordt algemeen aangenomen dat zij onder invloed van een ziekelijke drang (zwakzinnigheid, hysterie) gehandeld hebben en dat zij dan ook veeleer geesteszieken dan boosdoeners waren. Heden ten dagen zou men ze dan ook naar een inrichting voor geestesziekten verwijzen.
TOVENAARS - soms HEKSENMEESTERS genoemd - noemt men personen, die door geheime, bovennatuurlijk schijnende krachten, in het bijzonder door gebaren, woorden en toverformules, zekere werkingen tot stand weten te brengen ( meestal om iemand nadeel te berokkenen).
MAGIE EN MAGIËRS. Onder Magiër verstond men de naam van de priester bij de Meden en Perzen; deze deden voorspellingen uit de dromen, de sterren, de vlucht van de vogels, enz . Met MAGIE wordt thans bedoeld de toverkunst en in ruimere mate al die handelingen waardoor de mens macht tracht uit te oefenen op de krachten die hij in de wereld ontmoet; bezweringen, belezingen, aflezingen, enz. Onder " zwarte magie " verstaat men toverij met behulp van de duivel. Onder " witte magie " verstaat men magische handelingen met goddelijke hulp. Bij de heidenen kende de primitieve mens goede en kwade geesten, die hem gunstig of ongunstig gezind.waren. Boze geesten of demonen die als opdracht hadden onheil te stichten, werden verantwoordelijk gesteld voor ziekte, hongersnood, stormen, dood, kortom voor al de ellende die hem bedreigde. De mens trachtte er zich tegen te beschermen door de boze geesten af te weren of te bedaren. Ziekte werd verwekt door geestelijke machten en moest dan ook door geestelijke middelen bestreden worden:. Dit was dan de taak van de priester-geneesheer die de demonen door belezingen of bezweringen,-door offers en allerlei wonderbare praktijken moest onschadelijk.maken. De geneesheer-magiër moest. door zijn onderzoek; kunnen uitvissen wie de lijder ziek had.gemaakt: namelijk een of ander mens die hem had betoverd of een boze geest waarmee hij bezeten was.

( wordt vervolgd)

R. Geysens.

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany