|
Een kerk met een toren laat de aanwezigheid van klokken vermoeden.
Het kerkje van Butsel had een torentje en dus ook klokken.
De historiograaf, Alphonse Wauters, schrijft in zijn werk "La Belgique ancienne et moderne. Arrondissement Louvain. Canton de
Tirlemont. Bautersem. Brussel. 1674", dat de kerk van Butsel vier klokken bezat,
maar zonder bronvermelding.
Joz. Wils in zijn
werkje "Historische Beschrijving der parochie Butzel (bij Vertrijk). Leuven 1908 zegt het hem na. Wauters merkt bij het feit
van de vier klokken op dat de kerk van Butsel destijds financieel sterk moet zijn geweest. Het spreekt van zelf dat de grootte
van de klokken in evenredigheid met het torentje moet zijn geweest.
Wat er ook van zij, deze klokken waren verdwenen vóór 1588.
In 1904 hing er in de toren nog een klokje dat het jaartal 1588 droeg. Wat onze zienswijze bevestigt dat de eerste vier klokken
waren teloorgegaan en dit hoogstwaarschijnlijk bij de godsdienstige troebelen die tijdens de jaren 1582-1585 Tienen en omgeving
hadden geteisterd.
In 1588 werd dan een nieuwe klok gegoten. Ze woog 40 kg. en had de toon sol. Haar opschrift luidde : "ANNE APELLE PAR MON NOM
POUR INCITER LE PEUPLE A DEVOTION. ANTHOINE HULEIN. 1588".
Waarom ze Anne werd gedoopt is niet te verklaren, daar er bij ons
weten nooit enig verband heeft bestaan tussen de H. Anna en de kerk van Butsel. Waarschijnlijk duidt de naam op de meter of
de schenkster van de klok. Aangezien de klok in 1904 nog in de toren hing, heeft ze waarschijnlijk de ramp van de instorting
van het dak en het torentje in 1634 overleefd.
Wat de klokkengieter Anthoine Hulein betreft, we vermoeden dat hij een Leuvenaar
was.
Luidens archiefstukken van de kerk moet de schuld van de instorting toegeschreven worden aan de abdij van Villers-la-Ville, die
als grootste tiendenheffer te Butsel verantwoordelijk was voor de onderhoud van de kerk maar verwaarloosde in te gaan op de
herhaaldelijke aanmaningen om de slechte toestand van het dak te verhelpen.
Jan de Caestre, de nieuwe heer, die in 1647 het
kasteel en de heerlijkheid van Boutersem had gekocht, liet de kerk op eigen kosten herstellen en ze voor de eredienst weer
openstellen.
Was het uit schaamte voor haar vroegere nalatigheid of om haar dochterkerk wat meer luister bij te brengen, hoe
dan ook, de abdij van Villers schonk in 1663, bij name van haar prior, een klok aan de kerk van Butsel.
Ze woog 140 kg en had
de toon re. Haar opschrift luidt : "+ D. ISBALDUS WILMART? RELIGIOSUS VILLARIENSIS ET HUJUS MONASTERII PRIOR. 1663. FILIUS
BENEDICAT NOS DEUS. DEUX NOSTER BENEDICAT NOS DEUS."
Rond de kas leest men: "EX MOMENTIS AETERNITAS TRIBUS HONOR UNUS." onder
staat "TERBANCKE". Sinds juni 1904 werd ze luidens een beslissing van de kerkfabriek overgebracht naar de kapel van O.L.V. van
Sterre-Borne.
In 't begin 1889 hingen in de kerktoren de twee voormelde klokken, namelijk die van 1588 en die van 1663.
Rond dat tijdstip
werd aan de kerkfabriek een aanbod gedaan voor de schenking van een nieuwe klok. De schenkers wensten, voorlopig althans,
onbekend te blijven.
Blijkens een verslag van de schatbewaarder J. Wera van 2 juni 1889 en de daarop volgende.beraadslaging van
de kerkfabriek van 7 juli, besliste deze, rekening houdend met de gunstige voorwaarden van de schenking, de Hogere Instanties
te vragen de schenking te mogen aanvaarden. In buitengewone zitting van 5 augustus 1889 werd de aanvraag opgesteld en vooral de
nadruk gelegd op de bijzonder gunstige voorwaarden:
-
1° de schenkers waren welhebbende personen ;
-
2° ze wensten alleen en
uitsluitend een klok te schenken ;
-
3° de klok zou ongeveer 275 kg wegen en de toren was voldoende sterk gebouwd om een klok van
dat gewicht te kunnen dragen bij de twee anderen die samen slechts 180 kgr. wegen ;
-
4° alle bijkomende onkosten vielen ten
laste van de schenkers.
Ofschoon nergens vermeld, werd de toelating geschonken, want nog datzelfde jaar werd de klok gegoten
bij Alfons Beullens te Leuven.
Zij woog 309,50 kg, had. de toon do en werd Barbara gedoopt. Nu lijdt het geen twijfel meer dat
de namen van de meter en peter, die op de klok gegoten staan, de bescheiden schenkers ervan zijn.
De peter is Hoogeerwaarde
Heer Kanunnik Antonius Haine, doctor in de theologie en professor aan de theologische faculteit van de katholieke Universiteit
van Leuven, de meter de Hoogedele dame Joanna Hermentia de Meester de Bocht uit Heyndonck.
De klok draagt eveneens de naam van
de toenmalige pastoor, Petrus Van Beveren. We hebben nergens de datum van de wijding teruggevonden.
In 1892 schonken de parochianen van Butsel, zoals men kan afleiden uit haar opschrift "CIVES HUJUS PPIROCHIAE IPSI DEVOTOS
BALVOS FACIET BEATUS MARTINUS" aan de kerk een nieuwe tweede klok, toegewijd aan de H. Martinus, patroon van de parochie.
Zij woog 212 kg. Haar toon wordt niet vermeld, evenmin als de datum van haar wijding, wat ons enigszins verwondert vanwege de
polygraaf, die pastoor Van Beveren was.
Deze St. Martinusklok barstte reeds in 1898.
Het lijdt geen twijfel dat de Butselaars vijf jaar lang wel enige fierheid hebben gehad over de vier klokken in hun toren juist
zoals vier eeuwen tevoren.
Nu had de vroegtijdige barst van de St. Martinusklok die fierheid een flinke deuk gegeven. Ze was
nog wel hun eigen geschenk.
Ze zouden echter de moed niet verliezen maar wel een oplossing zoeken en ook vinden.
Op 3 januari 1904 was de tegenslag, althans op papier, opgelost. Op die dag nam de kerkfabriek een gewichtige beslissing
aangaande de klokken. De bouw van de nieuwe kapel liep ten einde. Er werd beslist dat het klokje van de oude kapel, dat amper
30 kg woog en het opschrift droeg : "ANDREAS VAN DEN GHEYN ME FECIT. ANNO 1760." niet meer paste bij de statigheid van de
nieuwe kapel en zou vervangen, worden door de klok van 1663 uit de kerk, geschenk van de abdij van Villers. Verder werd nog
beslist dat het klokje van de oude kapel samen met de klok uit de kerk van 1588 en de gebarsten St. Nartinusklok tot twee
klokken zou hergoten worden respectievelijk een van 170 en een van 100 kg in juist akkoord gestemd van mi en sol.
Waarschijnlijk door het vroegtijdig barsten van de eerste St. Martinusklok had de kerkfabriek geen vertrouwen meer in de heer
Beullens, want ze wees het hergieten van de tweeslokken toe aan A. Causard uit Tellin (Belg. Lux.).
Uit voorzorg stelde ze aan
de nieuwe klokkengieter een paar voorwaarden :
Data van levering en wijding staan nergens opgetekend, maar ze werden in ieder geval nog
in het jaar 1904 gegoten, zoals blijkt uit de chronograms van iedere klok.
Die van St. Martinusklok luidt : "Sancte Martine,
filios DoCe Cae-Lest la" (H. Martinus, leer uw kinderen hemelse dingen). Die van O.L.V. Onbevlekt Ontvangen: "Cor PTatris Dile
Ctae LaetifiCa" (Verheug het hart van de geliefde moeder).
De Nieuwe St. Martinusklok weegt 101 kg, klinkt sol en kostte 303 fr. Haar opschrift luidt : Servi Domini, hymnum dicite Deo
(Dienaren van de Heer, zingt een Hymne voor God). Fissam hanc campanulam liquefecit A. Causard, Tellin (Belgium).(Dit gebarsten
klokje werd gegoten door A Causard, Tellin (België). Nimina Aedituorum (namen van de kerkmeesters) : J. Dekonin-` P. Hendrickx,
J. Vandeborne, M. Smets, J.B. Pauwels. Chronogram als boven.
De andere klok werd O.L.V. Onbevlekt Ontvangen gedoopt. Zij weegt 172 kgr., heeft de toon mi en kostte 516 fr.. Haar opschrift
luidt.: "In honorem Beatae Mariae Immaculatae (ter ere van O.L.V. Onbevlekt Ontvangen) Peters waren Phlippus de Wouters de BcuChnu`, burgmagister in Butzel-Roosbeek ;
Emilius Palus,, burgimagister in Butzel-Bautersem. P. Van Beveren, parochus in Butzel. Chronogram als beven.
De St. Barbaraklok, de oudste en grootste, de O.L.V.klok, de tweede
,grootste en de St. Martinusklok, de kleinste, deze twee laatste gelijktijdig gegoten, hangen nog heden de dag in de kerktoren te
Butsel.
De 19 april 1908 werden deze klokken op hun gewicht geschat door Armand Permentier uit Tienen, gepatenteerd deurwaarder bij de
rechtbank van 1e aanleg te Leuven en bij het vredegerecht van Tienen en in overeenstemming bevonden met het door ons hoger
aangegeven gewicht.
E.H. Vangenechten, pastoor van Butsel |