Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1975, nummer 3
"Technische vaardigheid in het verre verleden."


Diegenen die onze tentoonstelling ",Boutersem door de eeuwen heen" bezocht hebben, zullen zich ongetwijfeld de afdeling Prehistorie nog herinneren. Hierin kon men twee perioden onderscheiden:
  • Het tijdperk van de gehouwen stenen werktuigen (Paleolithicum):.
  • het tijdperk van de gepolijste stenen werktuigen (Neolithicum).

Terwijl de oudste sporen van bewerkte stenen artefacten teruggaan tot ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden, zou het nochtans tot 5.000 jaar voor onze tijdrekening duren vooraleer men tot het slijpen of polijsten ervan zou overgaan.

De techniek van het polijsten was echter niet nieuw want ze werd reeds lang daarvoor toegepast voor het vervaardigen van benen werktuigen zoals vishaken, naalden, lans- en pijlpunten, dolken, harpoenen en speerwerpers. Deze slijptechniek was dan ook de grote uitvinding van de Magdalénien cultuur (~ 15.000 tot 8.000 v.C.; Frankrijk) waar het been niet meer bij toeval als grondstof gebruikt werd maar uitgroeide tot een ware beenindustrie.

Wie, met ons op 27 april (1975) de steenkoolmijn van Beringen bezocht heeft zal het oponthoud te Zonhoven op de Teutheuvel nog niet vergeten zijn. Daar staken inderdaad 8 grote stukken rots uit de zanderige heidebodem om te getuigen van de schuur- en slijparbeid van onze voorouders. Hoeveel bijlen, beitels en andere werktuigen zullen op deze reusachtige polijststenen hun eindvorm niet bereikt hebben?
De bekendste werktuigen van het Neolithicum zijn dan ook de gepolijste bijlen

Enkele voorbeelden van de meest aangetroffen vormen:


Huls van strijdhamer uit geslepen hertshoorn met geslepen bijl

Omstreeks 3.000 v. C. had men in het Nabije Oosten, en iets later op Kreta, het gebruik geleerd om uit koper, snijdende voorwerpen en sieraden te vervaardigen; dit luidde het tijdperk in van de metalen. Alleen Europese gebieden, in betrekkelijk nauw contact met het Oostelijk bekken van de Middellandse Zee, konden er trouwens op bogen reeds zowat omstreeks 2.500 v.C., zij het op uiterst sporadische wijze, een of andere bijl van koper langs de handelsweg betrokken te hebben. Enkele eeuwen later werd koper vervangen door brons, dat een legering is van koper en tin en een veel grotere hardheid bezit.
Eveneens in het Nabije Oosten zou omstreeks 2000 v. C. het gebruik van het ijzer bekend worden. Rond 1100 v. C. zou de kennis van de ijzerbewerking Centraal Europa bereiken.

In ons land zou deze evolutie zich met vele eeuwen vertraging voordoen. Pas omstreeks 2.000 v. C. zouden haast overal gepolijste stenen bijlen in gebruik zijn. Soms treft men al eens een koperen dolk aan in een graf uit die tijd.

Ons land heeft ook geen aandeel gehad in de opbloei die de Bronstijd in zoveel andere streken kenmerkt. Zoals in de vorige periode bleven de meeste werktuigen en wapens uit vuursteen (silex) vervaardigd. Alleen de rijkste onder deze mensen konden zich een geïmporteerd wapen of bijl in brons aanschaffen.

In nabootsing van bestaande bronzen voorbeelden werden toen volgende vormen in steen voortgebracht:

Omstreeks 650 jaar voor onze jaartelling zou een krijgshaftige, volkstam (de Hallstatt-krijgers) een groot deel van onze gewesten veroveren en hier het gebruik van het ijzer verspreiden. Van toen af zouden de rijke ijzerertslagen in het Tussen-Samber-en-Maas-gebied uitgebaat worden. De silex, die gedurende meer dan 99 % van de geschiedenis van het mensdom de belangrijkste grondstof was, werd nu ook bij ons volledig verdrongen. Bovendien was er ook geen gebrek aan ijzererts aangezien er bijna in alle gewesten werd aangetroffen.

Prehistorische vondst te BOUTERSEM

Toen de heer Ausloos Romain, inwoner van Boutersem, een vijftal jaren geleden (1970) op de akker in de bieten werkzaam was, werd zijn aandacht getrokken door een zonderlinge steen met een vreemde vorm en kleur. Niet vermoedend dat hij hier een volledig gaaf gepolijst bijl uit verre tijden gevonden had, nam hij het voorwerp toch maar mee naar huis waar het in de vergeethoek geraakte. Toen zijn zoontje dit voorwerp aantrof, vond hij het zeer prettig om ermee te spelen en gebruikte het als beitel zodanig dat het slagvlak erg werd beschadigd.

Bij zijn bezoek aan onze tentoonstelling ,"Boutersem door de eeuwen heen" trof de heer Ausloos R. gelijkaardige stenen aan in de afdeling prehistorische werktuigen. Eindelijk kende hij het geheim van zijn vondst. Onmiddellijk meldde hij ons zijn ontdekking zodanig dat wij dit artikel konden publiceren. .

De bijl is veel slanker dan het gewone type; ook de grondstof is anders en bestaat uit een licht grijze silex, de flank- en randfacetten zijn goed afgetekend. De bijl werd gevonden op het grondgebied van het gehucht Bost te Boutersem.

 

 

Deze gepolijste bijl kan toegewezen worden aan  een periode gaande van ca. 3000 tot ca. 2000 v. C.
Misschien behoort
de bijl wel toe aan de Michelberg-cultuur.
Zij toont daarbij een zekere verwantschap met de elegante smalle Bretoense bijlen
van de Seine-Oise-Marne-cultuur. De doorsnee ervan is nochtans ovaal.

 

 

door Harry Delvaux

Terug naar "artikels"

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany