Het tijdperk van de gehouwen stenen werktuigen (Paleolithicum):.
- het tijdperk van de gepolijste stenen werktuigen (Neolithicum).
Terwijl de oudste sporen van bewerkte stenen artefacten teruggaan tot
ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden, zou het nochtans tot 5.000 jaar voor
onze tijdrekening duren vooraleer men tot het slijpen of polijsten ervan
zou overgaan.
De techniek van het polijsten was echter niet nieuw want ze werd
reeds lang daarvoor toegepast voor het vervaardigen van benen werktuigen
zoals vishaken, naalden, lans- en pijlpunten, dolken, harpoenen en
speerwerpers. Deze slijptechniek was dan ook de grote uitvinding van de Magdalénien cultuur (~
15.000 tot 8.000 v.C.; Frankrijk) waar het
been niet meer bij toeval als grondstof gebruikt werd maar uitgroeide
tot een ware beenindustrie.
Wie, met ons op 27 april (1975) de steenkoolmijn van
Beringen bezocht heeft zal het oponthoud te
Zonhoven op de Teutheuvel nog niet vergeten zijn. Daar staken inderdaad
8 grote stukken rots uit de zanderige heidebodem om te getuigen van de schuur- en slijparbeid van onze voorouders. Hoeveel bijlen, beitels en
andere werktuigen zullen op deze reusachtige polijststenen hun eindvorm
niet bereikt hebben?
De bekendste werktuigen van het Neolithicum zijn dan ook de gepolijste
bijlen
Enkele voorbeelden van de meest aangetroffen vormen:
Omstreeks 3.000 v. C. had men in het Nabije Oosten, en iets later op Kreta, het gebruik geleerd om uit koper,
snijdende voorwerpen en sieraden te vervaardigen; dit luidde het
tijdperk in van de metalen. Alleen Europese gebieden, in betrekkelijk
nauw contact met het Oostelijk bekken van de Middellandse Zee, konden er
trouwens op bogen reeds zowat omstreeks 2.500 v.C., zij het op uiterst
sporadische wijze, een of andere bijl van koper langs de handelsweg
betrokken te hebben. Enkele eeuwen later werd koper vervangen door
brons, dat een legering is van koper en tin en een veel grotere hardheid
bezit.
Eveneens in het Nabije Oosten zou omstreeks 2000 v. C. het gebruik van het ijzer bekend worden. Rond 1100 v. C.
zou de kennis van de ijzerbewerking Centraal Europa bereiken.
In ons land zou deze evolutie zich met vele eeuwen vertraging
voordoen. Pas omstreeks 2.000 v. C. zouden haast overal gepolijste
stenen bijlen in gebruik zijn. Soms treft men al eens een koperen dolk
aan in een graf uit die tijd.
Ons land heeft ook geen aandeel gehad in de opbloei die de Bronstijd
in zoveel andere streken kenmerkt. Zoals in de vorige periode bleven de
meeste werktuigen en wapens uit vuursteen (silex) vervaardigd. Alleen de
rijkste onder deze mensen konden zich een geïmporteerd wapen of bijl in
brons aanschaffen.
In nabootsing van bestaande bronzen voorbeelden werden toen volgende
vormen in steen voortgebracht:
Omstreeks 650 jaar voor onze jaartelling
zou een krijgshaftige, volkstam (de Hallstatt-krijgers) een groot deel
van onze gewesten veroveren en hier het gebruik van het ijzer
verspreiden. Van toen af zouden de rijke ijzerertslagen in het
Tussen-Samber-en-Maas-gebied uitgebaat worden. De silex, die gedurende
meer dan 99 % van de geschiedenis van het mensdom de belangrijkste
grondstof was, werd nu ook bij ons volledig verdrongen. Bovendien was er
ook geen gebrek aan ijzererts aangezien er bijna in alle gewesten werd
aangetroffen.
Prehistorische vondst te BOUTERSEM
Toen de heer Ausloos Romain, inwoner van Boutersem, een vijftal jaren
geleden (1970) op de akker in de bieten
werkzaam was, werd zijn aandacht getrokken
door een zonderlinge steen met een vreemde vorm en kleur. Niet
vermoedend dat hij hier een volledig gaaf gepolijst bijl uit verre
tijden gevonden had, nam hij het voorwerp toch maar
mee naar huis waar het in de vergeethoek geraakte. Toen zijn zoontje dit
voorwerp aantrof, vond hij het zeer prettig om ermee te spelen en
gebruikte het als beitel zodanig dat het slagvlak erg werd beschadigd.
Bij zijn bezoek aan onze tentoonstelling ,"Boutersem
door de eeuwen heen" trof de heer Ausloos R. gelijkaardige stenen aan in de afdeling
prehistorische werktuigen. Eindelijk kende hij het geheim van zijn
vondst. Onmiddellijk meldde hij ons zijn ontdekking zodanig dat wij dit
artikel konden publiceren. .
|
 |
De bijl is veel slanker dan het gewone type; ook de grondstof is
anders en bestaat uit een licht grijze silex, de flank- en
randfacetten zijn goed afgetekend. De bijl werd gevonden op het
grondgebied van het
gehucht Bost te Boutersem. |
|
 |
Deze gepolijste bijl kan
toegewezen worden aan een periode gaande van ca. 3000 tot ca.
2000 v. C.
Misschien behoort de bijl wel
toe aan de Michelberg-cultuur.
Zij toont daarbij een zekere verwantschap met de elegante smalle
Bretoense bijlen van de Seine-Oise-Marne-cultuur. De doorsnee
ervan is nochtans ovaal. |