|
Alhoewel de indekten
stilletjes hun winterslaapje beginnen en zich knusjes ergens verdoken warm
houden, zodanig dat ze voor ons oog niet meer leven, keren we terug in hun
wereldje met hun ingewikkelde bouw en, functie.
Vorige keer hielden we halt bij
de regelbaarheid van hun lichthoeveelheid, afhangend van een zenuw.
Antennes
De meest
ingewikkelde zintuigorganen van de insecten zijn de antennen. De antennen dienen niet' alleen als smaakorgaan; reuk- en tastorgaan, maar spelen ook een grote rol in het evenwicht van de
insecten, alsook in het bewegen in een bepaalde richting. Met andere woorden, dieren die op de een of andere manier beroofd worden van of gekwetst worden aan de antennen, zijn zwaar
gehandicapt.
Alleen voor de smaakzin kunnen we zeggen dat sommige functies van de antennen zetelen in andere delen van het lichaam. Vlinders kunnen met hun poten de suiker herkennen en ze kunnen ook de juiste voedingsplant om de eitjes op te leggen, identificeren door met hun poten op de bladeren te trommelen en zo de smaak ervan te testen.
Bij mannelijke vlinders en andere
insecten zijn de antennen meer ontwikkeld dan bij de wijfjes
Gehoor
Een ander zintuig is het
gehoor. Het gehoor is iets dat men dikwijls niet aan de insecten toeschrijft.
Niet lang geleden heeft men ontdekt dat uilen een enorm scherpe gehoorzin hebben
en dat deze sterker ontwikkeld is dan bij de mens. Bij de nachtvlinders liggen
de oren in de thorax, dicht bij de taille; het is namelijk een kleine holte,
gevuld met lucht en met een dun vliesje bedekt, en dat zo in verbinding staat
met een kleine gehoorzenuw en met het centrale zenuwstelsel. Krekels en enkele
sprinkhanensoorten dragen hun gehoororgaan in de voorpoten; insecten, bij
dewelke men geen oren aantreft, horen via antennen, ofwel met behulp van haren
op hun corpus.
Spijsvertering
Het spijsverteringsorganisme van insecten loopt zeer moeilijk en ingewikkeld uiteen en het zit zo dat op enkele uitzonderingen na alle
insecten een spijsverteringskanaal bezitten, maar dat alleen de vorm verschilt. Ze hebben speekselklieren en produceren een grote verscheidenheid aan verteringsenzymen.
De spijsvertering van de
insecten wordt, zoals bij de andere dieren, bijgestaan door diverse bacteriën en eencellige dieren; ze hebben zelfs bepaalde vitaminen nodig olm in leven te blijven.
Temperatuur
Het enige wat raadselachtig is bij insecten is wel de temperatuur. Insecten zijn in staat een temperatuur van -50° C te overleven. Vanwaar zij die
overlevingscapaciteit halen is voor de entomologen een raadsel. Daartegenover
zijn er soorten die een temperatuur van +60° C. (woestijntemperatuur) verdragen
en die het zelfs zover brengen dat ze enkel in staat zijn te vliegen bij zulke
warmtegraad.
Er zijn vlinders: die in staat zijn, wanneer de temperatuur niet hoog genoeg is, hun temperatuur op te drijven en die dan pas kunnen vliegen. Het produceren van warmte gebeurt door vleugelbewegingen.
Het bloed
Het is U wellicht niet ontgaan dat bij het doden van een
insect de kleur van het bloed niet rood is, maar wel kleurloos, lichtelijk groen of geelachtige Het bloed sijpelt door de weefsels door en het circuleert niet in een netwerk van aderen.
Het insect bezit maar één ader, nl. de aorta, die langs de
rug loopt en die achteraan kloppende bewegingen uitvoert. Het bloed loopt vanuit de lichaamsholte door kleppen binnen en wordt via de aorta naar de kop gepompt, doorspoelt daar de hersenen en sijpelt weer in het lichaam.
Het hart
De snelheid van de hartslag hangt natuurlijk af van de toestand van
activiteit,
hun staat van ontwikkeling en ook van ieder insect afzonderlijk. Een vlinder zal een hogere hartslag hebben dan een rups. Een fijne, dansende, spelende, vlugge vlinder heeft een snelheid van 140 slagen per minuut, waartegenover vrouw-rups rustig, traag en gedwee de wereld om zich heen aanschouwt en het kan stellen met een hartslag van 60 tot 70 slagen per minuut.
Zenuwstelsel
Een ander belangrijk punt in het leven der insecten is zonder twijfel hun zenuwstelsel. Tegenwoordig doet men dat onderzoek met elektronische hulpmiddelen en niet meer met chirurgische ingrepen.
Het zenuwstelsel bij de
Insecten bestaat uit een dubbele bundel zenuwen, die aan de buikzijde door het lichaam loopt. In elk lichaamssegment ligt een verdikking, een zenuwknoop, die men de ganglion noemt. Van daar uit gaan de andere zenuwen naar spieren en. organen.
De bijzonderste zenuwknoop is deze die in de hersenen ligt.
De hersenen bedienen rechtstreeks de. zenuwen die naar de antennen, de ogen en de monddelen lopen. Andere lichaamsdelen handelen onafhankelijk van de zenuwknoop, gelegen in de hersenen. Daardoor kan het gebeuren dat een
insect in beweging blijft zelfs nadat men het onthoofd heeft. Een bij bijv. kan
zo nog urenlang doorgaan met zich te poetsen.
Wijfjesinsecten leggen hun eieren vaak in grotere aantallen en doen dit
bovendien sneller wanneer de hersenen buiten werking zijn gesteld.
Camouflage
Insecten kunnen niet
denken; al hun reacties zijn afhankelijk van de zenuwen; daaruit volgt dat ieder
in zijn soort zich aanpast aan de omstandigheden, waarin zij leven of
verblijven. Deze aanpassing bestaat hierin dat een insect zich camoufleert. In
dit opzicht kan gezegd worden dat insecten zeer hoog ontwikkeld zijn. Elk dier
zorgt er voor dat het in zijn omgeving kan omgaan zonder op te vallen. Er zijn
soorten met schutkleuren.
Anderen versmelten volkomen met hun achtergrond. Vlinders hebben de onderkant
van hun vleugels zo beschilderd en gekleurd, dat ze gewoon uit het oog
verdwijnen bij het neerstrijken. Om het niet alleen te laten bij de camouflage
van vlinders, kan ik melden dat er camouflagemiddelen bestaan bij de
bidsprinkhanen (wandelende takjes).
Ziezo, we kwamen aan het einde van "Bouw en
functie der insecten". Volgende keer bekijken wij het proces dat handelt over "Van ei tot imago"
Zij die meer willen weten over de camouflage bij de insecten, kunnen zich verdiepen in het boek van dr. Kettlewell. Hij bestudeerde
"Biston betularia" (berketakje) en beschreef op een eenvoudige wijze de ingewikkelde bouw der
insecten,
om me op die manier in de wonderlijke wereld der insecten binnen te leiden.
K. DE BRANDT
BIBLIOGRAFIE:
Man and insects
General Textbook of Entomology.
|