Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1975,
nummer
5
"Het leven der insecten."

Alhoewel de indekten stilletjes hun winterslaapje beginnen en zich knusjes ergens verdoken warm houden, zodanig dat ze voor ons oog niet meer leven, keren we terug in hun wereldje met hun ingewikkelde bouw en, functie.
Vorige keer hielden we halt bij de regelbaarheid van hun lichthoeveelheid, afhangend van een zenuw.

Antennes

De meest ingewikkelde zintuigorganen van de insecten zijn de antennen. De antennen dienen niet' alleen als smaakorgaan; reuk- en tastorgaan, maar spelen ook een grote rol in het evenwicht van de insecten, alsook in het bewegen in een bepaalde richting. Met andere woorden, dieren die op de een of andere manier beroofd worden van of gekwetst worden aan de antennen, zijn zwaar gehandicapt.
Alleen voor de smaakzin kunnen we zeggen dat sommige functies van de antennen zetelen in andere delen van het lichaam. Vlinders kunnen met hun poten de suiker herkennen en ze kunnen ook de juiste voedingsplant om de eitjes op te leggen, identificeren door met hun poten op de bladeren te trommelen en zo de smaak ervan te testen.
Bij mannelijke vlinders en andere insecten zijn de antennen meer ontwikkeld dan bij de wijfjes

Gehoor

Een ander zintuig is het gehoor. Het gehoor is iets dat men dikwijls niet aan de insecten toeschrijft. Niet lang geleden heeft men ontdekt dat uilen een enorm scherpe gehoorzin hebben en dat deze sterker ontwikkeld is dan bij de mens. Bij de nachtvlinders liggen de oren in de thorax, dicht bij de taille; het is namelijk een kleine holte, gevuld met lucht en met een dun vliesje bedekt, en dat zo in verbinding staat met een kleine gehoorzenuw en met het centrale zenuwstelsel. Krekels en enkele sprinkhanensoorten dragen hun gehoororgaan in de voorpoten; insecten, bij dewelke men geen oren aantreft, horen via antennen, ofwel met behulp van haren op hun corpus.

Spijsvertering

Het spijsverteringsorganisme van insecten loopt zeer moeilijk en ingewikkeld uiteen en het zit zo dat op enkele uitzonderingen na alle insecten een spijsverteringskanaal bezitten, maar dat alleen de vorm verschilt. Ze hebben speekselklieren en produceren een grote verscheidenheid aan verteringsenzymen.
De spijsvertering van de insecten wordt, zoals bij de andere dieren, bijgestaan door diverse bacteriën en eencellige dieren; ze hebben zelfs bepaalde vitaminen nodig olm in leven te blijven.

Temperatuur

Het enige wat raadselachtig is bij insecten is wel de temperatuur. Insecten zijn in staat een temperatuur van -50° C te overleven. Vanwaar zij die overlevingscapaciteit halen is voor de entomologen een raadsel. Daartegenover zijn er soorten die een temperatuur van +60° C. (woestijntemperatuur) verdragen en die het zelfs zover brengen dat ze enkel in staat zijn te vliegen bij zulke warmtegraad.
Er zijn vlinders: die in staat zijn, wanneer de temperatuur niet hoog genoeg is, hun temperatuur op te drijven en die dan pas kunnen vliegen. Het produceren van warmte gebeurt door vleugelbewegingen.

Het bloed

Het is U wellicht niet ontgaan dat bij het doden van een insect de kleur van het bloed niet rood is, maar wel kleurloos, lichtelijk groen of geelachtige Het bloed sijpelt door de weefsels door en het circuleert niet in een netwerk van aderen. Het insect bezit maar één ader, nl. de aorta, die langs de rug loopt en die achteraan kloppende bewegingen uitvoert. Het bloed loopt vanuit de lichaamsholte door kleppen binnen en wordt via de aorta naar de kop gepompt, doorspoelt daar de hersenen en sijpelt weer in het lichaam.

Het hart

De snelheid van de hartslag hangt natuurlijk af van de toestand van activiteit, hun staat van ontwikkeling en ook van ieder insect afzonderlijk. Een vlinder zal een hogere hartslag hebben dan een rups. Een fijne, dansende, spelende, vlugge vlinder heeft een snelheid van 140 slagen per minuut, waartegenover vrouw-rups rustig, traag en gedwee de wereld om zich heen aanschouwt en het kan stellen met een hartslag van 60 tot 70 slagen per minuut.

Zenuwstelsel

Een ander belangrijk punt in het leven der insecten is zonder twijfel hun zenuwstelsel. Tegenwoordig doet men dat onderzoek met elektronische hulpmiddelen en niet meer met chirurgische ingrepen.
Het zenuwstelsel bij de Insecten bestaat uit een dubbele bundel zenuwen, die aan de buikzijde door het lichaam loopt. In elk lichaamssegment ligt een verdikking, een zenuwknoop, die men de ganglion noemt. Van daar uit gaan de andere zenuwen naar spieren en. organen.
De bijzonderste zenuwknoop is deze die in de hersenen ligt.
De hersenen bedienen rechtstreeks de. zenuwen die naar de antennen, de ogen en de monddelen lopen. Andere lichaamsdelen handelen onafhankelijk van de zenuwknoop, gelegen in de hersenen. Daardoor kan het gebeuren dat een insect in beweging blijft zelfs nadat men het onthoofd heeft. Een bij bijv. kan zo nog urenlang doorgaan met zich te poetsen.
Wijfjesinsecten leggen hun eieren vaak in grotere aantallen en doen dit bovendien sneller wanneer de hersenen buiten werking zijn gesteld.

Camouflage

Insecten kunnen niet denken; al hun reacties zijn afhankelijk van de zenuwen; daaruit volgt dat ieder in zijn soort zich aanpast aan de omstandigheden, waarin zij leven of verblijven. Deze aanpassing bestaat hierin dat een insect zich camoufleert. In dit opzicht kan gezegd worden dat insecten zeer hoog ontwikkeld zijn. Elk dier zorgt er voor dat het in zijn omgeving kan omgaan zonder op te vallen. Er zijn soorten met schutkleuren.
Anderen versmelten volkomen met hun achtergrond. Vlinders hebben de onderkant van hun vleugels zo beschilderd en gekleurd, dat ze gewoon uit het oog verdwijnen bij het neerstrijken. Om het niet alleen te laten bij de camouflage van vlinders, kan ik melden dat er camouflagemiddelen bestaan bij de bidsprinkhanen (wandelende takjes).

Ziezo, we kwamen aan het einde van "Bouw en functie der insecten". Volgende keer bekijken wij het proces dat handelt over "Van ei tot imago" Zij die meer willen weten over de camouflage bij de insecten, kunnen zich verdiepen in het boek van dr. Kettlewell. Hij bestudeerde "Biston betularia" (berketakje) en beschreef op een eenvoudige wijze de ingewikkelde bouw der insecten, om me op die manier in de wonderlijke wereld der insecten binnen te leiden.

K. DE BRANDT

BIBLIOGRAFIE:

Man and insects
General Textbook of Entomology.

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany