Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1975,
nummer 5
"Iets meer over trouwen en trouwringen; deel I."

Voor enkele maanden ontving "Velpeleven" in het kader van het folklorejaar, vanwege het Instituut voor Volkskunde een vragenlijst die betrekking heeft op het dragen van de trouwring.

Wij hebben het nuttig geoordeeld even dieper op dit onderwerp in te gaan.

 

Zeer waarschijnlijk ontstond de ring tijdens het Bronstijdperk. Tevoren hadden we het Neolithicum, de Nieuwe Steentijd, tijdens dewelke de mens geleerd heeft steen te polijsten, woningen te bouwen en dieren te temmen. De mens begon tevens aan landbouw te doen, potten te bakken en te weven. Het was tevens de tijd van de dolmens, de menhirs en de cromlechs, dit zijn megalithische monumenten, bestaande uit zeer grote stenen, op verschillende wijzen samengeplaatst, en die meteen de opkomst van de architectuur aankondigden.

Dit Neolithicum duurde 7.000 tot 8.000 jaren, nl. van ca. 10.000 tot ca. 2000 v. Chr. Vanaf het 2de Millenium v. Chr. deden metalen hun intrede: het koper (Cyprus), het brons en het ijzer.

Het brons is een mengsel van twee metalen 93% koper en 7% tin. Waar koper gemakkelijk kan gesmeed worden, laat brons zich gieten en is dan door hardheid veel duurzamer. Brons zal dan ook verkozen worden voor alle voorwerpen die aan slijtage onderhevig zijn.

 

Het brons is uitgevonden in het Oosten. Van daaruit werd het, samen met de technieken van de bewerking, ingevoerd in Europa. Ue oudste vormen van bronscultuur, die men in Europa kent, worden aangetroffen in een gebied met als belangrijlkste centra Bohemen en Moravië enerzijds en de Britse eilanden anderzijds.

Van beide centra uit heeft de cultuur zich verspreid naar Hongarije en later naar Noord-Duitsland, Zuid-Scandinavië en Noord-Italië. In al deze productiecentra ontstond een zeer bedrijvige handel in bronzen voorwerpen. De ringen, die ons interesseren, vormden slechts een klein onderdeel van het grote gamma producten die men toen fabriceerde.

 

Vanzelfsprekend waren de eerste ringen zeer eenvoudig, ze gaan van draden tot massief gegoten modellen.

Spoedig, evenwel, zullen ze kunstzinnige vormen krijgen enn ook de afwerking zal verfijnen.

Later ondergaat het materiaal zelf wijzigingen: het brons zal vervangen worden door goud of zilver, waarin al dan niet edelstenen gevat zitten

 

De godsdienst ligt aan de oorsprong van de ring; ttz. de oorspronkelijke betekenis van de ring moet gezocht worden in de godsdienstige opvattingen van de primitieve mensen.

Inderdaad, cirkels, wielen, ringen en dergelijke meer wijzen op een astrale cultus, een astrale religie. Deze is een vorm van godsdienst die in nauwe betrekking staat tot de hemellichamen, en vooral dan tot de zon.

Reeds in de meest primitieve culturen vinden we het geloof dat één God de hoogste is.

Er is in de natuur zoveel dat de primitieve mensen niet aankunnen, als licht en warmte, water, vuur en wind, vruchtbaarheid, enz.. . Vandaar dat ze alles gaan 'sacraliseren''. Ze trachten God te concretiseren, ze proberen hem concreet voor te stellen.

Uitgaande van de vaststelling dat de zon bron is van warmte, vuur en licht enerzijds, en van leven en groei anderzijds, kan men ze gemakkelijk begrijpen wanneer ze in de zon de personificatie van God zien. Vermits de zon gelijkt op een grote cirkel, wordt de cirkel het symbool van de zon.

Een cirkel is zonder begin en zonder einde; zo is ook de ene God, die door de cirkel gesymboliseerd wordt

Het is vanzelfsprekend dat de prehistorische mens de ring een magische kracht toekende; hij gebruikte hem als uiterlijk teken van zijn gezag, macht en trouw, juist wegens de gesloten vorm van de ring, die de beëindiging uitsluit.

Het symboliseren van gezag en trouw door de ring is niet alleen zo oud als de ring zelf, maar het is ook nog van deze tijd. Reeds in de oudste geschriften komt dit tot uiting. Zo heeft de Genesis, het eerste Bijbelboek, - de schrift begint volgens de enen 1.500; volgens de anderen 1.000 jaar v. Chr. - het volgende over de ring:

In Hfst. 41, vers 12 staat te lezen : "Farao trok zijn zegelring van eigen hand en stak die aan de hand van Jozef"

Met deze overdracht van de ring wordt duidelijk aangegeven dat hij Jozef met gezag bekleedde en hem liet delen in zijn macht

Koningen droegen de zegelring als teken van hun gezag; dit doen trouwens heden ten dage nog paus en bisschoppen.

Elders in de Genesis, Hooglied, Hfst. 7, vd S, staat "Draag mij als een zegelring op het hart, om daarmee trouw en aanhankelijkheid te bewijzen".

Jeremias, Hfst. 22, ve 24 - zegt : "Zo waar ik leef, -spreekt Jahweh - al was Jechonia, Jojakims zoon, koning van Juda, ook de zegelring van mijn rechterhand, ik rukte U er af", dit ter wille van de ontrouw van Jechonia.

Plinius de Oude (+ 79 na Chr.), beroemd om zijn '"Naturalis Historia", die handelt over de natuurlijke wetenschappen, schrijft dat de Romeinen de ring, die niet eens van goud was maar van ijzer, beschouwden als onderpand van trouw en hem gebruikten bij verloving en huwelijk, "-vinculum, pronubus"

Om buitenstaanders te overtuigen van hun waardigheid droegen de Romeinse senatoren eveneens de zegelring.

De ring bleef een teken van vrij burgerschap, en voor de Grieken was hij een teken van klassenonderscheid.

Het Christendom heeft de ring niet afgeschaft, wel een diepere betekenis er aan gegeven.

HET HUWELIJK IN DE KERKPROVINCIE REIMS

De Verloving

Hiervoor moeten we even terug tot Paus Nicholaas I, die regeerde van 858 tot 867.

Paus Nicholaas I was gekend om zijn heersersnatuur. Hij verdedigde de vrijheid en zelfstandigheid van de Kerk tegenover iedere beïnvloeding door de wereldlijke macht, en de rechten van de Paus tegenover de vorsten en metropolieten.

In 858 antwoordde Nicholaas I op de door Boris, koning der Bulgaren, gestelde vragen met de beroemde °"Responsa ad consulta Bulgarorum" Ons interesseert enkel het gedeelte dat betrekking heeft op het verloop van de huwelijksplechtigheden te Rome.

Op te merken valt dat in Rome een onderscheid gemaakt werd tussen verloving en huwelijk, in tegenstelling tot de Bulgaren, die de verloving waarschijnlijk niet kenden.

Verder leiden wij uit het antwoord af dat, bij de christenen te Rome, noch mannen noch vrouwen banden om het hoofd droegen, bewerkt met goud of zilver of een ander metaal, terwijl de Bulgaren dit wel deden, zoals zij trouwens nog plegen te doen in hun volkse klederdrachten bij bepaalde plechtigheden en feestelijkheden.

In de oude ritualen vinden we heel wat terug over de huwelijksinzegening en alles wat er bij hoort. Hier ligt de bron van heel wat gewoonten die de loop der tijden getrotseerd hebben en nu nog voorkomen. Vergeten we daarbij niet dat de Roomse liturgie wortelt in het Jodendom; het kan dan ook nuttig zijn de Bijbel te raadplegen.

In het Hooglied, Hfst. 16, v. 8-12, waarbij de profeet Ezechiël verhaalt hoe Jeruzalem, eerst beschreven als een vondelinge, aangenomen wordt door Jahweh als bruid.

"Weer kwam ik naderbij en zag u:
de tijd van de liefde was nu voor u gekomen
Ik spreidde mijn mantel om u heen
en dekte zo uw naaktheid,
lk zwoer u trouw
en sloot een verbond met u.
- God sprak van Jahweh, den Heer -
en zo werd gij de mijne
Ik wies u met water,
spoelde het bloed van u af,
en zalfde u met olie..
Nu voorzag ik u van kleurige kleren,
schoeide u met het kostbaarste leer,
gaf u een hoofdband van damast
en sluierde u net zijde
Ik tooide u met kleinodiën,
gaf u armbanden om uw polsen,
snoeren om uw hals.
Ik gaf u een ring door uw neus,
hangers in uw oren,
en een prachtig kroontje op uw hoofd

De verloving had plaats vóór gelijk welke priester, - binnen de kerkprovincie van Reims vanaf 1583 voor de plaatselijke pastoor -, en in tegenwoordigheid van drie of vier getuigen, maar zonder gevolg van jongelingen, wat wel het geval was ten tijde van de Romeinen zoals te zien is op een sarcofaag cao 275 na Chr. in het Nationaal museum te Rome, en op een tweede sarcofaag in het Vaticaans museum.

Het paar dat zich kwam aanmelden bij de priester werd ondervraagd naar de naam en naar hun geloof; dit laatste was begrijpelijk wegens het overwegend aantal heidenen bij het begin van de Kerk, of het vrij groot aantal calvinisten op het einde van de 16e en tijdens de 17e eeuw.

De ceremonie verliep als volgt - hierbij geven we u de tekst weer in zijn oorspronkelijke versie,

"Voulez vous être fiancez? •- "Ouy!" "Comnmment est vôtre nom?"
De priester nam van beiden de rechterhand en bracht die samen zeggende :
"N... tu jure et promets par la foy et serment de ton corps que tu prendras N... icy presente à femme et épouse dedans quarante jours, si Dieu et sainte Eglise s'y accordent"

De "tabulae matrimoniales" werden voorgelezen. Hierin stonden vermeld niet alleen de overeenkomst nopens de bruidsschat, maar ook de rechten en de plichten waaraan getrouwde personen zich te houden hadden tijdens het huwelijk. Deze "tabulae" werden nadien ondertekend door de getuigen hierbij aanwezig, en zelfs voorzien van hun zegel zo zij er een bezaten.

De doelstelling van het huwelijk werd sterk procreatief opgevat,met andere woorden, het huwelijk was vooral gericht op de voortplanting4

De Ambrosius, kerkleraar, bijv. in zijn "Sermones" zegt nadrukkelijk: "Wie in de trouw meer het vlees zoekt dan kinderen voortbrengen, handelt tegen de voorschriften bepaald in de "tabulae'". Wie zal, zonder blozen, zijn dochter overleveren aan de wellusten van de man? De "tabulae" worden voorgelezen, niet om de ouders te doen blozen, maar opdat zij zouden schoonouders worden en niet koppelaars!"

Na het lezen van de "tabulae" stak de toekomstige echtgenoot de verlovingsring aan de vinger van zijn verloofde, kuste haar en bood haar lederen schoeisel aan (zie hoger de tekst van Ezechiël)

De vrouw, zegt de H. Isidorus (kerkleraar, bisschop van Sevilla, ' droeg alleen ( 636 na Chr), de ringen, geschonken door haar man: de verlovingsring en de trouwring. Hij vervolgt "De ring, die de toekomstige bruidegom ter gelegenheid van de verloving op de middenvinger van zijn verloofde steekt, is een teken van wederzijdse trouw die zij eraan beloven. Maar de ring aan de ringvinger van de gehuwden betekent het één worden van hart, vermits er in deze vinger een ader steekt, die het bloed rechtstreeks naar het hart voert".

Na de verloving werden de vier bannen geroepen. (NB: de vierde ban werd geroepen op de huwelijksdag zelf in tegenwoordigheid van alle genodigden). Die deze bannen hoorden, waren, op straf van excommunicatie, verplicht, zo hen beletsels bekend waren die het huwelijk in de weg stonden, deze aan te brengen; deze betroffen: vergissingen, onvolwassenheid, geloften, bloedverwantschap, misdaad, verscheidenheid van godsdienst, stand, band, eerzaamheid, zo zij bloedverwant waren of onbekwaam tot de coïtus of geslachtsgemeenschap.

Vandaar het voorwaardelijke in de verlovingsformule, die o.a. ten jare 1639 nog gangbaar is in het bisdom Ieper

"Ick N.... in de presentie van dese ghetuyghen, belove myn trouwe te geven U N.... die ick boude met der handt, ende U te nemen voor myn wettelycke huysvrauwe, ist dat het onze moeder de heylighe kercke ghedoogt"

Eens dat de verloving had plaats gehad was de bruid verplicht een "vool" te dragen, enerzijds uit welvoeglijkheid, en anderzijds om daarmee te betuigen haar ondergeschiktheid tegenover de man, naar het voorbeeld van Rebecca.

Zo hierin voortijdig een wijziging kwam, moest er een onderzoek ingesteld worden.

Bibliografie

 

Bijbel - Boek: Genesis

Winkler Prins Encyclopedie

De Divinis Officiis door de H. Isidorus

Responsa ad consulta Bulgarorum

Tijdschrift "Bachten de Kupe" L. VANHEULE

 

wordt vervolgd

 


WERKGROEP VOLKSKUNDE - FOLKLORE                                   R. GEYSENS

 

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany