|
De vorstelijke rechten op het pachthof van Lofort, het
Keizerrijkveld en al wat daarbij hoorde, werden later in leen gegeven aan de
bisschop van Luik en aan de hertogen van Brabant. Deze gaven ze dan weer
voort in onderleen. Zo ontstond het leen geheten ''Van den Steenwegen", aldus
geheten naar een familie welke rond 1300 houder ervan was. Deze heren hebben
nooit Vertrijk bewoond. Hun laatste grafsteen werd geschonden bij een
luchtaanval op de St.-Pieterskerk, te Leuven in 1944. Hij staat nu buiten tegen
die kerk rechtover de Diestsestraat.
De pachters van Lofort werden machtige mannen; zodat zelfs
een tak van hun familie zich de luxe kon permitteren een eigen waterburcht te
bouwen; zo zien we de familie Vandenborchove deels verblijven op het pachthof
en deels op de burcht na 1100.
De burchtheren en Ridders Vandenborchove
hielden er te Vertrijk een respektabel Cynsboek op na met allerlei rechten op
ongeveer 1/5de van het dorp; door huwelijk ging dit cynsboek na 1500 over naar de heer van Kwabeek, die aldus zijn
macht weer eens verstevigde.
Waar stond nu die burgt der Ridders van Lofoft
?
Ten Oosten van S. Luciekapel, tussen het
Vlietje en de Velpe, ligt een weide, in de vorm van een onregelmatige
parallellogram, van 3 dagmalen of 96 aren groot. Nu is ze
doorsneden door de makadam-doorsteek en door het kerkpad of dam van Lofort
; ze is aldus in 3 stukken getrokken. Dit is het laagste gedeelte van de
omgeving. Spijts de tientallen karren aarde die men er al heeft
ingevoerd, blijven zich elke winter hardnekkig grote plassen vormen, die de
doortocht langs het kerkpad belemmeren.
Die weide heette vroeger "mersch"
of moeras. Soms word ze ook genoemd "de motte", dat is een puinhoop met kruiden
overgroeid. Er waren hier tot 1430 twee vijvers, waarvan de ene diende
als molenvijver voor de slagmolen en waarvan de andere de waterburcht omgaf.
De eerste werd gevuld met het water van de
Velpe; de tweede betrok zijn water deels uit de Velpe, maar vooral uit een
ophoud van het Dorpsvlietje uit de Koningsbron.
In 1500, toen de vijvers al gedeeltelijk gedempt waren,
sprak men nog enkel van dubbel grachten rond het oude slot. Om de toestanden van
de vroegere periode op te zoeken, raadpleegden we de cynsboeken van de hertog
van Brabant van voor en na 1400. Eerst in het latijn, later in het
Vlaams, lezen we daar duidelijk dat er spraak is van twee vijvers; dat de bewoners
de Ridders van Verteke zijn, geheten van den Borchove; dat deze heren daar
"mogen stellen zovele poorten en bruggen als hen gelieven sal"; en "dat sij 't
watere van de Velpe mogen ute en inne laten tot hunnen wille"
Dit alles natuurlijk mits het jaarlijks betalen van een
taks; en deze bedroeg 121 molevaten evene (haver), 121 tournoisen, en een
paar deniers. Na het verdwijnen van de burcht moest die taks voortbetaald
worden; ze was dus bedoeld als eeuwigdurend! Maar de huurder van de latere
Motte of Meersch kon die taks natuurlijk alleen niet opbrengen. Daarom vond de
latere eigenaar van de Lofortgoederen het wijselijk die grote taks te verdelen
op de schouders van een tiental huurders van andere percelen. Het moest toch van
ergens komen!!
De hoofdingang tot bovengenoemde waterburcht, met
ophaalbrug, bevond zich langs de zijde van de Overhem- of Smidstraat. Het stukje
van de oude koninklijke weg (van Boutersem naar Lofort), dat ligt ten zuiden van
de Smidstraat, heeft steeds wisselende benamingen gehad. Oorspronkelijk
koninklijke weg, kreeg het, na het ontstaan van de burcht, de naam "Poorte van
Lofort'oo Op een perceeltje er naast leest men "ende hier was het sloth van
Lofort" (dit is afsluiting van de toegang: ophaalbrug).
Na het verdwijnen van de burcht sprak men van Mellestraatje
(verdoken straatje, straatje dat tot niets meer dient, straatje dat een geheim
verbergt: denk aan "helen").
Na 1500 toen de bewoners van de Smidstraat kans zagen en
gingen."griesten° over de puinhoop van Lofort, om een kortere weg te hebben
naar S. Luciekapel en naar de kerk, sprak men over "den dijc of dam van Lofort"
en later over "kerkpad"
De ridders, geheten vanden Borchoven, trokken rond 1430 naar
Leuven en werden er betrokken bij het stadsmagistraat; hun burcht verzonk al
spoedig in het slijk.
De pachters van Lofort, ook geheten van den Borchoven, hun
verwanten, hielden het hier uit tot rond 1500
P.. KEMPENEERS
verder naar deel 8
|