Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1975,
nummer
5
"Wandelend langs de Velpe - deel
7."

De vorstelijke rechten op het pachthof van Lofort, het Keizerrijkveld en al wat daarbij hoorde, werden later in leen gegeven aan de bisschop van Luik en aan de hertogen van Brabant. Deze gaven ze dan weer voort in onderleen. Zo ontstond het leen geheten ''Van den Steenwegen", aldus geheten naar een familie welke rond 1300 houder ervan was. Deze heren hebben nooit Vertrijk bewoond. Hun laatste grafsteen werd geschonden bij een luchtaanval op de St.-Pieterskerk, te Leuven in 1944. Hij staat nu buiten tegen die kerk rechtover de Diestsestraat.

De pachters van Lofort werden machtige mannen; zodat zelfs een tak van hun familie zich de luxe kon permitteren een eigen waterburcht te bouwen; zo zien we de familie Vandenborchove deels verblijven op het pachthof en deels op de burcht na 1100.

De burchtheren en Ridders Vandenborchove hielden er te Vertrijk een respektabel Cynsboek op na met allerlei rechten op ongeveer 1/5de van het dorp; door huwelijk ging dit cynsboek na 1500 over naar de heer van Kwabeek, die aldus zijn macht weer eens verstevigde.

Waar stond nu die burgt der Ridders van Lofoft ?

Ten Oosten van S. Luciekapel, tussen het Vlietje en de Velpe, ligt een weide, in de vorm van een onregelmatige parallellogram, van 3 dagmalen of 96 aren groot. Nu is ze doorsneden door de makadam-doorsteek en door het kerkpad of dam van Lofort ; ze is aldus in 3 stukken getrokken. Dit is het laagste gedeelte van de omgeving. Spijts de tientallen karren aarde die men er al heeft ingevoerd, blijven zich elke winter hardnekkig grote plassen vormen, die de doortocht langs het kerkpad belemmeren.

Die weide heette vroeger "mersch" of moeras. Soms word ze ook genoemd "de motte", dat is een puinhoop met kruiden overgroeid. Er waren hier tot 1430 twee vijvers, waarvan de ene diende als molenvijver voor de slagmolen en waarvan de andere de waterburcht omgaf.

De eerste werd gevuld met het water van de Velpe; de tweede betrok zijn water deels uit de Velpe, maar vooral uit een ophoud van het Dorpsvlietje uit de Koningsbron.

In 1500, toen de vijvers al gedeeltelijk gedempt waren, sprak men nog enkel van dubbel grachten rond het oude slot. Om de toestanden van de vroegere periode op te zoeken, raadpleegden we de cynsboeken van de hertog van Brabant van voor en na 1400. Eerst in het latijn, later in het Vlaams, lezen we daar duidelijk dat er spraak is van twee vijvers; dat de bewoners de Ridders van Verteke zijn, geheten van den Borchove; dat deze heren daar "mogen stellen zovele poorten en bruggen als hen gelieven sal"; en "dat sij 't watere van de Velpe mogen ute en inne laten tot hunnen wille"

Dit alles natuurlijk mits het jaarlijks betalen van een taks; en deze bedroeg 121 molevaten evene (haver), 121 tournoisen, en een paar deniers. Na het verdwijnen van de burcht moest die taks voortbetaald worden; ze was dus bedoeld als eeuwigdurend! Maar de huurder van de latere Motte of Meersch kon die taks natuurlijk alleen niet opbrengen. Daarom vond de latere eigenaar van de Lofortgoederen het wijselijk die grote taks te verdelen op de schouders van een tiental huurders van andere percelen. Het moest toch van ergens komen!!

De hoofdingang tot bovengenoemde waterburcht, met ophaalbrug, bevond zich langs de zijde van de Overhem- of Smidstraat. Het stukje van de oude koninklijke weg (van Boutersem naar Lofort), dat ligt ten zuiden van de Smidstraat, heeft steeds wisselende benamingen gehad. Oorspronkelijk koninklijke weg, kreeg het, na het ontstaan van de burcht, de naam "Poorte van Lofort'oo Op een perceeltje er naast leest men "ende hier was het sloth van Lofort" (dit is afsluiting van de toegang: ophaalbrug).

Na het verdwijnen van de burcht sprak men van Mellestraatje (verdoken straatje, straatje dat tot niets meer dient, straatje dat een geheim verbergt: denk aan "helen").

Na 1500 toen de bewoners van de Smidstraat kans zagen en gingen."griesten° over de puinhoop van Lofort, om een kortere weg te hebben naar S. Luciekapel en naar de kerk, sprak men over "den dijc of dam van Lofort" en later over "kerkpad"

De ridders, geheten vanden Borchoven, trokken rond 1430 naar Leuven en werden er betrokken bij het stadsmagistraat; hun burcht verzonk al spoedig in het slijk.

De pachters van Lofort, ook geheten van den Borchoven, hun verwanten, hielden het hier uit tot rond 1500

P.. KEMPENEERS

verder naar deel 8

 

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany