
WAAROM DIT ARTIKEL?
Omdat ik nu het derde jaar meewerk aan de
Atlas van de Belgische Broedvogels, en dus aam mijn derde stafkaart toe was,
rijpte de gedachte om een artikel over het ganse Hageland te schrijven. Ik heb
het immers voor drie vierden doorkruist in alle richtingen en er zijn nog maar
weinig plaatsen over waar ik nooit geweest ben; deze liggen dan in de streek
rond Scherpenheuvel.
Maar in de andere delen blijft er geen bos,
moeras, holle weg, of wat dan ook over, waar ik niet geweest ben.
Nu, er werd over de aardkunde of geologie al
heel wat geschreven, echter zo wetenschappelijk dat het voor de meeste mensen
onbegrijpelijk is; zo stuit je al dadelijk op namen als Bolderiaan, Eoceen,
enzovoort zonder dat deze uitgelegd worden.
Deze teksten zijn bestemd voor specialisten en
wie dat niet is, leest niet verder. Ik wil een artikel schrijven, dat door
iedereen kan verstaan worden.
Bovendien wil ik de grenzen van het Hageland
duidelijk bepalen, want je hebt er geen idee van welke verschillende opvattingen
er daarover bestaan. Voor de afscheiding in het zuiden heeft nog niemand een
grens bepaald.
De grenzen kunnen natuurlijk verschillen als
je van uit een ander standpunt bekijkt. Je kunt bijvoorbeeld grenzen bepalen aan
de hand van de taalkunde of van de landbouwgebieden, en dan kom je tot grote
verschillen.
Ik wil grenzen bepalen aan de hand van wat men
ziet: landschappelijke grenzen en gedeeltelijk ook geologische, want soms komen
die precies overeen.
Het deel over de planten en vogels zal alleen
handelen over de stafkaart Aarschot en daarover werd heel wat minder geschreven.
PLAATS VAN HET HAGELAND IN BELGIË.
Laag-België, dat zoals de naam het zegt, laag
ligt, wordt van de leemplateaus van Midden-België gescheiden door een
heuvelland. In het westen vertrekt dit in de streek van Poperinge in
West-Vlaanderen; het vormt verder een smalle band die reikt tot de streek ten
oosten van Hasselt.
Ten noorden van dit heuvelland zit je in d~
zandstreek en ten zuiden in de leemstreek. Bekende 'bergen' uit dit heuvelland
zijn: Kemmelberg 156 m, Pottelberg 157 m., Pellenberg IO6 m...
In de streek tussen de steden Aarschot, Diest,
Tienen, Leuven, ligt het Hageland; dat hebben we allemaal op school geleerd;
daar ligt het ongeveer tussen. We gaan niet twisten over de oorsprong van de
naam: is het nu een land van hagen, zoals de naam laat vermoeden, of betekent
het bosland?
Om de grenzen te kunnen bepalen, moeten we in
de eerste plaats de ondergrond gaan bestuderen; we gaan aan geologie doen.
Vooreerst moet je door een reeks moeilijke namen heen.
De geschiedenis van de aarde wordt verdeeld in
tijdvakken, die op hun beurt verdeeld worden in formaties, waarbij voor een
bepaalde streek ook bepaalde grondsoorten werden gevormd.
We halen hieruit wat we nodig hebben om de
vorming van het Hageland te begrijpen.
De ondergrond van het Hageland werd volledig
gevormd in het Tertiair de bodem gedeeltelijk, vermits op de toppen van de
Diestiaanheuvels als Heikant, Middelberg, Wijngaardberg en Houwaartseberg geen
lagen meer werden afgezet: de rest van de bodem werd gevormd door afzettingen in
het Quartair, vooral leem of lössgrond; het is precies de dikte van die leemlaag
die aan de plantengroei en aan het landschap van het Hageland zijn vorm en
uitzicht geeft (Zie tabel op de volgende bladzijde.)
WELKE NATUURKRACHTEN HEBBEN AL DEZE LAGEN
AFGEZET?
Hier gaan we ons alleen bezighouden met deze die
aan de bodem zijn ontstaan hebben gegeven.
Op het einde van het Plioceen drong de zee
een laatste maal in onze streken door: de Diestiaanzee,
genoemd naar de stad Diest die ons heuvels naliet.
Hun ontstaan is zo te verklaren.
Langs de kust Waren in deze zee zandbanken
ontstaan, met daartussen diepere geulen. Toen nu de zee langzaam terugtrok,
kwamen eerst de zandbanken in aanraking met de lucht, zodat de grijsblauwe
ijzerverbindingen zuurstof uit de lucht opnamen en onoplosbaar werden; dit werd
nog bevorderd door het tropisch klimaat van toen.
Naarmate de zee zakt, spoelen de geulen steeds
uit en daar heb je de Hagelandse heuvels. Noteren we even dat ook buiten het
Hageland van die heuvels liggen; te Heist-op-den-Berg en te Beerzel, eveneens te
Langdorp (Bosberg)
| Tijdvak |
Formatie |
Jaren geleden |
Belang voor onze streek |
|
Quartair |
Holoceen |
Vanaf 20000 jaar geleden
tot nu |
Afspoeling van grond van
hellingen; rivierafzettingen. |
| Pleistoceen |
Begin 2 miljoen jaar
geleden |
Afzetting van vruchtbare
leemgronden; ijstijden. |
|
Tertiair |
Plioceen |
Begin 15 miljoen jaar
geleden |
Diestiaanzee: vorming van
onze Hagelandse heuvelsmet afzetting van zand, soms verweerd tot klei. |
| Mioceen |
Begin 30 miljoen jaar geleden |
Toppen van de heuvels in
Lubbeek en Binkom gevormd uit zand (=Bolderiaan) |
| Oligoceen |
Begin 42 miljoen jaar geleden |
Vorming van klai en zand:
vallei van de Molenbeek te lubbeek en Winge; heuvels van Ninkom en Lubbeek
(=Rupeliaan). Vorming van de ondergrond in Zuid-Hageland, kleiďg zand (=Tongeriaan). |
| Eoceen |
Begin
70 miljoen jaar geleden |
Ondergrond van de Velpe en
de Molenbeek te Lovenjoel. |
|
Secundair |
Krijt
--------------
.............
---------------
............... |
Begin 86 miljoen jaar geleden |
Ondergrond van
Droog-Haspengouw. |
| Primair |
|
|
Ondergrond van Brabant |

Schematisch liggen deze heuvels als
hierboven aangeduid.
De verdere bodem van het Hageland is het werk
van wind en rivieren.
In het Pleistoceen werd het klimaat ijskoud,
we kregen toen 4 ijstijden; over hun ontstaan zijn de wetenschapslui het nog
niet eens. België werd nooit door ijs bedekt, maar tijdens de Riss-ijstijd van
200.000 jaren terug, waren we er niet ver af; het ijs kwam tot Amsterdam; wij
hadden een Toendraklimaat.
Door de wind werd toen over deze ijsvlakte
leem aangevoerd en aan de rand afgezet. Zo werd Haspengouw met een 2 meters
dikke laag bedekt, het Hageland met gemiddeld één meter en ten noorden van de
Motte-Wingevallei bijna geen meer.
Tenslotte hebben ook de rivieren de bodem
gewijzigd.
Zo heeft de Velpe in haar vallei de lagen uit
het oligoceen weggespoeld en het oudere eoceen blootgelegd; maar tussen Roosbeek
en Tienen is het nog aanwezig in de ondergrond.
Ook zet elke rivier, wat ze in haar bovenloop
wegspoelt, weer wat verder af; dat heet dan alluviale gronden, aanslibbingen.
In zandige streken kan de wind ook duinen
vormen en zelfs verplaatsen; zoiets is nog mogelijk in 'S Hertogenheide.
In onze tijd is natuurlijk de mens de
voornaamste landschapsvormer, zeker ook in onze streek; beeld je maar eens in
hoe het Hageland er een paar eeuwen vroeger heeft uitgezien: meer bossen, meer
moerassen, minder beton en steen. Het moet toen veel aangenamer geweest zijn
Voor we nu aan een afbakening van het Hageland
kunnen denken, moeten we eens kijken naar de ons omringende streken wat
ondergrond en bodem betreft.. .
Daarvoor is het nodig dat we een doorsnede
(schematisch) maken van Aarschot naar Tienen, zonder rekening te houden met de
latere deklagen.

Je ziet dus dat het Hageland het jongst is in
het noorden en aan de zuidgrens veel oudere lagen telt.
Volgende schets toont aan wat ons omringt:


BESPREKING EN VERRECHTVAARDIGING VAN DEZE
GRENZEN
DE WESTGRENS: de Dijle, wordt door iedereen
aanvaard.
DE NOORDGRENS: de Zuiderkempen grenzen
aan het Hageland met een beboste heuvelzone, vooral dennenbossen, wat toelaat ze
te rangschikken als Kempen. Geologisch zou ze bij het Hageland kunnen gebracht
worden, vermits de heuvels bestaan uit Diestiaan.
Omdat het landschappelijk uitzicht tenslotte voor de meeste mensen het
belangrijkst is, laten we dus heuvels als de Bosberg bij de Kempen.
Plantkundig is er maar één verschil met de
heuvels ten zuiden van de Demer; meer dennenbossen.
Uit dit oogpunt bekeken valt de streek tussen
Messelbroek en Rillaar ook bij de Kempen.
Zeker verkeerd is het in Averbode bordjes te
plaatsen met "Hagelandroute"!!!
DE ZUIDGRENS: hier kan de spoorlijn als
grens dienen, of de nieuwe autoweg E5, maar dan van Leuven tot de Velpe in
Neervelp, daarna bemerk je de open golvingen van Haspengouw.
DE OOSTGRENS: hier neem ik de Velpe; de
streek tussen deze rivier en de Gete ( traditionele lijn) is landschappelijk
niet verschillend van Haspengouw: bezoek maar eens de velden tussen Kumtich en
Vissenaken, en je zult begrijpen dat dit geen Hageland meer is.
Ook dorpen als Houtem en Oplinter zijn
Haspengouws: zelfs de typische dorpsvorm, huizen fel gegroepeerd in een
rivierdal, bewijst dit.
Geologisch is het niet helemaal waar; op de
eerste hellingen ten zuiden van de Velpe komt nog zand aan de oppervlakte; bv.
zandkuilen te Hoeleden en Kumtich.
Deze zandkuilen zijn echter snel uitgeput, omdat de leemlaag snel dikker wordt
en uitbaten economisch niet meer renderend is; twee van de drie bestaande werden
reeds verlaten.
WERKGROEP NATUURSTUDIE,
ROELANTS A.