Halfparasiet
Deze keer zullen we het hebben
over een buitenbeentje in het plantenrijk; de maretak. In de late herfst en in
de winter, wanneer de bomen geen bladeren meer hebben, kunnen we niet voorbij
aan de maretak. Zijn ongewoon voorkomen - kogelronde struik met altijd groene
bladeren - trekt zeker onze aandacht. Hij schijnt als het ware te waken over
zijn gastheer terwijl deze laatste zijn winterslaap doet.
Wij schrijven wel gastheer; de
maretak is immers een halfparasiet, hetgeen wil zeggen dat hij profiteert van de
inspanningen van iemand anders, in casu de boom waarop hij groeit en waaruit hij
water en de erin opgeloste minerale (en organische?) stoffen haalt.
De maretak, van de familie der
Vogellijmachtigen (Loranthaceae), is één van de zeldzame hogere planten, die
zowel loofbomen als naaldbomen tot gastheer nemen.
Wetenschappelijk zijn er drie soorten:
-
de loofboommaretak, met de
appelboom als meest voorkomende gastheer, maar die ook van de ene loofboom op
de andere kan overgaan;
-
de zilversparmaretak, die
alleen op zilversparren te vinden is;
-
de dennenmaretak, die op
dennen en andere pijnbomen voorkomt.
In onze streken vindt men hem
vooral op canadabomen en appelbomen, minder op eiken, beuken en andere
loofbomen.
Vogellijm
De
maretak is een kogelvormige struik met gaffelvormige twijgen, en is blijvend
groen. Hij kan een diameter bereiken van zowat één meter. Uit een grote dikke
stam groeien groene takken met blijvend groene, lancetvormige of
breedtongvormige, tegenoverstaande, leerachtige loofbladeren, die aan de top van
de twijg zitten. De bladeren van de maretakken die de appelboom als gastheer
hebben zijn het breedst.
In maart en april ontwikkelen zich in de vork van de twijgen nietige geelgroene
bloemen.
De vrucht is een kogelvormige witte bes met kleverig slijmachtig vlees. Dit
kleverige slijm verklaart de tweede, eveneens veel voorkomende, naam van de
maretak: vogellijm.
In Italië werden en worden de witte bessen nog gebruikt bij de vervaardiging van
vogellijm. Met deze lijm worden takken bestreken; gaan de vogels hierop zitten,
dan blijven ze vastkleven en kunnen op deze manier gemakkelijk worden gevangen.
Men past deze methode vooral toe wanneer de trekvogels in grote massa's van
Afrika naar Europa terugkeren.
Ook de Romeinen bereidden
vogellijm uit het vlees van de bessen
Wanneer we nu weten dat de bessen vooral door de lijsters worden verspreid, dan
wordt de volgende spreuk meteen duidelijk; "Turdus ipse sibi cacat malum",
hetgeen in vrije vertaling wil zeggen: "De lijster graaft haar eigen graf".
Inderdaad, de in de witte bessen verborgen zaden worden door de vogels, vooral
lijsters, verspreid: door middel van het bessenslijm blijven de zaden kleven aan
de takken en kunnen ze zich dan ontwikkelen tot nieuwe planten.
Maretak
is in tegenstelling tot andere planten niet in staat callus (Wondweefsel.
Een los, witachtig weefsel dat ontstaat bij verwondingen van planten)
te vormen. Deze callusvorming wordt
verhinderd door een hormoonachtige stof die zich in de maretak bevindt; deze
stof belet de wondgenezing, ook bij veel andere planten.
Wanneer de maretak, zoals we verder zullen zien, Baldus, de god van het licht en
de groei , doodde, dan is die sage in zoverre waar, vermits de maretak in feite
veel bomen doodt, en in het bijzonder de perenbomen.
Anderzijds is het mogelijk zowat 50% der appelbomen tegen het gif van de maretak
te immuniseren of bestand te maken.
De zaden van de maretak "vallen slechts aan" nadat zij vooraf de lange weg door
het spijsverteringsstelsel van de lijster hebben afgelegd. Men is er in
geslaagd, namelijk door nabootsing van de stimulatie door de vertering, de
maretak ook kunstmatig door middel van zaden te verspreiden. Wanneer men een
zaadje van de maretak, liefst gestopt in een mengsel van leem en
vogeluitwerpselen, in een vooraf gemaakte opening in de schors, en dit op het
uiteinde van een twijg van de appelboom, inent, dan sterft de ganse twijg af
tijdens het eerste levensjaar. Herhaalt men deze handeling het volgend jaar op
de tegenoverstaande twijg, dan sterft slechts een halve twijg af. Vanaf het
derde of vierde jaar is de boom immuun en draagt hij zoveel maretakken als men
zaden inent. Sommige onderzoekers zien in deze zich ontwikkelende
verdraagzaamheid een vorm van immunisatie.
De ontwikkeling van een nieuwe
maretak verloopt als volgt. Na 1 jaar is de nieuwe plant 1 cm lang. Het tweede
levensjaar levert nog ongeveer één centimeter op. Vanaf het derde en in het
vierde jaar verschijnen de gaffelvormige vertakkingen. Vanaf het vijfde of zesde
jaar kent de plant een explosie, hij groeit dan snel aan tot een kogelvormige
struik.
Terloops mogen we hier aanstippen dat men er in geslaagd is maretakzaden op
kunstmatige manier binnen de 24 uren tot kiemen te brengen.
De wetenschappelijke naam van
de maretak is VISCUM ALBUM.
Bij de Romeinen is Viscum de naam zowel van de maretak als van de uit de bessen
bereidde vogellijm. Dit is ook het geval met de Nederlandstalige benaming van
vogellijm? Van onzekere oorsprong is de mistel of eikenmistel. In het Duits heet
hij Mistel; in het Engels mistletoe en in het Frans "gui" (de chêne). In
Kortenberg spreekt men van "boomkruid", in Rillaar van "halster" en in O.L.V.
Tielt van"hulster".In Boutersem zelf wordt hij vooral maretak genoemd; sommige
oudere mensen hielden het bij vogellijm, terwijl een enkele het had over
"eksternest", waarschijnlijk naar gelijkenis hiermee.
Lange tijd heb ik gevreesd
geen maretak te ontdekken in gans Boutersem. Ik had nochtans gehoopt er in het
Velpedal aan te treffen op een van de talrijke canadabomen, die elders, ideale
gastheren zijn. De reden waarom er in het Velpedal op dit ogenblik geen
maretakken groeien, schijnt te liggen in het feit dat deze canadabomen nog te
jong zijn, namelijk zowat 25 tot 30 jaar. Het blijkt nu vast te staan dat deze
gastheren 40 jaren en ouder moeten zijn opdat een maretak zich zou kunnen
ontwikkelen. (Misschien houdt dit verband met de zich langzaam ontwikkelende
immunisatie, zoals hoger beschreven).
Groeien er geen maretakken op
canada- of appelbomen in Boutersem, toch hebben we er!! Dankzij Romain Ausloos,
beëdigd houtvester van Boutersem, hebben we er ontdekt in de Latstraat. (Zie
plan)
Momenteel groeien er drie op een Meidoorn, hetgeen eerder zelden voorkomt. Die
Meidoorn staat bovendien vermeld op de stafkaarten. Verleden jaar waren het er
nog vijf, maar toen hebben de gemeentearbeiders van Boutersem, doornstruiken in
brand gestoken in de onmiddellijke nabijheid van de meidoorn, met het
noodlottige gevolg dat deze laatste sterk heeft te lijden gehad van het vuur en
dat twee van de vijf maretakken teloorgingen. Op dit ogenblik dragen zij nog hun
witte bessen. Hierbij weze opgemerkt dat dit jaar de maretakken op appelbomen
geen, en deze op de canadabomen wel bessen dragen. De reden hiervan is mij
onbekend (het schijnt vast te staan dat maretakken slechts alle drie tot vier
jaar tot bloei komen op harde houtsoorten).
Zijn er momenteel slechts drie
maretakken in gans Boutersem, in Lovenjoel daarentegen, groeien
er tientallen! In deze winterperiode kan men ze duidelijk waarnemen in de
canadabomen, links van de Grote Steenweg Leuven-Tienen, even voorbij de
verkeerslichten te Lovenjoel. Aan de overzijde, namelijk op de verkaveling van
Deborah, groeien er enkele op de oude appelbomen. Kijkt men van daar uit naar
het gewezen park van de heer Dekeyzer, thans eigendom van de gemeente Lovenjoel,
dan ziet men er tientallen in de oude canadabomen van het park. Deze bomen zijn
voldoende oud, hetgeen de bewering staaft dat de maretakken eerder zullen
voorkomen op bomen die eigendom zijn van particulieren dan op bomen die in het
bezit zijn van openbare instanties, die planmatig gekapt worden, en aldus niet
de kans krijgen om voldoende oud te worden teneinde maretakken te kunnen
huisvesten. Reist men met de trein van Leuven naar Tienen, dan kan men er ook
waarnemen links van de spoorweg, tussen Korbeek-Lo en Lovenjoel, namelijk op de
canadabomen. In Bierbeek groeien momenteel maretakken in het park van het
Wilderhof.
Wat hierbij telkens opvalt is het feit dat de maretakken in groepjes voorkomen,
hetgeen waarschijnlijk te wijten is aan de manier van het verspreiden der
zaadjes, namelijk door de vogels die van tak tot tak en van boom tot boom
vliegen, waarbij zelden grote afstanden worden afgelegd.
De benaming
Van waar komt de naam maretak?
Volgens Biekorf (1921) wordt de plant maretak genoemd omdat har takken zo taai
zijn dat men er de mare (in het Frans "cauchemar") mede kan binden of uit de
stal houden. " De mare is een tooveresse die heur veranderd heeft in een
leelijke beest en die 's nachts op de borst van de menschen komt rusten, bij zoo
verre dat deze gene asem meer kan halen. Dat noemt men "van de mare bezeten
zin".
Anderzijds zouden volgens het
volksgeloof deze kale, groene woekerplanten, nadat zij door de mare werden
aangeraakt, een bijzondere kracht bezitten.
Aan de balken gehangen houden deze takken de mare van de veestal verwijderd.
Men heeft de
onheilafwerende kracht van de maretak uitgebreid tot het "aanbrengen van geluk".
Zo wordt de maretak rond Kerstmis, het Germaanse midwinterfeest, naar oud
Keltisch gebruik, in een deuropening opgehangen. Onder de maretak wordt elk
meisje gekust: het nieuwe jaar moet nieuwe vormen baren. Immers, groeiend op de
heilige levensboom, de eik, bevat maretak alle levenskrachten, het beste van
zijn gastheer.
Werd vroeger de nadruk gelegd op de bescherming tegen boze geesten en heksen,
dan beoogt men thans veeleer geluk in het volgend jaar.
Zo is de maretak,
vooral in Engeland (mistletoe) en sedert enige tijd ook bij ons, in de
kerstviering ingeschakeld naast de kerstboom, een uit Duitsland ingevoerd
gebruik. Zo ziet men in de Kersttijd in Engeland op talloze plaatsen een maretak
opgehangen aan het plafond of boven de huisdeur. Met duidelijk mythische inslag
is de maretak aldus het groen van de Engelse kerstnachten. (Vgl. Velpeleven,
1ste jg., Nr.3: kerstfolklore).
Ook in onze streken wordt dit gebruik nog in ere gehouden. Toen schrijver van
dit artikel, samen met vrienden, onlangs -20/I2/75- voor een gezellig samenzijn
uitgenodigd was ergens in Boutersem, was hij aangenaam verrast vast te stellen
dat de gastheer een maretak had opgehangen boven de deur van de leefkamer.
Trouwens rond Kerstmis kan men zich in het Leuvense gemakkelijk maretakken
aanschaffen hetzij op de bloemenmarkt, hetzij bij de bloemisten, en dit tegen
tamelijk hoge prijzen.
In dit verband vragen wij u met aandrang: ga niet op jacht achter maretakken,
verzamelt ze niet. Zo loopt u niet het risico dat deze speciale plantensoort
uitsterft!
De maretak speelde zowel in de Oudheid als in
de Germaanse mythologie een grote rol.
'De gouden toverstok', die aan Aeneas de toegang tot de onderwereld verschafte,
wordt liefst vereenzelvigd met de maretak.
In de Edda (Germaanse mythologie) wordt verhaald hoe de zonnegod, Baldur, door
de blinde god Hödur, met een 'Misteltein’, ttz. een pijl van de maretak, werd
gedood.
Bij Plinius lezen we dat de Druïden, de priesters van de Galliërs niets voor zo
heilig hielden als een op een eik groeiende maretak. Een oude druïdenregel
luidde trouwens; "De maretaktwijg moet met de meeste eerbied, en liefst, indien
mogelijk, tijdens de zesde maand ingezameld worden. Hij moet met een gouden mes
of sikkel worden afgesneden. Het poeder van maretaktwijgen maakt vrouwen
vruchtbaar."
Het
gebruik als geneesmiddel
In de klassieke en ook in de volksgeneeskunde
werd en wordt de maretak nog
tamelijk veel gebruikt: meestal verzamelt men de bladeren, die saponinen,
choline, acetylcholine, viscotoxine, enz; bevatten. Sommigen
echter, verzamelen
de gehele plant. Men kan zich het ganse jaar door bevoorraden.
Het verzamelen gebeurt aldus: de breekbare
maretakken worden met lange stokken afgeslagen ofwel klimt men in de bomen en
met een (gouden?) mes snijd"t men de gehele tak af. De aldus verkregen plant
wordt in kleine stukken gesneden en daarna gedroogd bij kamertemperatuur zonder
dat de zonnestralen eraan te pas komen, dus liefst in het donker.
Voor een eventuele verbruiker van maretak
weze opgemerkt dat de werkzame stoffen gedeeltelijk vernietigd worden door de
warmte; daarom hem liefst gebruiken in de vorm van een koud aftreksel.
Het gebruik van de maretak als geneesmiddel
is oeroud.
In 1644 schreef Dodoens in zijn beroemd Cruydeboeck het volgende; " De
lijmigheydt ofte taye vettigheydt die uit de Maretakken ghedouwt is, van buyten
ghebruyckt, kan de humeuren oft vochtigheden uyt de diepten des lichaems naer
haer trecken, niet alleen de dunne maer oock de dicke, deselve met ghewelt
scheydende ende verteerende. Doch met herst ende soo veel wachs vermengt maeckt
morw ende rijp oft doet slincken alle harde geschwillen ende sweeringhenende
klieren die achter d'oore komen ende ook de puystkens oft sweerkens Epinyctides
geheeten die den mensche meest des nachts pleghen te quellen. Dan binnen den
lijve gebruyckt is dit Viscum hinderlijck. Men seydt oock dat het hout van de
Marentacken seer goedt is tegen de vallende sieckten."
Gedurende de laatste 50 jaren heeft de
wetenschap zich intens beziggehouden met de marentak. Zijn actieve stoffen
werden opgezocht en afgezonderd. Men onderzocht op streng wetenschappelijke
wijze hoe deze stoffen werkten bij mens en dier. Dit onderzoek is nog steeds
niet afgesloten: men staat voortdurend voor nieuwe raadsels.
Zo heeft de maretak in de eerste plaats een
bloeddrukverlagende werking. Welnu, op dit ogenblik is nog niet uitgemaakt welke
stof de bloeddruk doet dalen, nadat men maretak langs de mond heeft ingenomen;
acetylcholine, choline en histamine, alle die producten die inderdaad de
bloeddruk verlagen, worden, immers bij hun gang door de maag grondig afgebroken
en zijn slechts werkzaam bij rechtstreekse inspuiting in de bloedbaan.
Aan de andere kant echter, hebben proeven op
mensen langdurige en zeer duidelijke genezingen teweeggebracht. Bij de proeven
bleek verder dat bij de passage door het maag- en darmkanaal de in de maretak
aanwezige schadelijke stoffen voor hart en ademhaling, krachteloos en zelfs
vernietigd werden.
Maretak is op de eerste plaats een middel dat
de bloeddruk doet dalen en de kramptoestanden van de bloedvaten opheft,
eigenschappen welke 'ten goede' komen bij
hoge bloeddruk en aderverkalking, met de daarmee gepaard gaande
ziekteverschijnselen als hoofdpijn, migraine, krampen, duizeligheid, benauwingen,
hartklem, enz. Hij verhoogt de waterafscheiding, is dus een diureticum. Hij is
'tevens een harttonicum; hij vertraagt, versterkt en regelt de samentrekkingen
van het hart.Het is een geneesmiddel dat veel diensten bewijst in alle gevallen
waar de (arterische) druk hoger is dan normaal; tijdens de menopauze, bij
aderspatten en bloedingen.
De: volksgeneeskunde stelt nog steeds
vertrouwen in de maretak voor de behandeling van vallende ziekte,
kinkhoest en krampen bij kinderen.
DOSIS; een vierde theelepel van de
verpulverde of zeer fijn gesneden plant of bladeren wordt met één glas
water op kamertemperatuur, ‘s morgens vroeg op de lege maag of twee uren na het
ontbijt ingenomen.
Men kan ook een koud aftreksel maken: daartoe laat men 50 gram bladeren
gedurende 5 tot 8 uren in 1 liter water trekken; hiervan drinkt men 3 tot
4 tassen per dag.
Sommigen hebben liever een wijnmaceraat: :x 40 gram bladeren laat men trekken
in 1 liter wijn: hiervan neemt men 1 madeiraglas bij de maaltijd.
Maretakthee bestaat ook: over 1 theelepel van de kleingesneden, gedroogde plant
giet men 1 kop kokend water. laat dit 20 minuten staan en zeef. Deze hoeveelheid
wordt eveneens 's ochtends op de nuchtere maag of t.wee uren na het ontbijt
gedronken.
Omdat de werkzaamheid van de maretak nogal verschilt naargelang zijn
oorsprong en bewaring, neemt men dikwijls zijn toevlucht tot bereidingen met een
gekende werkzaamheid, en die in de handel te krijgen zijn, zoals het
vloeibaar extract; hiervan neemt men 3 maal per dag 20 tot 30 druppels vóór dé
maaltijden. Deze druppels moeten gedurende ongeveer 4 maanden worden ingenomen.
Hierbij is het aangeraden na 2 maanden een pauze van 2 tot 4 weken in te
schakelen.
Tegen convulsies (stuipen) bij kinderen geeft men alle 2 uren een halve tot een
hele gram poeder in een aangepaste drank. Tenslotte weze nog vermeld dat geen
vergiftigingsverschijnselen te vrezen zijn en zeker niet bij toediening langs de
mond. Slechts bij zeer hoge dosissen kunnen braakzucht, diarree, hevige dorst,
convulsies, e.a. optreden.
WERKGROEP FOLKLORE - VOLKSGENEESKUNDE
door GEYSENS R.