Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1975,
nummer
  6
"
De school van Butsel."

DE PRIVE-SCHOOL VAN ANTOON VANDENBEMPT.

Antoon Vandenbempt uit Neervelp is zich, niet lang na de dood van Jan Heps, te Butsel komen vestigen in het huis, thans gelegen in de Korte Veldstraat, eigendom van Leopold Dekoninck-Heps. Butsel was niet vreemd voor deze man. Hij was er op 30 januari I862 gehuwd met Stefanie Heps uit Butsel. Hij Was koster in Neervelp, maar werd om redenen, die we verder zullen vernemen, vòòr augustus I865 door de kerkfabriek uit zijn ambt ontslagen. Immers, in augustus werd de nieuwe koster, Pieter Deproost, aangesteld. De reden van zïjn verhuis naar Butsel is waarschijnlijk de bedoéling geweest, nu Jan Heps gestorven was, aldaar een privé-school te beginnen, en aldus het verlies van zijn kosterschap te Neervelp goed te maken. Inderdaad, in Butsel was het aantal schoo1gaande kinderen voldoende groot; 70 in de winter, en 46 in de zomer, zoals b1ijkt uit een brief van pastoor P. Van Inthout in 1872.

Antoon Vandenbempt installeerde dus op eigen houtje een school in het hoger genoemd huis in de Korte Ve1dstràat, en de ouders, enigszins opgelucht dat er opnieuw een school was, stuurden er hun kinderen naartoe.

Welke gevoelens de toenmalige pastoor, Pieter Ferdinand Peeters, koesterde tegenover deze school heeft deze volstrekt geheim gehouden. Hij nam ontslag begin september I872 en, begin oktober, werd genoemde P. Van Inthout tot zijn opvolger aangesteld.

Van bij de aanvang van zijn pastoorschap schijnt Van Inthout een bijzondere interesse gehad te hebben voor de schoo1 van Vandenbempt. Hij ging ze regelmatig bezoeken, maar ondervond al snel dat ze niet beantwoordde aan zijn verwachtingen en zeker niet strookte met zijn persoonlijke opvattingen over de school, waarvan deze van Vandenbempt een loutere karikatuur was.
Gedurende anderhalf jaar zal hij zijn hoofd aftobben om naar een oplossing te zoeken om tenslotte tot de mening te komen dat hij er eentje gevonden heeft: zij bestond er in de school van Vandenbempt door de diocesane inspectie te laten aannemen.
Zijn voorstel werd in het voorjaar van I874, dopr bemiddeling van E.H. Deken van Tienen, aan de inspectie voorgedragen, maar werd nadien gewoon afgewezen. Dit al1es vernemen wij uit een lang klad van een brief, die bestemd was voor Kanunnik Bosmans te Mechelen, inspecteur van het Lager Onderwijs en dat heeft hij gedateerd op I9 juni 187

Het klad, waarvan wij het resumé laten volgen, schetst, tamelijk uitvoerig, de lamentabele situatie, waarin de school zich bevindt. Wat de leraar betreft, deze is een verstokte dronkaard, dit was ongetwijfeld de reden waarom hij ook uit zijn kostersambt te Neervelp werd ontzet. Hij bezit bovendien geen enkele hoedanigheid, die past bij zijn verantwoordelijke taak van schoolmeester en opvoeder. Hij zelf is veel afwezig en laat zich dan door zijn vrouw vervangen, die, evenmin als hij, kieskeurig is in haar woorden. Toch moet de pastoor erkennen dat zij, op zijn aandringen, over de catechismusles ondervraagt, doch ook dat hij met tegenzin aan Vandenbempt de geldelijke bijdrage van de kinderen uitbetaalt, daar deze het uitsluitend aan drank verbrast. Typisch voor het gedrag van Vandenbempt is wel, (het staat niet in het klad van de pastoor, maar ik heb het van vele Butselaars vernomen), dat hij van het volk de toenaam "Bismarck" kreeg, wat niet lovend klonk op het moment dat de ijzeren kanselier, von Bismarck, bezig was zijn "Kulturkampf' tegen de katholieke kerk in Duitsland te voeren.

Wat het schoollokaal betreft, het is een vuile ordeloze kamer, zonder vloer, waar nauwelijks lucht en licht kunnen binnendringen; veeleer een hok te noemen en geen school.

Het meubilair, enkele versleten banken. Het a1lernoodazakelijkst sanitair ontbreekt. Jongens en meisjes zitten door elkaar, wat in dergelijk hok niet bevorderlijk is voor de goede zeden.

Het aantal kinderen is nochtans voldoende om in Butsel een eigen school te rechtvaardigen.
Het is alsof hij op deze aanmerkingen de vraag verwacht van de inspecteur; "waarom verkiezen de ouders hun kinderen naar zulke doorslechte school te sturen, waar ze bovendien nog moeten betalen, terwijl er goede en kosteloze scholen zijn in Roosbeek en Boutersem?". Zijn antwoord luidt: omdat deze scholen te ver afgelegen zijn én voor de kinderen, én voor hem om ze regelmatig te kunnen bezoeken!

Men zou kunnen opwerpen dat het een klad is en dat de echte brief niet zo radicaal zal geweest zijn. Dit is mogelijk en zelfs waarschijnlijk. Maar, zo menen wij, deze spontane ontboezemingen verraden de ware en oprechte gesteltenis ,van zijn gemoed tegenover de school van Vandenbempt, maar ook zijn eerlijke bekommernis en inzet om aan zijn parochie een voortreffelijke schoo1 te bezorgen, waarop zij evenveel recht heeft als de anderen.
Het ligt voor de hand, dat de weigering van zijn verzoek door de diocesane inspectie de gelegenheid is geweest om zijn hart eens vrijuit te luchten, in de hoop deze ultieme poging te zien slagen.
Helaas voor pastoor Van Inthout, deze brief bleef zonder enig gevolg.
Hoe goed bedoeld, de inzichten van 'de pastoor ook mogen geweest zijn, de terughoudendheid van de diocesane inspectie om een school aan te nemen zoals de pastoor ze heeft beschreven, moeten wij volkomen begrijpelijk en verantwoord noem

GEMEENTESCH00L TE BUTSEL

Wellicht heeft deze tegenslag de pastoor een tijdje geïrriteerd, misschien geërgerd doch hem niet volledig ontmoedigd.
Daarvoor had hij te veel doorzettingsvermogen en een te sterke verbeelding.

Reeds in februari 1875 had hij een nieuw plan uitgedacht, namelijk een petitie aan de minister van Binnenlandse Zaken, met het verzoek te Butsel een gemeenteschool te doen oprichten. Wij vermoeden dat hij voor dit plan steun heeft gezocht en gevonden, zoals later zal blijken, bij zijn goede vriend, de Franstalige kanunnik Haine, professor in de moraal aan de theologische faculteit van de Leuvense universiteit, en bij de heer Desmanet de Biesme, senator en grootgrondbezitter te Butsel, die bereid wordt gevonden de grond voor het bouwen van de school aan de gemeente te verkopen. De motivering van de petitie is dezelfde als die în de kladbrief van de pastoor aan de diocesane inspecteur, maar bondiger en waardiger, zoals het hoort voor een brief aan een minister:

  1. de (…onleesbaar…), huidige onderwijzer is gewoon incompetent.

  2. het aantal kinderen van Hoog- en Neerbutsel bedraagt samen 100, voldoende om een gemeenteschool te wettigen.

  3. de kinderen van Butsel hebben evenveel recht op onderwijs en opvoeding als alle anderen.

  4. als deze kinderen te Roosbeek en te Boutersem moeten schoolgaan, zouden zij verplicht zijn dagelijks twee uren te lopen.

Een kopij van deze petitie berust in het kerkarchief van Butsel. Ze is gedagtekend op 13 februari 1875 en draagt de handtekeningen van de pastoor, van 42 huisvaders, van de twee ongehuwde broeders Frische, maar, begrijpelijkerwijze, niet deze van Antoon Vandenbempt.
Zoals destijds gebruikelijk en wellicht noodzakelijk was, de tekst was in keurig Frans en, aan de stijl te zien, door een uitstekend kenner van deze taal opgesteld. Het schrift van de petitie was niet van de hand van de pastoor, maar, zo te zien aan de handtekening van Louis Frische, schijnt het klaarblijkelijk van dezes hand te zijn. Wat niet zo verwonderlijk is, daar deze advocaat was bij het Beroepshof te Brussel en als celibatair nog inwoonde bij zijn ouders op het pachthof aan de Velp, nu bekend als pachthof Bouché.

De petitie vond een gunstige weerklank bij de minister, want drie jaren later, was de voltooiing van de school te Butsel een voldongen feit.

Gelet op de normale bureaucratische rompslomp mogen we zeggen dat de instemming van het ministerie tamelijk vlug is verkregen en we hebben de stellige indruk dat rechtstreekse bemoeiingen van senator Desmanet de Biesme daar niet vreemd aan zijn 'geweest. Hij is het ook die reeds in I877 aan de gemeente het voor de school onmisbare perceel grond van 26a 10ca verkocht.

Het jaar daarop, I878, waren het onderwijzershuis en het schoollokaal geheel voltooid, en ging de school van start met als onderwijzer Louis Stockmans, afkomstig van Beringen.
Een beschrijving van de school is overbodig, daar het gebouw heden ten dage nog bestaat, hoewel niet meer als school, en gelegen is aan de Kerkomsesteenweg te Butsel.
Terloops stippen we hierbij aan dat de pastoor het jaar nadien aan kanunnik Haine schrijft dat hij zich noch handenarbeid noch geld heeft ontzien om deze school te helpen tot stand te komen. Eindelijk was zijn lang gekoesterde droom - de parochie Butsel een deftige school te bezorgen - werkelijkheid geworden. Helaas, zijn vreugde zou weldra in bittere ontgoocheling en sombere droefheid overgaan. Het lijkt wel of het noodlot pastoor Van Inthout voortdurend op de hielen zit.

DE VRIJE KATHOLIEKE SCHOOL

In I879 kwam in ons land een liberaal-vrijzinnige regering aan het bewind. Nog datzelfde jaar stemde deze, in haar antiklerikale verdwazing, de beruchte schoolwet, waardoor in alle officiële scholen, het godsdienstonderricht werd verboden en die alle godsdienstige voorwerpen eruit verbande. Dus ook de gemeenteschool van Butsel viel onder deze wet.

We weten reeds hoe pastoor Van Inthout in een kládbrief aan inspecteur kanunnik Bosmans zijn klachten over de school Vandenbempt heeft gelucht, zo zal hij nu, na de bekendmaking van de schoolwet, zijn mening daaromtrent en zijn gemoedstoestand, die ze in hem heeft teweeggebracht, in een in het Latijn opgestelde kladbrief, aan kanunnik Haine neerpennen.

Dat hij niet mals is voor de wet, blijkt uit ,de woorden, waarmee hij ze als goddeloos, listig en crimineel bestempelt. De gevolgen ervan zijn niet te overzien en in zijn geest doemt reeds het spookbeeld op van een algemene ontkerstening van jong en oud.

"Een wrede oorlog is ontketend," schrijft hij verder.
Men zou kunnen zeggen; haast profetische woorden, als men bedenkt dat de schoolwet, gedurende bijna een eeuw, de bevolking van ons land in twee vijandige kampen, katholieke en vrijzinnige, heeft verdeeld op gebied van onderwijs, en dat deze schoolstrijd heden nog niet volledig is bijgelegd.

Wat hem hierbij nog het meest van al verontrustte, was zijn eigen gewetenswroeging dat hij intensief had meegewerkt aan de oprichting van een school, die, in zijn ogen, weldra in een duivelsschool zou veranderen.

Hij bezwoer verder de professor, indien nodig, te getuigen van zijn zuivere bedoelingen, die hierbij hadden voorgezeten en hij smeekte hem zijn bijstand niet te onthouden in deze voor hem zo pijnlijke situatie. Meteen wist de professor waarover het gesprek zou lopen op, het etentje, waarvoor hij de pastoor had uitgenodigd en dat deze wellicht had aanvaard in de hoop van de geleerde man een geruststellend antwoord op z1jn gewetensangst te krijgen.

We hebben de inhoud van de brief ietwat uitvoerig weergegeven, omdat we menen dat hij zowat dezelfde gedachten uitdrukt als deze die de meeste weldenkende katholieken van toen bezighielden.

Uit het volgende zal blijken dat de pastoor, in een vlaag van zwaarmoedigheid zijn brief heeft geschreven, maar ook dat hij met een gerust gemoed van Leuven naar Butsel is weergekeerd.

Het Belgisch Episcopaat, niet minder bewust van het gevaar dat wegens de schoolwet de jeugd bedreigde, besliste eenparig dat de pastoors, die in hun parochie gemeentescholen hadden, een schoolcomité zouden vormen en een vrije school oprichten.

Het bevel moet zwaar aangekomen zijn bij pastoor Van Inthout, die nu de school moest bekampen, welke hij zelf' had helpen oprichten. De beslissing stelde hem ook voor zware financiële problemen. Maar hij zal naar best vermogen, de wil van zijn overheid proberen te volbrengen.

In 1882 was het nieuwe schoolgebouw voltrokken en ging de vrije school van start met als onderwijzer de heer Dreyvers.
Het is zo goed als zeker dat de twee concurrerende scholen twist en tweedracht hebben gezaaid onder de bevolking, althans volgens een voorzichtige getuigenis van een van mijn oudste parochianen.

Nadat in I884 de noodlottige schoolwet door een, aan het bewind gekomen, katholieke meerderheid was teniet gedaan, en na de schijnbaar plotselinge dood van pastoor Van Inthout in augustus van datzelfde jaar, werd beslist de vrije school op te heffen.

Na de opheffing van de school werd over haar situatie een rapport opgemaakt dat, helaas, onvindbaar is. Maar een overgebleven supplement ervan onthult enkele opmerkelijke gegevens, die waard zijn hier genoteerd te worden:

  1. haar financiële; toestand is steeds precair geweest en hing grotendeels af van de bijstand van de heer Desmanet de Biesme,- die in driemaal I200 fr. had ges6honken om de school te onderhouden en de onderwijzer zijn jaarwedde van 300 fr. te betalen:

  2. pastoor Van Inthout had de stenen, die klaar lagen voor de bouw van een nieuwe kapel van O.L.V.van Sterre-Borne, grootmoedig opgeofferd aan de nieuwe school, waardoor hij de droom van zijn leven voorgoed zag verzwinden;

  3. uit de notariële stichtingsakte van de school, die berust bij notaris Desmet te Lubbeek, blijkt dat de school eigendom is van de pastoor, en belast was met 6500 fr.

Wanneer dan pastoor Van Inthout op slechts 63-jarige ouderdom, op II augustus I884 overleed, mogen we wel zeggen dat hij aan zijn vurige ijver, zijn zware bekommernissen, zijn grootmoedige offers en zijn treurige ervaringen met sommige van zijn parochianen, ingevolge de schoolstrijd, fysisch is ten onder gegaan.

De dood van de pastoor had de afschaffing van de vrije school te Butsel een weinig vervroegd. Immers, na de opheffing van de schoolwet in 1884, schijnt, althans in kleine gemeenten, de tendens te zijn ontstaan dat de vrije scholen wegens hun financiële onhoudbaarheid, wegens de tweedracht onder de aanhangers van beide scholen en wegens de herneming van het godsdienst onderricht in de gemeentescholen, overbodig waren.

Om deze redenen vroeg de pastoor van Neervelp aan het bisdom de afschaffing van de vrije school aldaar én verkreeg deze in december 1884.

Waarschijnlijk was het een viertal maanden eerder, op dezelfde wijze, te Butsel gebeurd. Maar voor Butsel ontbreken de bewijzen.

Om de schuld die op de school rustte, te kunnen vereffenen en om de erfgenamen moeilijkheden te besparen, is de school zo vlug mogelijk verkocht geworden.
De koper was het echtpaar Jaak Dekoninck-Rottie van Butsel.
Dat de verkoop reeds volledig geregeld was vóór de aanstelling van de opvolger, pastoor Pieter Van Beveren, moge blijken uit het feit dat deze nooit over de school en haar schulden een woord heeft gerept.


Wat verder de gemeenteschool van Butsel betreft, ze was een gemengde school tot 1911, toen de gemeente te Boutersem aan de Kerkomsesteenweg een meisjesschool oprichtte en de leiding. ervan aan de eerwaarde zusters van Vorselaar opdroegen. Van dan af gingen de meisjes van Butsel daar naar school.
De jongensschool heeft het volgehouden tot in 196I toen moest ze verhuizen naar de nieuw gebouwde jongensschool te Boutersem, naast de meisjesschool aan de Kerkomsesteenweg, omdat ze niet meer voldeed aan de vereisten van het modern onderwijs.

Dit schoolcomplex. heet "de centrale school Boutersem".
In 1962 werd het schoolcomplex te, Butsel verkocht aan het echtpaar Constant Dekoninck-Bottu, die het met hun gezin betrokken en het schoollokaal tot atelier inrichtten.
Ondertussen werd het huis binnenin gemoderniseerd en het geheel uitwendig opgefrist, zodat het een voorkomen heeft van geheel nieuwe gebouwen.  

door E.P. Van Genechten

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany