Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1976,
nummer
  1
"
Iets meer over trouwen en trouwringen; de inzegening van het huwelijk."

De ouders vergezelden het te huwen paar tot aan de kerkpoort, alwaar het huwelijk zou ingezegend worden. De trouwers werden uitgenodigd elkander de rechterhand te reiken en hun ja-woord te zeggen, waarbij de priester zich aansloot als bedienaar van de Kerk met de woorden: "Ego vos conjugo etc.".
De oorsprong van deze nu nog gebruikelijke woorden "geeft elkaar de rechterhand" is duister; de Romeinen zagen in deze daad een zich verbinden door een onverbreekbare band. Gewoonlijk was het de priester die deze rechterhanden samenbracht; bovendien legde hij de stool er over of wentelde hem er omheen. Zo de bruid nog niet eerder gehuwd was geweest, geschiedde dit met de blote hand, in het andere geval met gedekte hand.
Het omleggen of omwinden van de stool is van Ambrosiaanse afkomst en bleef bewaard tot aan de vernieuwing van de liturgie in de laatste jaren.
Na de instemming kwam het aansteken van de ring.
In algemene regel werd in de kerkprovincie Reims de ring, in opdracht van de priester, aangestoken aan de hand van de bruid door de bruidegom, die hierbij ondersteund en geleid wordt door de priester.
In het Prinsbisdom Luik, dat deel uitmaakte van de Kerkprovincie Keulen en waartoe ook Boutersem destijds behoorde, was het de priester die de ring aan de wijsvinger van de bruid stak, aan de rechter- of linkerhand, al naargelang de plaatselijke gewoonten, en dit met de zeer eenvoudige formule: "ontvang deze ring tot teken van de huwelijkstrouw Christus Jezus, In de naam van de Vader, enz..."
Samen met de ring zullen in sommige streken "denieren" (zie voetnota) gewijd worden; elders vindt men de "arras" (Fr. arrhes), ttz. een soort bruidsschat, en nog elders is er spraak van de dottalia of de schenkingen door de bruidegom aan de bruid, en die door de priester aan de bruid overhandigd worden.
Waar het de gewoonte was denieren te schenken, moest de priester, die de ring zou wijden, eerst 13 denieren vragen. Daarna gaven bruidegom en bruid elkander de rechterhand en het jawoord en ontving de bruidegom uit de handen van de priester de ring en drie denieren, de andere tien bleven bestemd voor de priester of dienden om uitgedeeld te worden aan de armen.
De bruidegom hield de ring tussen duim en wijsvinger en het geld in de palm van de hand en zei:"N....., met deze ring neem ik U tot vrouw en met dit geld eer ik U en mijn lichaam schenk ik U".
Hij stak de ring aan de hand van de bruid en gaf haar het geld.

Vanwaar kwam deze gewoonte?
De Galliërs vierden de sponsalia (= de verloving) door het betalen van één pond en één denier; dit was hen voorgeschreven door de Salische wet. Toen Clovis gezanten stuurde naar Gundebald, koning van Bourgondië, om de hand te vragen van zijn dochter Clothildis, droegen zij één pond en één denier met zich om, zoals het de gewoonte was bij de Franken, daarmede te verloven.

VOETNOTA : Denier : bij de Oude Romeinen "denarius" : was de munteenheid van zilver; het was een klein zilveren muntstuk dat eerst tien 'as', daarna 16 waard was. (Een as was bij de Romeinen eer koperen geldstuk). Later werd de denier een oude Franse munt, waarvan de waarde. het twaalfde van een 'sou' bedroeg (denier tournois; denier parisis). De denieren waarvan sprake is in dit artikel, waren geen gewone, maar speciaal daartoe geslagen muntstukken; zij werden uitsluitend gebruikt bij het huwelijk.

Zoals we in vorige bijdrage schreven; kende de prehistorische mens de ring een magische kracht toe. In het Christendom werd het huwelijk verheven tot de orde van de sacramenten en daardoor kreeg de ring een diepere betekenis. Krachtens een speciaal gebed en wijding wordt de ring gesteld tot teken van de bescherming , die God de vrouw wil verlenen omwille van haar zwakheid (?), en de zegening; en door de besprenkeling met wijwater een middel om de duivel te verdrijven.
Waarom één ring, bestemd voor de bruid? Waarom eerst aan de rechterhand en later aan de linkerhand?
Waarom aan de wijsvinger?
In de westerse kerk werd slechts één ring gebruikt, om daarmede te betekenen de ene en onverdeelde liefde van man tot vrouw en omgekeerd. Bestemd voor de vrouw, omdat de vrouw uiteraard zwak is en meer geneigd tot ontrouw (???), en de ring, krachtens de speciale wijding, een middel is om de vrouw te helpen beschermen; zij is de meest kwetsbare en het grootste slachtoffer bij overspel.

Zo weten we dat, wanneer de middeleeuwse ridders voorzagen lange tijd afwezig te zijn, zij hun vrouwen de kuisheidsgordel omdeden, om te beletten dat zij omgang zouden hebben met anderen. De ceintuur die de priesters vroeger droegen, alsook de singel waarmede de albe, kleed van de zuiverheid, werd samengehouden, vermaant toch ook: "dat door geen prikkel der onzuiverheid de albe losgeknoopt zou worden".
De ring bleef de vrouw er dus voortdurend aan herinneren dat ze gehuwd was, zoals de toog dat iemand priester was. De Griekse Kerk daarentegen gebruikte twee ringen, een gouden ring voor de man en een zilveren voor de vrouw.

Oorspronkelijk aan de rechterhand, ook te Rome, en volgens de verklaring van paus Nicolaas I aan de ringvinger van de bruid.
Bijbelse teksten zullen wel aan de basis liggen van deze doenwijze, alhoewel moet gezegd worden dat de rechterhand van oudsher beschouwd werd als de meest eervolle.
Toen men de trouwring is gaan versieren met edelstenen is men begonnen de trouwring te dragen aan de linkerhand. Dit is vooral gebeurd tijdens de Renaissanceperiode en zelfs vroeger. Deze stenen werden in verband gebracht met de maanden - geboortestenen -, maar kregen ook een symbolische betekenis als bijvoorbeeld de smaragd, symbool van de liefde en de trouw. Het dragen van dergelijke ringen aan de rechterhand werd hinderlijk bij het werk en zelfs gevaarlijk; vandaar dat de ring verhuisde naar de linkerhand. Dit wil weerom niet zeggen dat dit universeel werd, aangezien er bisdommen waren waar men verder de ring is blijven dragen aan de rechterhand. Sommigen lossen het nog eenvoudiger op: het is natuurlijk, zeggen zij, aangezien het aansteken met de rechter- aan de linkerhand een vanzelfsprekend gebaar is en ook gemakkelijker.
Anderen beweren dat de linkerhand rustiger is, omdat die hand minder betrokken wordt bij het werk en daardoor minder opvalt en dus meer onttrokken blijft aan de onkiese blikken van sommige lieden.

De wijsvinger werd beschouwd als de vinger die rechtstreeks in betrekking staat met het hart, dat beschouwd werd als de zetel van de liefde.
In dit verband citeren we het Hooglied 3 van Isaias, H. 3, v. 16-24.
"Ja, de dochters van Sion zijn ijdel,
ze lopen rond met geheven hoofd en lonkende ogen, in trippeldans, rinkelende ringen aan de voeten. daarom scheert de Heer de dochters van Sion kaal, stelt Jahwe haar bloot in al haar schaamte.
Op die dag zal mijn Heer wegrukken al haar tooisel: voetringen, stangen en maantjes, haarbanden, enkelkettinkjes. strikjes en reukflesjes,
ringen voor de oren., de vingers en de neus, feestkleren, mantels, doeken en tasjes, spiegeltjes, zijden kleren, banden en sluiers voor het hoofd,....

Eens de eigenlijke huwelijksplechtigheden achteraan de kerk beëindigd, werden de trouwers binnengeleid in de kerk voor het misoffer. De zegening van de pasgehuwden geschiedde tijdens de mis, namelijk tussen het "pater noster" on het "pax vobis". Het zegeninggebed werd meestal gezongen terwijl een viertal personen de purperen maagdensluier boven het hoofd hielden van de trouwers en de priester de handen uitstrekte boven hun hoofden in gebedsgebaar. Dit gebeurde evenwel alleen maar wanneer de vrouw nog niet eerder deze zegening had ontvangen.
De H. Ambrosius, bisschop van Milaan, riep indertijd de gehuwden toe: "moge de vool u blijvend eraan herinneren de vlam en de integriteit van het huwelijk te bewaren".
Na deze zegening bood de priester de vredeskus aan de bruidegom die hem doorgaf aan de bruid.

Zo zij te communie gingen, gebeurde dit onder een gedaante, maar de gehuwden ontvingen onmiddellijk nadien gewone wijn als ablutie, waarna de glazen beker waaruit zij dronken, gebroken word.
Toen, wegens de wet op het nuchter zijn, niet meer gecommuniceerd werd tijdens de huwelijksplechtigheid, bood de priester nadien gewone wijn aan de trouwers. Of er werd wijn en brood gezegend. Dit gebeurde niet noodzakelijk in de kerk, maar ook thuis bij de pasgehuwden, en eigenaardig genoeg te Parijs aan de toegangsdeur tot het huis. Hier at eerst de priester, schonk brood en wijn aan de echtgenoot die doorgaf aan zijn vrouw. Na hen aten ook de genodigden.
Vlak voor het verlaten van de kerk zette de priester, en onder de aanwezige priesters de hoogste in rangorde, de gehuwden een kroon op, speciaal daartoe bewaard in de kerk. Op sommige plaatsen geleken deze kroontjes op torens; op andere plaatsen waren het olijftakken versierd met witte en purperen steeksels. Dit was maar gebruikelijk met degenen, die voor de eerste maal huwden. Toen de gewoonte doorbrak ook weduwenaren en weduwen te kronen, kwam hiertegen fel verzet.
Aan de basis van deze gewoonte ligt het Hooglied H, 16, dat
in vorig nummer van "Velpeleven" verscheen (2de Jrg., blz. 120).

Op sommige plaatsen was het de gewoonte het slaapvertrek te wijden; dit gebeurde na de plechtigheid in de kerk. De priester ging met de pasgehuwden het slaapvertrek binnen. De vrouw ging aan het hoofdeinde en de man aan het voeteneinde van het bed staan, of gewoonweg op het bed zitten. Toen bad de priester het gebed dat de priesters nu nog bidden wanneer zij een ziekenkamer binnengaan.
Op sommige plaatsen kwam de wijding van het brood en de wijn pas na de wijding van de slaapkamer. Toen presenteerde de priester deze wijn en dit brood aan de nieuwe echtgenoot, zeggende : "N..., eet en geef aan uw vrouw haar latende delen in dit eten en de trouw die gij van haar verwacht".
Daarna aten ook de andere aanwezigen.
 

BIBLIOGRAFIE : H. SCHRIFT - Boek Genesis
H. ISIDORUS : "De Divinis Officiis"
L. VANHEULE Tijdschrift "Bachten de Kupe"


WERKGROEP VOLKSKUNDE - FOLKLORE                                   R. GEYSENS

 

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany