|
In de 2de eeuw vóór Christus schreef een Oosters
wijsgeer: "veronachtzaamt de spreuken der wijzen niet, want van hen zult ge
wijsheid leren".
Spreekwoorden laten ons toe het zielenleven van het volk te leren kennen en staan ons toe ons een beeld te vormen van de
bestaansvoorwaarden, zeden en gewoonten van de samenleving. Het spreekwoord is
geen bedachte uitspraak van een of andere geleerde, maar de door de gemeenschap
aanvaarde uitdrukking van langdurige en rijke ervaring.
Vandaar dat men kan beweren: "Spreekwoorden zijn de wijsbegeerte van het volk",
en: "spreekwoorden zijn de dochters van de dagelijkse ondervinding".
In menig opzicht bevatten deze twee spreuken enorm veel waarheid. Het
spreekwoord is de volksspraak, in zover het een weerkaatsing is van de
volksgeest, maar evenzeer omdat het nauwkeurig de herinnering bewaart van de
moedertaal. Onze taal is rijk; we bezitten ruim 3.500 spreekwoorden, 600
zeispreuken en 6.000 spreekwijzen. Bovendien zijn er nog vele verloren gegaan of
gewoon vergeten, omdat ze doodeenvoudig niet werden genoteerd.
Nu een kort woordje over het verschil tussen spreekwijzen en spreekwoorden.
Een spreekwijze is een vaste, eigenaardige uitdrukking.
Een spreekwoord echter is een gezegde, dat kort en kernachtig een algemeen
erkende stelling uitdrukt, en een of andere algemene levenservaring of wijze les
inhoudt.
Spreekwoorden, spreekwijzen en zeispreuken werden en worden ontleend aan alles
en nog wat; men past zich aan de omstandigheid aan. Zo bestaan er enorm veel
spreekwoorden over de mens, in al zijn vormen en aspecten, bv.:
- lichaam, gebreken, ziekten - eten en drinken - ambachten en beroepen - gereedschap
- huwelijk en gezin
- huis en huishouden - kleding
- liefde en vriendschap - deugden en gebreken - moeite en arbeid
- jeugd en ouderdom - leven en dood - geld en goed
- godsdienst en kerk
Daarnaast bestaan er nog onnoemelijk veel spreekwoorden over de dieren, de
planten, de natuur, de. jacht, visvangst, scheepvaart, handel, recht, oude
gewoonten en gebruiken, aard
:rijkskunde; het weer, de landbouw en zo meer.
Hier volgen nu een, aantal voorbeelden van spreekwoorden:
-
Die 't al begeert, krijgt kop noch steert - wie te veel ineens verlangt, krijgt meestal' niets.
-
Schone aangezichten hebben ook vlekken
- alles heeft zijn gebreken.
-
Al gaat het door veel monden om, 't is nog geen evangelium - het is riet omdat vele mensen hetzelfde beweren, dat iets altijd waar is.
-
De tong is de tolk van het hart
- men zegt wat men meent.
-
Tussen de beker en de lippen is nog plaats voor een ongeluk
- zelfs de meest nabije toekomst is nog onzeker.
-
Ledige handen, ledige tanden - wie niet werkt, zal ook niet eten;
-
De keel, al is ze klein, kost veel - voor eten
en drinken moet men het meest uitgeven.
-
Allemans neus is geen kapstok - vertel niet teveel, want niet iedereen kan zwijgen.
-
De ogen van een zieke kunnen geen licht verdragen - wie geen zuiver geweten heeft, vreest een nader onderzoek.
-
Lange oren, korte tongen - men moet steeds
goed luisteren naar wat gezegd wordt, doch alleen datgene vertellen, wat elkeen mag weten,
-
Rode baard, duivelsaard: -
drukt een oud vooroordeel uit tegen rood haar.
-
Alles op den arm, niets in den darm
- sommige mensen geven veel geld uit voor opschik, ten koste van hun voeding.
-
Beter een kwaad been als geen
- van twee kwalen moet men de minst erge kiezen.
-
Die den buik vol heeft, meent ook dat anderen zat zijn - wie zelf gelukkig
is, bekommert zich weinig om het ongeluk van anderen.
-
Al te ras breekt den hals - haastige spoed is zelden goed, neem voor alles uw tijd.
-
Op den duur kleeft het masker aan het vel - gewoonte wordt een tweede natuur.
-
Geen haar zo klein, of het heeft ook zijn schaduw - zelfs de meest onbelangrijke dingen kunnen nog gevolgen. hebben.
-
Een vuile adem besmet het reine 'dra - door de omgang met een verdorven persoon zal een goed mens; ook spoedig slecht, worden.
-
De blinde schiet soms wel een vogel of kraai - ook een onbekwaam mens kan wel eens iets goeds verrichten of ook een niet-deskundige kan wel eens juiste opmerkingen maken.
-
Er zijn geen, erger doven dan die niet horen willen - met onwillige en koppige mensen is niets aan te vangen.
-
De hinkende bode komt achteraan - men moet zich niet te vroeg verheugen over een gunstig bericht, want het zou achteraf wel eens kunnen blijken onwaar te zijn.
-
Dwazen willen eerst oordelen - de domste mensen zijn altijd de eersten om een oordeel te vellen.
-
Het schurft wil niet geraakt zijn - laat de bozen met rust.
Het is opvallenden zelfs heel aangenaam om te lezen, hoe onze mensen zich
vroeger uitdrukten. Het is voor mij dan ook een vrijetijdsbesteding geworden om
blad na blad, woord voor woord alles op te zoeken en me trachten in te leven in
hun levenswijze, wat niet gemakkelijk is, daar hun dialect alles wel eens in het
honderd laat lopen.
In een volgend nummer zullen we het speciaal hebben over de spreekwoorden, die
betrekking hebben op eten en drinken.
BIBLIOGRAFIE Nederlandse Taalschat - J. CAUBERGHE
Albert I Bibliotheek Brussel - Brabantia - reeks II
WERKGROEP FOLKLORE - VOLKSKUNST
K. DE BRANDT
|