Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1976,
nummer 3
"Tocht ingericht door Hona naar  Bolderberg, Zolder en Dilsen"

Zoals in vorig artikel reeds vermeld, namen een aantal leden van "Velpeleven" op 30 mei 11. deel aan de tocht, die door Hona ingericht werd naar de Bolderberg, Zolder en Dilsen. Het doel van deze tocht bestond uit het verzamelen van fossielen uit deze streek.
De Bolderberg zou ons deze gelegenheid bieden. Aan de zuidkant van deze getuigenberg (= een heuvel die bij het wegtrekken der vroegere zeeën niet afgevlakt werd zoals de rest van het landschap, maar integendeel overeind bleef om zo te herinneren aan een ver verleden) konden wij met het onderzoek starten. Aangezien deze flank over een groot stuk was uitgegraven, konden wij nauwkeurig de verschillende lagen bepalen. Onder de plantengroei zouden al spoedig de sporen opduiken van de zanden van de Diestiaanse zee, die hier 15 miljoen jaar geleden het land binnendrong en een donkerbruine laag achterliet van ijzerhoudende zanden net op sommige plaatsen limoniet (=ijzerzandsteen).
Flabellum appendiculatumMen veronderstelt dat het Diestiaan gepaard ging met een doorbraak van het Kanaal, zodat Engeland los van het continent kwam te liggen. Overal op de getuigenheuvels in het zuiden van Vlaanderen, vindt men de ijzerzandsteenkoppen, ontstaan door oxidatie van de glaukonietrijke, maar fossielarme zanden van Diest, die tussen Leuven en Diest ook worden afgezet in een zee met sterke getijdenstroming (bv. Kesselse Bergen, Wijngaardberg, Benningsberg, enz..).
Onder het Diestiaan ligt dan een laag met basisgrind en fossielen met daaronder dan de witte en gele zanden van de Bolderberg (het Bolderiaan), Typisch zijn o.a. het waaiervormig koraaltje Flabellum appendiculatum, het slakkenhuisje ven Oliva dufresnei, en de talrijke stukken schelpen van Isocardia harpa, enz., alle kenmerkend voor het Mioceen (begin: 23 miljoen jaar geleden).

In de namiddag drongen wij dieper "de Limburg" binnen. Daar zouden wij dan een kiezelgroeve van dichtbij gaan bekijken, waar berggrind wordt uitgegraven boven op het Kempisch Plateau, Het gaat hier over dat grind, bestaande uit keien ven allerlei grootte, dat ondermeer gebruikt wordt om wegen te verharden. Toen wij in de kiezelgroeve "Vos"' waren aangekomen, werden wij getroffen door de grootheid van het schouwspel. De mens had hier inderdaad enorme gedeelten van het Kempisch Plateau weggegraven. Aan de wanden konden wij opnieuw de geschiedenis van deze streek aflezen. Bovenop, 1 à 2 m dekzanden, achtergelaten door de wind; daaronder wel 10 m. grind met rotsblokken, keien en kriskras gelaagd rivierzand. Hierin silexstenen uit het Krijt, kwarts en kwartsieten (o.a. met kubusholten, waarin zich vroeger pyriet bevond) uit het Cambrium en zandsteen uit het Devoon van de Ardennen en de Hoge Venen, hier afgezet door de Maas.
Hoe is dit alles daar nu gekomen? De Maas, die eens zelf een bijrivier van de Rijn was, heeft zich gedurende duizenden jaren een weg gegraven door onze Ardennen, rotsen afbrekend en stenen en grond meeslepend in haar vaart. Nu is het ze dat een rivier in de loop der eeuwen haar bedding gaat verplaatsen. Zij gaat zich steeds meer kronkelen (meanders vormen) om uiteindelijk een nieuwe weg te kiezen, en zo wordt het landschap in alle richtingen uitgegraven en wordt het afgebroken materiaal op andere plaatsen achtergelaten. Als de stroming snel genoeg is gaat de rivier zoveel mogelijk materiaal mee naar zee slepen. Als het debiet echter vermindert, dan gaat zij overal haar rotsblokken, keien en zand achterlaten. En dat is nu juist hier gebeurd. Wij moeten er bovendien op wijzen dat de snelheid van de stroming zich onder invloed van het klimaat herhaaldelijk wijzigde. Tijdens de ijstijden werd het zeepeil enorm verlaagd en zo werd de eroderende (= afbrekende) kracht van rivieren als de Maas enorm verhoogd. Tijdens de tussenijstijden, wanneer het zeepeil fel was gestegen en het water dieper het land binnendrong, verminderde bijgevolg de snelheid van de stroming en dit bracht een grotere afzetting van grind teweeg. Als gevolg hiervan ziet men nu in de Noord-Oosthoek van Limburg, tussen Maastricht en Lommel, een reeks dikke keiterrassen ontstaan, die wijzen op de oude beddingen , die de Maas er in die periode heeft gevolgd.
Holte met kwartskristallenDat de rivieren een belangrijke rol vervullen in de afbraak van het land, wordt door het volgend voorbeeld aangetoond. Gedurende één jaar hebben geleerden dagelijks kunnen vaststellen dat de Maas zomaar met haar 20.000 kubieke meter water per dag, gemiddeld 3.000 ton (hetzij 150 spoorwegwagons) opgeloste zouten vervoert, daarbij nog 700 ton (35 wagons) materiaal in onopgeloste toestand, zwevend in het stromend water, en daarbij worden dan niet gerekend de massa's keitjes die over de bodem meerollen! Dat materiaal maakt het ook noodzakelijk dat jaar in jaar uit dagelijks baggerschepen op onze Maas en Schelde ijverig aan het werk zijn om diepe vaargeulen voor de schepen vrij te houden.
Enkele dagen na deze tocht, toen onze meegebrachte stenen zorgvuldig gereinigd waren, gingen wij hun structuur onder de microscoop bekijken. Wonderlijk mooi was de ervaring toen wij in spleten en holten van bepaalde kwartsieten (= zandsteen, die onder invloed van druk er. temperatuur herkristalliseerde tot een vaster gesteente) de prachtige vormen van kwartskristallen konden waarnemen. Met het blote oog nauwelijks zichtbare kenmerken werd nu door de vergroting in al zijn pracht getoond. Bij een van onze volgende tentoonstellingen zult ook u de gelegenheid krijgen om dit te bewonderen en om binnen te dringen in de wereld van het onzichtbare en van het oneindig kleine.

WERKGROEP GESCHIEDENIS

H. DELVAUX
 

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany