Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1976,
nummer
  4
"
Het Hageland, geologie - bodem - plantengroei - vogels"

In

deze voorlaatste aflevering van dit omvangrijk artikel vervolgen we de bespreking van de diverse planten en bomen, die we in het Hageland kunnen aantreffen. Na de vijftien plaatsen, die de vorige keren reeds behandeld werden, gaan we nu over naar de zestiende streek

XVI. DE VALLEI VAN DE WINGE

Ten Westen van Kortrijk-Dutsel - Blauwe Molen.
Deze bossen zijn voor het overgrote deel aanplant van canada's, met ondergroei van veel moerasspirea, brandnetels, kleefkruid Hun belang zit voornamelijk hierin dat ze het bosgebied zeer uitgebreid maken. Meer naar het westen worden ze interessanter en 'doen sommige delen aan het Walenbos denken met veel zwarte els. Hier vond ik grote klis en grote egelskop. In de natte stukken veel gele lis. Er ligt daar ook een vijvertje met waterpest. In de omgeving van de vervallen Uitemmolen groeit veel kornoelje en sleedoorn aan de bosrand. Hier en daar ook Gelderse roos. Het beste stuk is een open gebied in het bos met wilg, speerdistel, dotterbloem en orchis.

XVII. DE VALLEI TUSSEN DE BLAUWE MOLEN EN HORST

= zomerverblijven; hier werden talloze vijvertjes gegraven met gele lis, gele plomp, fonteinkruid, lisdodde en gedoornd hoornblad. De vraag is natuurlijk of deze waterplanten niet aangeplant werden. Van het oorspronkelijke bos is nog te zien dat het uit berk en zomereik bestond. Een deel is nog ongerept met zomer- en wintereik, berk, sporkehout, bosbes, heide en ratelpopulier. Waar eindelijk de weekendverblijven ophouden begint een canadabos met ondergroei van Gelderse roos, haagdoorn en sporkehout. De bossen van Deroost (zuidoosten van de molen) zijn canadabossen, maar daartussen ligt een onbemeste weide. met tormentil aan de rand en orchideeën. Op de natste delen ook dotterbloemen. Gevlekte orchis vond ik nog even oostwaarts daarvan.

XVIII. DE OMGEVING VAN HORST

Deel A : hoge.. zomereik, olm en veel klimop.
Deel B : canada met els, netels kleefkruid en moerasspirea.
Deel C : idem.
Deel D : hoge zomereik en wat beuk, veel els, berk, hazelaar, sporkehout, es en abeel.
Deel E : gelijkt op het vorige, maar er is een stuk met hoge grove den, jonge heide en bosbes.
Deel .F : vooral zomereik.
Deel G.: tegen het westelijk veld sleedoorn en adelaarsvaren; daarachter jonge canada met grauwe wilg.
Delen H en I : overwegend zomereik met gewone ondergroei, soms veel els.
Deel C : canadabos.
Deel J : kornoelje, gele dovenetel, anemonen, salomonszegel, koekoeksbloem, dalkruid. Aan de overzijde van de beek is er moeras met veel adelaarsvaren, zeggen en verkeerde aanplant van kerstspar.
Deel K : is zonder twijfel het natste deel van de kaart; hier liggen twee natuurlijke vijvers, met waterviolier; dit is mogelijk de meest zuidelijke groeiplaats. Er wordt verteld dat men hier eens een eik omhakte, die verkeerd neerviel in het moeras en er langzaam gans in verdween.

XIX. DE SPEELBERG

Ligt op de overgangsheuvel en is daarom zeer belangrijk voor de planten. De vraag is : in welke mate komt hier nog de Kempense begroeiing voor? Deze heuvel is bovendien erg geaccidenteerd met hellingen van 55 meter hoogteverschil.
Bos A : berk en veel tamme kastanje.
Bos B : beuk en kastanje in boomvorm.
Bos C : veel acacia, hoge kastanje, hoge vogelkers, enkele heidestruikjes tegen de weide.
Bos D : rode en groene beuken.
Bos E : tamme. kastanje.
Kloof F : op de helling aan weerszijden berk en heide, pijpestrootje en ratelpopulier; onderaan de helling veel brem en jonge berk.
Kloof G : grove den, berk, pijpestrootje, heide, kastanje. Bos H : acacia, kastanje, beuk, eiken en hoog kreupelhout.
Bos I : hazelaar, lijsterbes, klimop, ratelpopulier, zomereik en vlier.
Bos J : grove den.
Bos K : den, lork, wintereik.
Bos L : tamme kastanje.

Besluit : dit is vegetatief ook een overgangsheuvel: de kloven F en G hebben nog typische begroeiing van een diestiaanheuvel; de rest heeft bossen zoals je die in Zuid-Hageland overal kunt vinden. Laten we nu eens kijken naar de bossen op de Bensberg, op diezelfde heuvel.

XX. DE BENSBERG

Hier bedraagt het verschil tussen het hoogste punt 82,5 m. en de Wingerbeek aan de voet 60 m. De top is meteen het hoogste punt van de stafkaart. De bossen. dragen duidelijk de sporen van de mens: veel in rijen aangeplant, maar toch grote verscheidenheid. Er zijn delen grove den, stukken kerstspar, canada's met kerstspar er tussen; op de zuidhelling tamme kastanje naast delen met enkel beuk; dan weer hoge Amerikaanse eik, soms hoge berken, waarvan er dit jaar veel gerooid werden. Op de zuidflank veel brem en op de zuidwesthelling, tegen de betonweg, heide, die volop in ontwikkeling is. Daarboven een heksenkring gevormd door beuken. Ook mag ik de prachtige rode; beukenlaan niet vergeten te vermelden. Adelaarsvaren en kamperfoelie groeien er op vele plaatsen tussen de verschillende boomsoorten. Aan de andere zijde van de betonweg bevindt zich het prachtig kasteel van Kleerbeek met park en Franse tuinen. Dit gebied is werkelijk een van de mooiste in het Hageland.

XXI. KLEINERE GEBIEDEN

Aan de voet van de Konijntjesberg te Rillaar ligt een natte weide, waar ik volgende planten heb gevonden : kleefkruid, moerasspirea, grote valeriaan, knoopkruid, moerasrolklaver, veldlathyrus, ringelwikke, padderus, wilde bertram, rattenstaart, liesgras, rietgras en watermunt. Verlaten boomgaarden aan de Sint-Jobsweg : dit is eigenlijk de heuvel van de Beeninckxberg. Het is wel eens nuttig te onderzoeken welke planten van zo een braakgrond profiteren.
Ik vond de volgende : veel brem en wat stekelbrem, zandblauwtje, hertshooi, heide, biezeknop (al had die het erg te verduren in de schroeiende zon), grasklokje, rolklaver, jonge zomereik, berk, bramen, vogelkers, wilde kers, acacia, witbol als grassoort en karwij. Even ten noorden hiervan ligt het Steenveld; daar trof een kloof mijn aandacht: enkele honderden meters lang, 195 m. diep en breed bovenaan. Op de warme oosthelling heidevelden en pijpestrootje; beneden wilgenbosje en mannetjesvaren; er is daar een beek, die bij mijn bezoek droog stonde De veel koelere werstkant heeft een heel andere plantengemeenschap: zomereik, berk, sporkehout en maar weinig heide; aan de zuidpunt veel wederik.
Holle we£ in het veld, kort bij de Bensberg: sleedoorn, zomereik in struikvorm, akkerwinde. In hetzelfde veld bezocht ik nog een verlaten holle weg met veel mannetjesvaren, acacia, veldolm en vijfvingerig kaasjeskruid. In het veld tussen de Speelberg en de Bensberg zijn trouwens veel holle wegen en het zou interessant kunnen zijn om eens te zoeken of hier geen Haspengouwse planten meer groeien; het is trouwens het enige uitgestrekte veld op de kaart.

XXII. HET WALENBOS

Een natuurmonumentt enig in België.

Het bos is niet alleen belangrijk om zijn oppervlakte van 500 hectaren, maar het is het best bewaarde elzebroek van gans België. Het is het brongebied van de Motte en van een bij rivier van de Winge. Een deel ligt op de overgangsheuvel, vooral op de noordhelling; het deel van de Alsberg reikt tot op het plateau. Vandaar dat je een reeks verschillende vegetatievormen krijgt naargelang de hoogteligging. Het bos ligt op twee stafkaarten. We zullen eerst het deel behandelen op. kaartblad. Aarschot.. Het volgend overzicht is min of meer grondig,: maar hier en daar blljven nog plaatsen die ik niet bezocht heb, dat is werk voor volgend jaar. Een grondige speurtocht naar de. volledige vegetatie is een werk van weken.
1 = halfhoge zomereik, maagdenpalm en mannetjesvaren; gaat aan de westrand over in kreupelhout met veel adelaarsvaren, op de helling aanplant van kerstspar, veel hoge acacia.
2 = hoge zemereik, vlier aan de, randen, hazelaar, klaverzuring, valse salie en kamperfoelie.
3 = aanplant grove den.
4 = lorken.
5 = lorken met adelaarsvaren. 6 = lorken en wat zomereik.
7 =schaarse lorken, enkele zomereiken en berken, ratelpopulier in boomvorm, de enige plaats, waar ze zo voorkomen; als ondergroei in dit deel een echte zee van adelaarsvaren over zeker één hectare. Aan de rand van dit deel veel kornoelje.
8 = hier begint het echte elzebroek met halfhoge zomereik, berk, sporkehout, scherpe zegge, riet, hoge wilgen in boomvorm, ratelpopulier, één grove den en veel bitterzoet. Centraal in 8: canada's met moerasspirea en framboos. Er is een open plaats vol scherpe zegge; ook een weinig vogelkers.
9 = zomereiken els, hazelaar, vogelkers, deel met wilg en zegge.
10 = hoge zomereik met hazelaar, lijsterbessen, kamperfoelie.
11 = zomer- en wintereik, adelaarsvaren, enkele kleine lorken en grove den., esdoorn, zeggen, hazelaar, sleedoorn, gele lis en riet, els.
12 = enkele canada's, es, veel sleedoorn rond open plaats en, framboos.
13 = veel essen, els, zomereik, dotterbloem, hazelaar, rietmoeras met wilg en hoge wilg in boomvorm aan de noordrand, veel scherpe zegge.
14 = els met zeggen.
15 = Oostenrijkse den, ratelpopulier, hoge canada en abeel. 16 = els, zomereik, esdoorn en berk.
17 = Oostenrijkse den met hondsroos tegen de weg.
18 = halfhoge zomereik met wat berk.
19 = hoge zomereik.
20 = hoge zomer- en wintereik.
21 = lage zomereik, berk, sporkehout, wintereik in struikvorm.

Het gevaar bestaat dat je bij zulke opsomming door de bomen het' bos niet meer zou zien. Het tweede deel zullen we' daarom voorstellen als een tocht, waarbij we vertrekken aan de Alsberg en zo de vallei intrekken tot aan de Motte. We zullen dan zien hoe de verschillende bossoorten elkaar opvolgen.
Bij 1 merken we een aanplant van kerstsparren en in 2 enkele hoge canada's met veel kreupelhout: acacia, zomereik, hazelaar en vlier. We zijn op een hoogte van 80 m. Bos 3 aan de rechterkant is acacia in alle maten. Bos 4 is een aanplant van canada. We volgen een pad en aan de linkerkant bemerken we een steile diepte met brem in een heideveld; hier ligt het Diestiaan aan de oppervlakte. Ook aan de ingang van 2 lagen brokjes zandsteen, de leemlaag is erg dun. Rond het heideveld overheerst zomereik. We dalen verder af (70 m.) tussen halfhoge zomereik en ongewoon veel esdoorn in 5; weer een klein heideveld met sporkehout, vogelkers, zomereik in struikvorm en de eerste bosbessen. We dalen verder en komen op een open plaats, de zuidrand is een zee van adelaarsvaren. Het bos links van 9 is bijna uitsluitend zomereik. De open plaats 8 ligt tussen 40 en 30 m. en vertoont een echte heidevegetatie met struikheide, dopheide, brem en stekelbrem, de meest zuidelijke plaats in het Hageland. Hier groeit ook het krentenboompje. Plaats 10. is een weide die dichtgroeit met zomereik, berk, sporkehout en vogelkers.. Hier komen we ook blauwe knoop tegen. Bos 11 gelijkt op 8 met pijpestrootje, tormentil, klein sporkehout, jonge berk, heide en aanplant van grove den. In bos 12 wordt het natter met veel zomereik, hazelaar, berk en olm aan de randen. We zijn nu in de vallei, we zullen maar 5 m. meer dalen, maar onmerkbaar. Bos 13 heeft enkele hoge canada's, veel els en zomereik,' veel bramen, rietgras, kamperfoelie, grauwe, wilg en weer blauwe knoop, ook veel St.-Janskruid, dit komt in het ganse natte deel veel voor langs de wegen. Bos 14 is erg moerassig, hoge eis, canada en halfhoge zomereik. We zitten volop in het Grootbroek: in 15 dicht kreupelhout van sporkehout, haagdoorn, sleedoorn en hondsroos; een deel heeft hoge canada, zomereik en es. Deel 16 is weer canada, els, wat esdoorn en veel bramen.
Deel 17 is aanplant van canada met 100 % ondergroei van vogelkers. Bij 18 zijn we het bos door, hier een weide met knotwilg. 19 is een open plaats die stilaan dichtgroeit met distels en veel berenklauw. Hier ook voor het eerst gele lis en aan de' rand sleedoorn. In een canada groeit maretak. Tussen
de 2 open plaatsen in hoge katwilg. 20 is weer hoge canada met ondergroei van zomereik, es, els en hazelaar.
Deel 21 was een oude weide met kleine canada en kreupelhout; heeft reeds het uitzicht van bos. In 22 alleen dikke zomer-, eik "met velden maagdenpalm, hier zijn we echt in het moeras. Vanaf nu gaan we naar het zuiden naar de Sengensbeemd.'
23 is een open plaats met riet, daar ontstaat een bijbeek van de Motte. Precies hier is een zo goed als ondoordringbare plaats ontstaan met niet gedefinieerde moerasplanten.
We bemerken een paar zomerverblijven aan de bosrand. Er groeien zelfs lisdodden, het ergste moet nog komen. Plaats 25 is de meest ondoordringbare plaats die je je kunt voorstellen, voorlopig is er nog een dichtgroeiend pad. Hier werden strobusdennen en kerstsparren geplant tussen een oorspronkelijke vegetatie van sleedoorn, kamperfoelie, hazelaar, bramen en esdoorn.
Daarmee moet de lezer toch een indruk hebben van het Walenbos. Een goede raad: ga eens mee op tocht, daarmee leer je meer dan met bladzijden getyp.
Tenslotte hier nog een overzichtelijke tabel van heideplanten op de Diestiaanheuvels.
 

  Middel-
berg
Wijng.berg Eikel- berg Beenink Walen-
bos

Bosberg

Berg v. Houw.

's Hertogenh.

Heide X X X X X X X  
Dopheide X x   x x     x
Den   x x   x x   x
Pijpestr. x x x x x x x  
Zomereik x x x x x x x x
Ratelpop. x x x x x x   x
Stekelbrem x x   x x     x
Kruipbrem x   x          
Gaspeldoorn x x            
Wolfsklauw       x        

(Wordt vervolgd)

WERKGROEP NATUURSTUDIE

A. ROELANTS

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany