|
In
het midden van de 16de eeuw werd gedacht aan een herindeling van de
kerkprovincies en het toevoegen van nieuwe bisdommen in de Nederlanden; het
heeft echter toch nog tot 1569 geduurd vooraleer de paus de begrenzing, de
dotatiebullen en de benoemingsbrieven voor de bisschoppen van de nieuwe
bisdommen kon goedkeuren.
Zo ontstond dan de nieuwe kerkprovincie Mechelen.
De besluiten, genomen op de provinciale Concilies van .Mechelen, zouden voortaan
ook gelden voor alle bisdommen van de nieuwe kerkprovincie. Hierbij kwamen nog
de besluiten van de diocesane synoden, die samen met de provinciale decreten van
het allergrootste belang waren voor de heropleving en de nieuwe uitbouw van de
kerk na de allesvernietigende wervelstorm van de godsdienstige beroerten.
Zo kwam het dat elk bisdom zijn eigen "manuale pastorum" opstelde met de
bedoeling te komen tot meer eenvormigheid in het bisdom zelf, vooral dan bij het
toedienen van de sacramenten. In feite verschilden zij slechts zeer weinig van
het ene bisdom tot het andere.
Wat bepaalt deze rituale van Mechelen (1624 § 1796 ) met betrekking tot het
sacrament van het huwelijk?
DE VERLOVING of de SPONSALIA
1. De verloofden mogen niet dronken zijn wanneer zij zich komen aanmelden,
omdat zij wel moeten weten wat ze zeggen; anders hebben de sponsaliia geen zin.
2. De ouders van beide partijen, of de getuigen die hen daarbij vervangen,
moeten hen vergezellen en dus aanwezig zijn.
3. Er zal een onderzoek ingesteld worden naar mogelijke beletselen en de
ondervraging, geschiedt onder eed.
4. De kandidaten worden ondervraagd naar hun geloofskennis, waaraan zij
tenminste de hoofdpunten moeten kennen, alsook of zij welgevormd zijn. Dit
laatste was belangrijk; inderdaad, toen de uitbreiding van het Calvinisme
geremd en praktisch volledig teruggedrongen werd, gaf de leiding haar volgelingen
de opdracht zich voor te doen als katholieken en zelfs de sacramenten te
ontvangen, dit alles om te ontsnappen aan de vervolgingen. De vraag of zij wel
gevormd werden, was bij het in voege treden van de nieuwe rituale dan ook zeer
actueel en reëel, omwille van de aanwezigheid van heel wat Calvinisten en
Protestanten binnen de grenzen van de bisdommen der Nederlanden, maar ook
omwille van de verwaarloosde toestand waarin de Kerk zich toen bevond en waaruit
ze zich nog niet helemaal had kunnen opwerken. Er waren trouwens streken, waar
de bisschoppen sinds lange tijd niet meer langs gekomen waren om te vormen. De
geloofskennis bij de Katholieken was bovendien tot een zo laag peil gedaald, dat
de bisschoppen, tijdens een der drie eerste concilies te Mechelen, besloten
benevens de gewone scholen ook nog zondagsscholen op te richten, die trouwens
een waar succes zouden kennen.
5. De vraag moet gesteld worden of zij wel uit vrije wil en ongedwongen gekomen
zijn om de belofte af te leggen elkaar te huwen.
Daarop zal de priester van beiden de rechterhand nemen en ze
in elkander leggen met de uitnodiging volgende woorden uit te
spreken : "Ick N. in de presentie van dese ghetuyghen belove mijn trouwe te
gheven U N., die ick houde met der handt, ende U te nemen voor mijn wettelycke
huysvrouwe, ist dat het onze moeder de heylighe kercke ghedoogt"P.
Daarna vermaant de pastoor de verloofden dat zij binnen veertig dagen zullen
huwen, en dat het niet toegelaten is onder eenzelfde dak te wonen, noch
betrekkingen met elkaar te onderhouden.
6. De bannen moeten geroepen worden. Wie enig wettelijk beletsel kent, is onder
straf van excommunicatie verplicht dit beletsel kenbaar te maken.
7. Zij zijn verplicht voorafgaandelijk te biechten en ofwel op de dag zelf van
het huwelijk, ofwel voordien, ter H. Tafel te naderen.:
8. De verlovingsakten worden voortaan mede ingeschreven in het
huwelijksregister.
HET HUWELIJK
Eerst wordt gevraagd naar een bewijs dat de bannen geroepen werden, alsook naar
het biecht- en communiebriefje, en voor de vierde maal aan de aanwezigen of
iemand wettelijke beletsels kende die zij onder straf van excommunicatie moesten
bekend maken.
Dan volgt het huwelijk zelf.
Het begint met de vraag of zij inderdaad bereid zijn om met volle vrijheid
elkaar te huwen. Daarop worden de rechterhanden in elkaar gelegd en de volgende
woorden uitgesproken:
"Ick N.... in de presentie van dese Ghetuyghen, gheve U N., die ick hier hoede
metter handt, mijne mannelijke ( -vrouwelijke) trouw, ende neme U voor mijn
wettelijke huysvrouwe (-man) voor Godt ende zijne heylighe kercke".
De priester voegt er volgende woorden aan toe "En ik, als bedienaar van de Kerk,
verenig U. in het huwelijk, in de naam van de Vader, enz."
De stool teruggewonden zijnde, hetgeen veronderstelt
dat hij er eerst rond of omheen gewonden was, ontvangt de pastoor de ring van de
bruidegom en wijdt hem volgens de oude formule, waarbij een gebed gevoegd wordt,
dat wij reeds in een vorige bijdrage ontmoetten: "Zegen deze ring, enz.". Daarna
wordt de ring besprenkeld met wijwater en steekt de pastoor persoonlijk de ring
aan de wijsvinger van de rechterhand van de bruid of op een andere vinger, al
naargelang de gewoonten van de streek.
Het Mechels rituaal voegt er aan toe dat op vele plaatsen de pastoors de ring op
de top van de wijsvinger van de bruid steken en de bruidegom deze ring dan
verder schuift; het laat tevens toe de ring aan een andere vinger te steken en
zelfs hem aan de linkerhand te dragen.
Vervolgens gaat de bruidegom naar het altaar, gevolgd door de pastoor en de
bruid, die de franjes van de stool van de pastoor vasthoudt; de bruidegom eerst
en na hem zijn vrouw kussen dan de afbeelding van de gekruisigde Christus naast
het canongebed in het missaal; wanneer zijn vrouw voor de eerste maal trouwt,
knielt de bruidegom dan op de onderste trede.
De priester legt dan beiden een uiteinde van de gekruiste stool op het hoofd en
bidt de zegeninggebeden.
Hierna volgt de mis "Deus Israël conjugat vos" of huwelijksmis. Na het "Pater
Noster" en het "Benedicamus Domino" wordt één gebed opgezegd, waarna de trouwers
een laatste maal besprenkeld worden met wijwater.
HET NIEUWE ROMEINS RITUAAL VAN 1852...
Van 1852 af luidt de trouwformule : "Wilt gij, N..., hier tegenwoordig,
aanvaarden voor uw wettige huisvrouw ( -echtgenoot), volgens het gebruik van
onze Moeder de H. Kerk?"
Antwoord: "Ik wil".
De pastoor geeft de ring aan de bruidegom, die hem aansteekt aan de ringvinger
van de linkerhand van zijn bruid. Het opleggen van de stool tijdens het
zegeninggebed valt weg.
De tweede ring, bestemd voor de man en die gebruikelijk wordt omstreeks "900;
werd nooit verplicht opgelegd, en de wijdingsformule werd niet eens gewijzigd.
Wel werd de ring mee besprenkeld met wijwater; maar door de priester
rechtstreeks teruggegeven aan de man, die hem zelf aan de vinger stak.
DE VERNIEUWDE LITURGIE
De vernieuwde liturgie veronderstelt nu ook een ring voor de man, aan zijn hand
gestoken door zijn vrouw. Misschien voelen de mannen zich nu even kwetsbaar als
de vrouwen, dus even onbetrouwbaar!!
De.verlovingsplechtigheid was niet meer verplicht tijdens de 19de eeuw., In haar
plaats is de ondertrouw gekomen, die verschillende elementen vaan de vroegere
verloving heeft overgeërfd. Voortaan kunnen de trouwkandidaten zich aanmelden,
elk bij zijn plaatselijke pastoor, die; zoals vroeger trouwens, deze ondertrouw
begint riet de eed. Rond 'i;'';0 luidde deze eed: "Ik, N., zweer bij God dat ik
met niemand door den echt verbonden ben; dat ik aan niemand buiten N., waarmede
ik voornemens ben te trouwen, huwelijksbelofte gedaan heb, en dat er, bij mijn
weten, tussen ons beiden geen hoegenaamd beletsel van huwelijk bestaat. Zo helpe
mij God en Zijn Heilige Evangelie".
In de vernieuwde liturgie luidt deze eed thans: "Ik, N. N., zweer dat ik niets
dan de waarheid en geheel de waarheid zal zeggen in mijn antwoorden op de
vragen, die mij zullen gesteld worden.
De vragen zijn gebleven.
Wie zijn de toekomstige trouwers? Zijn er impedimenten (beletselen) die het
huwelijk ofwel onwettig ofwel ongeldig kunnen maken?
Zijn de kandidaten voldoende onderwezen inzake geloof?
Wie niet voldeed, kreeg "uitstel", d.i. de nodige tijd om zijn versleten
geloofskennis wat op te frissen of bij te werken; hierbij hielpen de
trouwlustigen elkander bereidwillig.
Dotatie en contract worden voortaan geregeld door de notaris. De "tabulae"
werden ondertekend door de aanwezige ouders of minstens drie getuigen. Nu
geschiedt dit door de trouwers zelf, die het ondervragingsformulier
ondertekenen. Het werd een moeilijk geval, wanneer een verleider het bedrogen
meisje liet zitten, ofwel omdat hij reeds gehuwd was, ofwel omdat hij zich
eenvoudigweg aan deze verplichting onttrok. Indien dit voorviel met een rijke
boerendochter, trachtte de vader van de dochter een knecht van de hoeve, die nog
niet gehuwd was, er toe over te halen. om met zijn dochter te trouwen en het
kind als het zijne te erkennen. Uit dank kreeg hij dan een stuk land toegewezen
waarop een huizeke gebouwd werd; daarbij kreeg hij een som geld.n en kon hij
verder blijven werken op de hoeve.
De "admonitiones" (vermaningen) met de nodige commentaar waren en blijven er
evenzeer nodig als vroeger. Er zijn gevallen gekend van huwelijken, die als niet
bestaande werden geoordeeld, omdat de vrouw zich niet kon inbeelden, noch wilde
aannemen dat er geslachtelijke betrekkingen nodig waren om kinderen voort te
brengen, noch duldde dat haar man het
Anderzijds bleek het ook wel noodzakelijk de mannen aan te manen tot
bezadigdheid, want er waren vrouwen, die praktisch nooit over de drempel van de
voordeur naar buiten gingen zonder zwanger te zijn.
Tijdens de ondertrouw was er geen sprake van een verlovingsring. Het waren
alleen de welstellende burgers die elkander nog een verlovingsring schonken,
ofwel zo gewoonweg, ofwel aan elkanders vinger staken ter gelegenheid van het
verlovingsfeest in familiekring, dikwijls op de dag dat het huwelijkscontract
ondertekend werd bij de notaris.
De meisjes dragen heden deze ring aan de ringvinger van de linkerhand, de
jongens aan de pink van:de linkerhand.
(Wordt vervolgd)
WERKGROEP VOLKSKUNDE FOLKLORE
R. GEYSENS
|