Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1976,
nummer 5
"
Volksgeneeskunde - geneeskruiden van bij ons: de vuilboom."

De wintertijd is ook de komkommertijd op gebied van geneeskruiden. Het is evident dat de overgrote meerderheid dezer planten, nu dat praktisch alle leven bij hen stilligt, zich weinig of niet lenen tot verzamelen..

En toch. Wanneer we de verzamelkalender van de geneeskrachtige planten doornemen, valt het op dat twee planten juist dan vergaard worden.. Het zijn de maretak die in feite het ganse jaar rond geschikt is, en de vuilboom die men liefst inzamelt tijdens de maanden januari, februari en maart hooguit tot juni.

De maretak werd reeds eerder behandeld in VELPELEVEN; vandaag zullen wij het hebben over de vuilboom die bij ons algemeen voorkomt: men vindt hem als onderhout in vochtige bossen, aan vijveroevers, in bossen en hagen. Wij zijn er haast zeker van dat de meeste mensen in Boutersem de vuilboom kennen, evenwel vermoedelijk niet als "vuilboom", maar wel onder de naam "sporkehout" of "spakeboom". Wetenschappelijk heet hij Rhamnus frangula; hij behoort tot de wegedoornfamilie.

De vuilboom is een boomachtige heester of struik, die tot 2 meter hoog kan worden -zelfs nog hoger-. In deze periode van het jaar kan men hem praktisch alleen herkennen aan zijn schors, waar het juist om te doen is op geneeskundig gebied. Deze schors is van buiten donkergrijs of enigszins violet gekleurd; van binnen is ze geel en dicht bezet met witachtige kurkwratten.

Als de vuilboom later -in de lente- bladeren krijgt, zult u zien dat deze gave randen hebben, 4 tot 7 cm lang zijn en dat hun stelen behaard zijn.

In de zomer verschijnen de kleine, nietige, vijftallige, tweeslachtige, groenachtige-witte bladeren: zij staan in schaarse gevorkte trosjes in de oksels van de verspreid staande bladeren.

In de herfst tenslotte komen de. kogelvormige steenvruchten zij zijn eerst groen, dan rood en volkomen rijp zijn zij zwart van kleur.

De naam "vuilboon" komt van de bedorven geur van de vers bast. Laten we het even hebben over de. meest voorkomende volksnamen.

"Sporkehout of spakehout" wijst erop dat het hout gebruikt. wordt voor het vervaardigen van sporken, ttz pinnen. "Spork" en "sprot" duiden iets aan dat gemakkelijk breekt trouwens het latijnse "frangula" duidt in dezelfde richting. Men spreekt ook van "buskruitboom"; deze volksnaam stamt uit de tijd dat zachte geelrode hout van de vuilboom de beste houtskool leverde voor het vervaardigen van buskruit. !'Pijlhout" komt van het feit dat de kinderen er pijlen van maakten.

Andere namen zijn: poederhart, stinkboom, zwarthart, bloedplant, hondjeshout, ramenasbast, laxeerhout, boerenrhabarbe, sprokkenhout, boedzijkenhout, pinnekenshout, sulferhout, enz.

Zoals hoger reeds vermeld, bezit alleen de bast of schors geneeskrachtige eigenschappen.

Bij het verzamelen ervan - van. januari tot. juni - gaat men als volgt te werk. Men snijdt 3 - 5 jarige zijtakken van de vuilboom af. De schors van deze takken wordt op afstanden van ongeveer 15 cm riet een mes ingekerfd. Deze verschillende kerven worden dan met elkaar verbonden door een overlangse snede; de bast kan er dan gemakkelijk afgenomen worden. Deze stukken bast worden dan in de schaduw gedroogd waarbij zij snel oprollen tot pijpjes.

Maar nu iets zeer belangrijks: alvorens men de bast voor geneeskundige doeleinden kan gebruiken, moet men ze minstens 1 jaar en wel liefst 2 jaren. bewaren. Men kan gemakkelijk nagaan of de bast voldoende oud is: wanneer de bast aangestipt wordt met enkele druppels ammoniak, moet ze rood kleuren. De reden van dit lange bewaren is het feit dat men door het innemen van verse bast onpasselijk wordt, eventueel braakt of krampachtige diarree krijgt. Deze werking wordt veroorzaakt door een bepaalde stof (= frangularoside ). Bij het bewaren wordt dit bestanddeel van de bast omgezet tot een andere (een emodine-derivaat), dat een veel mildere werking uitoefent.

Daar de vuilboombast werkt door het prikkelen van de dikke darm, moet men er rekening mee houden dat het effect maar gevoeld wordt 6 tot 8 uren na de inname

In het algemeen mag gezegd worden dat de schors laxeert, maar niet purgeert; zij is dan ook zeer geschikt als licht laxeermiddel bij chronische verstopping, die trouwens dikwijls gepaard gaat met andere nevenverschijnselen als hoofdpijn, duizeligheid, loomheid, leverzwelling enz.

Zelfs zwangere vrouwen en operatiepatiënten kunnen geholpen worden door dit mild laxeermiddel.

Personen, die vuilboombast hetzij zuiver, hetzij samen met andere kruiden, bv onder specialiteitvorm, gebruiken kunnen soms wel eens raar opkijken, namelijk wanneer hun urine bloedrood gekleurd wordt.

Denk nu niet direct dat zulks het gevolg is van een nier of blaasbloeding. Deze kleur heeft absoluut geen uitstaan met bloedingen, maar is enkel en alleen het gevolg van een scheikundige reactie, die alleen maar optreedt als de urine niet zuur maar alkalisch reageert.

DOSERING: op 1 eetlepel bast giet men 1 kop kokend water: men laat 10 minuten trekken en giet dan door een doek of zeef. Deze thee drinkt men liefst s'avonds.

Ook volgend recept wordt wel eens gevolgd: 10 tot maximum 15 g schors wordt gedurende 1 minuut gekookt in een halve liter water: deze hoeveelheid wordt dan met kleine teugjes over de ganse dag verspreid uitgedronken.

Natuurlijk kan men de dosis zodanig opdrijven tot de bast uiteindelijk veel sterker, dus purgerend gaat werken.

Wanneer men niet overdoseert zal de vuilboombast haast nooit aanleiding geven tot schadelijke nevenwerkingen.



WERKGROEP VOLKSKUNDE - FOLKLORE

R. GEYSENS

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany