Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1976,
nummer 6
"De kunstenaar en zijn wereld,
moderne kunst - Picasso."


In een reeks uitgaven van Velpeleven hebben wij enige van de bijzondere kunstuitingen oppervlakkig geschetst, nadruk leggend op sommige grote kunstenaars, en wat toelichting over de tijd waarin zij leefden. Om dat alles af te ronden brengen we nog een algemeen overzicht van de evolutie die zich gedurende de laatste eeuw voltrok. Het is zo overrompelend, en voor velen zo onbegrijpelijk, dat we ons tot een korte samenvatting moeten beperken.

Alles wat onwrikbaar en voor altijd verworven scheen, werd afgebroken, zelfs, het denken en de levenswijze. Door de meeste werd die nieuwe stroming misprijzend verworpen, door anderen, veelal uit snobisme, hooggeprezen; men vreesde als achterblijver of onkundige bestempeld te worden. Het is een gekend feit dat vele nieuwigheden, die men enige jaren geleden dom, smaakloos en belachelijk vond, nu waardig bevonden worden om in onze musea te prijken.

De stroming die sinds de Renaissance gevolgd werd, verbleekte en liep langzaam vast;. ze bood geen uitzicht meer; men kon niet altijd hetzelfde blijven maken, er moest vernieuwing komen.
Het leven staat niet stil en terugkeer is onmogelijk. De drang naar verandering was dus niet meer te stuiten. De bevrijding die men nastreefde was voor velen te wijten aan de slechte invloed van een ontworteld tijdperk; men bracht mensen in de war met steeds talrijker wordende doeken, die niets verstaanbaars voorstelden.

De strekking beperkte zich niet tot de beeldende kunsten. Ook de muziek - ( jazz, pop ) - letterkunde, poëzie, architectuur en mode werden door de stroomversnelling gegrepen.

Zoals reeds gezegd, is de kunst een spiegel van haar tijd, door de kunstenaars vertolkt en dikwijls geleid. Voorlopers zoals Cézanne, Manet, Picasso, e.a. lieten zich niet afschrikken en langs Impressionisme, Fauvisme, Kubisme abstract, Surrealisme of Non-figuratief zochten ze hun weg.

Het Impressionisme werd dra door heel de bent der "zondagsschilders" overgenomen. En ikzelf, die me tot hen durf rekenen, schaam mij niet om te bekennen dat het tussen al die "ismen" mijn voorkeur geniet, ondanks mijn voorliefde voor het klassieke Grieks, de Renaissance of Barok.
Of zou men soms geen genoegen meer mogen smaken in de muziek van Mozart, Schubert of Grieg om er maar een paar te noemen? Het is ontegensprekelijk dat men zonder aan het beeld van de natuur ontrouw te worden, door het rangschikken van lijnen en kleuren een harmonisch geheel kan bekomen dat niet tot in de puntjes gelijk hoeft te zijn. Wie dat wel wil, kan zich tot de kleurenfotografie wenden, maar haar uiterst getrouwe weergave zal nooit met een schilderij kunnen wedijveren.
Het zijn precies de onnauwkeurigheden die het penseel boven het apparaat doen verheffen. Immers, de kunstenaar kan onbeduidende, nutteloze dingen vervagen of weglaten en andere beter tot hun recht laten komen, zelfs bijvoegen, volgens zijn gevoel en kennis.

Bij de Abstracten gaat het evenwel niet meer om het loslaten of scheeftrekken van vormen, zij willen ze scheppen uit eigen verbeelding waardoor zij eigenlijk niets anders doen dan de musicus wiens werk door geen enkele terugblik op der natuur bepaald wordt.
De harmonie die "zij" zoeken in een rangschikking van tonen, willen die schilders verwezenlijken met kleuren.

Ook de Kubisten verwaarlozen de natuur, ( kleur en vorm ), en verkondigen dat schilderkunst geen nabootsing is, maar een ontwerp-kunst. Ze maken zich los van wat ze zien of van de vorm vertrekkend, ontleden hem en zoeken naar verhoudingen die hen buiten, het wezenlijke brengt.
Ze behelpen zich alleen nog met geometrische figuren, cirkels, driehoeken, vierkanten, enz. De Hollander Mondriaan heeft die zienswijze tot het uiterste gedreven. Vertrekkend van bv. een boom, belandt hij door een spel van lijnen en vlakken in een voorstelling, die met het onderwerp niets meer te maken heeft.

Het waren de Duitsers en vooral de Russen - Leonef Kandinskij Walwitch - die de eerste stappen zetten. Ze werden door de Communisten gehuldigd omdat het een breken was met de bourgeois-opvattingen. Maar weldra deinsden ze terug voor zoveel vrijheid. De voorvechters moesten het land verlaten of alleen nog de geïdealiseerde werkman voorstellen in wat men hier smalend de pompierstijl noemde. Ik heb vele van die werken gezien ter gelegenheid van de laatste wereldtentoonstelling in Brussel, en sommige oprecht bewonderd. Maar dat mocht men in ons vrije land niet zeggen want dan was men achterlijk en begreep niets van de kunst of erger nog, misschien wel Bolsjewiek.

De Surrealisten - Salvator Dali - volgden een andere weg. Zij schilderdan alleen nog droombeelden. Zij vervormden alles tot de meest onwaarschijnlijke monsters, bv. een prachtige vrouwentorso met hanenpoten en de kop van een kikvors. Hun kleuren waren bijna uitsluitend rood of groen en moesten de menselijke passies weergeven. Het waren stuk voor stuk nachtmerries.

De kunstenaar, die al die scholen doorlopen heeft, die voor geen enkel uiterste terug deinsde, die als geen één besproken, afgebroken en belasterd en toch heel de wereld door beroemd is geworden, is de Spanjaard PABLO PICASSO. Hij was een mengsel van tederheid en bruut geweld van passie en ingetogenheid. Reeds jong blonk hij uit in tekenen en schilderen. De werken die voorzien waren om de toelating tot de school van schone kunsten te verkrijgen en voor dewelke een tijdspanne van één maand voorzien was, leverde hij in één dag af. Op 18-jarige leeftijd hield hij zijn eerste tentoonstelling. Dan vertrekt hij naar Parijs waar hij begeesterd wordt door de werken van Toulouse~Lautrec. ( Wie kent niet diens affiche "Paris cancan"? Voor Picasso begint, wat men noemt, zijn blauwe periode, waar miserie, angst en eenzaamheid de onderwerpen van zijn inspiratie vormen.
Dan volgt de roze periode waarin vooral het circusleven hem aantrekt.
Na een kennismaking met de negersculpturen, waarvan de gedurfde misvormingen hem doen afzien van verfijnde kleuren en Poëzie, omgeeft hij zijn onderwerpen met brede donkere lijnen om hen meer uitdrukkingskracht te geven.
In zijn bekend werk "Les desmoiselles d'Avignon" legt hij de grondvesten van het Kubisme. Hierop volgt zijn meesterwerk " Guernica ", het drama van de door de Duitsers, gedurende de Spaanse burgeroorlog, plat gebombardeerde stad, waar hij al het gruwelijke van de oorlog uitschreeuwt. Gedurende de Tweede Wereldoorlog bezocht een Duits officier zijn atelier in Parijs, waar dit werk zich bevond. Op een vraag van de Duitser: " Hebt U dat werk gemaakt? ", antwoordde Picasso " Neen,' Gij...'"

Niemand heeft meer vormen van kunst beoefend: romantisch of abstract, portretten, stillevens, naaktstudies, composities olie-. en waterverf, tekeningen, etsen, beeld.houwen, keramiek, enz. Voor geen enkel waagstuk deinsde hij terug.

Toen ik op zekere dag op een tentoonstelling tegenover zijn befaamde " Geit " stond, wist ik niet of ik in lachen dan. wel in tranen zou uitbarsten. Het dier was ineengeknutseld met de onderdelen van een oude fiets. Op het eerst gezicht vond ik het een schandaal, maar weldra besefte ik dat alleen een uitzonderlijk man tot zo iets bekwaam was en ik herinnerde mij de uitspraak " dat het genie dikwijls aan het waanzinnige grenst ".

Dat de meester van het surrealisme die zich als een circusdirecteur kleedt, zonder verpinken zegt, dat " Hij " de grootste kunstenaar is die ooit geleefd heeft. Van Gogh sneed zich een oor af en maakte dan een zelfportret met het hoofd in bloederige doeken gewikkeld. Waren in vroegere tijden Jeroen Bosch, Pieter Bruegel, Brouwer en Rembrandt niet uit hetzelfde hout gesneden?

Aan Picasso's werkwoede komt slechts een einde wanneer hij op meer dan tachtigjarige leeftijd sterft. Hij laat een werk na dat meer dan welk ander een volledig beeld geeft van al wat gedurende de 20ste eeuw op kunstgebied is voortgebracht.


J..R..

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany