Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1976,
nummer 6
"Rond het sterven."

INLEIDING.

De dood is een onderwerp dat de mens in alle eeuwen sterk heeft beziggehouden, omdat iedereen er ook dikwijls mee in aanraking kwam.

Vroeger werden er meestal filosofische, theologische en later sociologische studies over geschreven. Deze handelden vooral over vreemde culturenvolkeren. Sedert enkele jaren wijdt eveneens de psychologie aandacht aan de belevingen rond het sterven.

Omdat het duidelijk wordt dat deze levensfase, als menselijke ervaring nog niet de aandacht kreeg die zij verdient kozen wij dit onderwerp voor studie. Het is alsof de gemeenschap zich automatisch sluit voor "mee"-leven op het ogenblik dat de dood in het zicht komt. De mens, die in al zijn levensfasen omringd werd door anderen sterft meestal nog zijn dood alleen. Misschien kunnen wij hierna aantonen dat ook die levensperiode geen volledige eenzaamheid moet betekenen, noch voor de stervende, noch voor de nabestaanden.

Een reden meer voor onze keuze, vinden wij in onze studenten, waarvan er velen, tijdens hun stageperiode met bejaarden, zwaarzieken of familieleden in contact komen. Zij ervaren hierbij regelmatig moeilijkheden met een gewenste aanpak of zelfs houding. Langs deze weg hopen wij hen eveneens enige hulp te kunnen aanbieden.

Wij zochten eerst naar de oudst bekende informatie.

Zo kwamen we tot de bedenking dat heel wat gebruiken tot nu overgeërfd werden en dat vele gedragingen gegroeid zijn uit het veranderende levenspatroon, mensbeeld en de milieubeïnvloeding.

Op deze basis vonden we tevens een onderscheid tussen de Verenigde Staten en West Europa.

Uiteindelijk wilden wij de menselijke belevenissen rond het sterven (zowel van de stervende als van de nabestaande) proberen in te vullen en de noden hieromtrent belichten.

A. HISTORISCHE FRAGMENTEN

I DE DOODSBELEVING IN DE VERSCHILLENDE CULTUREN.

In elke cultuur, hoe primitief ook, werd er aandacht besteed aan de dodenbezorging.

De primitieve mens bezat meer de mogelijkheid om mensen te zien sterven, doch hij kwam niet tot het besluit van het onvermijdelijke van de dood. Voor hem was de mens niet bestemd om te sterven. Dit gebeurde alleen als resultaat van een daad of slechte invloed van de vijand (menselijk of geestelijk). Vandaar zijn reacties: woede en vrees.

- woede omdat de afgestorvene de maatschappij aantastte in het geloof in zichzelf (met als gevolg, de idee van de zielsverhuizing), en de illusie van de onsterfelijkheid ontnam.

- vrees omdat de dode in minder gunstige levensvoorwaarden vertoefde en jaloers kom worden. Zij stelden hem dus tevreden en verjoegen de geest.

Door de droom, spiegelbeelden, schaduwen en echogeluiden ontstond de dualistische voorstelling van de mens.

Naarmate de ontwikkeling vorderde, ging de vrees over in verering, maar de vorm groeide gewoon uit de ritus van de vrees voort.

De Australische volkeren, een weinig gevorderd cultuurvolk, droegen hun doden ambivalente gevoelens toe: genegenheid en afkeer.

Al was het een trekkersvolk, toch besteedden zij enige zorg aan de dodenbezorging: alle vormen zijn er terug te vinden: begraven, verbranden, blootstellen aan de lucht, mummificeren, kannibalisme (om zich zijn kracht toe te eigenen). De dode krijgt er steeds voedsel mee om maar niet terug te keren.

Bij de Arctische volkeren heerste er een echte dodenvrees. Alles wat met de dode in aanraking komt, mag niet meer gebruikt worden. Ook de stervenden moeten uit het huis verwijderd worden. Met het lijk maken zij een kleine wandeling om de geest het spoor bijster te maken.

In Centraal, Oost en Zuid Azië is de idee van zielsverhuizing levendig. De Mongolen en Tibetanen gooien de lijken voor de honden, omdat de grond te hard en het hout te kostbaar is voor begraving, maar niettemin wordt er lang gerouwd.

II IDEEEN EN MENSELIJKE GEDRAGINGEN, VOORAL IN ONZE STREKEN.

In het oude testament ontmoet men de angst voor de dood en de idee van het overleven van de ziel. De schuld van de sterfelijkheid van de mens wordt aan god toegeschreven, hij belette de mens van de levensboom te eten.

Het nieuwe testament predikt de overwinning van de dood. Paulus, die in Rome werkte, waar in die tijd uit angst pillen verkocht werden om niet te moeten sterven, verklaarde dat én de ziel én lichaam zouden opstaan.

In Nederland en de landen langs de kusten tot Noorwegen werden veel Hunebedden blootgelegd. Deze dateren van ongeveer 2.000 jaar voor Christus. Het is een` bewijs dat er toen ook een soort sociale organisatie rond de dood bestond. De uitgesleten deuropeningen herinneren aan een voortdurende dodendienst.

De dode werd beschouwd als levend, maar in veel slechtere levensomstandigheden. Opdat hij niet afgunstig zou worden moest men hem helpen en goedgezind stemmen.

Tussen het stenen en het bronzen tijdperk werden de lijken verbrand en begraven onder een menhir. Van die periode getuigen de talrijke urnevelden.

De Germanen verbrandden eveneens hun doden.

In de 8ste eeuw werd voor het eerst een kist gebruikt; er werden uitgeholde dodenbomen teruggevonden. Buiten deze uitzonderingen, gebruikte men meestal doeken, matten.

Tijdens de middeleeuwen leefden de mensen voortdurend onder de bedreiging van de dood; niet alleen fysisch door pest en oorlogen, doch eveneens wegens de toen heersende opvattingen; de kerk schrikte het volk af van de dood door de bedreiging vet de eeuwige hel; overal werden geraamten geschilderd langs de straat; uit die periode stammen de ontelbare afbeeldingen van de dodendans. In de kerk begon de zwendel van aflatenverkoop. De kerk eiste een deel van iedere erfenis op. Hier vinden talrijke nu nog te herkennen gebruiken, die de angst voor de dood weerspiegelen hun oorsprong.

Sterven, begraven en rouwen kan niet in de privé-sfeer: de buren, de leden van de gilden of de cellebroers stonden in voor de begrafenis en de gebeden voor de ziel.

De Renaissance wilde schoon schip maken met deze mentaliteit en riep de ontkenning van ieder nabestaan uit. Dit ontlastte blijkbaar velen van de angst voor het oordeel na de dood.

Tegelijkertijd trachtten Luther en de gereformeerde kerk de misbruiken uit de kerk te verdrijven. Dit is en echter niet volledig gelukt. Integendeel, de begrafenissen werden in de 17de, 18de en 19de eeuw ondanks verzet, steeds plechtiger, met meer praal en steeds duurder,

Er werden bidsters betaald, aansprekers dit de droeve tijding ronddroegen; de kloosters kregen giften om voor de overledene te bidden. De rouwkleding die steeds kostbaarder werd, moest door de rouwende familie voor het hele gevolg van de lijkbaar gehuurd worden. Na de begrafenis werden er rijke maaltijden aangeboden, die meestal op uitspattingen eindigden. In de loop van de tijd heeft ook de kerkelijke overheid naast de openbare macht hierop herhaalde malen moeten reageren.

Anderzijds stelde men vast dat de kerkhoven niet werden geëerbiedigd: geschenken in de graven werden gestolen, de markt werd op het kerkhof gehouden, groot en klein hield er zijn spelen, de was werd er gedroogd...

Maar de begrafenis bleef toch nog een sociale plicht, kennissen en buren hielpen aarde op de kist brengen. De armen werden nadien ook bedacht met een maaltijd.

III GEBRUIKEN DIE HUN OORSPRONG VINDEN IN OUDE RITUELEN.

In de middeleeuwen werd er gedanst en lawaai gemaakt in de woning van de dode, om de geesten te verwijderen.

Dit is vervangen door de christelijke liederen in de kerk.

Kaarsen werden met honderden aangestoken, eveneens om de kwade geesten af te weren. Deze bleven behouden in de christelijk liturgie.

De luiken moesten gesloten worden opdat de ziel van de afgestorvene niet terug zou kunnen komen. Ook nu nog sluit de rouwende familie zich af van de gemeenschap. De dichtsbije familie kleedde zich na 1500 in het zwart bij een begrafenis, omdat zij vooral de moeilijkheden met de dode te vrezen hadden en op deze wijze kon de ziel hen niet herkennen. Thans heeft de rouwkleding slechts betekenis als teken voor de gemeenschap van rouw in de familie.

Het lawaai en het luiden van de klokken moest de demonen afweren. Ook nu nog luiden de klokken; het heidens gebruik werd door de kerk overgenomen in een andere betekenis: het verwittigde de gemeenschap dat iemand stierf en dat dit het lot van iedereen is. Naargelang de standing en geslacht werd er geluid met verschillende klokken.

De nachtwake die nogal eens zeer luidruchtig werd, is vervangen door de rozenkrans.

Grote feesten werden de gebruikelijke broodjes met koffie.

B. VERGELIJKING VAN HET DOODSGEBEUREN IN DE VERENIGDE STATEN EN WEST-EUROPA

I IN DE VERENIGDE STATEN.

Onderzoekingen hebben uitgewezen dat in 1950, in de VS. meer geld werd uitgegeven voor begrafenissen dan voor ziekenhuizen en sana's samen.

In de VS heerst de idee dat de dood moet gecamoufleerd worden. Het leven wordt sterk gewaardeerd en bij een begrafenis moet de illusie van leven bewaard blijven, de begrafenisplechtigheid is een sociale gebeurtenis waarbij de overledene als eregast in het middelpunt van de belangstelling staat.

De dood heeft de seksualiteit afgelost als object van preutsheid, zegt de Engelse etnoloog Gorer.

Alles om de dood wordt in de commerciële sfeer getrokken, de begrafenisondernemers noemen zich de specialisten in de smarttherapie. Heel hun verkoopmethode is erop afgestemd om bij de familieleden geld los te maken door te weten te komen hoe hoog de verzekeringspremie ligt, zo stellen zij zich echter ook veilig tegen de mogelijkheid van niet kunnen betalen.

Het onderzoek van Midford bracht aan het licht dat zij bestaande wetten vals interpreteren om de nabestaanden te overtuigen dat balsemen nodig is: zij spelen op gevoelens van menselijk opzicht en beloven "diensten", waaronder zij dan verstaan het uitzoeken hoeveel verzekering ontvangen werd, hun eigen boekhouding en het delven van een graf, waarvoor zij niet moeten instaan. Het lijk wordt gebalsemd, geschminkt en volledig nieuw gekleed in de firma van de begrafenisondernemer. Het moet net lijken alsof er een levende ligt te slapen.

De toonzaal van kisten is een showroom waarin aangename muziek klinkt. De kisten gaan automatisch open en dicht en zijn' gevuld met aantrekkelijke poppen,

De familie kan kiezen in verschillende stijlen: futuristisch, patriottisch ...

De bloemenwinkels hebben contracten met kranten. Zinnetjes als "bloemen noch kransen" in overlijdensberichten worden vergeten bij bet drukken. De bestelde bloemen zijn nooit fris: de bedroefde familie merkt het toch niet.

Op het kerkhof kan men grafkelders reserveren met zicht op het park.

De firma beroemt er zich eveneens op de familie te helpen hun smart te overwinnen. Wanneer hun handelwijze onderzocht werd vond men slechts handig uitgebuite pogingen om de mens te helpen de gedachte aan de dood te verdringen.

II IN WEST EUROPA.

De studie die wij volgen is vooral gericht op Nederland. Doch voorbeelden van hier tonen ongeveer eenzelfde houding.
In deze streken is de dodencultuur gericht op versobering. De kerk richt bijvoorbeeld nog een enkel soort rouwdienst in voor rijk en arm.
De rouw heeft thans een zeer sterk privé-karakter gekregen. Het gebeurt herhaaldelijk dat er geen rouwbrieven worden gezonden of de rouwdienst pas nadien wordt gemeld.
De riten, meestal overgebleven uit de middeleeuwen, stuiten in ons cultuurpatroon op tegenstand. Zij moesten de geesten beletten terug te komen, anderen mee te nemen of zich te wreker. op tekort aan rouwbetoon.
Tevens hielpen nabestaanden een andere levensfase aan te vatten; alleen al het einde van de rouwperiode was een steun om er bovenop te komen

Deze versobering heeft waarschijnlijk verschillende oorzaken

- secularisatie: huiver voor de dood was voor de primitieven reeds voldoende om er een sacraal handelen rond te weven.

De eerste aanval hiertegen in West Europa kwam van de Reformisten; de tweede van de natuurwetenschappen.

De dood was inherent aan de schepping. Deze verandering van levensbeschouwelijke achtergronden, waarnaar het ritueel verwees, bracht ook verandering in de levenshouding mee. Ook voor de gelovige werd het minder mogelijk om belangrijke godsdienstige voorstellingen te blijven voeden.

-afnemende belangstelling voor decorum

Decorum nu heeft duidelijk niets te maken met het feitelijk gebeuren zelf. Meestal werd het afgeschaft mis in de landtaal, geen erestoelen. Ook op andere terreinen is dit merkbaar: ballet in eenvoudige kleding. De oorzaken hiervan zijn de technische ontwikkeling en de rationaliteit, waardoor decorum als storend gevoeld wordt.

-gewijzigd sterftepatroon

Verbeteringen op hygiënisch gebied en medische kennis. hebben een merkelijke verlenging van het leven tot gevolg gehad; 1860: 37 jaar gemiddeld; 1960: 73 jaar

De demografische veranderingen zijn minder dreigend en minder tragisch voor de jongeren: de dood wordt een attribuut voor de bejaardenrol. Dit is de eerste eeuw die veel minder aandacht geeft aan de dood.

-Individualisatie

Er bestaat veel minder contact met de omgeving: de burenplicht is weggevallen. Omwille van het weinig' voorvallen, bestaan er minder gemeenschappelijke gedragsnormen.

Het gevolg is wel dat de nabestaanden thans met speciale moeilijkheden kampen, zoals op het einde. zal beschreven worden.

Daarnaast echter is ook hier een tendens van commercialisering te merken. Doch evenmin als in VS komt de vraag naar praal vanwege de nabestaanden. Zij zijn helemaal niet gelukkig met het toneel dat rond hen gespeeld wordt en nog minder met de hoge rekeningen..

Nog maar enkele jaren geleden rees er groot protest op bij steenhouwers, toen enkele gemeenten besloten gelijkvormige zerken te bestellen in een groothandel.

Begrafenisondernemers spreken ook hier reeds van " het toilet" van de dode, wat altijd "het afleggen" genoemd werd. Nabestaanden kunnen nu eveneens een fotoreportage bestellen, als blijvende getuigenis van hun rouwbetoon; trouwens bestellen of niet, tijdens het eetmaal worden de eerste proeven al getoond.

(wordt vervolgd)

M. P. Danhieux

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany