|
Bij lente- en zomerwandelingen langs de oevers van de Vondelbeek stelden we vast
dat het aantal kikkers fel geslonken is. Alhoewel de beide oevers van deze beek
zich tot een zeer gunstig milieu voor het kikkervolk lenen, schijnen
de..oorzaken der ontvolking hiervan moeilijk op te sporen.
In ons land kan men het kikkervolkje verdelen in vier soorten: de groene
waterkikker, de bruine kikker, de heikikker en de boomkikker.
1. De groene waterkikker of Rana esculenta Linnaeus.
Deze kikker vertoeft meestal in beken, plassen en poelen nabij de
wateroppervlakte, de kop boven water ofwel rust hij op vlottende waterplanten.
De eetbare waterkikker is een mooi diertje,. prachtig groen en donkergeel met
zwarte en witte vlekjes. Het zijn inderdaad zijn billetjes die door de
fijnproevers zo geprezen worden.
In de lente .meestal in mei, zoekt hij liefst een stilstaand water op om er zijn
slijmerige eierenmassa in neer te leggen. De ronde eitjes met in het midden een
zwart vlekje zijn tot een geheel samengebundeld. Deze eierkoek wordt hier "paddegerek"
genoemd wat zeer afwijkt van de juiste naam "kikkerdril". Van de duizenden
eitjes ( één kikker kan er 10.000 leggen ) komen er maar weinig tot volledige
ontwikkeling. Dat ze 's nachts, vooral in de zomer een oorverdovend, eentonig
gekwaak ten beste geven, zullen de bewoners van aangrenzende poelen of plassen
kunnen getuigen. Geschiedenisverhalen uit de middeleeuwen waarbij kasteelheren
hun lijfeigenen verplichtten het eentonig lawaai te smoren, schijnen dat nog te
bevestigen. Het zijn vooral de mannetjes die met, hun beide grote geluidszakken
de grote orkestmeesters zijn.'
2. De bruine kikker of Rana temporaria, temporaria Linnaeus.
Heel vroeg, reeds vanaf het wintereinde gaat deze kikvors te water om zijn
eieren te leggen. Zoals de andere kikkers bracht hij zijn winterrust door op de
bodem van stilstaande plassen en vijvers. In tegenstelling tot de groene
waterkikker legt hij minder eitjes. De jongen verlaten spoedig het water om in
vochtige plaatsen te gaan leven, ook in tuinen, waar zij duchtig op
insectenjacht gaan, vooral slakken genieten hun voorkeur. Spijtig vinden we ze
nog zelden in onze moestuinen.
3. De heikikker: Rana arvalis, arvalis Nilsson.
Het spreekt vanzelf d'-at we deze kikker niet in onze omgeving ontmoeten en wij
hem slechts kunnen vinden inde Antwerpse Kempen. In plassen en venen legt hij
van 1000 tot 2000 eieren. Het mannetje is groenachtig en het wijfje rosbruin.
Voor de belangrijke rol die deze kikkersoorten spelen in de vernietiging van
slakken en insectenlarven werd door het Ministerie van Landbouw een wet gestemd
die hen bescher2t tegen verdelging. En riet reden mogen wij ons afvragen waartoe
dient deze wettelijke bescherming indien men kikkerbilletjes blijft lusten en
het leefmilieu verontreinigd wordt?
4.De boomkikker: Hyla arborea, arborea
Alhoewel hij feitelijk geen echte kikker is mag men hem de meest sierlijke.
kikker in ons land noemen. Hij is tevens gekend als de kikvors van de barometer.
In. een bokaal klimt hij het laddertje op en af naargelang de luchtgesteldheid.
Of hij wel een echte barometer is blijft toch twijfelbaar. Niettegenstaande
zijn naam, houdt hij zich ook op in struiken en begroeide oevers. Hij is ook in
staat zijn kleur van bleekgeel tot rosbruin te wijzigen indien zijn omgeving dat
vereist. Zijn vingers zijn van zuignapjes voorzien, waarmee hij zich aan
boombladeren kan vasthechten. Hij is:zelfs bekwaam om langs een glaswand te
klimmen.
Ook bij deze soort is het mannetje van een grote geluidszak voorzien, waardoor
hij een veel sterker gekwaak kan voortbrengen.
Nu de lente voor de deur staat nodigen wij alle natuurliefhebbers uit en vooral
ook onze jeugd op zoek te gaan naar ons kikkervolkje. Onze gemeente met
Vondelbeek, Velpeoevers en andere vochtige, natte plaatsen zijn het geschikte
opsporingsmilieu.
R.DEGREEF
|