Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1977,
nummer
2
"
De samenvoeging rond de gemeente Boutersem."

Sinds de eerste wereldoorlog werd er in dit land veel gedacht en geschreven over het groot aantal te kleine gemeenten, die om doelmatiger beheerd te kunnen worden, dringend zouden moeten samengevoegd worden.

In 1937 reeds werd een eerste voorontwerp van wet voorgelegd dat voorstelt alle gemeenten met minder dan 500 inwoners af te schaffen. Het kreeg evenwel geen verdere uitwerking, onder meer door de dreigende oorlog.

Het is pas de wet van 14/2/1961, die wij beter kennen als de Eenheidswet, die een soepele procedure vastlegt om gemeenten samen te voegen. Ook toen dacht men nog in de eerste plaats aan de fusie van kleine gemeenten (tot ca; 2500 inwoners). Ter uitvoering van die wet werden de eerste fusies in '64 en in '70-'71 voltrokken.

Een meer drastische ingreep had plaats door de wet van 30/12/1975, die zich niet meer tot kleine gemeenten beperkte (bv. de samenvoeging Leuven-Heverlee-Kessel-Lo-Wilsele), en het aantal gemeenten in België van 2359 terugbracht tot 596 in 1977, en tot 589 in 1982. (De samenvoeging rond Antwerpen wordt pas na de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 gerealiseerd).

Onze gemeente Boutersem is zowat de enige gemeente in België die drie maal bij deze fusieoperatie betrokken werd:

  1. in 1964 werden Boutersem en Vertrijk gefusioneerd. In datzelfde jaar kwam ook de gemeente Honsem tot stand door samenvoeging van Opvelp, Neervelp, Meldert en Willebringen.

  2. in 1970 werd een nieuwe gemeente gevormd door bij Boutersem en Vertrijk, ook Roosbeek en Kerkom te voegen.

  3. sinds 1 januari 1977 werd de gemeente opnieuw verruimd met twee deelgemeenten van Honsem, namelijk Willebringen en Neervelp.

Onze huidige gemeente telt aldus ongeveer 6223 inwoners

met:

Boutersem

1938

Vertrijk

713

Kerkom

974

Roosbeek

1580

Neervelp

434

Willebringen

586

(bevolkingscijfers 31/12/75)

In een licentiaatsverhandeling (1) werd gepoogd de fusie te evalueren. Daarom werden de resultaten van een enquête opgenomen waarin de mening van de Boutersemse bevolking werd onderzocht. Deze enquête werd gehouden rond Kerstmis '75 en gaat dus uiteraard nog over het Boutersem zoals gevormd in 1970, met inwoners van de toenmalige 4 deelgemeenten: Boutersem, Vertrijk, Roosbeek en Kerkom.

In totaal werden 152 personen ondervraagd, die min of meer een getrouwe weergave van de bevolking geven met daarin:

  1. 57 personen uit Boutersem
    23 personen uit Vertrijk>
    45 personen uit Roosbeek
    27 personen uit Kerkom;

  2. 89 mannen en 63 vrouwen ( dus een ondervertegenwoordiging van de vrouwen);

  3. 36 jongeren ( personen van 17 tot 29 jaar)
    94 van middelbare leeftijd ( 30 tot 64 jaar)
    22 ouderen ( 65 jaar en ouder ).

( 1 ) G.LEMOINE DE SAMENVOEGING VAN GEMEENTEN, GETOETST AAN HET EXPERIMENT "BOUTERSEM". Eindverhandeling K.U.L. 1976

DEEL I.  RESULTATEN VAN DE ENQUETE.

De bedoeling van de enquête was onder meer na te gaan:

  1. wat de bevolking denkt over het samenvoegingsbeleid in het algemeen en de samenvoeging van de eigen gemeente in het bijzonder, en

  2. wat de gevolgen zijn voor de inwoners van een gefusioneerde gemeente.

I. BEOORDELING VAN HET SAMENVOfEGINNGSBELEID.

De ondervraagden werden verzocht aan te geven met welke van de volgende uitspraken over het samenvoegingsbeleid hun mening het meest overeenstemde:

(1) ik vind het nodig

(2) ik vind het nuttig;

(3) ik zie het nut er niet van in;

(4) ik vind dat er veel voordelen aan verbonden zijn;

(5) ik zie meer nadelen dan voordelen;

(6) het kan mij eigenlijk niets schelen.

We geven hieronder de resultaten per deelgemeente en uitgedrukt in percent van het aantal ondervraagden per deelgemeente.

De cijfers boven de kolommen geven de desbetreffende uitspraken weer. Het percentage duidt dus op dat deel van de mensen die zich kunnen eens verklaren met dit oordeel.

TABEL 1

 

1 + 2

2 of 4

3

5

3 + 5

6

BOUTERSEM

22,80%

3,50%

10,50%

10,50%

12,20%

40,4%

VERTRIJK

17,40%

17,40%

13,00%

17,40%

8,70%

34,7%

KERKOM

18,50%

7,40%

7,40%

7,40%

7,40%

55,6%

ROOSBEEK

31,17%

11,10%

4, 40%

13,30%

20,00%

28,9%

TOTAAL

23,7%

8,5%

8,6%

11,8%

13,2%

38,8%

De eerste 3 kolommen. wijzen op een eerder positieve, de volgende 2 op een negatieve beoordeling van het samenvoegingsbeleid. De laatste kolom geeft de mensen aan die geen mening ( G.M.) hebben.

Vereenvoudigd komt het dus hier op neer.

TABEL 2

 

positief

negatief

geen mening

BOUTERSEM

26,3%

33,3%

40,4%

VERTRIJK

17,8%

20,6%

17,89%

KERKOM

25,9%

22,2%

55,6%

R00SBEEK

42,2%

37,7%

28,9%

TOTAAL

32,2%

33,5%

38,8%

Alleen in Roosbeek wordt het samenvoegen van gemeenten dus overwegend positief gewaardeerd.
Wij krijgen evenwel een ander beeld wanneer de samenvoeging van de eigen gemeente in het spel wordt gebracht.

Rond Kerstmis '75, toen deze enquête gehouden werd, waren de debatten over de onlangs voltrokken fusies nog, aan de gang in Kamer en Senaat, ofschoon de nieuwe gemeentegrenzen reeds uitgetekend waren. We vroegen ons toen af of de bevolking'van Boutersem wist of zijn gemeente weer bij een samenvoeging zou betrokken zijn;

  • 45,4% van de ondervraagden wisten helemaal niets af van plannen in die zin.

  • De grootste onwetendheid bestond in Kerkom ( 85,2% ), de kleinste in Roosbeek (.24,4%.)

  • 54,6% wist wel dat een nieuwe fusie op til was maar slechts 32,9% wist dat het om de deelgemeenten Neervelp en Willebringen zou gaan.

Het is misschien ook interessant om weten dat de meeste mensen die van de toekomstige fusie op de hoogte waren deze ook afkeurden, ofwel omdat zij Boutersem groot genoeg vonden, ofwel omdat niet de hele gemeente Honsem zou aangesloten worden.

Uit de enquête bleek trouwens dat de meeste mensen afkerig stonden tegen om het even welke samenvoeging waarbij Boutersem zou betrokken zijn.

TABEL 3

Bent U voor of tegen samenvoeging van uw gemeente?

 

voor

tegen

geen mening

BOUTERSEM

14,0 %

45,6%

40,4%

VERTRIJK

21,7%t

39,1%-

39,1%

KERKOM

3,7%

63,0%

33,3%

ROOSBEEK

28,9%

46,7%

24,4%

Totaal

17,8%

48,3%

34,2%

Het aantal voorstanders bleek in Roosbeek dus opmerkelijk groter dan in de andere deelgemeenten.

Een belangrijk oordeel van de bevolking lag besloten in het antwoord op de volgende vraag: zou U er ook voor zijn dat de gemeente weer opgedeeld werd in de vroegere deelgemeenten; Boutersem, Vertrijk, Kerkom en Roosbeek. Men kan imners gerust aannemen dat wie voorstander is van deze opdeling om één of andere reden ontevreden is over de samenvoeging en het 'vroeger in elk geval beter vond.

TABEL 4

 BENT U VOOR OF TEGEN OPDELING?

voor

tegen

geen mening

BOUTERSEM

26,3%

22,8%

50.,9%

VERTRIJK

26,1%

30,4%

43,5%

KERKOM

22,2%

40,7%

37,0%

ROOSBEEK

48,9%

28,9%

22,2%

 

32,2%

28,9%

38,8%

Merkwaardig is het groot aantal voorstanders voor opdeling in Roosbeek, en, dat waar Roosbeek relatief gunstiger stond tegenover het samenvoegingbeleid (TABEL 2) en relatief meer voor samenvoeging van de eigen gemeente is (TABEL 3).

Dit laat vermoeden dat Roosbeek zich eerder afzet tegen de deelgemeente Boutersem dan tegen een samenvoeging zelf, te meer daar Roosbeek in feite het bestuurlijk centrum is (waarmee alleen maar bedoeld wordt dat de gemeentelijke diensten, m.a.w. het gemeentehuis er geveetigd is).

Men zou zich dan ook kunnen afvragen of de naam van de gemeente van wezenlijk belang is voor de inwoner, (na andere factoren buiten beschouwing gelaten te hebben, want het is zo dat Vertrijk en Kerkom materieel gezien, relatief meer voordeel haalden uit de fusie dan Boutersem en Roosbeek).

Vrouwen zijn meer voorstander van opdeling dan mannen ( 37,1% tegen 28,9%)

Een ontleding naar schoolopleiding geeft aan dat mensen met een hogere opleiding doorgaans gunstiger staan tegenover zowel het samenvoegingbeleid in het algemeen, als de fusie van de eigen gemeente.

2. ENKELE GEVOLGEN VAN DE SAMENVOEGING.

1. Heeft de verruiming van de gemeente tot gevolg dat het contact met het gemeentebestuur bemoeilijkt wordt?

In de enquête dacht men er zo over.

 TABEL 5

 

beter

slechter

geen wijziging

geen mening

BOUTERSEM

12.2%

21,1%

47,4%

19,2%

VERTRIJK

13,0%

17,4%

34,8%

34,8%

KERKOM

11,1%

29,6%

25,9%

33,3%

ROOSBEEK

11,1%

22,2%

42,2%

24,4%

 

11,8%

22,4%

40,1%

25,7%

De meeste mensen ondervonden dus geen wijziging, ofschoon het aantal mensen dat een verslechtering in hun contact met het gemeentebestuur ervaarde, duidelijk groter is dan zij die het beter vinden.

De grotere afstand naar het gemeentehuis lijkt over het algemeen niet al te sterke bezwaren op te leveren, ofschoon enkele mensen, voornamelijk uit Kerkom en Vertrijk, en vooral uit de oudere leeftijdsgroep, wel op dit nadeel wezen, ( een nadeel dat wellicht door veel werklozen ondervonden wordt!)

2. Voelt men zich sedert de samenvoeging meer of minder bij de gemeente betrokken?

TABEL 6

minder

meer

geen wijziging

geen mening

BOUTERSEM

10,5%

26,3%

36,8%

26,3%

VERTRIJK

21,7%

39,1 %

17, 5%

21,7%

KERKOM

11,1%

29, 6%

33, 3%

25,9%

ROOSBEEK

6,7%

46,7%

33,3%

13,3%

11,2%

34,9%

32,2%

21,7%

Het geval van betrokkenheid is vooral in Roosbeek sterk verminderd, wat de vorige interpretatie i.v.m. deze deelgemeente eens te meer onderschrijft.

Deze vermindering is, merkwaardig genoeg, het sterkst bij de jongste leeftijdsgroep ( 41,7% tegenover 34,8% bij de categorie middelbare leeftijd). Maar dit laat zich gedeeltelijk verklaren door de theorie dat jongeren, nog niet gevestigd in het leven, zich altijd minder betrokken voelen bij instellingen als de gemeente, godsdienst, politiek, staat, e.d.

3. Is, globaal genomen, de dienstverlening van de gemeente sedert de fusie verbeterd? ( Dit is immers per slot van rekening één van de hoofddoelen van de samenvoegingspolitiek).

TABEL 7

ZORGT DE GEMEENTE BETER VOOR DE INWONERS?

 

beter

minder goed

geen wijziging

geen mening

BOUTERSEM

15,8%

7, 0%

56,1%

21,1%

VERTRIJK

30,4%

17, 5%

34,5%

1 7,5%

KERKOM

18,5%

3,7%

33,3%

44,4%

ROOSBEEK

17,8%

17, 8%

40,0%

24,4%

De beoordeling is het gunstigst in de kleine gemeenten Kerkom en Verttrijk

We lieten een zelfde oordeel uitspreken, maar dan ten aanzien van de voornaamste beleidstaken afzonderlijk t.o.v.:

wegen en straten

beter

55,0%

slechter

2,0%

geen wijziging

23,7%

geen mening

18,4%

onderwijs

beter

37,5

slechter

14,5b

geen wijziging

17,1%

geen mening

30, 9%

huisvuilophaaldienst

beter

53,9%

slechter

2,6%

geen wijziging

23,7%

geen mening

17,8%

verkeersveiligheid

beter

37,5%

slechter

7,8%

geen wijziging

29,6%

geen mening

25,0;

riolering

beter

28,9%

slechter

9,9%

geen wijziging

35,6%

geen mening

25,7%

milieuzorg

beter

15,8%

slechter

9,2%

geen wijziging

40,1%

geen mening

34,9%

beoordeling van sport

beter

25,7%

slechter

5,3%

geen wijziging

38,8%

geen mening

30,3%

beoordeling van cultuur

beter

26,3%

slechter

2,0%

geen wijziging

34,9%

geen mening

36,9%

straatverlichting

beter

44%

slechter

0%

geen wijziging

38,2%

geen mening

17,8%

De beoordeling was dus zeer gunstig voor het beleid t,o.v.: verbetering van wegen en straten, straatverlichting; verkeersveiligheid; huisvuilophaaldienst

We vroegen ook waar de gemeenteoverheid te kort schiet; 56,6% van de ondervraagden gaven hier een antwoord; het gaat vaak om persoonlijke grieven en plaatselijke gebreken.

Geschematiseerd en in volgorde van belangrijkheid komt het hierop neer:

  1. te weinig waardering van sport en cultuur;

  2. gebrek aan milieubeleid;

  3. onderhoud van kleine landwegen, fietspaden en verbindingswegen;

  4. slechte riolering (plaatselijk); reiniging van beken en grachten;

  5. gebrek aan jeugdbeleid;

  6. afstand tot gemeentehuis;

  7. achteruitstelling van Kerkom;

DEEL II. NAAR EEN EVALUATIE VAN DE SAMENVOEGING.

De doelstelling van het samenvoegingbeleid wordt doorgaans samengevat in dit ene begrip: vergroting van de " bestuurskracht " van de gemeente.

Moeilijker is het de inhoud van deze term te omschrijven, laat staan te verwezenlijken.

Het gaat in feite om een tweeledig begrip;

Enerzijds gaat het erom de dienstverlening te verbeteren en de bevolking van Boutersem is, zoals uit de enquête bleek, het erover eens dat dit, zeker t.o.v. enkele beleidsposten is gebeurd. Op zichzelf is dit evenwel nog geen bewijs dat het doorvoeren van een fusie noodzakelijk gunstige gevolgen heeft voor alle inwoners: het zou inderdaad eenvoudig zijn om bijvoorbeeld de straatverlichtingspunten te verdubbelen en dus de dienst verkeersveiligheid aanzienlijk te verbeteren als onze gemeenteoverheid ook onze belastingen zou verdubbelen.

De kunst ( de vergroting van de bestuurskracht bestaat er dus in om zowel de gemeentelijke voorzieningen te verbeteren en tezelfdertijd de daartoe aan te wenden middelen ( geld!) binnen redelijke grenzen te houden.

Dit komt neer op het economisch principe: ons doel (nl. goede voorzieningen ) zo goed mogelijk te bereiken met aanwending van zo weinig mogelijk middelen ( die rechtstreeks of onrechtstreeks uit de zak van de belastingbetaler komen wat men tegenwoordig pleegt samen te vatten in de term ".éfficiëntie ".

Enerzijds is de gemeente dus te beschouwen als een bedrijf dat het economisch principe der efficiëntie dient na te streven, maar anderzijds moet men ook goed voor ogen houden dat de gemeente een politieke instelling is die het democratisch principe moet. trachten te verwezenlijken.

Het' nastreven van het ene begrip kan soms strijdig zijn met het nastreven van het andere vandaar de moeilijkheid om de omvang van' de' gemeente zo te. bepalen dat beide aspecten van bestuurskracht worderi.bereikt.

Democratie vereist immers, in de eerste plaats inspraak: de burger wil betrokken worden of zijn bij zijn gemeente, moet zo nodig zijn stem kunnen inbrengen' en doen gelden en dit niet alleen om de 6 jaren in het verkiezingshokje maar ook bij beslissingen die zijn gemeente aanbelangen of bij de uitvoering van die beslissingen.

Het is duidelijk dat een dergelijke voorwaarde beter kan vervuld worden naarmate de; gemeente kleiner is,'terwijl het economisch ' efficiëntie'-begrip eerder tot zijn recht kan komen in een gemeente van een zekere omvang.

Een tweede voorwaarde die doorgaans verbonden wordt met democratisch ' is de eis tot ' gelijkberechtiging ' van allen..

Ook hier kan een grotere gemeenteschaal nuttig zijn op voorwaarde dat de bewindvoerders er voor zorgen dat de gemeentelijke voorzieningen in elk van de deelgemeenten op eenzelfde peil worden gebracht.

De kosten aan de, inwoner (d.w.z. de belastingen worden door de vorming van één gemeente automatisch op eenzelfde niveau gebracht.

In dit laatste opzicht van gelijkberechtiging of evenredige verdeling van lasten en voorzieningen heeft de samenvoeging Boutersem ongetwijfeld gunstige resultaten geboekt voor de twee kleinere deelgemeenten Vertrijk en voornamelijk Kerkom. Dit is gemakkelijk aan te tonen met één van... de taken die onze gemeente het meest..kost aan financiële middelen, nl. het onderhoud van de wegen. Vertrijk en Kerkom hebben een relatief grotere oppervlakte en dus een geringere bevolkingsdichtheid dan Boutersem en Roosbeek.

OPPERVLAKTE

AANTAL INWONERS

BEVOLKINGS-DICHTHEID

BOUTERSEM

535 Ha.

1938

362 inw./km2

ROOSBEEK

465 Ha

1580

318 inw./km2

KERKOM

717 Ha

974

136 inw./km2

VERTRIJK

594 Ha

713

120 inw./km2

TOTAAL

2311Ha

5203

225 inw./km2

Dit betekent dat in Boutersem bijvoorbeeld 3 maal zoveel inwoners per km2 wonen dan in Vertrijk. Enigszins vereenvoudigd zou men dus kunnen zeggen dat Boutersem 3 X zoveel belastingbetalers ter beschikking heeft om de wegen van 1 km2 oppervlakte te onderhouden of omgekeerd, dat één belastingbetaler in Vertrijk 3 X zoveel moet opbrengen als één in Boutersem om de wegen van eenzelfde oppervlakte te onderhouden. ( Dit is natuurlijk een grove abstrahering, ten eerste omdat een groter deel van de Vertrijkse oppervlakte landbouwgrond is zonder dure wegen, en ten tweede omdat de gemeente staatssubsidies krijgt voor de aanleg van wegen, maar het verschil blijft niettemin sprekend).

Een vergelijking van de gemeenterekeningen van 1963, dus vóór de eerste samenvoeging, toont dit aan met concrete cijfers: het onderhoud van de wegen kostte in Vertrijk 49,3% van de totale uitgaven, in Boutersem was dit slechts 33,3%.

Hetzelfde kan gezegd worden van de andere gemeentelijke diensten die men onder de gemeenschappelijke noemer " openbare nutsvoorzieningen " brengt ; onderhoud van waterlopen, riolering, elektriciteit- en teledistributie, straatverlichting, ophalen van het huisvuil.

Al deze voorzieningen die zich in de materiële sfeer bevinden maar niettemin in eerste instantie verzorgd dienen te worden, wegen in kleine gemeenten relatief zwaarder, zodat voor andere taken hoegenaamd geen financiële middelen overblijven.

Voor de deelgemeenten Kerkom en Vertrijk heeft de fusie dus zeker een gunstig effect geresorteerd door hun lasten op dit gebied aanzienlijk te verminderen en hun voorzieningen te verbeteren.

Aan de ontvangstenzijde van de gemeentelijke rekeningen blijkt opnieuw dat men door de fusie een stap dichter bij de " gelijkberechtiging van alle burgers " is gekomen. Door het feit dat er nog slechts één gemeente is in plaats van 3 ( na de fusie van '70 ) mag er inderdaad slechts één belastingsschaal worden toegepast.

In '69 betaalde men per persoon aan belastingen:

 

  • in Boutersem : 1447,0 fr

  • in Roosbeek ; 1500,8fr

  • in Kerkom : 2083,6 fr; dit is een verschil van 538 fr met Boutersem.

In 1973 betaalde elkeen per inwoner 1844,4 fr; iemand uit Kerkom moest in '69 dus meer belastingen betalen dan in '73

(1) Alle getallen zijn uitgedrukt in geldwaarde van 1974.

Men zou kunnen verwachten dat de administratieve kosten na een fusieoperatie dalen door het eenvoudig feit dat de werking van 4 gemeentehuizen werd teruggebracht tot één.

Dit is niet het geval geweest; het relatief aandeel in. de totale :uitgaven blijft ongeveer gelijk en de werkingskosten nemen eerder toe dan af.

Onbegrijpelijk is dit echter niet: het leeuwenaandeel van de administratieve uitgaven gaat immers naar de bezoldiging van het gemeentepersoneel, waarvan het aantal praktisch gelijk bleef. De wet heeft trouwens getracht er voor te zorgen dat de rechten van het personeel niet al te veel geschaad worden door een fusie.

Naast de bovengenoemde openbare nutsvoorzieningen vormt het gemeentelijk onderwijs één van de traditionele taken van de gemeente. Ook hier gaat de bewering op dat de grotere schaal een gelijke spreiding van lasten en voordelen heeft bewerkstelligd, maar er is meer.

De gemeentelijke overheid heeft immers besloten de verschillende kleine schooltjes af te schaffen en te centraliseren in de Centrale Gemeentescholen.

Dit kan de kwaliteit van het onderwijs m.i. alleen maar ten goede komen, al was het maar om de eenvoudige reden dat men nu het principe "één leerjaar- één klas" kan toepassen waar vroeger 2, 3 of zelfs 4 leerjaren onder de hoede van één onderwijzer werden gebracht met het jammerlijk gevolg dat de kinderen noodzakelijkerwijze soms 4 jaren hetzelfde leerden.

De grotere afstand naar school kan weliswaar een bezwaar vormen, maar hieraan wordt toch tegemoet gekomen door het leerlingenvervoer.

Tot hiertoe ging het over traditionele gemeentetaken die noodzakelijkérwijze en in eerste instantie door de gemeente dienen verzorgd te worden.

De samenvoeging heeft hier gunstige effecten gehad, zij het vrijwel uitsluitend in de deelgemeenten Vertrijk en Kerkom.

Op onderwijsgebied is de verbetering o.i. algemeen, maar dit kan en wordt door anderen betwist.

Om evenwel een oordeel over d.e bestuurskracht van de nieuwe gemeente uit te spreken, moet ook nagegaan worden in hoeverre er nu meer ruimte is voor wat men noemt verzorgende taken en die liggen in de sociale en culturele sfeer.

In dit domein is de vooruitgang gering te noemen

De cijfers spreken voor zichzelf.

In 1973 bedroegen de uitgaven per inwoner voor:

  • huisvesting en stedenbouw 33,3 fr

  • onderhoud van begraafplaatsen 14,2

  • gezondheidszorg 0,2

  • sociale hulp en gezinsvergoedingen 7,4

  • sociale voorzorg en onderstand 34,6(overdracht aan C00)

  • eredienst 34,7

  • volksontwikkeling en kunst 68,8(subsidies aan verenigingen en bibliotheken)

  • Vergelijk dit met de uitgaven voor wegenwerken; 1947,1 fr per inwoner.

    Volledigheidshalve moet hier ook de oprichting van jeugd-, sport- en cultuurraad vermeld worden.

    Vaak wordt ook de vraag gesteld of een samenvoeging geen weerslag heeft op het verenigingsleven: dit lijkt ons een vals probleem, want een vereniging bestaat niet door of niet voor de gemeente.
    Een vereniging bestaat voor de mensen.

    De gemeenteoverheid kan het verenigingsleven weliswaar stimuleren door bv. het toekennen van subsidies of het ter beschikking stellen van lokalen, maar in het bestaan of de oprichting ervan speelt zij geen rol.

    We kunnen dan ook vaststellen dat de meeste clubs, kringen en bewegingen binnen de vroegere parochiegrenzen zijn blijven functioneren.

    Slechts enkele nieuw opgerichte verenigingen, zoals schaakkring en Velpeleven hebben een ruimer werkgebied, maar het is zeer de vraag of dit zonder fusie ook niet het geval zou geweest zijn.

    GODELIEVE LEMOINE

    terug naar artikels

     

    Copyright © Velpeleven Boutersem
    Web: Dany