|
Sinds de eerste wereldoorlog werd er in dit land veel
gedacht en geschreven over het groot aantal te kleine gemeenten, die om
doelmatiger beheerd te kunnen worden, dringend zouden moeten samengevoegd
worden.
In 1937 reeds werd een eerste voorontwerp van wet voorgelegd
dat voorstelt alle gemeenten met minder dan 500 inwoners af te schaffen. Het
kreeg evenwel geen verdere uitwerking, onder meer door de dreigende oorlog.
Het is pas de wet van 14/2/1961, die wij beter kennen als de
Eenheidswet, die een soepele procedure vastlegt om gemeenten samen te voegen.
Ook toen dacht men nog in de eerste plaats aan de fusie van kleine gemeenten
(tot ca; 2500 inwoners). Ter uitvoering van die wet werden de eerste fusies in
'64 en in '70-'71 voltrokken.
Een meer drastische ingreep had plaats door de wet van
30/12/1975, die zich niet meer tot kleine gemeenten beperkte (bv. de
samenvoeging Leuven-Heverlee-Kessel-Lo-Wilsele), en
het aantal gemeenten in België van 2359 terugbracht tot 596 in 1977, en tot 589
in 1982. (De samenvoeging rond Antwerpen wordt pas na de
gemeenteraadsverkiezingen van 1982 gerealiseerd).
Onze gemeente Boutersem is zowat de enige
gemeente in België die drie maal bij deze fusieoperatie betrokken werd:
-
in 1964 werden Boutersem en Vertrijk
gefusioneerd. In datzelfde jaar kwam ook de gemeente Honsem tot stand
door samenvoeging van Opvelp, Neervelp, Meldert en Willebringen.
-
in 1970 werd een nieuwe gemeente
gevormd door bij Boutersem en Vertrijk, ook Roosbeek en Kerkom te
voegen.
-
sinds 1 januari 1977 werd de
gemeente opnieuw verruimd met twee deelgemeenten van Honsem, namelijk
Willebringen en Neervelp.
|
Onze huidige gemeente telt aldus ongeveer
6223 inwoners |
|
met: |
Boutersem |
1938 |
|
|
|
Vertrijk |
713 |
|
|
|
Kerkom |
974 |
|
|
|
Roosbeek |
1580 |
|
|
|
Neervelp |
434 |
|
|
|
Willebringen |
586 |
|
(bevolkingscijfers 31/12/75)
In een licentiaatsverhandeling (1) werd gepoogd de fusie te
evalueren. Daarom werden de resultaten van een enquête opgenomen waarin de
mening van de Boutersemse bevolking werd onderzocht. Deze enquête werd gehouden
rond Kerstmis '75 en gaat dus uiteraard nog over het Boutersem zoals
gevormd in 1970, met inwoners van de toenmalige 4 deelgemeenten: Boutersem,
Vertrijk, Roosbeek en Kerkom.
In totaal werden 152 personen ondervraagd, die min of
meer een getrouwe weergave van de bevolking geven met daarin:
-
57 personen uit Boutersem
23 personen uit Vertrijk>
45 personen uit Roosbeek
27 personen uit Kerkom; -
89 mannen en 63 vrouwen ( dus een
ondervertegenwoordiging van de vrouwen);
-
36 jongeren ( personen van 17 tot 29
jaar)
94 van middelbare leeftijd ( 30 tot 64 jaar)
22 ouderen ( 65
jaar en ouder ).
( 1 ) G.LEMOINE DE SAMENVOEGING VAN GEMEENTEN, GETOETST AAN
HET EXPERIMENT "BOUTERSEM". Eindverhandeling K.U.L. 1976
DEEL I. RESULTATEN VAN DE ENQUETE.
De bedoeling van de enquête was onder meer na te gaan:
-
wat de bevolking denkt over
het samenvoegingsbeleid in het algemeen en de samenvoeging van de
eigen gemeente in het bijzonder, en
-
wat de gevolgen zijn voor de
inwoners van een gefusioneerde gemeente.
I. BEOORDELING VAN HET SAMENVOfEGINNGSBELEID.
De ondervraagden werden verzocht aan te
geven met welke van de volgende uitspraken over het samenvoegingsbeleid hun
mening het meest overeenstemde:
(1) ik vind het nodig
(2) ik vind het nuttig;
(3) ik zie het nut er niet
van in;
(4) ik vind dat er veel voordelen aan
verbonden zijn;
(5) ik zie meer nadelen dan voordelen;
(6) het kan mij eigenlijk niets schelen.
We geven hieronder de resultaten per deelgemeente en
uitgedrukt in percent van het aantal ondervraagden per deelgemeente.
De cijfers boven de kolommen geven de desbetreffende
uitspraken weer. Het percentage duidt dus op dat deel van de mensen die zich
kunnen eens verklaren met dit oordeel.
TABEL 1
|
|
1 + 2 |
2 of 4 |
3 |
5 |
3 + 5 |
6 |
|
BOUTERSEM |
22,80% |
3,50% |
10,50% |
10,50% |
12,20% |
40,4% |
|
VERTRIJK |
17,40% |
17,40% |
13,00% |
17,40% |
8,70% |
34,7% |
|
KERKOM |
18,50% |
7,40% |
7,40% |
7,40% |
7,40% |
55,6% |
|
ROOSBEEK |
31,17% |
11,10% |
4, 40% |
13,30% |
20,00% |
28,9% |
|
TOTAAL
|
23,7% |
8,5% |
8,6% |
11,8% |
13,2% |
38,8% |
De eerste 3 kolommen. wijzen op een eerder positieve, de
volgende 2 op een negatieve beoordeling van het samenvoegingsbeleid. De laatste
kolom geeft de mensen aan die geen mening ( G.M.) hebben.
Vereenvoudigd komt het dus hier op neer.
TABEL 2
|
|
positief |
negatief |
geen mening |
|
BOUTERSEM |
26,3% |
33,3% |
40,4% |
|
VERTRIJK |
17,8% |
20,6% |
17,89 % |
|
KERKOM |
25,9% |
22,2% |
55,6% |
|
R00SBEEK |
42,2% |
37,7% |
28,9% |
|
TOTAAL |
32,2% |
33,5% |
38,8% |
Alleen in Roosbeek wordt het samenvoegen van gemeenten dus
overwegend positief gewaardeerd.
Wij krijgen evenwel een ander beeld wanneer de samenvoeging
van de eigen gemeente in het spel wordt gebracht.
Rond Kerstmis '75, toen deze enquête gehouden werd, waren de
debatten over de onlangs voltrokken fusies nog, aan de gang in Kamer
en Senaat, ofschoon de nieuwe gemeentegrenzen reeds uitgetekend waren. We
vroegen ons toen af of de bevolking'van Boutersem wist of zijn gemeente weer bij
een samenvoeging zou betrokken zijn;
-
45,4% van de ondervraagden wisten helemaal niets af
van plannen in die zin.
-
De grootste onwetendheid bestond in Kerkom ( 85,2% ),
de kleinste in Roosbeek (.24,4%.)
-
54,6% wist wel dat een nieuwe fusie op til was maar
slechts 32,9% wist dat het om de deelgemeenten Neervelp en Willebringen zou
gaan.
Het is misschien ook interessant om weten dat de meeste
mensen die van de toekomstige fusie op de hoogte waren deze ook afkeurden,
ofwel omdat zij Boutersem groot genoeg vonden, ofwel omdat niet de hele gemeente
Honsem zou aangesloten worden.
Uit de enquête bleek trouwens dat de meeste mensen afkerig stonden tegen om het even welke samenvoeging
waarbij Boutersem zou betrokken zijn.
TABEL 3
|
Bent U voor of tegen samenvoeging van uw
gemeente? |
|
|
voor |
tegen
|
geen mening |
|
BOUTERSEM
|
14,0 %
|
45,6%
|
40,4% |
|
VERTRIJK
|
21,7%t
|
39,1%-
|
39,1% |
|
KERKOM
|
3,7%
|
63,0%
|
33,3% |
|
ROOSBEEK |
28,9%
|
46,7%
|
24,4% |
|
Totaal |
17,8%
|
48,3%
|
34,2% |
Het aantal voorstanders bleek in Roosbeek dus opmerkelijk
groter dan in de andere deelgemeenten.
Een belangrijk oordeel van de bevolking lag besloten
in het antwoord op de volgende vraag:
zou U er ook voor zijn dat de gemeente weer opgedeeld werd in de vroegere
deelgemeenten; Boutersem, Vertrijk, Kerkom en Roosbeek. Men kan imners gerust
aannemen dat wie voorstander is van deze opdeling om één of andere reden
ontevreden is over de samenvoeging en het 'vroeger in elk geval beter vond.
TABEL 4
|
BENT U VOOR
OF TEGEN OPDELING? |
|
|
voor |
tegen |
geen mening |
|
BOUTERSEM
|
26,3% |
22,8% |
50.,9% |
|
VERTRIJK
|
26,1% |
30,4% |
43,5% |
|
KERKOM
|
22,2% |
40,7% |
37,0% |
|
ROOSBEEK
|
48,9% |
28,9%
|
22,2% |
|
|
32,2% |
28,9%
|
38,8% |
Merkwaardig is het groot aantal voorstanders voor opdeling in Roosbeek, en,
dat waar Roosbeek relatief gunstiger stond tegenover
het samenvoegingbeleid (TABEL 2) en relatief meer
voor samenvoeging van de eigen gemeente is (TABEL 3).
Dit laat vermoeden dat Roosbeek zich eerder
afzet tegen de deelgemeente Boutersem dan tegen een samenvoeging zelf, te meer daar
Roosbeek in feite het bestuurlijk
centrum is (waarmee alleen maar bedoeld wordt dat de gemeentelijke
diensten, m.a.w. het gemeentehuis er geveetigd is).
Men zou zich dan ook kunnen afvragen of de naam van de gemeente van wezenlijk
belang is voor de inwoner, (na andere factoren buiten beschouwing gelaten te
hebben, want het is zo dat Vertrijk en Kerkom materieel gezien, relatief meer
voordeel haalden uit de fusie dan Boutersem en Roosbeek).
Vrouwen zijn meer voorstander van opdeling dan mannen ( 37,1% tegen 28,9%)
Een ontleding naar schoolopleiding geeft aan dat mensen met een hogere
opleiding doorgaans gunstiger staan tegenover zowel het samenvoegingbeleid in
het algemeen, als de fusie van de eigen gemeente.
2. ENKELE GEVOLGEN VAN DE SAMENVOEGING.
1.
Heeft de verruiming
van de gemeente tot gevolg dat het contact met het gemeentebestuur bemoeilijkt wordt?
In de enquête dacht men er zo over.
TABEL 5
|
|
beter |
slechter |
geen wijziging |
geen mening |
|
BOUTERSEM |
12.2% |
21,1% |
47,4% |
19,2% |
|
VERTRIJK |
13,0% |
17,4% |
34,8% |
34,8% |
|
KERKOM |
11,1% |
29,6% |
25,9% |
33,3% |
|
ROOSBEEK |
11,1% |
22,2% |
42,2% |
24,4% |
|
|
11,8% |
22,4% |
40,1% |
25,7% |
De meeste mensen ondervonden dus geen wijziging, ofschoon het aantal mensen
dat een verslechtering in hun contact met het gemeentebestuur ervaarde,
duidelijk groter is dan zij die het beter vinden.
De grotere afstand naar het gemeentehuis lijkt over het algemeen niet al te
sterke bezwaren op te leveren, ofschoon enkele mensen, voornamelijk uit Kerkom
en Vertrijk, en vooral uit de oudere leeftijdsgroep, wel op dit nadeel wezen, (
een nadeel dat wellicht door veel werklozen ondervonden wordt!)
2. Voelt men zich sedert de samenvoeging meer of minder bij de
gemeente betrokken?
TABEL 6
|
|
minder |
meer |
geen wijziging |
geen mening |
|
BOUTERSEM
|
10,5% |
26,3% |
36,8% |
26,3%
|
|
VERTRIJK |
21,7% |
39,1 % |
17, 5% |
21,7% |
|
KERKOM
|
11,1% |
29, 6% |
33, 3% |
25,9%
|
|
ROOSBEEK
|
6,7% |
46,7% |
33,3% |
13,3%
|
|
|
11,2% |
34,9% |
32,2% |
21,7% |
Het geval van betrokkenheid is vooral in Roosbeek sterk
verminderd, wat de vorige interpretatie i.v.m. deze deelgemeente eens te meer
onderschrijft.
Deze vermindering is, merkwaardig genoeg, het sterkst bij de
jongste leeftijdsgroep ( 41,7% tegenover 34,8% bij de categorie middelbare leeftijd).
Maar dit laat zich
gedeeltelijk verklaren door de theorie dat jongeren, nog niet gevestigd in het
leven, zich altijd minder betrokken voelen bij instellingen als de gemeente,
godsdienst, politiek, staat, e.d.
3. Is, globaal genomen, de dienstverlening van de gemeente
sedert de fusie verbeterd? ( Dit is immers per slot van rekening één van de
hoofddoelen van de samenvoegingspolitiek).
TABEL 7
|
ZORGT DE GEMEENTE BETER VOOR DE INWONERS? |
|
|
beter |
minder goed |
geen wijziging |
geen mening |
|
BOUTERSEM |
15,8% |
7, 0% |
56,1% |
21,1% |
|
VERTRIJK |
30,4% |
17, 5% |
34,5% |
1 7,5% |
|
KERKOM |
18,5% |
3,7% |
33,3% |
44,4% |
|
ROOSBEEK |
17,8% |
17, 8% |
40,0% |
24,4% |
De beoordeling is het gunstigst in de
kleine gemeenten Kerkom en Verttrijk
We lieten een zelfde oordeel uitspreken,
maar dan ten aanzien van de voornaamste beleidstaken afzonderlijk t.o.v.:
|
wegen en straten |
beter |
55,0% |
|
slechter |
2,0% |
|
geen
wijziging |
23,7% |
|
geen
mening |
18,4% |
|
onderwijs |
beter |
37,5 |
|
slechter |
14,5b |
|
geen wijziging |
17,1% |
|
geen mening |
30, 9% |
|
huisvuilophaaldienst |
beter |
53,9% |
|
slechter |
2,6% |
|
geen wijziging |
23,7% |
|
geen mening |
17,8% |
|
verkeersveiligheid |
beter |
37,5% |
|
slechter |
7,8% |
|
geen wijziging |
29,6% |
|
geen mening |
25,0; |
|
riolering |
beter |
28,9% |
|
slechter |
9,9% |
|
geen wijziging |
35,6% |
|
geen mening |
25,7% |
|
milieuzorg |
beter |
15,8% |
|
slechter |
9,2% |
|
geen wijziging |
40,1% |
|
geen mening |
34,9% |
|
beoordeling van sport |
beter |
25,7% |
|
slechter |
5,3% |
|
geen wijziging |
38,8% |
|
geen mening |
30,3% |
|
beoordeling van cultuur |
beter |
26,3% |
|
slechter |
2,0% |
|
geen wijziging |
34,9% |
|
geen mening |
36,9% |
|
straatverlichting |
beter |
44% |
|
slechter |
0% |
|
geen wijziging |
38,2% |
|
geen mening |
17,8% |
De beoordeling was dus zeer gunstig voor het beleid t,o.v.: verbetering van wegen en straten, straatverlichting;
verkeersveiligheid; huisvuilophaaldienst
We vroegen ook waar de gemeenteoverheid te kort schiet;
56,6% van de ondervraagden gaven hier een antwoord; het gaat vaak om
persoonlijke grieven en plaatselijke gebreken.
Geschematiseerd en in volgorde van belangrijkheid komt het
hierop neer:
-
te weinig waardering van sport en cultuur;
-
gebrek aan milieubeleid;
-
onderhoud van kleine landwegen, fietspaden en
verbindingswegen;
-
slechte riolering (plaatselijk); reiniging van beken en grachten;
-
gebrek aan jeugdbeleid;
-
afstand tot gemeentehuis;
-
achteruitstelling van Kerkom;
DEEL II. NAAR EEN EVALUATIE VAN DE SAMENVOEGING.
De doelstelling van het samenvoegingbeleid wordt doorgaans
samengevat in dit ene begrip: vergroting van de " bestuurskracht " van de
gemeente.
Moeilijker is het de inhoud van deze term te omschrijven,
laat staan te verwezenlijken.
Het gaat in feite om een tweeledig begrip;
Enerzijds gaat het erom de dienstverlening te verbeteren
en de bevolking van Boutersem is, zoals uit de enquête bleek, het erover eens
dat dit, zeker t.o.v. enkele beleidsposten is gebeurd. Op zichzelf is dit evenwel nog geen bewijs dat het
doorvoeren van een fusie noodzakelijk gunstige gevolgen heeft voor alle
inwoners: het zou inderdaad eenvoudig zijn om bijvoorbeeld de
straatverlichtingspunten te verdubbelen en dus de dienst verkeersveiligheid
aanzienlijk te verbeteren als onze gemeenteoverheid ook onze belastingen zou
verdubbelen.
De kunst ( de vergroting van de bestuurskracht bestaat er
dus in om zowel de gemeentelijke voorzieningen te verbeteren en tezelfdertijd
de daartoe aan te wenden middelen ( geld!) binnen redelijke grenzen te houden.
Dit komt neer op het economisch principe: ons doel (nl.
goede voorzieningen ) zo goed mogelijk te bereiken met aanwending van zo weinig
mogelijk middelen ( die rechtstreeks of onrechtstreeks uit de zak van de
belastingbetaler komen wat men tegenwoordig pleegt samen te vatten
in de term ".éfficiëntie ".
Enerzijds is de gemeente dus te beschouwen als een bedrijf dat het
economisch principe der efficiëntie dient na te streven, maar anderzijds
moet men ook goed voor ogen houden dat de gemeente een politieke
instelling is die het democratisch principe moet. trachten te
verwezenlijken.
Het' nastreven van het ene begrip kan soms strijdig
zijn met het nastreven van het andere vandaar
de moeilijkheid om de omvang van' de' gemeente zo te. bepalen dat beide aspecten
van bestuurskracht worderi.bereikt.
Democratie vereist immers, in de eerste plaats inspraak: de burger wil betrokken worden of zijn bij zijn gemeente, moet zo nodig
zijn stem kunnen inbrengen' en doen gelden en dit niet alleen om de 6 jaren
in het verkiezingshokje maar ook bij beslissingen die zijn gemeente aanbelangen
of
bij de uitvoering van die beslissingen.
Het is duidelijk dat een dergelijke voorwaarde beter kan vervuld worden
naarmate de; gemeente kleiner is,'terwijl het economisch ' efficiëntie'-begrip
eerder tot zijn recht kan komen in een gemeente van een zekere
omvang.
Een tweede voorwaarde die doorgaans
verbonden wordt met democratisch ' is de eis tot '
gelijkberechtiging ' van allen..
Ook hier kan een grotere gemeenteschaal nuttig zijn op voorwaarde dat de
bewindvoerders er voor zorgen dat de gemeentelijke voorzieningen in elk van de
deelgemeenten op eenzelfde peil worden gebracht.
De kosten aan de, inwoner (d.w.z. de belastingen worden door de vorming van
één gemeente automatisch op eenzelfde niveau gebracht.
In dit laatste opzicht van gelijkberechtiging of evenredige verdeling van
lasten en voorzieningen heeft de samenvoeging Boutersem ongetwijfeld gunstige
resultaten geboekt voor de twee kleinere deelgemeenten Vertrijk en voornamelijk
Kerkom. Dit is gemakkelijk aan te tonen met één van... de taken die onze
gemeente het meest..kost aan financiële middelen, nl. het onderhoud van de wegen. Vertrijk en Kerkom
hebben een relatief grotere oppervlakte en dus een geringere bevolkingsdichtheid
dan Boutersem en Roosbeek.
|
|
OPPERVLAKTE |
AANTAL INWONERS |
BEVOLKINGS-DICHTHEID |
|
BOUTERSEM |
535 Ha. |
1938 |
362
inw./km2 |
|
ROOSBEEK |
465 Ha |
1580 |
318
inw./km2 |
|
KERKOM |
717 Ha |
974 |
136
inw./km2 |
|
VERTRIJK |
594 Ha |
713 |
120
inw./km2 |
|
TOTAAL |
2311Ha |
5203 |
225 inw./km2 |
Dit betekent dat in Boutersem bijvoorbeeld 3 maal
zoveel inwoners per km2 wonen dan in Vertrijk. Enigszins vereenvoudigd zou men
dus kunnen zeggen dat Boutersem 3 X zoveel belastingbetalers ter beschikking
heeft om de wegen van 1 km2 oppervlakte te onderhouden of omgekeerd, dat één
belastingbetaler in Vertrijk 3 X zoveel moet opbrengen als één in
Boutersem om de wegen van eenzelfde oppervlakte te onderhouden. ( Dit is
natuurlijk een grove abstrahering, ten eerste omdat een groter deel van de
Vertrijkse oppervlakte landbouwgrond is zonder dure wegen, en ten tweede omdat
de gemeente staatssubsidies krijgt voor de aanleg van wegen, maar het verschil
blijft niettemin sprekend).
Een vergelijking van de gemeenterekeningen van 1963,
dus vóór de eerste samenvoeging, toont dit aan met concrete cijfers: het
onderhoud van de wegen kostte in Vertrijk 49,3% van de
totale uitgaven, in Boutersem was dit slechts 33,3%.
Hetzelfde kan gezegd worden van de andere gemeentelijke diensten die men
onder de gemeenschappelijke noemer " openbare nutsvoorzieningen " brengt ;
onderhoud van waterlopen, riolering, elektriciteit- en teledistributie,
straatverlichting, ophalen van het huisvuil.
Al deze voorzieningen die zich in de materiële sfeer bevinden maar niettemin
in eerste instantie verzorgd dienen te worden, wegen in kleine gemeenten
relatief zwaarder, zodat voor andere taken hoegenaamd geen financiële middelen
overblijven.
Voor de deelgemeenten Kerkom en Vertrijk heeft de fusie dus zeker een gunstig
effect geresorteerd door hun lasten op dit gebied aanzienlijk te verminderen en
hun voorzieningen te verbeteren.
Aan de ontvangstenzijde van de gemeentelijke rekeningen blijkt opnieuw dat
men door de fusie een stap dichter bij de " gelijkberechtiging van alle burgers
" is gekomen. Door het feit dat er nog slechts één gemeente is in plaats van 3 ( na de fusie van '70 ) mag er inderdaad slechts
één belastingsschaal worden toegepast.
In '69 betaalde men per persoon aan belastingen:
In 1973 betaalde elkeen per inwoner 1844,4 fr; iemand uit Kerkom moest in '69 dus meer belastingen betalen dan in '73 (1) Alle getallen zijn uitgedrukt in geldwaarde van 1974.
Men zou kunnen verwachten dat de administratieve kosten na een
fusieoperatie
dalen door het eenvoudig feit dat de werking van 4 gemeentehuizen werd
teruggebracht tot één.
Dit is niet het geval geweest; het relatief aandeel in. de totale :uitgaven
blijft ongeveer gelijk en de
werkingskosten nemen eerder toe dan af.
Onbegrijpelijk is dit echter niet: het leeuwenaandeel van de administratieve
uitgaven gaat immers naar de bezoldiging van het gemeentepersoneel, waarvan het
aantal praktisch gelijk bleef. De wet heeft trouwens getracht er voor te zorgen
dat de rechten van het personeel niet al te veel geschaad worden door een fusie.
Naast de bovengenoemde openbare nutsvoorzieningen vormt het gemeentelijk
onderwijs één van de traditionele taken van de gemeente. Ook hier gaat de bewering op dat de grotere schaal een
gelijke spreiding van lasten en voordelen heeft bewerkstelligd, maar er is meer.
De gemeentelijke overheid heeft immers besloten de verschillende kleine schooltjes
af te schaffen en te centraliseren in de Centrale Gemeentescholen.
Dit kan de kwaliteit van het onderwijs m.i. alleen maar ten goede komen, al was het maar om de eenvoudige reden dat
men nu het principe "één leerjaar- één klas" kan toepassen waar vroeger 2, 3 of zelfs 4 leerjaren onder de hoede
van één onderwijzer werden gebracht met het jammerlijk gevolg dat de kinderen
noodzakelijkerwijze soms 4 jaren hetzelfde leerden.
De grotere afstand naar school kan weliswaar een bezwaar vormen,
maar hieraan wordt toch tegemoet gekomen door het leerlingenvervoer.
Tot hiertoe ging het over traditionele gemeentetaken die
noodzakelijkérwijze en in eerste
instantie door de gemeente dienen verzorgd te worden.
De samenvoeging heeft hier gunstige effecten gehad, zij het
vrijwel uitsluitend in de deelgemeenten Vertrijk en Kerkom.
Op onderwijsgebied is de verbetering o.i. algemeen, maar dit kan
en wordt door anderen betwist.
Om evenwel een oordeel over d.e bestuurskracht van de nieuwe
gemeente uit te spreken, moet ook nagegaan worden in hoeverre er nu meer ruimte
is voor wat men noemt verzorgende taken en die liggen in de sociale en
culturele sfeer.
In dit domein is de vooruitgang gering te noemen
De cijfers spreken voor zichzelf.
In 1973 bedroegen de uitgaven per inwoner voor:
huisvesting en stedenbouw 33,3 fr
onderhoud van begraafplaatsen 14,2
gezondheidszorg 0,2
sociale hulp en gezinsvergoedingen 7,4
sociale voorzorg en onderstand 34,6(overdracht aan C00)
eredienst 34,7
volksontwikkeling en kunst 68,8(subsidies aan verenigingen en bibliotheken)
Vergelijk dit met de uitgaven voor wegenwerken; 1947,1 fr
per inwoner.
Volledigheidshalve moet hier ook de oprichting van jeugd-, sport- en
cultuurraad vermeld worden.
Vaak wordt ook de vraag gesteld of een samenvoeging geen weerslag heeft op het verenigingsleven: dit lijkt ons een vals probleem, want
een vereniging bestaat niet door of niet voor de gemeente.
Een vereniging bestaat voor de mensen.
De gemeenteoverheid kan het verenigingsleven weliswaar stimuleren door bv.
het toekennen van subsidies of het ter beschikking stellen van lokalen, maar in
het bestaan of de oprichting ervan speelt zij geen rol.
We kunnen dan ook vaststellen dat de meeste clubs, kringen en bewegingen
binnen de vroegere parochiegrenzen zijn blijven functioneren.
Slechts enkele nieuw opgerichte verenigingen, zoals schaakkring en Velpeleven
hebben een ruimer werkgebied, maar het is zeer de vraag of dit zonder fusie ook
niet het geval zou geweest zijn.
GODELIEVE LEMOINE
|