Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1977,
nummer 3
"Geschiedenis en aardrijkskunde door professor T.A. Rattenvangers."

 

DEEL II

 

Op een zonnige dag in de pruimentijd hadden we weer verlof en wij haasten ons om in de toren te klimmen. Wij werden er met een uitbundig "Hoek, hoek" onthaald. De blijdschap vermeerderde nog toen wij ons geschenk, dat we uit dankbaarheid hadden mede gebracht, aanboden. Piet had een dode mol bij zich en ik gaf een paar verse kikkers. De nacht was stormachtig geweest en de jacht had niet veel opgeleverd.. Gevederde Poes, zoals al de ouden, kloeg dat de seizoenen niet meer waren zoals vroeger. Toen was Piet zo onbeleefd te vragen hoe oud ze wel was. Maar de Poes antwoordde dat ze dit niet kon zeggen vermits het alle dagen veranderde. Het maal was spoedig verbruikt en de Grote, ondanks de gewoonte van een dutje na het eten, was zo tevreden dat hij dadelijk bereid was om met zijn verhaal verder te gaan. Er waren nu een paar eeuwen verlopen, zei hij, en de gemeente groeide, grote stukken bos waren ontgonnen en de zo gewonnen akkers lagen in rechthoeken langs de wegen. Ge kunt de oudste straten daaraan herkennen want toen later de "lijntrekkers" kwamen, gingen ze met koorden en palen te werk, trokken overal dwars door de velden heen, vulden moerassen, schaafden grachten en ruimden alles op wat hen in de weg stond. Ze sneden de vroegere percelen in driehoeken of andere schuine stroken. Zie de Grote Steenweg, de weg naar Butsel en andere. Met enige oplettendheid en een ingebeelde lijn kunt ge de stukken die schijnbaar niets gemeen met elkaar hebben weer samenvoegen. Ook de Welpe werd recht gegraven, terwijl van haar oude loop slechts een beekje overblijft dat men de Oude Velpe noemt. De oude vijvers werden gedempt en zelfs de Vondelbeek werd langs de kortste weg naar de Velpe geleid.

De Vondelbeek. Van die naam ging er voor ons een bekoring uit; ontelbare keren hadden we erin geploeterd en gedretst en bij warm weer zelfs op de buik ingelegen. Wij noemden dat zwemmen. En alhoewel wij zelf de Volle beek zegden, vroegen we of de naam iets te maken had met de Vondel die schreef: "De wereld is een schouwtoneel, elk krijgt zijn rol en speelt zijn deel". Maar de Grote stelde ors teleur. "Wij uilen„" zei hij, "zijn niet dichterlijk aangelegd, maar ik herinner mij dat men voor hem zo niet schreef; ik kan mij uit die tijd maar een paar zinnen voor de geest roepen: de eerste luidde "Alla Vogelan hebban nestan" wat vanzelfsprekend is. De tweede was een raadselachtige vraag "Igidius waar bist du bleven? Neen, het woord Vondel betekende eenvoudig brug. Misschien had die Vondel bij zo'n ding gewoond? Maar de Vondel waar we hier over spreken lag aan de Geuzenhoek. Ik zei immers dat de beek verder door de weiden vloeide en slechts bij Butsel in de Velpe liep. De Oude Baan liep er dus overheen en vandaar die brug. "En het straatje hier achter de kerk?" vroeg Piet, die zo graag iets vernomen had over de buurt waar hij woonde. Maar neen, dat was er nog niet. Langsdaar vloeiden de regenwaters van hogerop naar de weiden en men noemde dat "het spoelgat". Wij moesten er even om lachen. Later, zei de Prof, heeft men wat verder een gracht gegraven langswaar het water afgeleid werd. Toen kwamen er hier een paar huisjes naar het straatje bleef klein, het liep dood als in een zak en was, bij manier van spreken, slechts enige ellen lang. Vandaar de naam van Elzak wat gij nu Elzas uitspreekt. Intussen was de Heer van I3outersem Baron geworden en liet aan de Velpe een feodale burcht bouwen die dan later weer door een renaissancekasteel vervangen werd (voor kenners één der schoonste van Europa!) Ik heb mij nooit met politiek ingelaten en weet over die Heren niet veel te vertellen. Ik laat het over aan meer bevoegden om hun geschiedenis te schrijven. Maar Opa zei dat alles niet erg zuiver was, dat ze in de Guldensporenslag aan de zijde van de Fransen vochten dat ze hier jarenlang Edelen opgesloten hielden en dat Walen uit het Geldenaakse zich hier kwamen nestelen, die dan weer ons dorp in de steek lieten om in het land van Berg de "Grote Jan" te gaan uithangen! Toch hebben ze daar goede herinneringen nagelaten want in het museum van Bergen-op-Zoom, "Het Markiezenhof" is er een zaal aan Boutersem gewijd. Over die tijd ben ik helaas niet zo goed ingelichjr. Er kwamen voor ons moeilijke tijden en we moesten ons zoveel mogelijk schuilhouden. Het begon allemaal met die gekke landloper die zich aan dampende paardevijgen verwarmde, zeggend "daar rook is, is vuur!". 'Men wist niet waar hij geboren werd, in Xanten, Siegen of Damme. Men vertelde dat hij aan zijn gat gedoopt was. De Prof zei het in het uils maar in het Vlaams vertaald heeft het juist dezelfde betekenis, al spreken sommigen liever over billen.

Wat er ook van zij, die Tijl hield de mensen een spiegel voor waar een uilengezicht op geschilderd was en de bijgelovige stakkerds die er dierven naar kijken hielden het voor toverij. Wij werden met smaad overladen, van allerlei gruwelen en duivelse kunsten verdacht, vervolgd en gemarteld, sarren met de heksen die men blijgemoed naar de brandstapel sleurde. In die jaren kreeg de Ekse, die reeds honderden jaren lang door ossenspannen losgewoeld en door slagregens uitgespoeld was, hoge bermen. Daar groeiden bramen, netels en stronken met de meest grillige vormen en men gaf haar de naam van Heksenstraat. Het was volkomen fout want de heksen gebruikten zelfs de ekse niet om naar hun heksensabbat te gaan. Ze vlogen immers op bezems. Voor een heksensamenkomst was de Ekse te smal. Die had plaats in een open plek in het bos of vaker nog in grote weiden, waar men sporen van hun rondedansen kon zien aan een kring van paddestoelen, die in één nacht uit de grond opschoten en dan ook tereoht heksenronden genoemd werden. Hiermede denk ik, op een wetenschappelijke wijze, voldoende bewezen te hebben dat er geen enkel verband bestaat tussen een Ekse en een Hekse. Die Tijl heeft in onze familie veel onheil gebracht. Talloze uilen werden door de boeren met opengespreide vleugels aan de schuurpoorten genageld waar ze een vreselijke dood stierven. Maar de kerel was jong en onbezonnen, waardoor hem veel kan vergeven worden en ook zijn lieve ega, Nele en hun vriend, die goede dikke Lamme hebben geen schuld. Wij hebben er echter een les uitgetrokken, namelijk, dat een in schijn onschuldige grap, tragische gevolgen kan hebben. Wij zijn er ernstig door geworden en nooit zult ge een uil zotte toeren zien uithalen! Wij kenden ook, lang voor Darwin, de evolutieleer en hebben ons aan ons nachtelijk bestaan aangepast. Wij vonden geruisloze vleugels en het zweefvliegen uit en vergrootten onze ogen om beter in de duisternis te kunnen zien. Helaas alles heeft zijn keerzijde want nu kunnen we het daglicht niet meer verdragen. Maar zand erover "Im Leben geht alles voruber".. Ik vertel dat alles omdat in een streng wetenschappelijk werk elke kleinigheid haar nut kan hebben en niet minder om hulde te brengen aan de verdraagzaamheid, de ernst en de geleerdheid van Rattenvangers, die de geloofwaardigheid van dees verhaal ondersteunen. Na een poos de ogen gesloten en diep nagedacht te hebben, vervolgde de Grote: "De toestand verbeterde voornammelijk sinds men in Frankrijk onder de leuze van "Vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid" ook andere burgers de keel mocht afsnijden. En nadat een Waals prelaat verklaard had dat tot een ander ras behoren wel een ongeluk maar geen doodzonde was (hij bedoelde hiermede de Vlaamse uilen), toen werden we weer in de kerktorens toegelaten en kregen we de naam van kerkuilen, wat niets te maken heeft met de zinspeling die daaruit is afgeleid. De geleerden gaven ons de naam van "Tyto alba" om: ons te onderscheiden van de bos- en steenuilen. Vader stierf op de dag van de slag van Waterloo. Toen Napoleon het fatale nieuws vernam, draaide hij zijn steek achterstevoren en riep wanhopig uit: "Nous sommes foutus, sauve qui peut!!" en Generaal Cambronne brulde zijn woord dat beroemd is gebleven. Later zou een Amerikaans bevelhebber in Bastenaken die stap trachten te herhalen maar zijn "nuts" bleken maar een flauw afkooksel te zijn. Pa sprak van onze jachtterreinen waarvan de namen nu vergeten zijn, zoals "De Kwade Leerse, het Biesembroek, de Capucinenberg, de Kwade Haag enz. Maar ikzelf heb nog het bouwen meegemaakt van een uitkijktoren op de Crommen Herent met ernaast een versterking die de naam van Fort Fagel droeg. Het is daar dat rond 1831 de inval der Hollanders door de "Kloeke Belgieken" werd gestuit. Piet riep dat het de schuld was van den Arbiter, die "Stomme van Portioi" maar ik zei dat dat bij de match in Brussel was en dat de score hier 1 - 2 was. Toch, hield hij vol, waren de mensen niet tevreden en ze zongen: "Wij willen Willem weg, wil Willem wijzer worden wij willen Willem weer!" raar om hem te treiteren zei ik dat dat geen lieke maar een flauw verdichtselke was. De uilen begrepen niets van ons gepraat en de Grote stelde er met een streng gebaar een einde aan. Dan ging hij verder:
"De Velpe vormde de scheidingslijn tussen de twee legers. De Hollanders die uit Tienen kwamen hebben ze die dag meermalen overschreden maar verder dan het fort geraakten ze niet?
En toen de prins van Oranje ter hoogte van de Dorpsstraat ernstig gewond werd en zijn paard onder hem doodgeschoten, was het afgelopen.
Maar intussen hadden ze bijna het hele dorp en de kerk grondig verwoest. Dat men de naam Boutersem zo dikwijls terugvindt tussen Mechelen en Antwerpen komt deels uit het feit dat de soldaten die hier vochten, in Mechelen gekazerneerd waren en meestal in die streek thuishoorden en ook doordat de vroegere Heren van Boutersem daar grote eigendommen bezaten.

Nu de laatste tijd, ging de Prof verder, zijn de zever... "hoek, hoek!" riep de Poes en hij hervatte zich, "zijn de zuiveraars gekomen. Zij vonden Heksenstraat en Elzas een schande en herdoopten ze in Ekster- en Elzestraat. Ik kon natuurlijk net uw opperhoofd niet spreken maar hoorde alles wat na de zondagsmis besproken werd. Iemand zei dat hij het spijtig vond dat de laatste relieken uit vroegere tijden verdwenen maar de Chef vond het "flauwe kul". Nu, met Ekster en Elze kan ik instemmen en men is ook enige tijd in die richting verder gegaan.
Maar nieuwe meesters, nieuwe wetten.
De vondst van Nieuwstraat en andere gaat mijn begrip te boven. Ze is eenvoudig geniaal en zeker in heel het land niet terug te vinden. Hoe dan ook ik krijg de kriebels wanneer ik het hoor uitspreken. Toegegeven dat ik oud wordt, vierhonderd jaar is een lange tijd en alles verandert zo snel.
Hoorde ik niet dat mijn bloedeigen zoon probeerde van "sorry" en "ok" te zeggen. Hij laat zelfs de pluimen over zijn oren groeien. 't Is wreed , zei hij en bezag zijn jong.

De Prof was vermoeid en we besloten ons gesprek een andere keer voort te zetten. Het mocht helaas niet zijn, de nieuwe koster sloot zorgvuldig de deuren af. De uilen die van niets wisten zullen wel gedacht hebben dat we ondankbaren waren, maar het was een geval van "force majeure"

PS: Toen ik verleden zomer door een holle straat wandelde waar nog enige, zeldzame oude tronken staan, zag ik midden op de weg Kleine zwever zitten. Ik ging er voorzichtig naartoe maar hij scheen mij niet te herkennen. Het was ook zo lang geleden. Hoe ik mij ook inspande om met hem te praten, hij draaide zijn hoofd achterstevoren zoals alleen uilen dat kunnen en bekeek mij met grote, onbeweeglijke ogen. Kwam het door het sterke licht of was hij toch wrokkig? Toen ik echter deed opmerken hoe gevaarlijk hij daar zat waar zware tractoren voorbij kwamen, zag ik even een flikkering in zijn ogen en plots rende hij weg om zich tussen de struiken te verbergen.

J..R..

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany