Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1977, nummer 6
"Quadrille en Kadril."

De quadrille in de geschiedenis van de dans

 

De quadrille wortelt in de country- of contradans en om bondig zijn ontstaan te schetsen moeten we Groep Quadrilledansersteruggaan tot omstreeks 165o. Op dat ogenblik was er in de wereld van de dans een hele omwenteling aan de gang. Tot nu toe immers had men steeds meest belang gehecht aan de nauwkeurige uitvoering van reeksen ingewikkelde passen. Hierbij trad dan vooral de individualiteit van de danser op de voorgrond. Van eigenlijke dansfiguren was er haast geen sprake. Met de contradansen werden de zaken op hun kop gezet. Men was zich immers bewust geworden van de mogelijkheid om, door het creëren van dansfiguren, het dansen tot een zinvol samenspel van meerdere dansparen te maken. De moeilijke danspassen werden daarbij gebannen en vervangen door de allereenvoudigste zoals de gaanpas, de hoppas, enz...

 

Eigenaardig mag het heten dat het vooral de Engelse "country-dance" is geweest, die zich spoedig over het ganse vasteland heeft verspreid: in Italië, Duitsland, Nederland, Spanje en onze gewesten. Aanvankelijk danste men vooral colonnedansen (longway's), maar vlug vielen ook de dansen met vierkantopstelling (rounds) overal in de smaak.

 

Vooral in Frankrijk, waar ervaren dansmeesters aan deze laatste dansvorm zulk specifiek Frans cachet wisten te geven, dat er al vlug gesproken werd van de "contredance Française", een dans in opstelling in vierkant voor vier paren.

 

Door het vastleggen van bepaalde figuren uit deze dansen en het opnemen van nieuwere danselementen as wals en polka ontstond omstreeks 1750 de "quadrille". Op te merken valt dat hiermee, in oorsprong, één welbepaalde dans werd bedoeld en niet, zoals later, een dansvorm met de reeds genoemde vierkantopstelling.

 

De oorspronkelijke quadrille omvatte vijf figuren waaraan later, door de Franse dansmeester Trénitz, een zesde werd toegevoegd:

1/ Tour Pantalon (of Chaine Anglaise)

2/ Tour Eté (of En-avant-deux)

3/ Tour Poule

4/ Trénis (later bijgevoegd)

5/ La Pastourelle

6/ Le Finale (of Galop)

Deze vorm was het die overal opgang maakte als modedans. We hoeven slechts onze grootouders te ondervragen om te weten hoe gekend en geliefd deze quadrille nog was in de danszalen van vóór de Eerste Wereldoorlog.

Van "quadrille" tot "kadril".

Een groep Kadrildansers (foto courtesy uitgeverij Peeters - Leuven)Overal in de steden werd de quadrille slechts uitgevoerd in de hierboven vernoemde vorm, met hier en daar wat varianten wat de melodie betreft„ De steedse bevolking bezat op dat ogenblik immers niet genoeg danstraditie meer om deze Europese modedans een eigen karakter te geven.

Anders was het gesteld op het platteland, waar de quadrille eveneens in trek was gekomen op kermissen en dorpsfeesten. Zelfs de oude gilden, vaak dragers nog van een oude danstraditie, voerden hem uit. op teer- en gildefeesten. En hier is dan wellicht het spel van invloeden begonnen. Het stramien van de quadrille werd weliswaar overgenomen, maar delen uit andere, oudere dansen werden er aan toegevoegd of vervingen sommige oorspronkelijke figuren. Van streek tot streek, van dorp tot dorp zelfs, ontstonden varianten. Wellicht omdat in elk van deze een deel van hun eigen cultuurgoed aanwezig is (was) ging ieder de eigen variante verdedigen als de "echte kadril", als de enige juiste.

We zouden de kadril als een kind van de quadrille kunnen beschouwen. Moeilijk kunnen we hem echter nog een modedans noemen. Ingevolge hogervernoemde evolutie is hij mijns inziens een echte volksdans geworden. Het strekt de oude gilden voorzeker tot eer dat zij dit stukje oude volkscultuur, door de hun eigen zin voor traditie tot heden toe wisten te bewaren. Zelfs al zijn de nog overgebleven vroeger ",moeilijke quadrilles" zeer eenvoudig overgebleven Datgene wat ons wel verrast in de quadrille of kadril, is de zeer moeilijke kadril- en avekatsprong. Eigenlijk hoort die niet thuis in de quadrille-kadril.

Ergens kun je de verklaring lezen:

" De oude volkeren begonnen hun gebeden met het verjagen van de boze geesten. Hiervoor maakten zij linkersprongen (ze zullen dus minderwaardig zijn aan de rechtersprongen).
Door de rechtersprong aanbaden zij de goede geesten.
Het gebeurde soms dat de goede geesten de kwaden moesten verjagen; dan maakten zij linker- en rechtersprongen door elkaar.
Werd hun gebed verhoord, dan werd er uit dankbaarheid draaiend rondgesprongen"
.

 

Deze verklaring werd door de boeren zelf gegeven, en nader onderzoek over de verwantschap met zekere vruchtbaarheidsdansen werd wenselijk. Dergelijke dansen bestonden immers uit het ritmisch bestampen van de bodem, met het doel de slechte geesten te verjagen.

Na de Avekat-figuur krijgt men de gebruikelijke zij-aan-zij-dans, deze verdween en moest op haar beurt plaats maken voor de rondedans. De laatste figuur (Boerenvreugde) is helemaal geen zij te zien en wordt er gedanst in kring. Tot slot de galop-figuur.

Aan U om deze waardevolle dans met eigen temperament, eigen zwier en ritme te beleven.

WERKGROEP VOLKSKUNDE FOLKLORE
 K. DE BRANDT

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany