Deze vorm was het die overal opgang
maakte als modedans. We hoeven slechts onze grootouders te ondervragen om te
weten hoe gekend en geliefd deze quadrille nog was in de danszalen van vóór de
Eerste Wereldoorlog.
Van "quadrille"
tot "kadril".
Overal in de steden werd de quadrille
slechts uitgevoerd in de hierboven vernoemde vorm, met hier en daar wat
varianten wat de melodie betreft„ De steedse bevolking bezat op dat ogenblik
immers niet genoeg danstraditie meer om deze Europese modedans een eigen
karakter te geven.
Anders was het gesteld op het
platteland, waar de quadrille eveneens in trek was gekomen op kermissen en
dorpsfeesten. Zelfs de oude gilden, vaak dragers nog van een oude danstraditie,
voerden hem uit. op teer- en gildefeesten. En hier is dan wellicht het spel van
invloeden begonnen. Het stramien van de quadrille werd weliswaar overgenomen,
maar delen uit andere, oudere dansen werden er aan toegevoegd of vervingen
sommige oorspronkelijke figuren. Van streek tot streek, van dorp tot dorp zelfs,
ontstonden varianten. Wellicht omdat in elk van deze een deel van hun eigen
cultuurgoed aanwezig is (was) ging ieder de eigen variante verdedigen als de
"echte kadril", als de enige juiste.
We
zouden de kadril als een kind van de quadrille kunnen beschouwen. Moeilijk
kunnen we hem echter nog een modedans noemen. Ingevolge hogervernoemde evolutie
is hij mijns inziens een echte volksdans geworden. Het strekt de oude gilden
voorzeker tot eer dat zij dit stukje oude volkscultuur, door de hun eigen zin
voor traditie tot heden toe wisten te bewaren. Zelfs al zijn de nog overgebleven
vroeger ",moeilijke quadrilles" zeer eenvoudig overgebleven Datgene wat ons wel
verrast in de quadrille of kadril, is de zeer moeilijke kadril- en avekatsprong.
Eigenlijk hoort die niet thuis in de quadrille-kadril.
Ergens kun
je de verklaring lezen:
"
De oude volkeren begonnen hun gebeden met het verjagen
van de boze geesten. Hiervoor maakten zij linkersprongen
(ze zullen dus minderwaardig zijn aan de rechtersprongen).
Door de rechtersprong aanbaden zij de goede geesten.
Het gebeurde soms dat de goede geesten de kwaden moesten
verjagen; dan maakten zij linker- en rechtersprongen
door elkaar.
Werd hun gebed verhoord, dan werd er uit dankbaarheid
draaiend rondgesprongen".
Deze
verklaring werd door de boeren zelf gegeven, en nader
onderzoek over de verwantschap met zekere vruchtbaarheidsdansen werd wenselijk.
Dergelijke dansen bestonden immers uit het ritmisch bestampen van de bodem, met
het doel de slechte geesten te verjagen.
Na de Avekat-figuur
krijgt men de gebruikelijke zij-aan-zij-dans,
deze verdween en moest op haar beurt plaats maken voor de
rondedans. De laatste figuur (Boerenvreugde) is helemaal geen zij te zien en
wordt er gedanst in kring. Tot slot de galop-figuur.
Aan U om deze waardevolle dans met
eigen temperament, eigen zwier en ritme te beleven.