In
de loop van de vorige eeuw werd door de Overheid beslist dat alle parochies
hun archieven moesten afstaan aan het Algemeen Rijksarchief te Brussel,
teneinde aldaar een centraal depot te kunnen aanleggen. Zulks gebeurde dan ook
te Neervelp.
Op 16 mei 1889 werden door de toenmalige pastoor de oude archieven van de
kerk van Neervelp overgemaakt aan het gemeentebestuur, van waaruit ze
overgebracht werden naar Brussel.
Deze archiefstukken bevatten de namen der
geboorten, huwelijken en overlijdens van 1651 tot 1797.
Alvorens de stukken
evenwel aan het gemeentebestuur over te maken heeft de betrokken pastoor een
bepaalde interessante passage uit deze documenten vooraf nog afgeschreven om
zodoende dat gedeelte op de pastorij van Neervelp te kunnen behouden.
Dit is
dan inderdaad ook gebeurd, want het desbetreffende stuk werd door de
opeenvolgende pastoors van Neervelp steeds mee overgeërfd, tot het
uiteindelijk in het bezit kwam van de huidige pastoor, Z.E.H. DENIL, die er
toe bereid gevonden werd het document uit het Latijn in het Nederlands te
vertalen teneinde het te kunnen publiceren in ons tijdschrift.
Hiervoor willen wij dan ook de Heer DENIL van harte danken.
Hieronder volgt nu de vertaling van het desbetreffende stuk:
25 april 1725 (uit het Latijn vertaald)
Anna Maria Vranckx, echtgenote van Petrus Huëns, baarde twee kinderen van het
mannelijke geslacht, dood geboren zonder doopsel; zelfs naar het schijnt reeds
ongeveer drie dagen dood in de moederschoot en die door de fel bedroefde vader
in zijn tuin werden begraven en in de aarde werden gelaten tot op 2 mei na de middag.
Toen hij ze weer uit de grond haalde, zagen ze er uit alsof ze pas geboren waren, zonder enig teken van ontbinding, en na een belofte te hebben gedaan aan God en de H. Maagd om gedurende een gans jaar uitsluitend van brood te leven, trok hij op
3 mei met de twee dode kindjes, blootsvoets, al biddend en wenend naar Verviers, een stad in het Luikse, met groot vertrouwen naar het
miraculeus beeld van O.L.Vrouw dat daar werd vereerd, om er zijn twee dode kindjes op te dragen.
Op 4 mei in de voormiddag kwam hij aan met fel bezeerde voeten en wierp zich nederig plat ter aarde, biechtte zijn zonden en ontving de H. Eucharistie.
Hij beval tevens vele missen te celebreren.
Terwijl deze godsvruchtige oefeningen bezig waren liet hij de kindjes voor het beeld van O.L.Vrouw onder toezicht van meer dan twintig personen, die speciaal en onder eed voor deze taak waren aangesteld.
En wat gebeurde er
?
Na een tijdsverloop van ongeveer drie uur zijn bij een van de kindjes de lipjes en daarna het aangezicht beginnen rood te worden en een tijdje later
hief het zijn rechterhandje op en klopte tot driemaal toe op de borst als om te zeggen: "mea culpa".
Nog een poosje later klopte het weer tweemaal met de rechterhand op de borst, en op dat ogenblik werd het onder
voorwaarde gedoopt.
Ongeveer een uur later zijn bij het andere kindje eveneens de lipjes en het aangezicht beginnen te blozen, daarna ging driemaal het mondje open als om te gapen, het tongske werd uitgestoken, waarna een oog zich opende en weer sloot; op dit teken van leven werd ook dit kind op voorwaarde gedoopt.
Dit gebeurde op 4 mei 1725 in tegenwoordigheid van meer dan twintig: geloofwaardige personen en van de toeziende en verwonderde Godlovende vader van de twee kindjes.
Daarna zijn ze begraven door de stadsplebaan zelf, zoals blijkt uit zijn attest dat als volgt luidt:
|
"Alle getuigen hiervan - gegroet!
Ik ondergetekende, Rector van de Parochiekerk van de stad Verviers en de heer Adrimontani van het diocees Luik, bevestig onder eed en getuig de twee doodgeboren kindjes van Petrus Huëns van de parochie van Neervelp in de omgeving van onze Parochiekerk, daar waar de kinderen begraven worden, te hebben begraven; de kindjes die in de kapel van de Paters Recollecten van deze stad voor het miraculeus beeld van O.L.Vrouw waren gelegd en door toedoen van Hare tussenkomst tekens van leven hadden gegeven en onder voorwaarde het doopsel hebben ontvangen.
In die omstandigheden, bij teken van leven, werd het doopsel onder voorwaarde aan
de kindjes toegediend door de persoon die met die functie belast was en die getrouwvol mij alle omstandigheden aanbracht en ik als waarheid aanneem en getuige.
Het is in dat vertrouwen dat ik dit attest schrijf en onderteken en met het zegel van onze communauteit bezegel."
Gegeven te Verviers op 5 mei 1725.
Getekend: Laurentius Le Moine,
rector en Apostolische pronotaris.
|
E. SCHELLES-DECOENE