Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1979, nummer 4
"De Snoekengracht."

Inleiding

Op 7 juni1979 bracht VELPELEVEN een bezoek aan het natuurreservaat "De Snoekengracht" te Vertrijk. Het reservaat wordt beheerd door de v.z.w. Natuur en  Landschap.

Een felle bui voor het vertrekuur had het aantal deelnemers erg doen slinken. En toch......de afwezigen hadden ongelijk, een bezoek aan "De Snoekengracht" is immers altijd een belevenis!

Om het reservaat te bereiken moet je aan de kerk van Vertrijk zowat 100m bergaf de Roosbeekstraat in, waar zich de ingang bevindt. Je kunt er echter alleen onder begeleiding in.

Bij de naam "reservaat" denken de meeste mensen aan een plaats waar de natuur ongestoord haar gang gaat.
Er zijn echter weinig reservaten waar geen beheer nodig is.

Om te begrijpen wat er in "De Snoekengracht" allemaal gebeurt moet je eerst en vooral weten over welke biotoop het gaat.

  • Het grootste gedeelte bestaat uit matig voedselrijke weiden,door waterwilgen in percelen verdeeld. Deze wilgen werden er vroeger geplant om de weiden gemakkelijk te kunnen afspannen met prikkeldraad. Een tiental jaar geleden liepen er nog koeien.
    De prikkeldraad vertelde ons zelfs een beetje geschiedenis.
    De oudste was helemaal verroest en door de wilgen omgroeid, zodat we nu nog bij het afzagen soms midden in de stam op draad stoten. Toen wij het gebied, nu 4 jaar geleden, voor het eerst beheerd werd, vonden we er ook nog nieuwe prikkeldraad. Oorspronkelijk werden deze percelen dus gebruikt als weiden, daarna dienden ze vermoedelijk als hooiland, tenslotte werden ze weer enkele jaren begraasd, tot ze 4 jaar gele"n weer hooiland werden.

  • Het tweede gedeelte is rietland, in3 percelen verdeeld, en erg belangrijk als schuil- en nestplaats voor allerlei vogels.

  • Het derde gedeelte is een bos van grauwe elzen met een onderbegroeiing van randnetels en robertskruid.

  • Het vierde gedeelte tot aan de spoorweg bestaat uit een bos- en parklandschap, met veel ruigtkruiden, een deel rietland, een deel ruig weiland en enkele aren elzebroek.

Alleen in de beide laatste delen gaat de natuur ongestoord haar gang, wat dat betekent leg ik je later wel uit. 

Wat werd er door Natuur en Landschap al gepresteerd?

  1. Vier jaar geleden werd al de prikkeldraad verwijderd, wat heel wat schrammen aan handen tot gevolg had.

  2. Elk jaar, bij voorkeur in de winter,moeten de wilgen geknot worden, of zelfs helemaal afgezaagd.
    Dit gebeurt alleen bij de woekerende waterwilgen. Als ze niet elk jaar geknot worden, gebeurt het volgende: de wilgentakken groeien per jaar minstens twee meter. Op enkel jaren tijd worden de takken zo lang en zó zwaar, dat er twee dingen kunnen gebeuren, ofwel breken ze af, ofwel waait de hele boom om.
    Het gevolg is in beide gevallen hetzelfde, waar zo een tak tegen de grond drukt, schiet hij wortel en een nieuwe wilg vormt zich enkele meters verder.
    Zo één wilg met zijn "kinderen" bedekt bijna één are, waaronder alle interessante planten afsterven en alleen nog brandnetels groeien.
    Thans is het de bedoeling stilaan al de waterwilgen te liquideren, zodat interessante struiken een kans krijgen.

  3. Ieder jaar, eind juli moeten al de hooilanden gemaaid worden met de maaibalk of met de bosmaaier.
    Dit werk duurt zeker twee volle dagen. Vier keer al werd er dus gemaaid en de gevolgen voor de plantengroei zijn van jaar tot jaar merkbaar. Door het maaien immers worden de sterk groeiende planten zoals kale jonker, speerdistel en harig wilgenroosje in hun groei geremd, zodat ze stilaan het veld moeten ruimen voor de kleinere en veel zeldzamer planten, die ook het meest bedreigd zijn.
    Het eerste jaar hebben we het erg te verduren gehad. Kale jonkers (=distelsoort) van meer dan 2m hoog
    afgewisseld met bijna even hoge brandnetels en harige wilgenroosjes, moesten weggemaaid worden. Dat alles werd aan elkaar geklit door het vervelende kleefkruid.
    Nu, na 4 jaar, is het kleefkruid op de gemaaide delen verdwenen en de kale jonkers zijn maar half zo hoog meer.
    Na het maaien volgt het hooien, dat duurt zeker drie dagen (afhankelijk van de beschikbare handen en het weer). Het hooi wordt hier en daar met de hooivork, riek en mesthaak op een wilgenstomp verbrand, waardoor die dan ook weer verdwijnt.

  4. Het ruimen van de Snoekengracht.
    Centraal in het reservaat loopt een beek, de Snoekengracht, zo genoemd omdat er voeger,naar men ons vertelde, inderdaad snoeken in leefden. De gracht ontspringt aan een bron, die nu zichtbaar is. Onwetenden hadden de bron bedolven onder allerlei puin, vooral steen en draad. Dit is nu al verleden tijd.
    Over de snoekengracht kennen we ook wat geschiedenis. Zo vertelde iemand uit de buurt ons dat ze ooit helemaal gereinigd werd. Jaren geleden heeft iemand er zelfs waterkers op gekweekt.
    Nu begint de Snoekengracht stilaan terug te worden wat ze vroeger was, een minstens twee meter brede en anderhalve meter diepe beek. Door gebrek aan onderhoud was ze enkele jaren tijd helemaal verland, nu nog op de meeste gedeelten. Op zekere plaats is ze wel 5m breed. Daar konden we vier jaar geleden gewoon overlopen op de kussens gevormd door omgevallen wilgen, dode resten van harige wilgenroosjes, scherpe zegge, enzovoort.
    Van "open water" was er geen sprake meer, op één plaats zaten nog groene kikkers. Nu is deze plaats al helemaal open gemaakt en krioelt het er van de groene kikkers Op al de open plaatsen zwemmen weer stekelbaarsjes.

De plattegrond

 

De wandeling

Laten we in gedachten de weg volgen langs de stippellijn, die hebben we op 7 juni ook gevolgd; maar nemen we als datum 10 mei, en beelden we ons in dat het weder wat beter is......

Via de toegangsweg, die nu al dichtgroeit met brandnetels, witte dovenetel en kleefkruid (uitstekend om ongewenste bezoekers buiten te houden), houden we halt aan de bron.
Verbaasd ploffen de kikkers het water in, tussen de pas opgroeiende grote egelskop.
Smeerwortels in drie kleuren (wit, roze en rood) vallen dadelijk op. Als iedereen nu stil genoeg is horen we het gezang van de pas aangekomen spotvogel en weerklinkt het bekende geluid van de tjiftjaf.
In I/B valt ons de bloeiende kerspruim op langs de berm, die een ondoordringbaar struweel vormt.
We gaan verder tot aan het rietland en volgen angstvallig één spoor tussen de lidrus en de nog niet ontloken koekoeksbloemen.
We trekken zeker niet door het rietland maar beklimmen moeiteloos (??) de berm. Een paar hulpvaardige heren "sleuren" ook de dames naar boven. We hebben nu een prachtig zicht over het rietland en horen spoedig het gezang van de zeer talrijke bosrietzangers. Dan merkt iemand een musachtig vogeltje op met witte staartpennen: het mannetje van de rietgors.
We dalen nu de berm af en bereiken weer de Snoekengracht. Dankzij een kleine dam is hier een plas ontstaan, waarin het krioelt van de stekelbaarsjes en waterkreeftjes. Door de dam stroomt het water het elzebos in. Daardoor is hier ook 's zomers een moeras. We zijn er nu benieuwd naar of de brandnetels niet de plaats moeten ruimen voor de scherpe zegge.
Door een weide die maar sporadisch gemaaid wordt komen we in het bos- en parkgedeelte.
Vroeger was dit allemaal weide. Nu hebben zwarte elzen al een bos gevormd, samen met Gelderse roos, essen, esdoorns, paardenkastanjes en kornoelje.
Daartussen beheersen hoge ruigtkruiden en bramen de kruidlaag met een zee van harige wilgenroosjes, brandnetels en moerasspirea.
Langzaam maar zeker zal dit gedeelte helemaal dicht groeien en een bos worden.
We gaan nu tot tegen de hoge spoorwegberm, of nee, laten we eerst wachten tot een paar hulpvaardige handen Rik uit een verraderlijk stukje moeras geholpen hebben. Nog even zoeken naar de laars van Paula die verdwenen is in de modder en dan kunnen we onze tocht vervolgen.
Heelhuids zijn we dan uiteindelijk aan de spoorwegberm gekomen. Deze is helemaal begroeid met sneeuwbes. Deze berm belet de koude oostenwinden zomaar het reservaat binnen te waaien. Als "s winters ook maar even de zon schijnt is het hier warm. Geregeld komen bos- en ransuilen hier tijdens de dag dan ook een dutje doen.
In een brede bocht bereiken we weer het elzebos (III) en de eigenlijke hooilanden.
In I/C staan we tussen al uitgebloeide sleutelbloemen en een massa dotterbloemen. Sinds we hier maaien komen er elk jaar meer...een zee van geel.
Ondertussen vliegt in golvende vlucht een grote bonte specht voorbij.
Stilaan naderen we het hoogtepunt van het bezoek, dat gevormd wordt door de hooilandjes I/e en I/d.
hierin bloeit niet alleen de knolsteenbreek, maar ook de breedbladige orchis. Jawel, een echte vuurrode orchidee. Dit jaar waren er al 25, waarvan één exemplaar met 6 bloemen! Dit is wel de meest gefotografeerde bloem van het Hageland. De meeste exemplaren groeien in I/d.
Let wel op dat je er geen enkele van plukt, het zijn immers beschermde planten.
Het is wel verheugend dat er dankzij ons maaibeheer ieder jaar enkele exemplaren bijkomen.Het zien van al deze bloemenpracht doet ons al onze inspanningen vergeten. Wat een tegenstelling met al die sterk bemeste hooi- en graslanden, waar bijna alle bloemen uit verdwijnen en die echte graswoestijnen geworden zijn.
We moeten nu weer naar ons uitgangspunt terug, we zijn al 2 uur onderweg. In de Snoekengracht vliegt de tijd voorbij. En bedenk dan dat je met één bezoek nog niet de helft gezien hebt, geen watersnippen of witgatjes enzovoort.

Laten we maar naar huis gaan en volgend jaar terugkomen.........

 

door André Roelants  

Terug naar "artikels"

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany