|
In ons vorig nummer vertelde de Hr. A.
Roelants ons over zijn tocht met verschillende
belangstellenden in het natuurreservaat "de snoekengracht" te
Boutersem. Een week daarvoor had hij reeds een gelijkaardige
wandeling geleid voor schoolgaande jongeren in hetzelfde
gebied. Ik was toen ook reeds van de partij. Aangezien mijn
belangstelling ook uitgaat naar de overblijfselen van de mens
uit de verre prehistorie was het mij niet ontgaan dat dit
gebied wel zeer goed gelegen was om er misschien wel iets te
vinden dat naar dat verre verleden verwees. De aanwezigheid
van een bron, een rivier en kleine heuvels maakte dit wel
mogelijk. Ook had ik nog enkele velden naast het reservaat
opgemerkt die voor mijn onderzoek geschikt leken te zijn. Zo
kwam het dan dat ik André geen tweede keer meer zou
vergezellen maar ondertussen een gebied zou gaan verkennen dat
grensde aan het reservaat en op dat ogenblik gunstig lag voor
oppervlaktevondsten. Systematisch zouden grote stukken terrein
grondig afgezocht worden. Alhoewel de omstandigheden ideaal
waren, zou het verloop eerder ontmoedigend zijn. Anderhalf uur
lang zoeken leverde niets op. Zo zou ik dan teleurgesteld
terug in de richting van het reservaat stappen. Reeds hoorde
ik de vrolijke stemmen van onze mensen in het reservaat
waarvan het einde van de tocht ook naderde. Ik had echter
geleerd om bij mijn onderzoekswerk mijn aandacht te blijven
concentreren tot op de laatste minuut omdat dat mij in het
verleden al grote verrassingen had bezorgd. Toen ik op nog maar
tien meter van het eindpunt genaderd was ( daar begon namelijk
het reservaat dat zich door zijn begroeiing niet leende voor
de veldarcheologie) en mij op een kleine strook bevond die ik
in het begin van mijn tocht overgeslagen had omdat ze mij
minder geschikt leek ( ze scheen voornamelijk te bestaan uit
aangeslibde grond van de top van de heuvel) zou mijn aandacht
plotseling vallen op een eerste stuk silex (=vuursteen).
Onmiddellijk werden die enkele
verwaarloosde, vierkante meters onderzocht wat nog twee andere
artefacten opleverde. Zo kon deze natuurwandeling die op
deskundige wijze geleid werd door de Hr. André Roelants
afgerond worden met een stukje geschiedenis waar dan de
bewoner van deze streek van vijfduizend jaar geleden centraal
stond.
Beschrijving van het litisch materiaal:
- Ruimer (=grote boor) in grijs vuursteen
met resten van schors. Deze afslag draagt op de linkerboord
proximaal steile retouches. De rechterboord kreeg ventraal
kleine retouches, ook op het proximaal gedeelte.
- Afslag in grijs geel grof vuursteen met
grote resten schors en nog duidelijke slagbult; bezet met
talrijke sporen van ijzeroxide door contact met
landbouwwerktuigen. Oude en moderne retouches zijn
nauwelijks van elkaar te onderscheiden.
- Afslag in wommersomkwartsiet waarvan
het distale eind met steile retouches werd afgeknot. Dit
artefact bezit nog een volledig gave slagbult.
Alle stukken vertonen weinig of geen
patina.

Besluit:
Uit de gevonden stukken kunnen wij afleiden
dat het hier gaat over stenen werktuigen (nr 2 is minder
duidelijk) die waarschijnlijk behoren tot het neolithisch
outillage van plaatselijke bewoners uit de prehistorie. Het is
echter niet uitgesloten dat deze artefacten echter een
mesolithische oorsprong zouden hebben doch het gering aantal
vondsten kunnen op dit ogenblik echter onmogelijk een juiste
keuze waarborgen. Latere onderzoekingen zullen mogelijks
weinig nieuwe gegevens opleveren, aangezien de grootste
concentratie van het voorhistorisch materiaal zich
waarschijnlijk zal bevinden onder de weelderige plantengroei
van het natuurreservaat. |