Inleiding
Iedereen heeft al wel gehoord over orchideeën en
denkt daarbij ongetwijfeld aan die tropische exemplaren met schitterende
bloemen, die op bomen leven. Misschien zijn er dames die zich herinneren
dat er een paar vuurrode orchideeën hun bruidsboeket sierden. Weinigen
weten echter dat er bij ons ook orchideeën bloeien, niet zo groot als
hun tropische soortgenoten, maar toch echte juweeltjes. Ze zijn helaas
zeldzaam geworden en dat is ongewild (soms zelfs opzettelijk) de schuld
van de mensen.
Ik wil het niet hebben over de bevruchting, de precieze beschrijving,
enzovoort, want dat kunt u in elke flora vinden. We zullen ons ook maar
bezighouden met de 4 soorten die in het Hageland nog voorkomen.
Eén ding moet u alvast noteren, alle inlandse
orchideeën zijn integraal beschermd, dit wil zeggen dat ze niet mogen
verwijderd worden. Evenmin mogen de bloemen geplukt worden. Nu gebeurt
dat alleen maar door zogezegde natuurliefhebbers omdat gewone mensen ze
niet weten staan.
In dit artikel zal ik wel
de vindplaatsen vermelden, in de hoop dat de lezers de bloemen ongemoeid
laten. Breedbladige
Wespenorchis
(Epipactis helleborine (nieskruidachtig) of
latifolia (met brede bladeren)).
Dit is onze meest verspreide en ook minst opvallende orchidee. Ze wordt
tot 70 cm hoog en heeft groenbruine bloemen van maar 1 cm groot. Juist
door haaronopvallende kleur is deze soort zo weinig bekend, en wie weet,
staat er in uw boomgaard ook één. Ze groeit op beschaduwde plaatsen.
Dikwijls staat ze in licht beschaduwde bossen met populieren. Ik heb er
onder andere gevonden in Roosbeek, naaste de vijvers, en op
verschillende plaatsen in Butsel. In Aarschot vond ik ze op
braakliggende grond te midden van grassen en brem. Verleden jaar
ontdekte ik één exemplaar onder een Oostenrijkse den en geen meter
daarvan stonden er nog drie. Je kunt ze dus verspreid vinden in het
ganse Hageland. Deze orchidee is echt een taaie plant. Een paar jaar
geleden liep, of beter gezegd "kroop" ik door een dennenbos ergens
tussen Rillaar en Nieuwrode. Nu weet ik dat onder een zo een aanplantna
enkele jaren niets meer groeit door lichtgebrek. Hoe verwonderd was ik,
toen daar op de verder kale naaldenboden toch nog een wespenorchis
groeide! Deze soort wordt door wespen en hommels bestoven. Zij moeten
met hun kop diep in de bloemen dringen en zo hechten de
stuifmeelklompjes zich vast aan hun kop.
Keverorchis
(listera ovata =eivormig)
Ook deze soort heeft groene bloemen en groeit ook op beschaduwde
plaatsen. Ze heeft maar twee eironde en tegenovergestelde bladeren. Ze
groeit eveneens op plaatsen waar er kalk in de grond zit. De bestuiving
gebeurt ook door wespen.
Ik ken voor deze soort drie groeiplaatsen:
- een populierenbosje in Neervelp, waar ze
talrijk is.
- een vochtig bos in de vallei van de Weterbeek
in Lovenjoel.
- een vochtig bos in Meldert, dat op de
groeiplaats erg parkachtig aandoet.
Ongetwijfeld zijn er nog andere groeiplaatsen,
maar deze soort is wel minder talrijk dan de vorige.
Gevlekte orchis
(Dactylorchis maculata =gevlekt)
Deze soort heeft haar naam niet gestolen, want alle bladeren zijn
donkerbruin gevlekt. Soms zijn de vlekken erg schaars, soms zijn er
exemplaren waarbij de bladkleur helemaal verdwijnt, er zijn alleen nog
vlekken. Ze bloeit van half juli tot eind juli. Dit is een mooie
orchidee, de kleur varieert van rozerood tot bijna wit, soms zelfs met
een bijna purperachtige schijn. De bloemen vormen een prachtige tros op
een soms meer dan halve meter lange stengel, al zijn er soms die lmaar
20 cm hoog worden.
De bestuiving gebeurt door hommels en bijen. Deze soort en ook de
volgende bloeit in niet bemeste weilanden. Omdat die biotopen schaars
geworden zijn, zijn ook de bijhorende planten bedreigd. De gevlekte
orchis houdt van schrale graslanden en veenstreken. In het zuidelijk
gedeelte van het Hageland komt ze dan ook niet voor. Enkele exemplaren
groeien in de Wingevallei, in het Dunberbroek vorig jaar groeide er één
exemplaar in een verruigende weide naast de weg Winge-Aarschot. Deze is
dit jaar verdwenen. In de Demervallei komt ze nog algemeen voor, al is
ze op de terugweg doordat vele weiden niet meer gemaaid worden, of zelfs
in bos veranderen. Dit is het geval in Schoonhoven en het Vorsdonkbroek.
Waar men wel maait neemt het aantal snel weer toe.
Hoe snel een soort achteruit kan gaan bewijst het volgende. Naast de weg
Leuven-Aarschot huren de B.N.V.R. twee kleine weilanden. Drie jaar
geleden stond de weide gelegen tussen de spoorlijn en de steenweg zó vol
met gevlekte orchis, dat ik ze niet kon tellen. In één jaar tijd werd
hun aantal herleid tot een vijftigtal. Gelukkig wordt hier nu weer
gemaaid.
Hetzelfde verschijnsel deed zich voor in Schoonhoven, waar deze orchis
spoedig zal verdwijnen.
De rijkste groeiplaats bevindt zich naast de spoorweg Aarschot-Leuven in
Rotselaar. Dit moerassig veengebied van enkele hectares ligt nog bezaaid
met gevlekte orchissen. Een klein gedeelte van zowat 15 are wordt ieder
jaar gemaaid en is één van de mooiste stukjes Hageland. Hier staan nog
minstens 2000 exemplaren. Ik heb ze deze lente trouwens geteld om toch
een idee van het aantal te krijgen. Nauwkeurig tellen is hier onbegonnen
werk, ik heb trouwens alleen de bloeiende exemplaren geteld, zodat er
mogelijk 2500 stuks zijn. Alle kleurschakeringen staan hier door elkaar.
Het viel me op dat van sommige planten de stengel afgebeten was, het zou
wel eens interessant zijn om te weten welkdier deze bloemen lust.
De breedbladige orchis
(Dactylorchis majalis =van de meimaand)
Deze orchidee is niet alleen de meest zeldzame, maar ook de mooiste. Ze
bloeit in mei met een tros karmijnrode bloemen op een tot 40cm hoge
stengel, die opschiet (bij alle orchideeën) uit knolvormige wortels. Ze
wil wat meer voedsel in de grond als de vorige soort, maar vreemd genoeg
vindt men ze soms samen. Ik heb gedurende twee jaar het wel en het wee
van deze soort gevolgd en ik denk dat ik alle groeiplaatsen in de streek
ken, evenals het aantal exemplaren dat te vinden is. Precies omwille van
de zeldzaamheid is een telling mogelijk. Ook deze soort kan snel
verdwijnen of in aantal toenemen. Op het gepaste tijdstip maaien (eind
juli) is in haar voordeel. Niet maaien doet ze snel verstikken onder de
concurrentie van ruigere planten. Hieronder vind je een tabel met
vindplaatsen en het aantal exemplaren gedurende 2 of 3 opeenvolgende
jaren.
|
Vindplaats |
1978 |
1979 |
1980 |
| 1) Greppel in de Velpevallei |
???? |
1 |
???? |
| 2) Snoekengracht |
17 |
25 |
48 |
| 3) Weide in Meldert |
???? |
4 |
2 |
| 4) Vorsdonkbroek |
???? |
5 |
14 |
| 5) Schoonhoven |
ong. 250 |
ong. 50 |
ong. 60 |
| 6) Dunbergbroek |
15 |
4 |
2 |
| 7) Weide Uitemmolen |
???? |
1 |
1 |
| 8) Vertrijk (aan spoorweg) |
???? |
2 |
14 +4 |
| 9) Rotselaar |
???? |
63 |
58 +~10 |
Wat de getallen betreft
-
Deze werd door Jules Robeyns ontdekt in een
greppel tussen 2 weilanden samen met onder andere de kleine valeriaan.
Aan weerszijden staat prikkeldraad met een open ruimte van ongeveer
één meter. Dit jaar heb ik ze niet meer gevonden. Ik vermoed dat een
koe ze gewoon opgegeten heeft.....daar moet je dan ook een stomme koe
voor zijn.....Dit exemplaar kan dus volgend jaar weer groeien; de knol
zit immers nog in de grond.
-
In de Snoekengracht gaat het deze orchidee voor
de wind. Na drie jaar is het aantal al meer dan verdrievoudigd. Dit
jaar stond er zelfs eentje in een weide waar ze nog niet hadden.... De
mooiste orchidee van het Hageland staat ook hier: een exemplaar met
zes bloemen, vorig jaar waren er maar vijf, maar nu is er een stengel
bijgekomen. Volgend jaar meten er dus 7 bloemen zijn. Dit alles
bewijst dat ze dus op 2 manieren kunnen vermeerderen, door uitzaaien
en door knolvermeerdering. Volgend jaar moeten we al 60 bloemen
hebben. In de meeste gevallen heb ik trouwens alleen de bloeiende
exemplaren geteld. Niet bloeiende kunne op 2 feiten wijzen, oude
knollen die nog in de grond zitten en door niet-beheren verdwijnen,
ofwel nieuwe planten die pas het volgend jaar zullen bloeien.
-
De vindplaats in Meldert is ten dode
opgeschreven. In 1979 werd de weide begraasd door pony's die de
orchissen vertrappelden, zodat op de vroeger rijke bloeiplaats nog
vier miezerige exemplaren overblijven. Dit jaar zijn de pony's weg,
maar de weide werd bemest, en dat is nóg funester.
-
Aan het Vorsdonkbroek is de toestand al
verbeterd na één maaibeurt, ook voor de gevlekte orchis. Enkele
exemplaren dreigen verloren te gaan door de verbreding van de weg
langs de spoorlijn, waardoor 3m weide verloren gaat.
-
Over Schoonhoven valt heel wat te vertellen. In
1978 ontdekte ik dit prachtige blauwgrasland en telde toen minstens
250 bloeiende orchissen op een perceel met een grootte van 7 are. Het
vorig jaar moet de weide nog gemaaid zijn. Hier stonden er meer dan in
de rest van het hele Hageland. Daarnaast stonden nog honderden
gevlekte orchissen. Maar wat een spectaculaire terugval! In drie jaar
tijd verdween één op de vier exemplaren. Vorig jaar werd er weer
gemaaid, maar alleen op die plaatsen waar de breedbladige orchis
groeit, en weer is er een lichte vooruitgang. De nieuwe exemplaren
komen van knollen die nog in de grond zaten en nu weer tot bloei
kwamen. Eén jaar maaien kan onmogelijk grote vooruitgang brengen,
omdat vermeerdering door uitzaaiing niet mogelijk is door de dichte
grondbedekking. We zouden de eigenaar ertoe moeten aanzetten om ieder
jaar te maaien. Hij heeft het dit jaar gedaan, maar leverde, onwetend
misschien, half werk, het maaisel werd namelijk niet weggehaald en
ligt er nu te rotten. Een ander negatief feit: er werden duidelijk
orchideeën geroofd, de gaatjes waren nog duidelijk te zien. Dommer kan
niet, vermoedelijk werden ze elders weer geplant op een voor hen
ongunstige plaats en zullen ze het niet overleven. In een aangrenzende
weide stonden er in 1978 nog 5, hoewel daar een pony graasde. Verleden
jaar was de pony weg en stond er nog 1, samen met heel wat gevlekte,
die niet meer bloeiden. Dat ene overgebleven exemplaar heb ik nog
bevrijd van het verstikkende droge gras, maar het heeft niet geholpen.
Bij een bezoek in september laatstleden zag ik dat de weide omgeploegd
was....Het is er voor enkele jaren afgelopen met de orchideeën.
-
Het Dunbergbroek moet tot voor enkele jaren een
waar bloemenparadijs geweest zijn. Nu begint de scherpe zeg ge alles te
overwoekeren, samen met indringende waterwilgen en zwarte els. Toch
staat er nog kleine valeriaan en ratelaar. Beide orchideeënsoorten
boeren sterk achteruit. Ik geef de twee overblijvende nog één jaar.
Uiteindelijk kan de stengel niet meer doorheen de steeds hoger
wordende pollen priemen. Maaien zou deze evolutie tegenhouden, maar
wie zal het doen??
-
De weide aan de Uitemmolen is eigenlijk geen
goede groeiplaats voor de breedbladige orchis, ze is te voedselrijk en
wordt zelfs bemest. De grote ratelaar en de smalle weegbree doen het
hier uitstekend. Er staat maar één orchidee, ik vond ze al twee
opeenvolgende jaren, maar dit jaar was ze al veel minder hoog.
-
In Vertrijk aan de spoorweg is er tegen een
veldweg nog een ongemaaide groeiplaats en de vooruitgang lijkt dan ook
vreemd. Dit is aan mijzelf te wijten. In dit moerassige terrein heb ik
verleden jaar vrij oppervlakkig rondgekeken en vond er maar 2. Dit
jaar ben ik 2 keer grondig gaan zoeken en vond er nog 14 en 4
niet-bloeiende. Ze staan hier op nauwelijks 2 are.
-
Tenslotte het terrein in Rotselaar, je weet
wel, daar waar die 2000 gevlekte staan. Schijnbaar is er hier een
lichte terugval en dat zou niet verwonderlijk zijn omdat het terrein
beter geschikt is voor gevlekte orchissen. Half mei telde ik er maar
58, doch op het einde van juni vond ik er nog een tiental in volle
bloei en die waren de eerste keer niet meegeteld. Het gaat hier dus om
te laat bloeiende exemplaren. Er is bijgevolg een kleine
vermeerdering.
Verdwenen vindplaatsen
Een twintigtal jaren geleden moeten de beide
laatste orchissen nog zeer algemeen voorgekomen zijn. Toen echter
verdwenen vele boeren, en door het gebruik van kunstmest verminderde het
aantal bloemrijke weiden. Sommige weiden werden omgezet in
populierenbossen. Niet ver van de Uittemmolen was er zo een plaats, waar
3 jaar terug nog gevlekte orchissen bloeiden tussen de canada's.
Verleden jaar vond ik er nog een paar niet-bloeiende aan de rand van het
bos, maar dit jaar was het afgelopen. In Neervelp is er door verruiging
een groeiplaats van de breedbladige orchis verdwenen. Jaren geleden was
er nog een vindplaats in Messelbroek.
Besluit
-
Van de 9 vindplaatsen zijn er nog 3 in goede
handen (2-4-9) en dat blijkt uit de snelle toename van de beide
soorten. Plaats 9 wordt gebrekkig beheerd en de toekomst van de
orchideeën is er twijfelachtig. Plaats 8 zullen we proberen behouden.
Plaatsen 1 en 7 zijn erg problematisch: met één exemplaar kan ook een
vindplaats verdwijnen.
-
De bedreiging is meestal onrechtstreeks: niet
meer maaien.
-
De meest bedreigde soort is de breedbladige,
terwijl de gevlekte en de keverorchis niet onmiddellijk bedreigd
worden. De gevlekte komt immers nog verspreid voor op heel wat
terreinen. Wat de wespenorchis betreft gaan er heel wat terreinen
verloren, maar er komen er ook bij.
Ik hoop met dit artikel de interesse gewekt te
hebben voor de bedreiging die onze zeldzame bloemen in het algemeen te
trotseren hebben. Over de verdere evolutie van onze orchideeën zal ik
volgend jaar weer wat kunnen vertellen. Misschien ontgekt iemand onder u
nog wel een goede groeiplaats en is mijn artikel onvolledig geweest. Des
te beter! Wie weet groeit er ergens in het Hageland een andere orchis,
misschien de rietorchis of het soldaatje. En als u even tijd hebt in
juli en augustus, kom dan eens helpen maaien en opruimen in de
snoekengracht. Doe het niet voor ons, maar voor die prachtige
orchideeën. |