Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1980, nummer 2
"Orchideeën in het Hageland."

Inleiding

Iedereen heeft al wel gehoord over orchideeën en denkt daarbij ongetwijfeld aan die tropische exemplaren met schitterende bloemen, die op bomen leven. Misschien zijn er dames die zich herinneren dat er een paar vuurrode orchideeën hun bruidsboeket sierden. Weinigen weten echter dat er bij ons ook orchideeën bloeien, niet zo groot als hun tropische soortgenoten, maar toch echte juweeltjes. Ze zijn helaas zeldzaam geworden en dat is ongewild (soms zelfs opzettelijk) de schuld van de mensen.
Ik wil het niet hebben over de bevruchting, de precieze beschrijving, enzovoort, want dat kunt u in elke flora vinden. We zullen ons ook maar bezighouden met de 4 soorten die in het Hageland nog voorkomen.

Eén ding moet u alvast noteren, alle inlandse orchideeën zijn integraal beschermd, dit wil zeggen dat ze niet mogen verwijderd worden. Evenmin mogen de bloemen geplukt worden. Nu gebeurt dat alleen maar door zogezegde natuurliefhebbers omdat gewone mensen ze niet weten staan.

In dit artikel zal ik wel de vindplaatsen vermelden, in de hoop dat de lezers de bloemen ongemoeid laten.

Breedbladige Wespenorchis

(Epipactis helleborine (nieskruidachtig) of latifolia (met brede bladeren)).
Dit is onze meest verspreide en ook minst opvallende orchidee. Ze wordt tot 70 cm hoog en heeft groenbruine bloemen van maar 1 cm groot. Juist door haaronopvallende kleur is deze soort zo weinig bekend, en wie weet, staat er in uw boomgaard ook één. Ze groeit op beschaduwde plaatsen. Dikwijls staat ze in licht beschaduwde bossen met populieren. Ik heb er onder andere gevonden in Roosbeek, naaste de vijvers, en op verschillende plaatsen in Butsel. In Aarschot vond ik ze op braakliggende grond te midden van grassen en brem. Verleden jaar ontdekte ik één exemplaar onder een Oostenrijkse den en geen meter daarvan stonden er nog drie. Je kunt ze dus verspreid vinden in het ganse Hageland. Deze orchidee is echt een taaie plant. Een paar jaar geleden liep, of beter gezegd "kroop" ik door een dennenbos ergens tussen Rillaar en Nieuwrode. Nu weet ik dat onder een zo een aanplantna enkele jaren niets meer groeit door lichtgebrek. Hoe verwonderd was ik, toen daar op de verder kale naaldenboden toch nog een wespenorchis groeide! Deze soort wordt door wespen en hommels bestoven. Zij moeten met hun kop diep in de bloemen dringen en zo hechten de stuifmeelklompjes zich vast aan hun kop.

Keverorchis

(listera ovata =eivormig)
Ook deze soort heeft groene bloemen en groeit ook op beschaduwde plaatsen. Ze heeft maar twee eironde en tegenovergestelde bladeren. Ze groeit eveneens op plaatsen waar er kalk in de grond zit. De bestuiving gebeurt ook door wespen.
Ik ken voor deze soort drie groeiplaatsen:

  • een populierenbosje in Neervelp, waar ze talrijk is.
  • een vochtig bos in de vallei van de Weterbeek in Lovenjoel.
  • een vochtig bos in Meldert, dat op de groeiplaats erg parkachtig aandoet.

Ongetwijfeld zijn er nog andere groeiplaatsen, maar deze soort is wel minder talrijk dan de vorige.

Gevlekte orchis

(Dactylorchis maculata =gevlekt)
Deze soort heeft haar naam niet gestolen, want alle bladeren zijn donkerbruin gevlekt. Soms zijn de vlekken erg schaars, soms zijn er exemplaren waarbij de bladkleur helemaal verdwijnt, er zijn alleen nog vlekken. Ze bloeit van half juli tot eind juli. Dit is een mooie orchidee, de kleur varieert van rozerood tot bijna wit, soms zelfs met een bijna purperachtige schijn. De bloemen vormen een prachtige tros op een soms meer dan halve meter lange stengel, al zijn er soms die lmaar 20 cm hoog worden.
De bestuiving gebeurt door hommels en bijen. Deze soort en ook de volgende bloeit in niet bemeste weilanden. Omdat die biotopen schaars geworden zijn, zijn ook de bijhorende planten bedreigd. De gevlekte orchis houdt van schrale graslanden en veenstreken. In het zuidelijk gedeelte van het Hageland komt ze dan ook niet voor. Enkele exemplaren groeien in de Wingevallei, in het Dunberbroek vorig jaar groeide er één exemplaar in een verruigende weide naast de weg Winge-Aarschot. Deze is dit jaar verdwenen. In de Demervallei komt ze nog algemeen voor, al is ze op de terugweg doordat vele weiden niet meer gemaaid worden, of zelfs in bos veranderen. Dit is het geval in Schoonhoven en het Vorsdonkbroek. Waar men wel maait neemt het aantal snel weer toe.
Hoe snel een soort achteruit kan gaan bewijst het volgende. Naast de weg Leuven-Aarschot huren de B.N.V.R. twee kleine weilanden. Drie jaar geleden stond de weide gelegen tussen de spoorlijn en de steenweg zó vol met gevlekte orchis, dat ik ze niet kon tellen. In één jaar tijd werd hun aantal herleid tot een vijftigtal. Gelukkig wordt hier nu weer gemaaid.
Hetzelfde verschijnsel deed zich voor in Schoonhoven, waar deze orchis spoedig zal verdwijnen.
De rijkste groeiplaats bevindt zich naast de spoorweg Aarschot-Leuven in Rotselaar. Dit moerassig veengebied van enkele hectares ligt nog bezaaid met gevlekte orchissen. Een klein gedeelte van zowat 15 are wordt ieder jaar gemaaid en is één van de mooiste stukjes Hageland. Hier staan nog minstens 2000 exemplaren. Ik heb ze deze lente trouwens geteld om toch een idee van het aantal te krijgen. Nauwkeurig tellen is hier onbegonnen werk, ik heb trouwens alleen de bloeiende exemplaren geteld, zodat er mogelijk 2500 stuks zijn. Alle kleurschakeringen staan hier door elkaar. Het viel me op dat van sommige planten de stengel afgebeten was, het zou wel eens interessant zijn om te weten welkdier deze bloemen lust.

De breedbladige orchis

(Dactylorchis majalis =van de meimaand)
Deze orchidee is niet alleen de meest zeldzame, maar ook de mooiste. Ze bloeit in mei met een tros karmijnrode bloemen op een tot 40cm hoge stengel, die opschiet (bij alle orchideeën) uit knolvormige wortels. Ze wil wat meer voedsel in de grond als de vorige soort, maar vreemd genoeg vindt men ze soms samen. Ik heb gedurende twee jaar het wel en het wee van deze soort gevolgd en ik denk dat ik alle groeiplaatsen in de streek ken, evenals het aantal exemplaren dat te vinden is. Precies omwille van de zeldzaamheid is een telling mogelijk. Ook deze soort kan snel verdwijnen of in aantal toenemen. Op het gepaste tijdstip maaien (eind juli) is in haar voordeel. Niet maaien doet ze snel verstikken onder de concurrentie van ruigere planten. Hieronder vind je een tabel met vindplaatsen en het aantal exemplaren gedurende 2 of 3 opeenvolgende jaren
.

Vindplaats 1978 1979 1980
1) Greppel in de Velpevallei ???? 1 ????
2) Snoekengracht 17 25 48
3) Weide in Meldert ???? 4 2
4) Vorsdonkbroek ???? 5 14
5) Schoonhoven ong. 250 ong. 50 ong. 60
6) Dunbergbroek 15 4 2
7) Weide Uitemmolen ???? 1 1
8) Vertrijk (aan spoorweg) ???? 2 14   +4
9) Rotselaar ???? 63 58  +~10

Wat de getallen betreft

  1. Deze werd door Jules Robeyns ontdekt in een greppel tussen 2 weilanden samen met onder andere de kleine valeriaan. Aan weerszijden staat prikkeldraad met een open ruimte van ongeveer één meter. Dit jaar heb ik ze niet meer gevonden. Ik vermoed dat een koe ze gewoon opgegeten heeft.....daar moet je dan ook een stomme koe voor zijn.....Dit exemplaar kan dus volgend jaar weer groeien; de knol zit immers nog in de grond.

  2. In de Snoekengracht gaat het deze orchidee voor de wind. Na drie jaar is het aantal al meer dan verdrievoudigd. Dit jaar stond er zelfs eentje in een weide waar ze nog niet hadden.... De mooiste orchidee van het Hageland staat ook hier: een exemplaar met zes bloemen, vorig jaar waren er maar vijf, maar nu is er een stengel bijgekomen. Volgend jaar meten er dus 7 bloemen zijn. Dit alles bewijst dat ze dus op 2 manieren kunnen vermeerderen, door uitzaaien en door knolvermeerdering. Volgend jaar moeten we al 60 bloemen hebben. In de meeste gevallen heb ik trouwens alleen de bloeiende exemplaren geteld. Niet bloeiende kunne op 2 feiten wijzen, oude knollen die nog in de grond zitten en door niet-beheren verdwijnen, ofwel nieuwe planten die pas het volgend jaar zullen bloeien.

  3. De vindplaats in Meldert is ten dode opgeschreven. In 1979 werd de weide begraasd door pony's die de orchissen vertrappelden, zodat op de vroeger rijke bloeiplaats nog vier miezerige exemplaren overblijven. Dit jaar zijn de pony's weg, maar de weide werd bemest, en dat is nóg funester.

  4. Aan het Vorsdonkbroek is de toestand al verbeterd na één maaibeurt, ook voor de gevlekte orchis. Enkele exemplaren dreigen verloren te gaan door de verbreding van de weg langs de spoorlijn, waardoor 3m weide verloren gaat.

  5. Over Schoonhoven valt heel wat te vertellen. In 1978 ontdekte ik dit prachtige blauwgrasland en telde toen minstens 250 bloeiende orchissen op een perceel met een grootte van 7 are. Het vorig jaar moet de weide nog gemaaid zijn. Hier stonden er meer dan in de rest van het hele Hageland. Daarnaast stonden nog honderden gevlekte orchissen. Maar wat een spectaculaire terugval! In drie jaar tijd verdween één op de vier exemplaren. Vorig jaar werd er weer gemaaid, maar alleen op die plaatsen waar de breedbladige orchis groeit, en weer is er een lichte vooruitgang. De nieuwe exemplaren komen van knollen die nog in de grond zaten en nu weer tot bloei kwamen. Eén jaar maaien kan onmogelijk grote vooruitgang brengen, omdat vermeerdering door uitzaaiing niet mogelijk is door de dichte grondbedekking. We zouden de eigenaar ertoe moeten aanzetten om ieder jaar te maaien. Hij heeft het dit jaar gedaan, maar leverde, onwetend misschien, half werk, het maaisel werd namelijk niet weggehaald en ligt er nu te rotten. Een ander negatief feit: er werden duidelijk orchideeën geroofd, de gaatjes waren nog duidelijk te zien. Dommer kan niet, vermoedelijk werden ze elders weer geplant op een voor hen ongunstige plaats en zullen ze het niet overleven. In een aangrenzende weide stonden er in 1978 nog 5, hoewel daar een pony graasde. Verleden jaar was de pony weg en stond er nog 1, samen met heel wat gevlekte, die niet meer bloeiden. Dat ene overgebleven exemplaar heb ik nog bevrijd van het verstikkende droge gras, maar het heeft niet geholpen. Bij een bezoek in september laatstleden zag ik dat de weide omgeploegd was....Het is er voor enkele jaren afgelopen met de orchideeën.

  6. Het Dunbergbroek moet tot voor enkele jaren een waar bloemenparadijs geweest zijn. Nu begint de scherpe zeg ge alles te overwoekeren, samen met indringende waterwilgen en zwarte els. Toch staat er nog kleine valeriaan en ratelaar. Beide orchideeënsoorten boeren sterk achteruit. Ik geef de twee overblijvende nog één jaar. Uiteindelijk kan de stengel niet meer doorheen de steeds hoger wordende pollen priemen. Maaien zou deze evolutie tegenhouden, maar wie zal het doen??

  7. De weide aan de Uitemmolen is eigenlijk geen goede groeiplaats voor de breedbladige orchis, ze is te voedselrijk en wordt zelfs bemest. De grote ratelaar en de smalle weegbree doen het hier uitstekend. Er staat maar één orchidee, ik vond ze al twee opeenvolgende jaren, maar dit jaar was ze al veel minder hoog.

  8. In Vertrijk aan de spoorweg is er tegen een veldweg nog een ongemaaide groeiplaats en de vooruitgang lijkt dan ook vreemd. Dit is aan mijzelf te wijten. In dit moerassige terrein heb ik verleden jaar vrij oppervlakkig rondgekeken en vond er maar 2. Dit jaar ben ik 2 keer grondig gaan zoeken en vond er nog 14 en 4 niet-bloeiende. Ze staan hier op nauwelijks 2 are.

  9. Tenslotte het terrein in Rotselaar, je weet wel, daar waar die 2000 gevlekte staan. Schijnbaar is er hier een lichte terugval en dat zou niet verwonderlijk zijn omdat het terrein beter geschikt is voor gevlekte orchissen. Half mei telde ik er maar 58, doch op het einde van juni vond ik er nog een tiental in volle bloei en die waren de eerste keer niet meegeteld. Het gaat hier dus om te laat bloeiende exemplaren. Er is bijgevolg een kleine vermeerdering.

Verdwenen vindplaatsen

Een twintigtal jaren geleden moeten de beide laatste orchissen nog zeer algemeen voorgekomen zijn. Toen echter verdwenen vele boeren, en door het gebruik van kunstmest verminderde het aantal bloemrijke weiden. Sommige weiden werden omgezet in populierenbossen. Niet ver van de Uittemmolen was er zo een plaats, waar 3 jaar terug nog gevlekte orchissen bloeiden tussen de canada's. Verleden jaar vond ik er nog een paar niet-bloeiende aan de rand van het bos, maar dit jaar was het afgelopen. In Neervelp is er door verruiging een groeiplaats van de breedbladige orchis verdwenen. Jaren geleden was er nog een vindplaats in Messelbroek.

Besluit

  • Van de 9 vindplaatsen zijn er nog 3 in goede handen (2-4-9) en dat blijkt uit de snelle toename van de beide soorten. Plaats 9 wordt gebrekkig beheerd en de toekomst van de orchideeën is er twijfelachtig. Plaats 8 zullen we proberen behouden. Plaatsen 1 en 7 zijn erg problematisch: met één exemplaar kan ook een vindplaats verdwijnen.

  • De bedreiging is meestal onrechtstreeks: niet meer maaien.

  • De meest bedreigde soort is de breedbladige, terwijl de gevlekte en de keverorchis niet onmiddellijk bedreigd worden. De gevlekte komt immers nog verspreid voor op heel wat terreinen. Wat de wespenorchis betreft gaan er heel wat terreinen verloren, maar er komen er ook bij.

Ik hoop met dit artikel de interesse gewekt te hebben voor de bedreiging die onze zeldzame bloemen in het algemeen te trotseren hebben. Over de verdere evolutie van onze orchideeën zal ik volgend jaar weer wat kunnen vertellen. Misschien ontgekt iemand onder u nog wel een goede groeiplaats en is mijn artikel onvolledig geweest. Des te beter! Wie weet groeit er ergens in het Hageland een andere orchis, misschien de rietorchis of het soldaatje. En als u even tijd hebt in juli en augustus, kom dan eens helpen maaien en opruimen in de snoekengracht. Doe het niet voor ons, maar voor die prachtige orchideeën.

door A. Roelants

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany