Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1981, nummer 1
"
De ontsluiting Vleminckx"

1. KENNISMAKING

De ontsluiting 'Huis Vleminckx' (M. Glibert en J. de Heizelin, 1952) : bevindt zich in de tuin van het echtpaar Nackaerts-Vleminckx te Boutersem. Vroeger deed men hier op kleine schaal aan zandwinning. Een overblijfsel van deze kleine groeve is het talud achteraan in de tuin. In deze 'helling merkt men van boven naar onder:

  • groenachtige klei;
  • een laag mergel: de Mergel met Chara;
  • groenachtig zand met talrijke goed gewaarde molluscen : het Zand met Cyrena (Zanden van Boutersem);
  • Zanden van Neerepen. '

Dergelijke kleine zandwinningen kwamen vroeger in de streek wel meer voor, doch tegenwoordig zijn ze bijna allemaal dichtgegooid of onvindbaar.

2. GEOLOGIE

Het Oligoceen (25 tot 40 miljoen jaar oud) vangt aan met het Tongeriaan. Een zee, die kwam opzetten vanuit het noorden overspoelde Vlaanderen bijna geheel. Tegelijkertijd beleefden wij een verhevigde periode van gebergtevorming. Doordat de bodem zuidelijk van ons gebied omhoog geplooid werd (Antiklinie van Artesië) kon de Tongeriaanzee nooit een echt diepe zee worden. Zij liet ons dus enkel afzettingen na die vlak onder de kust gevormd werden en duinzanden. Tegen het einde van het Tongeriaan doet zich de situatie voor die geschetst wordt in het kaartje. De lagen die wij kunnen waarnemen in de ontsluiting Vleminckx ontstonden in die tijd.

Het kaartje toont ons een uitgestrekte lagune (vergelijk : de huidige lagune van Venetië). Vanuit het noorden werd ons gebied (in wisselende mate) voorzien van zout water, vanuit het zuiden stroomde via de rivieren zoet water toe. De fauna van het Zand met Cyrena hoort thuis in brak water. De heden nog voorkomende geslachten (Potamides, Galeodea,...) leven in tropische tot subtropische zeeën. Dit, samen met de wetenschap dat in deze lagen reeds sporen van palmbomen aangetroffen werden, laat ons toe te besluiten dat het klimaat ten tijde van het Tongeriaan vrij warm moet geweest zijn.

Mens en Natuurleden die de ontsluiting eens willen bezoeken kunnen dit doen na vooraf de toestemming gevraagd te hebben aan de eigenaars. (Tel. 016/73.32.39). De ontsluiting is echter ten gevolge van het winterweer vrijwel volledig ingestort. Om haar nog enkele jaren te bewaren verdient het aanbeveling niet meer te graven. De eigenaars bezitten echter een massa uit de ontsluiting voortkomende schelpen die zij graag tegen andere willen ruilen.

3. DE FAUNA

De foto's geven een overzicht van de fossielen die wij zelf ter plaats: vonden, andere soorten werden ons getoond door het echtpaar Nackaerts-Vlem1nckx.

14. Een vergroting van de Mergel met Chara. Men ziet talrijke resten van de kleine zoetwaterslakken. In deze mergel treft men sporen aan van kranswier (Chara). (5x) Bijna alle schelpjes zijn samengedrukt.

1. Lymnaea ongiscata (Brongniart, 1810) 's. lat. Dit is een vormenrijke zoetwaterslak, afkomstig uit de Mergel met Chara. Vele soorten van dit geslacht kan men nog aantreffen in vijvers en rivieren (3x vergroot). De schelp is zeer dun en breekbaar, wat op rustig water wijst.

2. Tympanotonus. labyrinthus (Nyst, 1836). Een gastropode uit het Zand met Cyrena. Brak water (2,5x).

3. Potamides lamarcki (Bronginart, 1810) Zie 2. (2x).

4. Jiirënella monilifera (Deshayes, 1825) Zie 2. (2x).

5. Neritina duchasteli (Deshayes, 1832) Een klein schelpje zie 2. (4x) .

6. Ptychopotamides thenensis (Vincent, 1899) Zeer mooi, groter dan de andere gastropoden, komt niet zo veel voor. Zie 2. (2x). ;

7. Thericum intradentatum (Deshayes, 1864) Zie 2. (2x).

8. Galeodea depressa (Von Buch, 1831) Tot op heden de mooiste vondst uit onze ontsluiting. Een stevige schelp, zeer goed bewaard. Het is de eerste maal dat deze soort in de Zanden van Boutersem gevonden werd. Het exemplaar werd gedetermineerd door de Heer A.W. Janssen, conservator Rijksmuseum van Geologie en Mineralogie te Leiden. In het bezit van het echtpaar N.-V. (2x) .

9. Glycymeris lusculata lusculate (Nyst, 1836). Onlangs voor de eerste keer gevonden in de ontsluiting, nog niet gekend uit de zanden van Boutersem. Deze soort leeft in volmarien milieu, waarschijnlijk is ze in de lagune binnengespoeld.

10. Modiolus, niet gedetermineerd. Mogelijk Modiolus cf. faujasi Brongniart. In bezit van echtpaar N.-V. Uiterst zeldzaam (1,5x) .

11. Ostera cyathula Lamarck, 1807. Zoals alle oesters zeer varia- bel van vorm. Uit het Zand met Cyrena. (2x).

12. Corbicula semstriata (Deshayes, 1830). Komt zeer veel voor, zelfs dikwijls als doublet. Deze soort gaf vroeger de naam aan het Zand met Cyrena. (b en c op ware grootte).

13. Sanguinolaria brabantia (Vincent, .1899) (?) (3,5x).

15. Een zeepok op Tymanpanotus labyrinthus. Vroeger een zeer vertrouwd diertje van de mosselschoonmaak. Het is mij niet bekend of deze vondst reeds eerder gedaan werd in de Zanden van Boutersem. (2x).

J.L. Nieuwrode

 

 

Geraadpleegd:

  • L'Oligocène Inférieur Belge - M. Glibert en J. de Heinzelin - Volume Jubilaire V. van Straelen - Brussel, 1954.
  • Le Gîte des Vertébrés Tongriens de Hoogbutsel - M. Glib & J. De Heinz - Mededeling Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen - Brussel, 1954.
  • Velpeleven - vierde jaargang nr. 6 - Boutersem, 1977.

 

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany