1. KENNISMAKING
- groenachtige klei;
- een laag mergel: de
Mergel met Chara;
- groenachtig zand met
talrijke goed gewaarde molluscen : het Zand met Cyrena (Zanden van
Boutersem);
- Zanden van Neerepen. '
Dergelijke kleine zandwinningen kwamen vroeger in de streek wel meer
voor, doch tegenwoordig zijn ze bijna allemaal dichtgegooid of
onvindbaar.
2. GEOLOGIE
Het
Oligoceen (25 tot 40 miljoen jaar oud) vangt aan met het Tongeriaan. Een
zee, die kwam opzetten vanuit het noorden overspoelde Vlaanderen bijna
geheel. Tegelijkertijd beleefden wij een verhevigde periode van
gebergtevorming. Doordat de bodem zuidelijk van ons gebied omhoog
geplooid werd (Antiklinie van Artesië) kon de Tongeriaanzee nooit een
echt diepe zee worden. Zij liet ons dus enkel afzettingen na die vlak
onder de kust gevormd werden en duinzanden. Tegen het einde van het
Tongeriaan doet zich de situatie voor die geschetst wordt in het
kaartje. De lagen die wij kunnen waarnemen in de ontsluiting Vleminckx
ontstonden in die tijd.

Het
kaartje toont ons een uitgestrekte lagune (vergelijk : de huidige lagune
van Venetië). Vanuit het noorden werd ons gebied (in wisselende mate)
voorzien van zout water, vanuit het zuiden stroomde via de rivieren zoet
water toe. De fauna van het Zand met Cyrena hoort thuis in brak water.
De heden nog voorkomende geslachten (Potamides, Galeodea,...) leven in
tropische tot subtropische zeeën. Dit, samen met de wetenschap dat in
deze lagen reeds sporen van palmbomen aangetroffen werden, laat ons toe
te besluiten dat het klimaat ten tijde van het Tongeriaan vrij warm moet
geweest zijn.
Mens en
Natuurleden die de ontsluiting eens willen bezoeken kunnen dit doen na
vooraf de toestemming gevraagd te hebben aan de eigenaars. (Tel.
016/73.32.39). De ontsluiting is echter ten gevolge van het winterweer
vrijwel volledig ingestort. Om haar nog enkele jaren te bewaren verdient
het aanbeveling niet meer te graven. De eigenaars bezitten echter een
massa uit de ontsluiting voortkomende schelpen die zij graag tegen
andere willen ruilen.
3. DE FAUNA
De foto's
geven een overzicht van de fossielen die wij zelf ter plaats: vonden,
andere soorten werden ons getoond door het echtpaar Nackaerts-Vlem1nckx.
 |
|
14. Een vergroting van
de Mergel met Chara. Men ziet talrijke resten van de kleine
zoetwaterslakken. In deze mergel treft men sporen aan van kranswier
(Chara). (5x) Bijna alle schelpjes zijn samengedrukt. |
1. Lymnaea ongiscata (Brongniart, 1810) 's. lat.
Dit is een vormenrijke zoetwaterslak, afkomstig
uit de Mergel met Chara. Vele soorten van dit geslacht kan men nog
aantreffen in vijvers en rivieren (3x vergroot). De schelp is zeer dun
en breekbaar, wat op rustig water wijst.
2. Tympanotonus. labyrinthus (Nyst, 1836).
Een gastropode uit het Zand met Cyrena. Brak water
(2,5x).
3.
Potamides lamarcki (Bronginart, 1810) Zie 2. (2x).
4. Jiirënella monilifera (Deshayes, 1825) Zie 2.
(2x).
5.
Neritina duchasteli (Deshayes, 1832) Een klein schelpje zie 2.
(4x) .
6.
Ptychopotamides thenensis (Vincent, 1899) Zeer mooi, groter dan de
andere gastropoden, komt niet zo veel voor. Zie 2. (2x). ;
7.
Thericum intradentatum (Deshayes, 1864) Zie 2. (2x).
8. Galeodea depressa (Von Buch,
1831) Tot op heden de mooiste vondst uit onze ontsluiting. Een stevige
schelp, zeer goed bewaard. Het is de eerste maal dat deze soort in de
Zanden van Boutersem gevonden werd. Het exemplaar werd gedetermineerd
door de Heer A.W. Janssen, conservator Rijksmuseum van Geologie en
Mineralogie te Leiden. In het bezit van het echtpaar N.-V. (2x) .
9. Glycymeris lusculata lusculate (Nyst,
1836). Onlangs voor de eerste keer gevonden in de ontsluiting, nog niet
gekend uit de zanden van Boutersem. Deze soort leeft in volmarien
milieu, waarschijnlijk is ze in de lagune binnengespoeld.
10. Modiolus, niet gedetermineerd.
Mogelijk Modiolus cf. faujasi Brongniart. In bezit van echtpaar N.-V.
Uiterst zeldzaam (1,5x) .
11. Ostera cyathula
Lamarck, 1807. Zoals alle oesters zeer
varia- bel van vorm. Uit het Zand met Cyrena.
(2x).
12. Corbicula semstriata (Deshayes, 1830).
Komt zeer veel voor, zelfs dikwijls als doublet.
Deze soort gaf vroeger de naam aan het Zand met Cyrena. (b en c op ware
grootte).
13. Sanguinolaria brabantia (Vincent, .1899) (?)
(3,5x).
15. Een zeepok
op Tymanpanotus labyrinthus. Vroeger een zeer vertrouwd diertje van de
mosselschoonmaak. Het is mij niet bekend of deze vondst reeds eerder
gedaan werd in de Zanden van Boutersem. (2x).
J.L. Nieuwrode
Geraadpleegd:
- L'Oligocène Inférieur
Belge - M. Glibert en J. de Heinzelin - Volume Jubilaire V. van
Straelen - Brussel, 1954.
- Le Gîte des Vertébrés
Tongriens de Hoogbutsel - M. Glib & J. De Heinz - Mededeling
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen - Brussel,
1954.
- Velpeleven - vierde
jaargang nr. 6 - Boutersem, 1977.