Toen 25 jaar geleden de tentoonstelling
"Boutersem door de eeuwen heen" door VELPELEVEN werd
ingericht, kwamen een groot aantal mensen voor de eerste
keer in hun leven in contact met reële overblijfselen van
hun verre voorvaderen uit hetgeen men in de school zo
plechtig "het stenen tijdperk" noemt. Wij herinneren ons
nog de vele ogen vol ongeloof, verbazing en zelfs een
beetje wantrouwen bij de zeer talrijke bezoekers.
Inderdaad, 25 jaar terug, was al hetgeen met prehistorie
te maken had, buiten een beetje .schoolkennis om, nog een
grote onbekende. Het was iets voor grote geleerden, iets
voor professoren aan verre universiteiten, iets voor
vreemde landen en indien het dan toch ook moest voorkomen
bij ons zou het zeker vele meters diep onder de grond
steken. En dan komen vertellen dat er misschien in je
eigen achtertuin dergelijke voorwerpen konden aangetroffen
worden, klonk toen bijzonder gek.
Deze tentoonstelling echter, zoals trouwens diegenen die er nog op
zouden volgen, tot en met onze laatste van vorig jaar die doorging onder
de naam "25 jaar Velpeleven" en waar o.a. meer dan 1.000 stenen
werktuigen uit eigen bodem te zien waren, tonen aan dat het hier niet
over fantasie gaat. De tentoonstelling van 25 jaar geleden betekende
toen trouwens voor VELPELEVEN een echte doorbraak. Het aantal leden
steeg op een weekend aanzienlijk en haar reputatie als zeer ernstige
heemkundige vereniging was definitief gevestigd. Van toen af zouden een
heel aantal mensen met veel meer aandacht de natuur, het landschap en de
bodem gaan bekijken om er de sporen van een ver verleden in te
herkennen. Ooit verscheen er een artikel over prehistorie in je eigen
tuin in ons tijdschrift. Hetgeen dat nu komt is een beetje een vervolg
daarop.
Hugo Rodeyns is één van onze leden en inwoner van Butsel-Boutersem.
Als nieuwsgierige natuurkenner werd zijn aandacht steeds getrokken door
elk voorwerp dat op het land lag en interessant kon lijken. Hij raapte
het op, bekeek het met veel aandacht, stak het in zijn zak en bewaarde
het thuis in een doosje dat stilaan vol geraakte. Zo bleef het daar dan
ergens enkele jaren staan.
En zo kwam het dan dat Hugo op zeker dag, met zijn doosje in de hand,
aan mijn voordeur stond met een iets onzekere blik in zijn ogen, iets
zoals "het zou wel eens allemaal waardeloos spul kunnen zijn". Maar elk
stukje steen dat je opraapt; elk deeltje keramiek dat je aantreft, elk
gebroken voorwerp dat je vindt, vertellen een stuk geschiedenis van de
aarde of van de mensheid. En toen mijn handen het kaf van het koren aan
het scheiden waren, kwamen twee prehistorische artefacten ( -
werktuigen) te voorschijn. Ik zie nog altijd dat zelfbewustzijn bij Hugo
terugkomen. Dit doosje vullen met merkwaardige steentjes was dus wel
zinvol geweest. En je kon bijna zo van zijn gezicht aflezen: "ik wist ,
wel dat er iets interessant tussen stak".
De pijlpunt nr 1, vond hij in eigen tuin. De kling nr 2, komt ook uit
Butsel maar de juiste plaats is niet meer bekend. Het betreft hier
oppervlaktevondsten.
Beschrijving van het lithisch materiaal (= stenen voorwerpen)
Nr 1 : Slanke bladvormige pijlpunt met afgeronde basis, in licht
roos-bruine silex ( - vuursteen).
Een dunne afslag werd omgevormd tot een bladvormige pijlpunt, waarvan
de spits in het proximale eind ligt. De vlakke retouches zijn zowel
dorsaal als ventraal en ontmoeten elkaar zodat de bewerking volledig
dekkend is. Dit stuk geeft blijk van een hoge, technische vaardigheid
van zijn maker, een echte "steensmid" dus.
De basis bestaat nog uit een deel van de cortexlaag (ongeveer 1 cm)
maar vormt een glad geheel met de rest van de pijlpunt. Eén zijde heeft
een blauw-witte patina, de andere zijde is slechts zeer licht
gepatineerd
Nr 2 : Kling uit wommersomkwartsiet. Deze kling heeft een licht
getordeerd profiel. Een klein deel van zijn boord is geretoucheerd. Het
distaal gedeelte is driehoekig maar na het splitsen van de ribben wordt
de kling naar het proxi- maal gedeelte toe veel platter. Hier zijn ook
twee kleine slagbulten zichtbaar.
Het betreft hier waarschijnlijk neolithische artefacten, doch met
absolute zekerheid kan dat echter niet gezegd worden aangezien het over
geïsoleerde vondsten gaat. In zo'n geval zijn correcte conclusies zeer
moeilijk. De bladvormige pijlpunten bestonden immers ook reeds in het
mesolithicum. Zo vinden wij er o.a. beschreven in de mesolithische sites
te Holsbeek. Het stuk hier is echter veel beter bewerkt geworden zodat
een latere daterinq in het neolithicum wel te verrechtvaardigen is.
Wommersomkwartsiet is een grondstof dat eveneens zeer veel in het
mesolithicum gebruikt werd in onze regios. Het is immers afkomstig van
de omgeving Landen - Tienen. Maar ook treffen wij het veelvuldig aan bij
de volkeren van het neolithiserend mesolithicum die de Diestiaanse
heuvels bewoonden en eveneens hebben de mensen het gebruikt of herbruikt
in het neolithicum, dus ook in Boutersem.