Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 1999, nummer 6
"Prehistorie: ook bij ons!"

Toen 25 jaar geleden de tentoonstelling "Boutersem door de eeuwen heen" door VELPELEVEN werd ingericht, kwamen een groot aantal mensen voor de eerste keer in hun leven in contact met reële overblijfselen van hun verre voorvaderen uit hetgeen men in de school zo plechtig "het stenen tijdperk" noemt. Wij herinneren ons nog de vele ogen vol ongeloof, verbazing en zelfs een beetje wantrouwen bij de zeer talrijke bezoekers. Inderdaad, 25 jaar terug, was al hetgeen met prehistorie te maken had, buiten een beetje .schoolkennis om, nog een grote onbekende. Het was iets voor grote geleerden, iets voor professoren aan verre universiteiten, iets voor vreemde landen en indien het dan toch ook moest voorkomen bij ons zou het zeker vele meters diep onder de grond steken. En dan komen vertellen dat er misschien in je eigen achtertuin dergelijke voorwerpen konden aangetroffen worden, klonk toen bijzonder gek.

Deze tentoonstelling echter, zoals trouwens diegenen die er nog op zouden volgen, tot en met onze laatste van vorig jaar die doorging onder de naam "25 jaar Velpeleven" en waar o.a. meer dan 1.000 stenen werktuigen uit eigen bodem te zien waren, tonen aan dat het hier niet over fantasie gaat. De tentoonstelling van 25 jaar geleden betekende toen trouwens voor VELPELEVEN een echte doorbraak. Het aantal leden steeg op een weekend aanzienlijk en haar reputatie als zeer ernstige heemkundige vereniging was definitief gevestigd. Van toen af zouden een heel aantal mensen met veel meer aandacht de natuur, het landschap en de bodem gaan bekijken om er de sporen van een ver verleden in te herkennen. Ooit verscheen er een artikel over prehistorie in je eigen tuin in ons tijdschrift. Hetgeen dat nu komt is een beetje een vervolg daarop.

Hugo Rodeyns is één van onze leden en inwoner van Butsel-Boutersem. Als nieuwsgierige natuurkenner werd zijn aandacht steeds getrokken door elk voorwerp dat op het land lag en interessant kon lijken. Hij raapte het op, bekeek het met veel aandacht, stak het in zijn zak en bewaarde het thuis in een doosje dat stilaan vol geraakte. Zo bleef het daar dan ergens enkele jaren staan.

En zo kwam het dan dat Hugo op zeker dag, met zijn doosje in de hand, aan mijn voordeur stond met een iets onzekere blik in zijn ogen, iets zoals "het zou wel eens allemaal waardeloos spul kunnen zijn". Maar elk stukje steen dat je opraapt; elk deeltje keramiek dat je aantreft, elk gebroken voorwerp dat je vindt, vertellen een stuk geschiedenis van de aarde of van de mensheid. En toen mijn handen het kaf van het koren aan het scheiden waren, kwamen twee prehistorische artefacten ( - werktuigen) te voorschijn. Ik zie nog altijd dat zelfbewustzijn bij Hugo terugkomen. Dit doosje vullen met merkwaardige steentjes was dus wel zinvol geweest. En je kon bijna zo van zijn gezicht aflezen: "ik wist , wel dat er iets interessant tussen stak".

De pijlpunt nr 1, vond hij in eigen tuin. De kling nr 2, komt ook uit Butsel maar de juiste plaats is niet meer bekend. Het betreft hier oppervlaktevondsten.

Beschrijving van het lithisch materiaal (= stenen voorwerpen)

Nr 1 : Slanke bladvormige pijlpunt met afgeronde basis, in licht roos-bruine silex ( - vuursteen).

Een dunne afslag werd omgevormd tot een bladvormige pijlpunt, waarvan de spits in het proximale eind ligt. De vlakke retouches zijn zowel dorsaal als ventraal en ontmoeten elkaar zodat de bewerking volledig dekkend is. Dit stuk geeft blijk van een hoge, technische vaardigheid van zijn maker, een echte "steensmid" dus.

De basis bestaat nog uit een deel van de cortexlaag (ongeveer 1 cm) maar vormt een glad geheel met de rest van de pijlpunt. Eén zijde heeft een blauw-witte patina, de andere zijde is slechts zeer licht gepatineerd

 

Nr 2 : Kling uit wommersomkwartsiet. Deze kling heeft een licht getordeerd profiel. Een klein deel van zijn boord is geretoucheerd. Het distaal gedeelte is driehoekig maar na het splitsen van de ribben wordt de kling naar het proxi- maal gedeelte toe veel platter. Hier zijn ook twee kleine slagbulten zichtbaar.

Het betreft hier waarschijnlijk neolithische artefacten, doch met absolute zekerheid kan dat echter niet gezegd worden aangezien het over geïsoleerde vondsten gaat. In zo'n geval zijn correcte conclusies zeer moeilijk. De bladvormige pijlpunten bestonden immers ook reeds in het mesolithicum. Zo vinden wij er o.a. beschreven in de mesolithische sites te Holsbeek. Het stuk hier is echter veel beter bewerkt geworden zodat een latere daterinq in het neolithicum wel te verrechtvaardigen is.

Wommersomkwartsiet is een grondstof dat eveneens zeer veel in het mesolithicum gebruikt werd in onze regios. Het is immers afkomstig van de omgeving Landen - Tienen. Maar ook treffen wij het veelvuldig aan bij de volkeren van het neolithiserend mesolithicum die de Diestiaanse heuvels bewoonden en eveneens hebben de mensen het gebruikt of herbruikt in het neolithicum, dus ook in Boutersem.

door Harry Delvaux

Terug naar "artikels"

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany