De buizerd is een grote, forse
roofvogel, te herkennen aan zijn brede vleugels en brede afgeronde staart.
Hij heeft een lengte van ongeveer 60 cm en een spanwijdte van 1 m tot 1,5
m. Het vrouwtje is groter dan het mannetje. De buizerd heeft een sterke
snavel, gekromd vanaf de basis, met een dikke, dikwijls helder gekleurde
washuid bovenaan. De poten zijn geel van kleur. Het verenkleed is bruin op
de rug, keel en buik zijn grijs gestippeld. De kleuren kunnen echter
variëren, van heel donker, praktisch zwart, tot heel bleek, bijna wit. De
Franse benaming "buse variable", geeft beter dit fenomeen weer.
De buizerd heeft vele soorten
woongebieden, van landbouwland tot gebergte en rotsachtige kusten. In onze
streken houdt hij zich voornamelijk op in bosgebied, afgewisseld met akker-
en weiland.
Buizerds kunnen urenlang in zweefvlucht
rondcirkelen op onbeweeglijke uitgespreide vleugels, waarvan de handpennen
dan wel wat op vingers lijken. In augustus en september trekken ze naar
het zuiden. In onze streken worden ze dan vervangen door soortgenoten uit
meer noordelijk gelegen gebieden. De ruigpootbuizerd uit Scandinavië en
Rusland komt dan wel eens tot in onze contreien.
Buizerds
zitten urenlang op hun
favoriete uitkijkpost, b.v. een boom of een weidepaal, en speuren de grond
af met hun scherpe ogen. Als een prooi zich door een beweging verraadt,
laten ze zich met halfgespreide vleugels vanop geringe hoogte neervallen op
hun doelwit. De prooi wordt gevangen en gedood met de lange gebogen en
scherpe klauwen. Men ziet de buizerd soms ook op akkers of in weiden
rondstappen, op zoek naar slakken, insecten en regenwormen. Het
voedsel bestaat voornamelijk uit: muizen, mollen, kikkers, hagedissen,
kleine vogels, hazen, konijnen, patrijzen, of fazanten. Vogels worden
slechts gevangen als ze bij verrassing genomen kunnen worden, want
buizerds zijn geen snelle vliegers. Gezien zijn geringe snelheid zal de
buizerd dus meestal jonge of zieke dieren vangen. Buizerds zijn ook
aaseters.
De buizerd nestelt in mei. Het grote, komvormige nest
wordt gemaakt van takken, heide, varens, mos of nog ander materiaal.
Het wordt afhankelijk van de omgeving in een boom gemaakt
of op een rotsrichel. Dikwijls nemen ze een oud ekster- of kraaiennest,
hetwelk ze met takken vergroten. Het nest wordt vaak versierd met verse
bladertakken of varens, dewelke
regelmatig vervangen worden. Het legsel bestaat uit 2-3
witgroenachtige eieren met roestbruine vlekjes. De broedtijd bedraagt 28
dagen. Eerst brengt alleen het mannetje voedsel, terwijl het vrouwtje op
de jongen past. Het mannetje legt het voedsel op de rand van het nest,
waarna het vrouwtje het onder de jongen verdeelt. Als de jongen ongeveer
een week oud zijn, gaan beide ouders op jacht. De jongen verlaten het nest
na 6 tot 7 weken, maar worden nog steeds door de ouders gevoed tot ze zelf
kunnen jagen. Wat is er mooier dan deze prachtige, grote roofvogel te zien
rondzweven boven bos en veld? Helaas haalt de
buizerd regelmatig het tv-nieuws of de krantenkoppen als slachtoffer van
ongeoorloofde praktijken van sommige mensen.
Er wordt dan nogal vlug met de vinger, terecht of
onterecht, naar het "jagersmilieu"
gewezen. Maar niet iedereen uit
dit "milieu"
mag worden vereenzelvigd met deze individuen die het niet zo
nauw nemen met de wetten en met de natuur. Dit werd o.a. nogmaals bewezen
in Bierbeek.
In een elzenbos met canadabomen begon in het voorjaar een koppel buizerds
met het uitbouwen van een nest. Als fundering werd een oud kraaiennest
gebruikt. De "jachtwachter" en de "jagers" deden al het mogelijke om de
verstoring van de broedvogels tot een minimum te herleiden. Als beloning
groeiden 2 jonge buizerds gezond en wel op en verlieten het nest. Een paar
personen, waaronder de erevoorzitter, hebben dit prachtige tafereel kunnen
bewonderen.
Hopelijk komen de ouders volgend jaar terug om hun jongen
groot te brengen. Ze zijn van harte welkom.
|