Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel - Natuurstudie
Jaargang 2002, nummer  1

De das.

De das behoort tot de familie der marterachtigen.

De gewone das bewoont Europa en Noord- en Midden-Azië.

De das is een vrij plomp, krachtig gebouwd dier met een nogal lange spitse neus. Totale lengte ongeveer 1m., het mannetje een beetje groter dan het vrouwtje. Gewicht: gemiddeld 12 kg.

De das bezit korte poten met indrukwekkende klauwen. Hij heeft vijf tenen aan zijn poten, zodat de sporen verschillen met die van de hond. (vier tenen)

De vacht heeft een donkergrijze kleur met een karakteristieke en opvallende zwart-witte koptekening. De buik en de poten zijn zwart.

Dassen hebben een enorm goed gehoor en reukvermogen, maar hun zicht is wat minder. Dassen houden van een gevarieerd landschap. De das houdt van een gebied met een niet te intensieve landbouw met behoorlijke stukken weiland (vanwege de wormen die hij veel eet), ook akkers, boomgaarden, bosjes, heggen enzovoort moeten voorkomen. Hij heeft een voorkeur voor hellingen

.De sterke klauwen aan de voorpoten worden gebruikt voor het uitgraven van het dassenverblijf, de burcht. Een burcht wordt bij voorkeur gegraven in bebost terrein, omgeven door grasland. Er wordt een uitgebreid ondergronds gangensysteem uitgebouwd met verschillende ingangen. Zo'n burcht wordt door generaties van dassen gebruikt gedurende tientallen jaren.

De das is een alleseter die leeft van een zeer gevarieerd, voornamelijk zacht en klein voedsel. Regenwormen vormen een belangrijk deel van zijn voedsel. Daarnaast eten ze ook allerlei soorten wormen, insecten(kevers en hun larven), slakken, amfibieën en kleine zoogdieren(jonge konijnen, muizen, mollen)en zelfs egels en wespen. De das eet ook veel plantaardig voedsel, zoals appels, knollen, eikels, bessen, gras, paddestoelen, maïs en granen.

Een mannetje en een vrouwtje blijven waarschijnlijk hun hele leven bij elkaar. De paartijd valt in juli en augustus. De jongen worden geboren in februari of maart. Het aantal jongen varieert van 1 tot 5.Bij de geboorte zijn ze blind en doof en hebben ze een witachtige kleur. Na 30 dagen gaan hun ogen open. De moeder zoogt de jongen een 3-tal maanden. De eerste 6-8 weken blijven de jongen ondergronds, daarna verlaten ze voorzichtig de burcht. In oktober verlaten ze hun ouders.

door Jean Vits

Terug naar artikels
 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany