Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 2002,
nummer
1
"
Uilengezang."

In mei legt elke vogel een ei, maar over die wijsheid maken uilen zich weinig zorgen. Immers, de lenteweken van mei vormen een allerbeste jachtperiode. De prooien zijn talrijk, en de begroeiing, niet al te weelderig, zodat de vangsten vrij makkelijk te grijpen vallen. Uilen broeden in maart - april, om hun uilskuikens van een vlotte maaltijdservice te laten genieten. Bovendien krijgen de jongen vanaf juni nog voldoende tijd om alle knepen van het uilenvak te leren voor ze hun steeds moeilijke, eerste winter door moeten. Maar vooraleer in alle stilte en duisternis aan het broeden te slaan maken ook wijze uilen enkele gekke weken door. Van februari tot maart zijn uilen dolverliefd, en dat laten ze ook horen.

Merels fluiten, ooievaars klepperen, ganzen tateren. Uilen maken hun liefdesbrieven met de prachtigste vormen van nachtlawaai bekend. Onze kleinste en meteen meest algemene uilensoort, het grappige steenuiltje beheerst een berg uitgebreid klankenareaal. Het kan keffen als een schoothondje, fluiten als een waterketel, hoesten als een verkouden koe. De typische baltsroep is een wat klagelijk, vragend miauwen, dat wel wat heeft van een opgejaagde kievit. M en toe slaat een steenuiltje flink door, en laat een lange reeks schelle en snelle slagen horen: "kief - kief - kief'. Steenuilen laten zich meest horen in de avondschemering, even voor het pikdonker wordt. Maanverlichte, windstille voorjaarsavonden liggen ze uitstekend, ook om te jagen. Dan kan je hem gemakkelijk verrassen op zijn uitkijkposten: een weidepaal, straatlantaarn, dakrand of een lage boomtak, waar hij duikend van paal naar paal luidruchtige liefdesverklaringen roept. Erg spannend wordt het, wanneer een steenuil jou in de gaten krijgt. Blijf stokstijf staan, verroer dan geen vin, zie hoe het opgewonden, bolle baasje zich schokkend uitrekt en plots ineenduikt, het ronde kopje pijnlijk ver rechts en links draait of schuinweg keert om zijn bewegingsloze begluurder beter te kunnen in schatten. De minste beweging is te veel, en het pluimenbolletje glijdt onhoorbaar op brede, ronde vleugels weg naar het niets.

Waar de bossen groter en meer gesloten worden, krijg je de kans om de ransuil te zien, die bekend staat omzijn grote oorpluimen. Die dienen overigens enkel om indruk te maken, en zijn verder volkomen nutteloos voor het uiterst fijn gehoor. Ransuilen bezitten een droge, doffe basstem, die niet veel verder raakt dan een rustig, volgehouden "hoe-hoe". Typisch voor ransuilen is de truc met de vleugels. Om elkaar hun liefde te bewijzen voeren ze buitelende baltsvluchten uit, waarbij ze duidelijk hoorbaar in de vlucht klappen met de vleugels. Ransuilen vertoeven graag langs bosranden, met een voorkeur voor naaldhout. Ze jagen echter veelal in open veld, steeds met geboomte in de omgeving.

Het beroemdste uilengeluid, dat soms tot vervelends toe te horen is, is dat van de bosuil. Eerst hoor je twee of drie diepe en heldere " hoe-s", en na een tussenpauze het lange, vibrerende en in toonhoogte afnemende "oe-oe oe oe". Sommige mensen weten de bosuil perfect na te bootsen door op de duimen van hun gesloten handen te fluiten. Broedlustige bosuilen antwoorden daarop luid protesterend.

De kerkuil (de vogel) is de meest geheimzinnige van onze vaste broedsoorten. Niet alleen omdat hij ongetwijfeld de meest zeldzame is, maar vooral omdat kerkuilen een onmogelijk te beschrijven, soms echt angst aanjagend klankenrepertorium bezitten. Alhoewel de laatste drie jaren schijnt er een zeker herstel van de populatie in te treden. Vaak laten ze hun kunsten in de nabijheid van vervallen woningen, kerken en begraafplaatsen horen. Ze houden nu eenmaal van de rotsmilieus die de mens overal neerpootte. Rond de nestplaats (steeds een pikdonkere holte) laat de kerkuil snurkende, roggelende en als een woedende kat blazende klanken horen. Soms erg luid, soms nauwelijks hoorbaar. Verder nog sissende, zoals een speenvarken huilende en keffende variaties. Hoe je zo een partner tot liefde kan verleiden, lijkt me niet duidelijk, trouwens die griezelklanken van de kerkuil, gekoppeld aan zijn witte-met-donkere-ogen-gedaante zadelde onze voorouders op met de zekerheid dat het 's nachts op het kerkhof spookt.

Het is niet omdat de mensen de koude vervelend vinden, dat de hemel de winter zal afschaffen.

door Stillaert Guy

 

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany