In mei legt elke vogel een ei,
maar over die wijsheid maken uilen zich weinig zorgen. Immers, de
lenteweken van mei vormen een allerbeste jachtperiode. De prooien zijn
talrijk, en de begroeiing, niet al te weelderig, zodat de vangsten vrij
makkelijk te grijpen vallen. Uilen broeden in maart
- april, om hun uilskuikens van een
vlotte maaltijdservice te laten genieten. Bovendien krijgen de jongen
vanaf juni nog voldoende tijd om alle knepen van het uilenvak te leren
voor ze hun steeds moeilijke, eerste winter door moeten. Maar vooraleer in
alle stilte en duisternis aan het broeden te slaan maken ook wijze uilen
enkele gekke weken door. Van februari tot maart zijn uilen dolverliefd, en
dat laten ze ook horen.
Merels fluiten, ooievaars klepperen, ganzen tateren. Uilen
maken hun liefdesbrieven met de prachtigste vormen van nachtlawaai bekend.
Onze kleinste en meteen meest algemene uilensoort, het grappige
steenuiltje beheerst een berg uitgebreid klankenareaal. Het kan keffen als
een schoothondje, fluiten als een waterketel, hoesten als een verkouden
koe. De typische baltsroep is een wat klagelijk, vragend miauwen, dat wel
wat heeft van een opgejaagde kievit. M en toe slaat een steenuiltje
flink door, en laat een lange reeks schelle en snelle slagen horen: "kief
- kief - kief'. Steenuilen laten zich
meest horen in de avondschemering, even voor het pikdonker wordt.
Maanverlichte, windstille voorjaarsavonden liggen ze uitstekend, ook om te
jagen. Dan kan je hem gemakkelijk verrassen op zijn uitkijkposten: een
weidepaal, straatlantaarn, dakrand of een lage boomtak, waar hij duikend
van paal naar paal luidruchtige liefdesverklaringen roept. Erg spannend
wordt het, wanneer een steenuil jou in de gaten krijgt. Blijf stokstijf
staan, verroer dan geen vin, zie hoe het opgewonden, bolle baasje zich
schokkend uitrekt en plots ineenduikt, het ronde kopje pijnlijk ver rechts
en links draait of schuinweg keert om zijn bewegingsloze begluurder beter
te kunnen in schatten. De minste beweging is te veel, en het
pluimenbolletje glijdt onhoorbaar op brede, ronde vleugels weg naar het
niets.
Waar de bossen groter en meer gesloten worden, krijg je de
kans om de ransuil te zien, die bekend staat omzijn grote oorpluimen. Die
dienen overigens enkel om indruk te maken, en zijn verder volkomen
nutteloos voor het uiterst fijn gehoor. Ransuilen bezitten een droge,
doffe basstem, die niet veel verder raakt dan een rustig, volgehouden "hoe-hoe".
Typisch voor ransuilen is de truc met de vleugels. Om elkaar hun liefde te
bewijzen voeren ze buitelende baltsvluchten uit, waarbij ze duidelijk
hoorbaar in de vlucht klappen met de vleugels. Ransuilen vertoeven graag
langs bosranden, met een voorkeur voor naaldhout. Ze jagen echter veelal
in open veld, steeds met geboomte in de omgeving.
Het beroemdste uilengeluid, dat soms tot vervelends toe te
horen is, is dat van de bosuil. Eerst hoor je twee of drie diepe en
heldere " hoe-s", en na een tussenpauze het lange, vibrerende en in
toonhoogte afnemende "oe-oe oe oe". Sommige mensen weten de bosuil perfect
na te bootsen door op de duimen van hun gesloten handen te fluiten.
Broedlustige bosuilen antwoorden daarop luid protesterend.
De kerkuil (de vogel) is de meest geheimzinnige van onze
vaste broedsoorten. Niet alleen omdat hij ongetwijfeld de meest zeldzame
is, maar vooral omdat kerkuilen een onmogelijk te beschrijven, soms echt
angst aanjagend klankenrepertorium bezitten. Alhoewel de laatste drie
jaren schijnt er een zeker herstel van de populatie in te treden. Vaak
laten ze hun kunsten in de nabijheid van vervallen woningen, kerken en
begraafplaatsen horen. Ze houden nu eenmaal van de rotsmilieus die de mens
overal neerpootte. Rond de nestplaats (steeds een pikdonkere holte) laat
de kerkuil snurkende, roggelende en als een woedende kat blazende klanken
horen. Soms erg luid, soms nauwelijks hoorbaar. Verder nog sissende, zoals
een speenvarken huilende en keffende variaties. Hoe je zo een partner tot
liefde kan verleiden, lijkt me niet duidelijk, trouwens die griezelklanken
van de kerkuil, gekoppeld aan zijn witte-met-donkere-ogen-gedaante zadelde
onze voorouders op met de zekerheid dat het 's nachts op het kerkhof
spookt.
Het is niet omdat de mensen de koude vervelend vinden, dat
de hemel de winter zal afschaffen.
door
Stillaert Guy