Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel Jaargang 2002, nummer 2;
Heemkunde
"Een "echt" limonadefabriekje in Willebringen (Boutersem)."

Het pand van "Victo Bronnen"In Willebringen kunnen de ouderen nog met fierheid over hun limonadefabriek vertellen. Wanneer zij dan als kind het geluk gehad hebben deze drank van eigen bodem te proeven, of al eens te drinken, is de herinnering hieraan nog steeds levendig.

Als je dan zoals Maria Theunis (geboren te Willebringen op 28/02/1921) nog tot de familie van de uitbaters behoorde en er regelmatig als jong meisje, een handje kon gaan toesteken, natuurlijk beloond met een flink rantsoen heerlijke limonade, is dat verre verleden nog helemaal niet vervaagd.

Mevrouw Maria TeunisMaria kan hierover nog veel vertellen. Het lijkt zelfs of ze die mooie momenten opnieuw beleeft. Ja, de «Victo - Bronnen» (met afkorting van de naam Victorine) behoren tot haar dorp en tot haar jeugd. De familie Jef Dewever (° te Willebringen op 22/10/1893-22/03/1970 ) en Victorine Adams ( 17/09/1899 -08/10/1983 ) zorgde voor de uitbating. Jef en Victorine waren dan ook steeds zeer druk bezig. Zij hadden ook een werknemer die voor het vervoer en de verdeling zorgde en ook nog iemand voor het binnenwerk. Maar natuurlijk kwamen ook mensen uit de buurt al eens helpen. En ook wel eens kinderen die een lekker glas limonade wisten te appreciëren. Zij waren dan immers de koning te rijk, want limonade was hier voor wereldoorlog II een nog niet te versmaden lekkernij. Zo beleefden zij dan ook veel plezier tijdens het flessen spoelen en het etiketten plakken.

Jef Dewever stamde uit een oude en toch wel speciale Willebringse familie. Zijn grootvader, Petrus Dewever ("Pie Mulder" = maalder) was wellicht buiten de lokale adel, de rijkste man uit de omgeving. De familie bezat honderden hectaren grond en was gevestigd in het pand gelegen op de Molenhoek te Willebringen in het grote gebouw (nu opgesplitst in meerdere woningen) dat zich achter "de linde" bevindt met het kapelleke en Lievevrouwbeeldje. Jammer genoeg heeft zijn grootvader zijn fortuin verloren: kwatongen beweren dat hij aan de drank was. Dat moet een waar drama in de familie geweest zijn. De vader van Jef, Guilliaume Dewever (' Jom' genoemd) was in de tweede helft van de 19e eeuw al op internaat geweest en moest zijn studies op dramatische wijze stopzetten wegens het faillissement van zijn vader. Hij vestigde zich noodgedwongen op de geestelijke hoek eerst als "loonder" dan als gewone boer en had er vijf kinderen: Marie, Johanna, Clementine, Louise en Jef. Hij woonde in het laatste huis aan de linkerkant als men van de Dorpstraat de Geestelijke hoek inrijdt, in het huis nog steeds bekend als het huis van 'Marie Sis', die er decennia woonde.

"Jom Meulder" moet een speciaal man geweest zijn, want in het dorp gaan alle "familienamen" naar hem terug. Destijds, en deze traditie bestaat nog bij de oudere inwoners van Willebringen, werden de namen aaneengeregen tot in het oneindige. De dochter van Jef, Leonie, werd door iedereen 'Niekevajefvanjommeulder' genoemd. Haar zoon Jos Chaltin wordt door de ouderen nog steeds 'Josvaniekevajefvanjommeulder' genoemd en hij hoorde ooit een Willebringenaar zijn zoon Johan 'Janvanjosvaniekevajefvanjommeulder' noemen. In andere dorpen, waar de limonades en bieren werden gecommercialiseerd, werd gekocht van 'Jefvajommeulder'. Vraag het aan je opar' 'Jom Meulder', gerespecteerd omwille van zijn afkomst en destijds ook zijn relatief hoge 'geschooldheid', wist ondanks de vergane glorie en de relatieve armoede, zijn ambitie op zijn nageslacht over te dragen: ieder van zijn kinderen startte een eigen zelfstandige zaak!

  • Zijn dochter Louise trouwde met Florent Geerkens en nam van haar zuster Johanna 'de' winkel over op het dorpsplein in Willebringen aan de kerk. .

  • Johanna ('Woing'), die de winkel opstartte, ging naar Tienen en bouwde samen met haar echtgenoot Victor Meeuwis ('Fik') een handelszaak op die later werd uitgebouwd door haar zoon Georges Meeuwis en zijn vrouw Julia Hicketick tot een zaak met verschillende kledingswinkels en een confectiebedrijf. Een van deze winkels was onder de naam Hicketick gevestigd in Tienen op de veemarkt, een andere in de Diestsestraat in Leuven, en nog een in Diest. Talrijk zijn de mensen uit Willebringen die nog in het Tiense confectieatelier werkten.

  • Dochter Clementine en haar man Remi Mues hadden een bierstekerij in Boutersem en lagen aan de basis van het autobusbedrijf Van Mullem, aldaar verder uitgebouwd door hun dochter Maria en schoonzoon Piet (Pit)Van MulIem. Ook zijn broer, Albert Van Mullen richtte een busbedrijf op in Roosbeek, dat nog altijd bestaat en nu in Tienen op het industrieterrein gevestigd is.

  • Dochter Marie was de moeder van Guilliaume Vandeput, die de bekende zaak Vandeput stichtte, als specialist in landbouwmachines, tuinbouwartikelen, verder uitgebouwd door de derde en vierde generatie tot de zaak Vandeput, nu gevestigd in de Leuvensestraat in Tienen. Schoonzoon Louis Pans en zijn vrouw Lea bouwden tevens een bus~ en reisbedrijf op. Louis was jaren burgemeester van Kumtich, waar hij nog met zijn vrouw woont.

  • Als enige zoon kon Jef Dewever niet anders dan ook iets uit de grond stampen: hij kon zijn ervaring opdoen bij biersteker Remy Mues in Boutersem. Hij zou echter vlug op eigen benen gaan staan en begon een eigen bedrijf in Willebringen van dezelfde aard.

Later liet Jef zijn bierstekerij over aan Henry Meeuwis, zijn schoonbroer, en startte met een limonadefabriek. Toen was er immers nog geen sprake van stedenbouwkundige toelatingen, milieuvergunningen en allerhande beperkingen zoals wij dat nu kennen. Je kon dus bouwen en brouwen naar wens en dat maakte dus veel kleine initiatieven in alle gemeenten mogelijk.

Wij zijn dan in het begin van de jaren dertig (20ste eeuw). Het werd dan ook een financieel gezond bedrijf. Reeds van bij het begin van de limonadeproductie beschikten ze over een camion voor de uitvoer van de drank. Het cliënteel was verspreid over de provincies Brabant, Limburg en Antwerpen. Grote klanten waren er ook nog in onder meer Rumst, Boom en Mol. Ook tijdens wereldoorlog 11 gingen de activiteiten gewoon verder en dat tot in het begin van de jaren '50.

Leonie De WeverJef had een hard leven met veel tegenslag: zijn eerste vrouw, Amelie Meeuwis overleed kort na hun huwelijk aan de destijds gevreesde TBC en liet hem achter met zijn dochter Leonie (Nieke) die nog geen twee jaar oud was. Nieke die zijn oogappel en enige toeverlaat was, moest gedurende enkele maanden worden uitbesteed aan een tante in het dorp, tot Jef hertrouwde met Victorine Adams uit Vertrijk. Hij moest niet lang zoeken want Victorine was nog een oud lief van hem en de beslissing was rap genomen. Dochter Nieke liep normaalschool in Paridaens en werd onderwijzeres. Zij huwde Henri (Rik) Chalûn uit Sluizen, die later de laatste burgemeester van Willebringen zou worden. Kort na haar huwelijk sloeg het noodlot toe: Nieke werd zwaar ziek als gevolg van een gesprongen appendix en allerlei verwikkelingen. Zij was ten dode opgeschreven ('opgegeven' zoals men dat in Willebringen nog zegt) en was meer dan drie jaar bedlegerig met twee kleine kinderen. Gelukkig werd op het einde van de jaren veertig de penicilline uitgevonden. Nieke was een van de eerste patiënten in België om ermee behandeld te worden, door wijlen professor Laquet (vader van de huidige notaris) uit Heverlee. Er was toen geen ziekteverzekering en de spuiten kosten toen duizenden franken per stuk. Jef betaalde bijna zijn hele fortuin aan de medische behandeling van zijn enige dochter, die het na drie zware operaties dan toch haalde. Haar huisdokter Severin Van Haesendonk (in de volksmond 'den Rosse' genoemd, was een vriend des huizes, die, tot kort voor zijn dood een paar keer per week een 'druppeltje' kwam drinken. Tijdens haar ziekte kreeg Nieke zeer hoge doses morfine toegediend, zodat de dokter vreesde dat zij definitief verslaafd zou zijn. Zij heeft nooit nog om een spuitje gevraagd nadat zij genezen was. Zoals het toen gebruikelijk was, ging zij na haar genezing op bedevaart naar Lourdes. Na haar ziekte leefde zij, dank zij de onverwachte vooruitgang van de geneeskunde, nog vijftig jaar. Zij is steeds blijven wonen in het huis waar zij geboren was, op een vrijdag de dertiende en in een deegbak vol met stro, zoals zij placht te zeggen. Geboortes gebeurden toen nog thuis en de pasgeborenen werden in een bakje op stro (waarom?) bij de Leuvense stoof gelegd. Leonie leidde een kalm en rustig leven, trad weinig op de voorgrond, haar grootste genoegen vond zij in het geven van zichzelf en het zorgen voor haar man, kinderen en kleinkinderen. Tot voor kort verbleef zij in rusthuis Nazareth in Goetsenhoven en is na een vruchtbaar leven in Sint-Pieterskliniek te Leuven op 18juni 2000 overleden.

Ook op zakelijk vlak had Jef nooit geluk: terug van de bank waar hij een serieus pakket aandelen had gekocht van Tessenderlo Chemie hoorde hij op de radio dat de fabriek was ontploft. Ook de teleurgang van de fameuze 'Katanga' s ' waren een zware aderlating.

Door de vele tegenslagen met de gezondheid in de familie was Jef toch geen gebroken man, hij bleef een grondig optimist en levensgenieter. Zijn zakelijke ambities borg hij echter op om vroegtijdig met pensioen te gaan en al zijn tijd te besteden aan zijn familie. Als bijberoep bleef hij likeur maken en verkopen, trad hij op als vertegenwoordiger van zijn vroegere klanten voor de brouwerij Lovania uit Leuven, later overgenomen door Interbrew. Zijn kleinkinderen herinneren hem als een zeer gevoelig en liefhebbend man, waar zij eindeloos mee op stap gingen in de velden en de weiden van het 'Broek', Babelom, Honsem en alle velden uit de omgeving. Jef las heel veel, had zowat alle grote wereldklassiekers meermaals gelezen, en stelde zich voor die tijd ietwat filosofisch op, al was hij goed bevriend met de meeste pastoors. In 1950 beschouwde schoonzoon Henri Chaltin het leven als zelfstandige voor bekeken. Hij bouwde een mooie carrière op als bediende bij het parlement en had geen interesse om het bedrijf verder te zetten.

De machines werden verkocht en dat betekende dan ook het einde van de Victo-Bronnen.

Henri Chaltin had wel andere doelstellingen. In 1958 werd hij de laatste burgemeester van Willebringen.

De Victo-Bronnen waren gelegen op het Hoekske te Willebringen. Door naamverandering is het daar nu de Torenhofstraat n° 38 met Danny Van Goethem als huidige bewoner.

Hoe verliep het productieproces?

Er werden 2 waterputten geboord tot op een diepte van meer dan 5Om. Daaruit werd dan het klare water opgepompt en gemengd met diverse smaken op basis van siropen en extracten. Volgens de smaak die men wou bekomen werden de diverse concentraten samengesteld. In het « flessenkot » stond een grote kuip, waarin de flessen in water te week werden gelegd om vuilresten te laten oplossen. Daarna werden deze flessen op borstels gestoken om met een draaiende beweging gereinigd te worden. Later werd dit deel van het proces zelfs geautomatiseerd en behoefde men hiervoor dus geen spierkracht meer. Hierna werden de flessen in een andere kuip nog nagespoeld om te voldoen aan alle hygiënische eisen. Dan volgde het vullen van de flessen met drank. De flessenmachine beschikte over zes kranen. Er werden na elkaar zes flessen opgestoken die zich langzamerhand vulden. Als de zesde fles op de machine zat, was de eerste fles reeds volgelopen en moest de hendel dichtgedraaid worden. De flessen werden daarna van een stop voorzien, aanvankelijk met een « klikstop », later met een draaistop met rubberen dichting. Deze rubber diende dan wel na enkele keren in gebruik te zijn geweest, vervangen te worden. Vervolgens werden de etiketten op de flessen aangebracht. De lijm werd zelf ter plaatse gemaakt, op een borstel gesmeerd en deze werd dan b.v. op een tafel vastgemaakt. En dan begon het « lopende band » werk. Etiket nemen, over de borstel wrijven, op de fles kleven, en niet vergeten de borstel regelmatig terug in de lijm te steken. Dan werden de flessen in houten bakken geplaatst. Twaalf grote literflessen in een bak, ofwel 24 kleine flesjes. En ook Maria Theunis heeft hier als kind tijdens vrije uren menige fles van etiket voorzien.

Wat kon je zo allemaal ten huize «Victo-bronnen» bekomen?

  • Spa bruis; in Willebringen noemde men dat « water met wat zout in »
  • Plat water; gewoon water uit de putten
  • LImonades
    -witte (citroenlimonade met zoetstof)
    -rode ( met grenadine)
    -gele ( met citroen) ; citronade genoemd
    -oranje ( met « appelsien », tegenwoordig sinaasappel genoemd) ; men gebruikte hier eerst de term orangeade, en later orangina
  • Daarnaast kon je ook nog bier krijgen van
    - Brouwerij Haacht van Haacht
    - Brouwerij Lavignette van Leuven
    - Brouwerij ……van Neerijse. Hiervan was een wit tafelbier dat men « Leuvens » noemde vooral gekend.
    Drie bieren waren toen zeer in de mode.
    - de« Extra », een donker bruin bier van brouwerij Lovania uit Leuven
    - de« Zoeg » van brouwerij Pieraerts uit Tienen
    - de« Peterman » van brouwerij De Eendracht uit Leuven

In die tijd werkten heel veel mensen uit Willebringen bij brouwerij Van Tielt in Leuven (dit zoals bij Stella Artois of Interbrew Belgium in huidige tijden). Daar deze brouwerij echte bieren leverde aan de andere bierstekers uit de buurt, speelde concurrentie en marktleiderschap hier hun rol en trof je bijgevolg hun producten niet aan ten huize Victo-Bronnen.

En hoe zat het nu met bier van Hoegaarden zul je je misschien wel afvragen?

Wel, in die jaren was dat bier in Willebringen niet verkrijgbaar in de cafés. Wel kon je toen bij elke boer in de kelder een vat bier van brouwerij Lauriers uit Hoegaarden aantreffen. Als men dan 's avonds na een zware dagtaak, buiten of zelfs op straat nog wat aan het napraten was met enkele buren, in afwachting dat het donker werd, bracht de boerin wel eens een groot glas schuimend bier uit de kelder naar boven. Het was een smakelijk blond bier, lekkerder dan het doorsnee tafelbier, en de boeren noemden het «eten en drinken ». Tot het cliënteel van de Victo-Bronnen behoorde niet alleen de mensen van Willebringen en de omliggende dorpen, ook cafés, andere bierstekers en depothouders werden bevoorraad.

LOUIS VERVOORT-ADRIENNE CELIS

Wij gingen ook eens op bezoek bij Louis Vervoort ('Louis van Piras')(geboren te Willebringen op 13/08/22) op het Hoekske. Hij was juist zijn middagrust begonnen maar zijn echtgenote Celis Adrienne (geboren te Lubbeek op 16/12/21) was zo vriendelijk om ons binnen te laten. Bij Louis wegen de jaren al wat door maar hij werd toch bereid gevonden om over de tijd dat hij bij de familie Dewever-Adams gewerkt heeft te vertellen.

Vanaf zijn 12 jaar ging hij er na de schooluren al eens een karweitje opknappen. Dat deed hij liever dan bij zijn boeken zitten, reageerde Adrienne. Zijn vader Maurice was er immers ook werkzaam evenals zijn broer Jean-Baptist die zeer jong gestorven is (1947). Van zijn 14 jaar zou hij er vast in dienst treden en dat voor verschillende jaren. Tussendoor voerde hij wel eens tijdelijk een ander werk uit. Zo nam hij b.v. in 1945 en 1946 deel aan de bietencampagne, die telkens duurde van september tot nieuwjaar. En ook toen hij zich in 1950 als boer gevestigd had bleef hij zeer regelmatig beschikbaar voor zijn vroegere werkgever als daar teveel werk bleek te zijn. Hij kon immers wel eens enkele dagen op de boerderij gemist worden als zijn vroegere werkgever hulp behoefde.

Met etiketten plakken en flessen spoelen was het allemaal begonnen, maar toen hij er fulltime werkte kwamen daar nog diverse activiteiten bij. In een klein bedrijf, waar je met 2 à 3 mensen samenwerkt (met de familie Dewever erbij kon dat al eens oplopen tot 5 à 6 mensen), moet je alle taken aankunnen Als de wagen met lege flessen terug van bij de klanten kwam, moesten de bakken eerst afgeladen worden. Daarna werden de flessen, met nog wat restdrankjes in, leeggegoten en gingen dan in een grote, zinken kuip die tegen de muur stond, ongeveer 1 m breed op 4 à 5 m lang met een diepte van +/- 9,5 m. Zij stond op zo'n hoogte gemonteerd dat het werk zonder teveel bukken gemakkelijk uit te voeren was. Hier gebeurde dan ook de voorreiniging met het losweken van verdroogde resten en etiketten. Dopjes op de flessen plaatsen was ook nog zo één van die taken. Deze capsules werden één na één boven de fles in de machine ingebracht. Een druk met de voet op een pedaal veroorzaakte dan een neerwaartse beweging waardoor de capsule werd vast geklikt. Onder de oorlog was het niet altijd gemakkelijk om aan de nodige materialen te geraken. De capsules waren dikwijls een probleem, maar in geval van nood word je dan wel vindingrijker. En zo hielden de café-uitbaters de capsules van de afgedronken flessen bij voor hergebruik, en kregen hiervoor zelfs een kleine vergoeding. Deze gebruikte dopjes werden dan met een vierkant hamer plat geslagen en zo waren zij klaar voor hergebruik, behalve een deel dat hiervoor niet meer geschikt was. Ook voor de uitvoer naar klanten kon Louis al eens ingezet worden. Maar het meest vertrouwelijke werk dat hij soms al eens mocht doen was het samenstellen van de concentraties om de productie van limonade te kunnen opstarten. Dit gebeurde echter alleen maar als Victorine afwezig was want dat behoorde anders tot één van haar taken. Toen het bedrijf nog geen limonade produceerde maar er nog uitsluitend het beroep van "biersteker" uitgeoefend werd, gebeurden de leveringen aan de cafés nog met paard en kar. Louis herinnert zich nog goed die mooie tijd toen ze naar de andere dorpen op weg waren. Als hij in Hoegaarden ging leveren, samen met zijn vader en Henri Meeuwis, werden er soms nogal serieus wat pinten leeggedronken. Gekke toeren kwamen er natuurlijk ook wel eens bij. Hij weet nog goed hoe zijn vader eens zijn eigen "moustache" en zijn klompen verkocht om nog eens een tournee te kunnen betalen, daar al zijn geld reeds verteerd was. Gelukkig liet de Rijkswacht je toen nog niet in het zakje blazen, want dan zouden ze wel pech gehad hebben. En je weg terug naar huis vinden in deze benevelde toestand was ook geen probleem, want de paarden waren zodanig gedresseerd dat zij zonder richtlijnen van hun baas, zelf wel de weg naar huis terug vonden.

In die periode maakten ze ook nog zelf "Pinard" (niet terug te vinden in het Nederlandse woordenboek - in het Frans betekent het tafelwijn). Het was een samenstelling van wijn en bier (uit Leuven). Beide dranken werden gemengd om dan 4 à 5 weken te blijven rusten. Daarna werd het brouwsel op flessen getrokken. Er werd veel van gedronken. Het was lekker maar je werd er bijzonder vlug zat van. Louis weet nog goed hoe hij en zijn vader door deze godendrank al eens in hogere sferen vertoefden.

Er niet van drinken was eigenlijk het beste, beweert Louis nu. Wel kon men vaststellen dat de oudere generatie er eigenlijk beter tegen kon dan de jongeren, wat niet wegneemt dat de cafés er zeer veel van afnamen. Hoegaarden en Meldert stonden hier misschien wel aan de top. Als je vroeg aan Louis met wat voor een houten kopje dan 's morgens uitje bed kwam, antwoordde hij: "als je enkele uren aan het werk was ging dat wel over." In onze tijd zou dat juist een reden zijn om niet gaan te werken! Vertegenwoordigers om nieuwe klanten te maken waren er natuurlijk niet. Tijdens de "tournee" stopte men gewoon bij een café waarvan de uitbater nog geen klant was. Men nam enkele bakken bier mee naar binnen en trakteerde rijkelijk aan iedereen. De patron wist dit doorgaans wel te appreciëren en kocht dan toch maar een hoeveelheid drank zodat een nieuwe klant aan de lijst kon toegevoegd worden.

Jef Dewever (met toenaam Jef van Jom Mulder) en Victorine waren goede werkgevers, vertelt Louis. Zij waren zeer vriendelijk, gedroegen zich steeds eenvoudig en behandelden hun personeel nooit vanuit de hoogte. Integendeel zelfs, als zij een helpende hand konden toesteken waren zij daar steeds toe bereid. Ook de schoonzoon, Henri Chaltin die daar tot de stopzetting bedrijvig was maakte graag mee plezier en dronk al eens een stevige pint mee met de anderen. Ook pret maken behoorde wel eens tot het werk. Dat was trouwens ook al zo vóór Louis hier werkte en soms gebeurde er al eens onverwachte dingen. Zo vertelde zijn vader, die daar toen al werkzaam was, dat tijdens wat duw- en trekwerk van speelse jonge mannen onder elkaar (Gaston Abts geb. te Vertrijk op 04/04/1906 en overleden op 20/01/1970) en Jozef Devos die een 13-tal jaar geleden overleden is, Gaston met zijn achterste in een ketel heet water terechtkwam. Het was immers winter en dan diende men regelmatig aan de reinigingskuipen warm water toe te voegen om de temperatuur draaglijk te maken voor de handen, tijdens het wassen van de flessen. Met enige verzorging op deze delicate plaats en een paar dagen moeilijk stappen was het weer vergeten. Gaston zou later zijn werk verlaten om zich elders in Willebringen als zelfstandig biersteker te vestigen en werd dus op deze wijze eigenlijk een concurrent

Toen Louis daar zelf nog niet zolang werkte, had men hem ook wel eens goed liggen. Men was juist nieuwe elektriciteitleidingen aan het bij plaatsen toen Louis druk bezig was met flessen spoelen. En men had niet beter gevonden om voor de grap de stroom op het water te zetten. Het gaf natuurlijk een geweldige schok en hij is er de hele dag serieus ziek van geweest. Hij werd er zelfs zo koppig van dat hij niet meer wilde werken, en bijkomende verzoeken van zijn baas leverden ook niets op. De volgende dag was alles echter al weer vergeten.

Biersteker zijn in die jaren, betekende niet alleen bier in vaten of in flessen leveren maar ook bier vanuit een vat (100L of50 L) op flessen trekken. En zo gebeurde er bijna een ernstig ongeval ten huize Dewever. Er werd die dag op een vat dat op de grond stond druk gezet om bier te kunnen aftappen. Maar er liep blijkbaar iets verkeerd met die druk. Met een enorme knal vloog het vat 2 meters naar omhoog en sloeg te pletter tegen de planken zoldering die met stukken naar beneden kwam. Louis stond daar toen juist met de schoonzoon. Verdoofd door de slag keken ze verbaasd naar de kapotte zoldering terwijl zowel het vat als het bier verloren waren. Gelukkig kwamen ze er beiden met de schrik vanaf. Einde goed, alles goed en na een flinke opruimbeurt en wat herstellingen was alles weer achter de rug. Over bier gesproken kunnen wij misschien nog dit vermelden. De pastoor van Willebringen lustte zeker wel een lekker glaasje. Om de 14 dagen werd met de kruiwagen en vat van 25 L bruin bier naar de pastorij gevoerd.

Louis kon ook meer details geven over de "bronnen". De geboorde putten waren 91 à 92 m diep en de kwaliteit van het water werd regelmatig gecontroleerd door de bevoegde instanties van de overheid. Het water werd met een storkpomp naar de oppervlakte gebracht en dan gefilterd. Het was bijzonder lekker. De buren kwamen er regelmatig water ophalen. Zij moesten er zelfs niet voor betalen. Het water bleek ook bijzonder in trek te zijn voor het bereiden van soep. Er waren dan geen 2 à 3 uren koken meer nodig; 1 uur volstond met dit specifieke water. Dit werd eveneens bevestigd door Maria Theunis. Ook haar moeder ging elke week een emmer putwater halen om soep te koken. Niet alleen waren de groenten veel vlugger gaar, de soep was bovendien ook veel lekkerder.

Na de oorlog (1940-1945) had men gebrek aan bevoorrading van sterke dranken. Daarom begon men hier ook jenever te stoken. Dat deed men wel in die tijd zo'n beetje overal, sommige zelfs zonder toelating of controle. Na één jaar werd echter met de productie van jenever gestopt. Waarschijnlijk normaliseerde de bevoorrading zich stilaan.

Tijdens de periode van de limonadefabricatie was één van hun producten bijzonder geliefd: "de champignette". Deze limonade was wit van kleur en citroenachtig van smaak, nogal naar de zure kant. Er stak ook een ronde knikker in de flessenhals die ervoor scheen te zorgen dat de limonade iets meer ging schuimen bij het uitgieten. Één van hun grootste klanten was Jules Smets, biersteker in Lubbeek. Men noemde hem dan ook in de streek: "Jules Champignette". Hij verdeelde deze limonade verder over de andere cafés in de omtrek. Als het kermis was in Lubbeek werden van deze drank enorme hoeveelheden verbruikt. Maar ook Gingelom, Tienen, Hoegaarden, enz. waren grote afnemers van deze verfrissende drank.

Iets meer over de productie van limonade. Het samenstellen van het concentraat (suikers, siropen, vruchtenextracten) om de smaak te geven duurde ongeveer een kwartier. Ze noemden dat hier de "pàte" (betekent kleverige brij in het Frans). Bij elke samenstelling van limonade werden er ongeveer 32 bakken van 12 flessen van 1 liter afgetrokken. Dit nam ongeveer 1 uur in beslag met 2 man. Doorgaans werkte Louis dan samen met de patron of met de schoonzoon. Dat Louis Vervoort goed op de hoogte was van de hele onderneming bewijst wel het feit dat, toen na de stopzetting in Willebringen, de machines voor limonadeproductie naar Brouwerij Lovania in Leuven verhuisden, hij een tiental dagen meeging om de arbeiders daar ter plaatse op te leiden. En toen na 2 à 3 jaar diezelfde machines naar Brouwerij Van Helmont te Lubbeek vertrokken ging hij daar opnieuw de nodige mensen opleren.

Louis denkt ook dat er tussen Victo-Bronnen en Brouwerij Lovania in Leuven bijzondere banden waren. Was de familie Dewever daar misschien ook aandeelhouder? Alleszins was hij daar zeer goed thuis. Misschien zou Louis nog veel meer kunnen vertellen. Maar er zijn al zoveel jaren over gegaan dat het geheugen stilaan de details vergeet. Toch komt er nog een brede glimlach over zijn gelaat als hij zich weer de Breugeliaanse drinkpartijen uit die jaren herinnert. Dat was toen nog echt plezier maken met mensen uit je eigen dorp. Helaas behoren deze beelden tot het verleden zoals ook de plaatselijke kermissen in de meeste dorpen reeds jaren niet meer plaats hebben.

GASTON EDUARD DEVILLE

Gaston Eduard Deville is nog iemand die bij de Victo-Bronnen heeft gewerkt. Toen wij hem gin- gen bezoeken, in zijn huisje in Willebringen, zat hij rustig te genieten van een pint bier, terwijl hij af en toe eens aan zijn sigaret trok. Iedereen noemt hem daar de "Warre". Hij werd geboren in Willebringen op 01/01/1916. Zijn flinke echtgenote Maria Debroeck zat naast hem aan tafel. Zij werd geboren op 25/02/1920 in Kumtich. Af en toe kwam er een buurman binnen die mee een pint je dronk en enkele woorden wisselde.

Warre kwam bij de familie Dewever in dienst in 1939. Hij denkt dat de productie van limonade daar begon in de jaren 1932 à 1933. De camion (met motor!) waarover men beschikte voor de uit- voer van drank zou in 1934 of 1935 gekocht geweest zijn in 1938 echter werd dit voertuig tijdens de mobilisatie, door het Belgische leger aangeslagen. Het kwam niet meer terug, zodanig dat men op- nieuw met paard en kar de baan op moest zoals vroeger. Het paard van de familie Dewever was echter versleten en de Warre gebruikte dan maar zijn eigen paard. Even hadden wij het moeilijk om een onderscheid te maken tussen kar en camion. Toen bleek echter dat men de specifieke kar voor het transport van bierbakken en vaten, en getrokken door paard, hier ook "camion" noemde. Zo spraken wij dus voortaan over een camion met of zonder motor, om ons niet te vergissen. In 1941 of 1942 kocht men dan een jeep aan, die behoord had aan het Belgische leger. Daarop werd dan een bak gemonteerd en zo was men dan terug gemotoriseerd om aan de slag te gaan.

Ook was het tijdens de oorlog moeilijk om aan motorbrandstof te geraken. Op een bepaald ogenblik werd er zelfs een motor omgebouwd op gas, een voorloper van ons LPG-rijden dus!

Op 10 mei 1940 was de oorlog losgebroken. De Duitsers hadden bij hun doorgang alles opgedronken dat in voorraad was bij Victo-Bronnen, ofwel meegenomen. En het was Meldert en Willebringen kermis. Er was maar één mogelijkheid: terug produceren. Maar de capsules die in Kontich (bij Antwerpen) besteld waren en met de trein in Vertrijk station zouden geleverd worden, waren door de oorlogsomstandigheden spoorloos. Zonder capsules, geen limonade.

De heer Dewever had echter van een familielid een fiets overgenomen, met een grote korf aan het stuur en dikke banden, die nog gediend had voor het uitvoeren van brood. En zo kwam de Warre op het idee om met deze fiets voor capsules te gaan zorgen. Om 6 uur 's morgens vertrok hij. De tocht ging over Leuven, Herent, Mechelen en zo naar Kontich. Tijdens zijn oprit langs de Leuvense steenweg kwam hij voorbij de plaats waar nu het huidige "Jagershof' staat. Ongeveer 50 à 100 m daar voorbij langs de rechterkant richting Leuven, was men juist een Duits soldaat, die men daar voorlopig begraven had, aan het opgraven. Zonder om te kijken, haastte de Warre zich dan ook verder. De wilde represailles die tijdens de eerste wereldoorlog de burgerbevolking hadden getroffen, hadden natuurlijk niet nagelaten de mensen terug de stuipen op het lijf te jagen, toen ze nu op- nieuw met een Duitse inval geconfronteerd werden. En bij zo'n gebeurtenis, zoals hier, kon je maar beter uit de buurt blijven. Warre kon over dit voorval nog meer details geven. Toen de oorlog uitbrak, zat een Belgische soldaat een pint te drinken in café "bij Fonge" (= Emile Jansens) (naast Van Mullem autobussen, aan de verkeerslichten Leuvense steenweg - Stationsstraat). Plots zag hij daar een Duits soldaat per moto voorbij rijden die waarschijnlijk als eerste verkenner voorop reed. Onze moedige Belgische militair sprong daarop ook op zijn moto, zette de achtervolging in en trof de Duitser even voorbij het huidige Jagershof met een dodelijk schot, waardoor hij de weg afreed en in de gracht terecht kwam.

Om halftwaalf 's middags kwam de Warre aan in de fabriek. Er waren echter geen dopjes meer in voorraad. Maar men was van uiterst goede wil en zo zouden op korte tijd, tegen een enorme snelheid, een aantal grote metalen platen, in een machine, in capsules worden omgezet. Tienduizend capsules wogen 13,5 kg. Er werden 2 zakken van elk 10.000 stuks klaargemaakt. En de Warre zou weldra, met 1 zak langs elke kant achteraan op zijn fiets, de weg huiswaarts hernemen. Om half zes was hij terug in Willebringen met de lading. Onderweg was hij nog twee keer gestopt C' s morgens en 's middags) in hetzelfde café in Boortmeerbeek (tussen Mechelen en Leuven) om er zijn mee genomen boterhammen op te eten.

Het was toen ook een bijzonder hete dag geweest maar dat nam niet weg dat er nog hard zou gewerkt worden. Daar de flessen al gespoeld waren kon men onmiddellijk beginnen met het aftrekken. Zo werden er diezelfde avond en nacht nog 75 bakken met drank gevuld. Het werk duurde tot 3 uur 's nachts. En pas toen ging de Warre naar huis. 's Morgens om 5 uur was hij al terug van de partij om naar St Bernard in Lubbeek, limonade te gaan leveren bij biersteker Charel Vandebosch. Om 10 uur was hij dan al terug aanwezig in de uitvaartdienst van Jos Geerkens gesneuveld als soldaat in Burkel bij Maldegem op 29 mei 1940, dus één dag voor de overgave van het Belgische leger. Het was een jongen van Willebringen. Zijn naam staat dan ook nog op het monument voor gesneuvelden in Willebringen.

Edward Deville kan ons ook nog uitleggen hoe de limonademachine bij hen eigenlijk werkte. Wij begrepen het niet allemaal goed in het begin. Hij nam een ronde asbak met wat sigarettenpeukjes erin van het midden van de tafel en plaatste die met één van de inhammen voor sigaretten pal voor zich. Daarop wijzend zei hij: "Laten we veronderstellen dat hier de eerste aftapkraan staat. Wij steken hier de eerste fles op." Dan draaide hij de asbak ongeveer 1/6 toer rond en zei: "Nu worden er ongeveer 1~5 cm smaakstoffen ingespoten." Terug een kleine toer verder: "De fles wordt dan verder met water gevuld." Nog een eind gedraaid: "En dan wordt er acide bijgevoegd." En na een volgende draai zou de fles weggenomen worden om dan van een dop te worden voorzien. Zo was de kring dus rond. Wij stonden daar met verschillende personen naar die asbak te staren. Ieder van ons kreeg dan ook echt de indruk dat hij het eindelijk begrepen had, terwijl de Warre met een schoolmeesterachtige blik, ons één voor één onderzoekend aankeek.

Wij vroegen de Warre of hij ook wel eens gekke streken uitgehaald had tijdens die 10 jaar die hij bij de Victo-Bronnen had gewerkt. Een brede, ondeugende glimlach verscheen op zijn gezicht. Je kon zo merken dat hij er nu nog pret aan beleefde. Even aarzelend begon hij zijn verhaal. Chare Cocx, veearts in Vertrijk, was ook nog verzekeringsagent in bijberoep. Zo was hij op zekere dag bij hen op bezoek om de verzekeringsgelden te komen ophalen. Op zoek naar "de baas" kwam hij op de afdeling terecht waar het aftrekken op flessen gebeurde. Zo kwam men op het idee om onze veearts eens duchtig te laten schrikken. De druk van de acide werd zodanig verhoogd, dat enkele flessen met luide klappen uit elkaar vlogen, terwijl de scherven rinkelden. Charel strompelde achteruit, viel over enkele bakken die daar stonden terwijl hij met armen en benen in de lucht zwaaide en verloor hierbij zijn bril, of beter gezegd die twee glazen die hij zonder montuur op zijn neus droeg. Hij liep dan verdwaasd naar buiten en riep luid; "Wij hadden alle drie kunnen dood zijn!" er werd nog duchtig mee gelachen en bang van glasscherven hoefde men niet te zijn omdat er een scherm rond de de machine gemonteerd stond om wegvliegende scherven op te vangen.

Edward Deville werkte tot in 1949 bij de familie Dewever. Dan zou hij een boerderij beginnen. Van 1961 tot 1981 voegde hij hier nog een kruidenierswinkel aan toe. Daarna zou hij proberen wat van zijn welverdiende pensioen te genieten. En genieten dat doet hij vast en zeker, samen met zijn vrouwtje, zijn kinderen vrienden en kennissen. En bij het drinken van een lekkere pint, laten zij nog menig verhaal uit de goede oude tijd, terug tot leven komen.

Fratsen van Jef Dewever (ons verteld door zijn kleinzoon Jos Chaltin, nog steeds woonachtig te Willebringen).

Van Jef werd verteld dat tijdens de eerste oorlog op een bepaald moment zijn vaders paard in beslag was genomen. In die tijd werden om politieke redenen in Vlaanderen vooral Beierse soldaten gelegerd, omwille van hun zachtere karakter, vergeleken met de Pruisen. Jef is te voet naar het station van Vertrijk gegaan, waar het paard met vele andere stond te wachten op transport met de trein. Daar stond een "Beier" op wacht bij meerdere paarden. Jef is recht op hem afgestapt en heeft hem gewoon gezegd:: "Dat paard is van ons en ik neem het terug mee naar huis.". De verbouwereerde Duitser liet begaan en Jef is met zijn paard huiswaarts gekeerd. In de tweede wereldoorlog zou dit niet meer mogelijk zijn geweest. . .

De Dewever-clan, had noodgedwongen leren relativeren. Zij waren, zonder uitzondering levensgenieters, die van de vrolijke jaren dertig het beste maakten dat er kon van gemaakt worden. Als biersteker heeft Jef zeker massa's bier gedronken, maar nooit is hij aan alcohol verslaafd geweest, alles op zijn tijd. Hij kende de gevaren van de alcohol en niemand uit de familie heeft ooit een alcoholprobleem gehad. Na de overlating van de zaak zag men hem hoogstens een paar keer per jaar aan een glas wijn nippen.

Regelmatig werd naar Brussel gespoord, om naar het theater of de Folies Bergères te gaan. Dan I gingen ze ook op restaurant 'biefstuk friet' eten. Het ging zelf zo ver dat door hun toedoen Willebringenaars werk vonden in de Brusselse horeca als ober. Dikwijls kwam het gezelschap (waaronder Alfons Theunis, vader van Maria, de gezusters Dewever met hun echtgenoten) stiepelzat naar huis. Er werd gezongen en gedanst op de trein en op straat en zij waren graag geziene gasten in menig café van Molenbeek en de Marollen, waar destijds de 'faro' werd gedronken. Volksliedjes als 'Jefke is getrouwd' en 'Waaile zaain va Meulebeek va Meulebeek, van de Marolle gee verveit' gonzen nog altijd in de oren van de kleinkinderen. Ook het Witte Paard (destijds) in Oostende werd regelmatig bezocht. Met de eerste auto van het dorp werden toen reeds de Ardennen, de kust en Noord Frankrijk verkend, als voorlopers van het moderne toerisme. Bij de inval van de Duitsers vertrok heel de clan met hebben en houden op vlucht naar Frankrijk. Zij sliepen op boerderijen en vertelden daarna verschrikkelijke verhalen van gebombardeerde steden, waar de lijken van mensen en paarden op straat lagen. Iedereen keerde veilig terug

De gezusters Dewever waren zeer onafhankelijke, zeg maar vroegtijdig geëmancipeerde vrouwen, die twee keer per week onder mekaar met de kaart speelden, sigaretten rookten en een stevig pint je verkozen boven sterke koffie.

Kleinzoon Jos Chaltin is wellicht de enige nog levende bewaarder van een groot geheim uit de familie, hem door zijn moeder verteld: toen destijds (wellicht in de jaren dertig) in Willebringen de tweede telefoon werd aangesloten bij zijn zuster Louise, kon Jef het niet laten een frats uit te halen. Hij belde naar Louise, zeggende dat hij vanwege het bisdom belde, om mede te delen dat de nieuwe pastoor de volgende zondag zou aankomen en dat hij moest opgehaald worden aan de dorpsgrens met Opvelp. Louise en Florent hebben onmiddellijk groot alarm geslagen, de burgemeester verwittigd en al wie het moest weten. Feestwagens werden klaargemaakt, fietsen versierd, de hele processie werd opgetrommeld en heel de stoet trok naar de grens met Opvelp, waar natuurlIjk geen pastoor kwam opdagen. De commotie was zo groot dat de initiatiefnemers zelf het spel hebben meegespeeld en nooIt hebben gedurfd zIch kenbaar te maken, uit vrees voor de boze reacties.

Met onze excuses voor de talrijke Willebringenaren, die het langs deze weg vernemen.

Epiloog

Wij zijn ongeveer 3 jaar bezig geweest met dit artikel. Wij hebben nog juist op tijd de nodige gegevens kunnen verzamelen. Ondertussen heeft de tijd niet stil gestaan en heeft de leeftijd van sommige van de getuigen in dit onderzoek, zijn tol geëist.

De gezellige hoek in Willebringen, waar de "Warre" (Eduard Deville) met de talrijke vrienden, gezellige dagen doorbracht, is verleden tijd. Hij is zeer ernstig ziek geweest en draagt hiervan nog steeds de sporen. Hij is nu opgenomen in het rustoord van Goedsenhoven. Zijn echtgenote, na een verblijf in de Heilig Hart kliniek van Tienen, zou terug in haar woning verblijven. Ondertussen hebben zij nog hun dochter Gusta (nog aanwezig tijdens de interviews) verloren. Zij overleed schielijk in december 2000 op 55 jarige leeftijd. Wij wensen hen nog veel sterkte in deze moeilijke periode van hun leven.

Ook Louis Vervoort heeft ernstige gezondheidsproblemen. Maar zijn vrouw omringt hem met alle liefdevolle zorgen zodat de thuisverpleging nog steeds mogelijk is. Wij wensen hem ook veel beterschap.

Leonie Dewever geniet heden van de eeuwige rust. Maar zij zal blijven voortleven als de dochter van de Victo-bronnen in de herinnering van de mensen van Willebringen.

Maria Theunis is echter nog steeds het scherpzinnige vrouwtje van weleer. Op 81 jarige leeftijd heeft zij nog steeds een zeer goed geheugen. Laat dit nog lang zo blijven want zij heeft ons nog veel verhalen te vertellen.

Jos Chaltin is natuurlijk van een jongere generatie. Hij is nog steeds zeer actief. Wij danken hem dan ook voor al zijn steun bij het realiseren van dit artikel. Dank zij hem konden wij ook nog beschikken over voldoende fotomateriaal en familiegegevens.

door Harry Delvaux

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany