Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel
 Jaargang 2002, nummer 2:

Romeinse
nijverheid

De Romeinen waren zeer bedreven in de kleibakkerskunst: karelen, potten, dakpannen, kookpannen en rode plaveien of 'tichelen' (In het Latijn: 'tegula').

Nog niet zo heel lang geleden waren de rode plaveien nog in de mode in de huizen. Zo'n plaveibakkerij noemde men in het Latijn' tegularia' en in het Oud-Vlaams 'tichelrij'.

Dit ambacht vonden we ook terug in Vertrijk en omstreken.
In 1514 bestond er zulke tichelrij te Boutersem op de Werenberg. Daar men reeds de uitbater ervan kende, Claes Calissen, , kon zij niet zeer oud geweest zijn.

Een beetje hoger, maar dan onder Vertrijk, boven de spoorwegbrug en links van de Boststraat, moet er nog zulke bakkerij gestaan hebben. In 1505 spreekt men er nog van een tichelberg, dus een heuveltje van tichelafval, maar ook dat was kort daarna verdwenen.

Nog een andere tichelrij moet er te Vertrijk bestaan hebben. Dat kan men afleiden uit de naam van een paar straten. De straat van Francis Adams naar de Wittebos had vroeger verschillende namen: Tichelrijstraat en ook Straat naar de Tichelrij. Kwam men van uit het westen, dan klonk het: straat van Nedervelpe naar de Tichelrij. Het middenpunt van die tichelbakkerij moet dan die plaats geweest zijn van de Wittebos, waar vijf wegen samenkwamen, waaronder de Oude Baan van Geldenaken naar Aarschot. Toevallig is dit de hoogst gelegen plaats van Vertrijk: 96 meter boven de zeespiegel. Deze hoge ligging van de Wittebos doet ons veronderstellen dat de Romeinen deze plaats gebruikt hebben als uitkijk- en bewakingspost.

Zo leerden zij al spoedig de speciale aard van de bodem kennen. Op die plaats, langs de noord-westhoek, hebben ze de bodem niet uitgehold: daar steekt grijze potaarde, die ze liever niet gebruikten. De noordkant is zanderig en die wensten ze ook niet, maar de zuid- en oostzijde van de Wittebos vertonen duidelijk sporen van uitholling. De uitgestrektheid van het bewerkte terrein laat ons toe te veronderstellen dat men er, met de middelen van de oude tijd, gedurende honderden jaren moet gewerkt hebben in de tichelklei, voor 1500..Immers, lang voor 1500 was de tichelrij reeds verdwenen, bij gebrek aan grondstof. Langs de zijde van Neervelp en Dalem heette dat terrein vroeger het 'Valvekensveld', hetgeen er vermoedelijk op wijst dat het veld met trappen van een perceel op het ander afdaalde.

Waarom? Omdat men de grond stuk na stuk van de kleilaag had ontdaan. Heel het veld, genoemd 'Papendaal' ligt bijna één meter lager dan de oude bossen ernaast, zelfs hier en daar lager dan de straat naar Neervelp. Aan de bovenzijde, vlak tegen de hoogte van Wittebos, werd zelfs een nieuw stuk bos aangelegd in een kuil. Dit zijn allemaal duidelijke tekens van uitholling, niet door de natuur, maar door de mens.

Noord- oostwaarts ligt het veld met de eigenaardige naam van 'Schotelveld' of 'Schoteivat'.Die veldnaam 'Schotelvat' komt misschien van het feit dat aldaar aarden schotels en aarden vaatwerk voor de keuken gefabriceerd werden.In het midden ervan is de bodem duidelijk verlaagd.

Als we nu 'Valvekensveld', 'Papendaal' en 'Schotelvat' samenstellen, bekomen we een totale oppervlakte van ca 60 bunder of 75 hectaren, waar men de klei heeft uitgestoken. Nadat de grond aldus was omgewoeld en van rode leem ontdaan, werden door de Romeinen op de beste stukken wijndruiven geplant. Zo vinden we in 1500 in de omgeving van de Wittebos minstens 3 percelen, waarvan men zegt :' nu land, dat eertijds wijngaard plach te zijn'! Het overige liet men braak liggen en werd heel spoedig terug door houtgewas overwoekerd!

Er is nog een andere curiositeit.

Als ge in de Keizerstraat van het hof 'Vanlaer' naar het hof van 'Vandeborne' gaat,komt ge halverwege links aan een helling; daar ligt een veld van meer dan 7 bunders (9 ha) tot tegen Kwabeekbos. Dat veld heette vroeger de 'Meutel' of 'Mortel', uit die helling is blijkbaar vroeger iets onderuitgehaald. De naam 'Meutel' zegt ons dat de opgedolven stof een bleke krijtachtige leem moet geweest zijn, zeer geschikt om mee te metsen in die tijd. De mensen behielpen zich toen zoveel mogelijk met de materialen die ze ter plaatse vonden.

 

R. Geysens

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany