De eerste schrijfwijzen waren Roscebeke (1224) en Rosebeke
(1236). De naam zou kunnen voortspruiten uit de Salisch-Frankische vorm van "rietbeek'.
Ten tijde van de Romeinse
overheersing strekte zich in een groot deel van Roosbeek één groot moeras
uit.
Rond 840 kwam Roosbeek, net zoals Kerkorn, in
het bezit van de abdij
van Cornelimunster en kwam vervolgens, langs het kapittel van Sint~Lambertus
te Luik, grotendeels in handen van de abdij van Villers.
Enkele getalletjes:
Deze
cijfers geven enkele gegevens wat betreft het aantal inwoners.