Willebringen
en Honsem vormden eveneens kerkelijke goederen die in het
bezit kwamen van de abdîjen van "Villers"
en van "Park" te
Heverlee. De goederen van laatstgenoemde abdij werden door de hertog van
Brabant in onderleen gegeven aan de monniken van de abdij van Vlierbeek.
De bezittingen
van de abdij van Villers waren in 1197 in handen van
Hendrik, meier (of opzichter van een Landhoeve)
van Willebringen.
In 1353 werd
Willebringen door de Hertog volledig verpacht als "warande"
of jachtterrein.