Het domein van Kwabeek was een leengoed van het hertogdom Brabant. Op het
einde van de XVde eeuw droeg het de naam "Ter Sluizen".
Het was in 1374 dat het toebehoorde aan Jan van Montenaken. Deze werd
achtereenvolgens opgevolgd door Filips van Tudekem (1380), Jan van Borchoven
(1428), Bartholomeus Van Der Ee (1496), diens zoon Jan (1505), Jan van Houthem en tenslotte de familie Gasparini (van 1587 tot 1688).
In 1688 werd de heerlijkheid, met kasteel, hoeve, watermolen en
aanhorigheden gekocht door Jan Baptist Bosch.
In het jaar 1695 werd het vererfd door Dominique de Kerpen en daarna in
1710 aangekocht door Joseph Goupy, die in 1731 veradeld werd. Rond 1750 liet
deze verfraaiingwerken uitvoeren en een Franse parktuin aanleggen. In 1789
verliest het kasteel zijn "feodale attributen", namelijk zijn toren en zijn
ophaalbrug. Na de dood van François Goupy werd het in 1813 gekocht door Philippe de Wouters de Bouchout en in 1856 vererfd door zijn zoon A. de
Wouters d'Oplinter. In deze periode werden de wallen gedempt en het kasteel
werd een landhuis.
Graaf Robert de Liedekerke kocht het ganse domein in het jaar 1893, op
zijn beurt liet hij talloze wijzigingen aanbrengen aan het gebouw dat een
neorenaissance uitzicht krijgt. Na zijn dood in 1903 werd de familie Jacmart
eigenaar, die het in 1922 weer verkocht aan Baron A. Ernst de Brunswyck.
In 1923-1924 werden na verwoestingen tijdens de eerste wereldoorlog eens
te meer verbouwingswerken uitgevoerd. Dit resulteerde in het huidig
voorkomen van het kasteel. Tegen de achtergevel werd in dezelfde stijl als
het hoofdgebouw een dienstvleugel aangebouwd en aan de zijde van de grote
vijver werd een terras aangelegd. Het is onder deze vorm dat we het kasteel
nu nog kennen, een mooi landhuis temidden van een groene oase.
Het gemeentebestuur van Boutersem kocht in 1980 het park en het kasteel
terwijl de bijgebouwen aan privé-personen werden verkocht.
Het feit dat er steeds andere eigenaars waren heeft een rol gespeeld in
de uitbouw van het park.